De Familie Minne te Eeklo
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1973, 6de jaargang, nr. 3

DE FAMILIE MINNE TE EEKLO

De naam Minne vinden wij reeds te Eeklo in 1406; in dat jaar was Jan Minne, in opdracht van de stad Eeklo (in geval van oorlog was de stad verplicht soldaten te leveren) vijf dagen soldaat en lag gekazerneerd te Sluis.

Enkele dagen later vertrok er opnieuw een afdeling van 26 soldaten naar Sluis; Joris Minne, waarschijnlijk de broer van Jan, maakte er deel van uit.  In het jaar 1411 werd Joris Minne vergoed voor 52 dagen legerdienst.  Het jaar 1416 bracht voor Joris Minne het koningsschap van de voetbooggilde mee: dit betekent dat hij een maaltijd moest geven, waarop bestuur en notabelen van de stad waren uitgenodigd.

In 1421 werd de Lieve uitgediept; dit werk gebeurde onder toezicht van zes door het stadsbestuur aangeduide personen: onder hen bevond zich Joris Minne.  De toezichters werkten om beurt en per twee.

Nicodemus Minne

Toen het in 1421 wat rustiger werd in Eeklo, stuurde het stadsbestuur een afvaardiging waarvan Joris Minne deel uitmaakte, naar het Sint-Janshuis te Brugge, om de daar in bewaring gegeven stadsprivilegiën terug te halen.

Op 15 september 1428 werden drie schepenen van de Stad Eeklo, onder wie Willem Minne, naar de Raad (rechtbank) te Gent gestuurd om advies in te winnen in verband met een te Eeklo gepleegde moord.

In een akte uit 1448 vinden wij nog: «Item ontfaen van Wwe Minne f. Joris xij pond.  Item ontfaen van Wwe Minne f. Jans».

Of er verband bestaat tussen deze Minnes is niet duidelijk.

In het boek Informaties en Enkwesten van de schepenbank van Eeklo door Willy Hamerlynck vinden wij de naam Minne terug; het gaat er om een kompagniekapitein die in 1685 in dienst was van het regiment van Viscomte Donderuier.

De eerste zekere gegevens over de stamvader van de familie Minne te Eeklo vinden wij ook terug in het prachtwerk van Willy Hamerlynck; in 1754 was Jacques Vedastus Minne namelijk getuige bij de betwisting van een testament.  Deze Minne was de zoon van Pieter en was «horlogiemaecker te Brugge».

Deze Jacques Vedastus Minne, zoon van Pieter Minne, werd geboren te Menen in 1744.  In 1773 vraagt Pieter Minne, die de voornaam draagt van zijn grootvader, aan het Eeklose stadsbestuur de toelating om zich als uurwerkmaker te Eeklo te vestigen.

Serafien Minne

«'t Collegie der Stede Keure ende Vrijhede van Eecloo, gesien de requiste gepresenteert bij Sr pieter minne meester orlogiemaecker binnen de Stadt van Brugghe daer bij hij verthoonende dat hij tot het exerceren van de gemelde sijne functie met sijn huyshouden en de familie geirne binnen dese stede soude hebben commen woonen versochte daer toe geadmitteert te worden, gesien oock de certificatie verleent by Burgemeesters en de Schepenen en de raedt der voorsijde Stadt Brugghe van eersten deser nopende suppliants goet gedragt als mede de acte gepasseert voor frans Ignatius ende frans anthone beyts beide notarissen tot Brugghe residerende in daete sesden deser daer bij Sr josephus hardy vrij meester schoemaeker en musicant der parochiale en collegiale Kercke van onse lieve Vrouwe binnen het voormelde brugghe sig heeft geconstitueert als borge en principael over den voorn. p. minne tot concurentie van XXV groten wisselgeit ter ontlastinge van disch waert bij aldien hij minne sijn huysvrouwe ofte kinderen door malfortune genoodsaekt waeren hun recours tot den selven te nemen breeder volgens de selve acte nevens de voorseyde requiste gevoeght en de op alles geleth heeft den selden supplt geadmitteert wort bij desen als inwoonder deser stede mits hem regulerende gelijck alle andere inwoonders schuldvrij en verobligeert sijn te doen.

In kennisse der waerheyt is dese gedaen depescheren onder den segel van saecken en de signature van den greffier deser gemelde Stede Keure en Vrijhede van Eecloo den 13 oktober 1773 — B. Hercke.»

Petrus (Pieter) Minne trouwde met Elisabeth Francisca Van Vijfve, die van de St. Donaasparochie te Brugge kwam.  Zij overleed te Eeklo op 3 januari 1785, 41 jaar oud. Petrus Minne overleed te Eeklo op 4 december 1821 «ten huize staande in de Boelare».  Hun kinderen waren:

Antonius
Benediktus Perpetuus
Albert Nikolaus ((= Nicodemus)
Ludovica
Maria
Adelaida
° 26-12-1773
° 24-10-1775
° 29-01-1779
° 23-03-1781
° 13-12-1782
° 24-12-1784

† 1-3-1778



Minne Nicodemus, geboren op 29 januari 1779, overleed in 1875, 96 jaar oud.  Hij huwde met Francisca Dryoei die overleed op 2 augustus 1848.  Nicodemus was uurwerkmaker en woonde tot 1832 in de Molenstraat, daarna tot 1846 op «de Spriet» en later in de «Boelaerestraet 383».

Hun kinderen waren :

Seraphin
Petrus Jan
Jozef
Jacob Francies
Virginie Julia
Eugenia
Sophie
° 04-02-1806
° 09-06-1807, uurwerkmaker
° 09-07-1809, koperslager
° 06-05-1811
° 12-04-1816               † 12-08-1829
° 08-03-1819
° 1822                         † 27-08-1822

Seraphin Minne huwde op 13 april 1837 te Eeklo met Virginie Francisca Verbiest, dochter van Francies Pieter en Francisca Boelens.  Zij werd op 23 augustus 1811 te Eeklo geboren «à onze heures et demie du soir».  Seraphin Minne overleed op 20 januari 1885 te Eeklo «om twee ure van den nacht ten zijnen huize staende alhier op de Groote Markt».  Zijn echtgenote Virginie Francisca Verbiest overleed te Eeklo op 24 januari 1892.

Seraphin Minne was goudsmid en uurwerkmaker en wist zich dank zij zijn knap vakmanschap tot een waar kunstenaar te ontplooien.  In 1846 woonde hij in de «boelaerstraete 465,» waar hij ook nog woonde in 1856; in 1866 woonde hij op de «Merkt 75», in 1880 op de «Merkt 31», waar hij in 1885 zou overlijden.

In de jaren 1835-1836 ging hij op uitnodiging van de bekende kunstschilder Antoon De Poorter naar Rijsel om er zich als uurwerkmaker te vervolmaken. Zo vond hij een muziekdoos uit die muziek liet klinken van de Eeklonaar Joseph Bastien, muziekdirekteur van de harmonie St. Cecilia.

Op 31 maart 1837 werd Seraphin Minne aangesteld om het stadsuurwerk van de toren der parochiekerk op te winden als de opvolger van Jan Van Parijs die overleden was.  In 1878 was hij ook de maker van de «horlogie» op het stadhuis.  Deze «horloge», een knap werk, werd tentoongesteld op de «Heemkundige Tentoonstelling» tijdens de kulturele veertiendaagse te Eeklo.

I n de «Wegwijzers der Stad Gent» vanaf het jaar 1839 en van de jaren 1847-1848 vinden we hem vermeld als «Stads Horlogemaker».

Seraphin Minne plaatste regelmatig aankondigingen in De Eecloonaar, waarin hij zich bekend maakte als... tandmeester :  «Berigt. Seraphyn Minne, gediplomeerde tandmeester te Eecloo, in de Boelaerstraat, n° 465, laet weten, dat by hem verkrygbaer zyn allerlei poeijers en waters voor het kuischen der tanden en het verkloeken en aengroeijen van het tandvleesch; hy beveelt zich verder aen, voor het inzetten en trekken van tanden.»

Na het overlijden van vader Minne werd de zaak verder uitgebaat door de drie dochters Delphine, Marie en Leonie.  Zij werden bijgestaan door Jacob Minne, zoon van Pieter.  Van deze Pieter Minne, gehuwd met Eugenia Landwehr, weten wij dat hij onderwijzer was, maar ook een winkel van jachtgerief had en een «poermagazijn», gelegen in de Raverschootstraat, op de linkerhoek van het wegeltje lopende naar de kleuterschool.

Later heeft Augusta Minne, dochter van Pieter, dit «poermagazijn» verder uitgebaat.

In het poedermagazijn moest men speciale pantoffels dragen om ontploffingen, mogelijks veroorzaakt door het dragen van schoenen, te voorkomen.  Het «poer» werd regelmatig vanuit Duitsland ingevoerd.  Zodra men op Belgisch grondgebied was, moest een persoon steeds het gespan voorafgaan; in de steden die men doortrok was die persoon verplicht een bord te dragen met de vermelding «Gevaar»; de wagen was ook vergezeld van rijkswachters die rokende personen uit de buurt van het poeder moesten houden.  De wagen had het model van een huifkar, maar de huif was echter volledig in metaal; het gespan bestond uit twee paar paarden.  Wanneer het te droog was (zand) of te nat (modder), moest Walry, de uitbater van de afspanning «De vier emmers» op de markt te Eeklo (nu garage Lievens) en tevens koetsier, twee paarden bijspannen om de wagen in de Raverschootstraat te kunnen brengen.

Maurits Minne

Hector Minne, geboren op 5 april 1852, broeder van hogergenoemde drie dames, werd op 10 oktober 1866, als leerling der «Kostelooze Jongensschool» te Eeklo, bekroond met de tweede prijs voor wetenschappen in de «provincialen Kampstrijd» tussen de lagere scholen der steden van tweede rang in Oost-Vlaanderen.  Hij was ook een zeer begaafd muzikant, die verschillende eerste prijzen behaalde, zowel aan het konservatorium te Gent als te Antwerpen.  Zijn beroep was «tandmeester».  In 1881 verliet Hector Minne Eeklo.  Zijn relaties met Peter Benoit hadden tot gevolg dat de Ledeganck-kantate door deze beroemde vlaamse komponist werd geschreven en dat Benoit zelf aanwezig was bij de uitvoering van de kantate ter gelegenheid van de onthulling van Ledegancks standbeeld.

Maurits Minne, ook zoon van Seraphin, huwde op 10 september 1887 te Gent met Stephania Evelina Ludovica Van Den Haute.  

Maurits werd op 10-10-1865 door de Eeklose gemeenteraad tot hulponderwijzer der stadsschool benoemd. Later werd hij hoofdonderwijzer.  Zijn getuigschrift had hij behaald aan de normaalschool te Lier.  Hij was ook ontvanger van de «Maatschappij van de onderlingen bijstand».

Zijn kinderen waren :

Leon Seraphien Alfons
Gabrielle Delphine Virgine
Lydia Carol ina Maurits
° 03-05-1891 te Eeklo
° 02-02-1893 te Eeklo
° 02-09-1895 te Eeklo.

Leon Minne verloor zijn vader op jeugdige leeftijd (4 jaar).  Door moeilijkheden, veroorzaakt door de schoolstrijd en waar zijn vader bij betrokken was geweest, kreeg hij thuis onderwijs van zijn nicht Augusta Minne (dochter van Pieter en zuster van Jacob Minne).  Van zijn elfde tot zijn zeventiende jaar liep hij school te Gent.  Elke dag trok hij er met de stoomtrein heen.

Leon Minne

In 1908 vertrok Leon naar La Chaux de Fonds (Jura, Zwitserland) voor 4 jaar studie aan een befaamde uurwerkmakersschool.  Hij was van de klas van 1911, maar deed zijn dienst in 1912 als oudste zoon van een gezin.  Hij was amper enkele maanden thuis toen de eerste wereldoorlog uitbrak.

Op het einde van de oorlog (28 maart 1918) overleed als laatste der drie gezusters Minne, de jongste, Leonie.  Leon die reeds voor de eerste wereldoorlog werkzaam was in de zaak van zijn tantes, nam met zijn zusters Gabrielle en Lydia de zaak over.

Gedurende de tweede wereldoorlog schreef hij een dagboek dat werd uitgegeven onder de titel «Eeklo tijdens de tweede wereldoorlog».

Hij huwde op 1 september 1945 met Maria Louisa Anna Vermast, dochter van Alfred en Maria Lippens.

Hij was erevoorzitter van de V.V.V. Eeklo.  Hij overleed op 23 februari 1972 te Eeklo.

Graag merken wij aan dat het huis Minne 200 jaar traditie heeft als familiezaak in juwelen en uurwerken.

WILFRIED STEEGHERS.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  05-07-2019