De eed van haat tegen het koningschap herroepen
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1971, 4de jaargang, nr. 1

De eed van haat
tegen het koningschap herroepen

Op 17 maart 1797 werden door de Franse overheid in ons land een aantal wetsartikelen uitgevaardigd.  Die wetten eisten onder meer van alle geestelijken een verklaring van trouw aan de Republiek.

Door een extremistische staatsgreep op 4 september 1797 te Parijs, werd voornoemde deklaratie echter vervangen door een eed van haat tegen het koningschap.  Priesters, die deze eed weigerden af te leggen, werden aan strenge vervolgingen blootgesteld en o.m. gedeporteerd naar de eilanden Rhé, Oléron, en naar Frans Guyana.

Een zekere Petrus Geeraert, kapelaan te Hondschote in Frans-Vlaanderen, had destijds de eed afgelegd, maar herriep die plechtig in volgende verklaring, waarvan een kopie bewaard bleef in de kerkarchieven van Sint-Laureins :

Belijdenisse van P. Geeraert, voortijds cappellaen tot Hondschoote

Ik, Petrus Geeraert, priester onweerdig, belijde voor God en geheel de weireld de grauweldaeden waermede mijne arme ziele overvallen is.

Ik verzaeke uyt den grond mijns herte dien ongelukkigen dag, wanneer ik mijn priesterdom onteert hebbe met dien boozen en goddeloozen eed die ik nu herroepe...

Sedert dien dag van mijnen eed is mijn herte ontroert geweest ende beweegt om de waere christene te vervolgen.  De baetzucht en de schijnheyligheyd hebben mij verleyd.

Ik bekenne dat de biegten die ik sedert dien gehoort hebbe en d'huywelijkken die ik gedaen hebbe al van geender weerde en zijn.  Ik belijde alle de communien sacrilegiën.  Ik bekenne dat ik ingedrongen, zonder magt, en geen wettigen pastoor en was.

Nu rood van schaemte nedergeworpen plat ter aerde, vraege ik vergiffenisse aen God, en aen alle menschen die ik bedrogen en verergert hebbe, hun biddende tot hunne zaligheyd dat zij de biegten en huywelykken zouden herstellen, bij waere catholijke en roomsche priesters' die magt hebben van de H. Kerke.

Ten is niet mogelijk uyt te leggen, hoe schrikkelijk het voor mij nu is, in dezen staet te vallen in d'handen van de levenden God... ik moet sterven, en sterven voor altijd.  Ik keere weder van mijne dolingen tot de waere moeder de H. Roomsche Kerke, gelijk den verloren zoone tot den bermhertigen vader.

Pardon, alderheyligsten vader Pius, paus van Roomen.  Uwe leringen en bullen heb ik veragt; ik omhelze die nu, en aenveerde die met d'oogen in traenen en leetwezen.  Ik gelove alles wat de Roomsche Kerke voorhoud, en in dit gelove wil ik sterven.

Oh, mogte het exempel van mijn ongeluk alle ingedrongen en geëede priesters bewegen om den verdommelijken eed te herroepen, en hunne sacrilegie-fonctiën te staeken !

Ah, confraters!  Geëede priesters en hunne discipels ofte leerlingen, begrijpt dit en peyst er wel op !

Voorders verzoeke ik dat deze mijne belijdenisse zoude geplakt zijn aen de Kerkedeure tot Hondschoote en kenbaer gemaekt overal waer het mogelijk is.

Elk zegt het voorts.

Herman Van Den Bulcke,
januari 1971.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  23-06-2019