Het rijke Gasthuis te Eeklo. IV
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1974, 7de jaargang, nr. 3

Het rijke Gasthuis te Eeklo.       IV

De renteprijzing heeft in het begin van de 17e eeuw haar evenwicht teruggevonden ten opzichte van de 15e eeuw (nl. tussen de 150 à 200 pond op een berente oppervlakte van circa 100.000 roeden).

Door de verkaveling die in 1626 te Eeklo plaatsgreep tussen het Rijke Gasthuis en de Armenscholen van Gent werd dit sinds eeuwen homogeen geheel blijvend uit elkaar gerukt...

BEZITTINGEN

In onze eerste aflevering (1) hebben we reeds aangehaald dat op het einde van de XIIIe eeuw het bezitspatroon van de Lazarie grotendeels gevormd was.

Aan de hand van de nog bestaande oorkonden en van de toen opgemaakte inventarissen (2) konden we bij benadering de bezittingen bepalen.

Op het einde van de XIIIe eeuw had de Lazarie te Eeklo circa 126 bunder verworven.

Het is pas in de eerste helft van de XVe eeuw, dat we met absolute zekerheid de omvang van de rijkdommen van het Rijke Gasthuis kunnen bepalen. (3)

Deze strekken zich uit over zes akkers, die alle in het noordoostelijk deel van Eeklo te situeren zijn.

In de HONDERD BUNDER AKKER (4) bezat het R.G. 36 bunder 1 gemet en 147 roeden (5) verdeeld over negen percelen, waarvan uiteraard de Lazarie zelf het grootste deel in bedrijf had. We mogen aannemen dat het gedeelte ten noorden van de watergang (het latere Noordhonderdbunder) volledig in hun bezit was.
In de AKKER VAN 't LAND VAN HEYNE, de latere Heinakker, baatten de broeders van het Rijke Gasthuis 3 gemet 200 roeden uit.
De GASTHUISAKKER, — de vroegere benaming voor de Zuidbusakker en de Molenakker — moet met zijn 54 bunder 2 gemet 270 roeden door het Gasthuis verpachte land, omzeggens helemaal in hun bezit geweest zijn.  De zeventien percelen werden in pacht gehouden door : Daneels, Zoetaerd, Dierkens, Stommelinek en Ystaes, alle vooraanstaande families uit Eeklo.
Aan de oostzijde van het «muelenstraetken» treffen we de KATTELAARAKKER aan, waarin het R.G. slechts 2 gemet 39 roeden bezat.
De huidige Bergeling, Noordbus-, en Waaiakker vormden in grote trekken de eerste bezitting van de Lazarie in Eeklo.  Ongetwijfeld zijn de in 1241 aangekochte 56 bunder daarin begrepen met als ontginningscentrum het «Groot goed of Gasthuisgoed».
Deze akker nam een aanvang «... an de peperstrate oost, voorttreckende tot de muelen van Caprikestrate naast d'abdy Oosteecloo an de Buschstrate, van dare westwaerts tot peperstrate...»  In deze akker waren 79 bunder 2 gemet 178 roeden begrepen, verdeeld over 15 percelen.  Als voornaamste pachters vermelden we hier de families Danckaert, Zoetaert, Daneel en Stommelinck.
De laatste 3 bunder 56 roeden lagen in de akker van de KRIEKEBEKERSSTRAET (Kriekmoerstraat) tussen de Vrombautstraat en de Oostveldstraat en zo tot de Kerkstraat.  Waar deze 3 bunder 65 roeden precies lagen konden we niet achterhalen.

Deze zes akkers vertegenwoordigden in 1442 een totale oppervlakte van 176 bunder 290 roeden, wat neerkomt op een aanwinst van 50 bunder op circa 150 jaar.

De tweede helft van de 15° eeuw bracht geen noemenswaardige aanwinsten. In 1486 verpachtte het Rijke Gasthuis 179 bunder 1 gemet 87 roeden, waarvoor het jaarlijks 753 pond 8 schellingen en 2 denier inde.

Gearceerd, de bezittingen van het Rijke Gasthuis in 1442

Het gearceerde geeft, bij benadering, de bezittingen weer van het Rijke Gasthuis in 1442, zij bevinden zich uitsluitend in het noordoostelijke deel van Eeklo.

(Bij onze eerste kaart «Bezittingen 13° eeuw», jg. 6 nr 2, werd de Vlotte verkeerdelijk gearceerd.)

Op het einde van de XVIe eeuw werd nogmaals een inventaris opgemaakt van de goederen van het hospitaal. (6)

In tegenstelling met de voorgaande inventaris, treffen we hier naast de vermelding van de pachter, de pachtsom en de oppervlakte, ook veelal de pachtvoorwaarden aan.  Dit geeft ons een vollediger beeld van de lasten die de pachter te dragen had.  Deze bijdragen in natura moeten voor sommige pachters een zware last geweest zijn, zoals mag blijken uit de teksten in bijlage I.

In 1578 bezat het Rijke Gasthuis te Eeklo ongeveer 247 bunder, waaronder 19 bunder 1 gemet 246 roeden bos.  Hiervoor ontving het 165 pond 12 schellingen gr.  Deze luttele ontvangst, was, zoals vroeger reeds vermeld te wijten aan een muntontwaarding en aan de burgeroorlog.

In het begin van de XVIIe eeuw zochten de schepenen van de keure van Gent een plaats om de Armenscholen onder te brengen en ze wilden daarvoor de Leprozerij hebben. (7)

Volgens een document van 1611 «... hebben nu andermael eens voor al, met vuIle kennesse van zaecke, goede ende rijpe deliberatie, daer up alvooren gheconsulteert diet behoort, gheresolveert de zelve aerme scholen up den selven voet ende maniere in treine ende practique te stellen ende alsoo daertoe ter minster schaden ende meesten proffycte der selver stede te employeren ende applicqueren tgodshuus van onse Lieve Vrauwe te Lasarie met alle de goedynghen daertoe behoorende...»

De zusters mochten er blijven wonen tot aan hun dood.

In een dekreet van 24 september 1611 verklaarden Albrecht en Isabella zich hiermee akkoord, maar men had geen rekening gehouden met het feit dat de zusters nog niet stervende waren.

De reden die men aanhaalde was dat er niet veel melaatsen meer waren; ofschoon deze reden gegrond was, lieten de zusters zich toch zo niet behandelen.  Ze waren intussen rijk geworden en gingen zo maar geen afstand doen van hun bezittingen. Ze spanden een proces in.

Ondertussen verwaarloosden ze geenszins hun bezittingen.  Met de grootste zorg en tot in het kleinste detail werden in 1616 hun eigendommen geïnventariseerd, (8) waarschijnlijk met het oog op het proces dat nog steeds aanhangig was.

Zoals we reeds vroeger aanhaalden was het ontginningscen trum van het Rijke Gasthuis te Eeklo gevestigd op het «Groot Goed of Gasthuisgoed».

De stichtingsdatum kunnen we niet met zekerheid bepalen, maar ze ligt ongetwijfeld niet voor de tweede helft van de xnr eeuw.

Daar de 56 bunder waarin we de ontginning citeren pas in 1241 werden aangekocht.

Het oudst bewaarde pachtkontrakt van het Groot Goed dateert van 1411 (Bijlage II).  Het hof is dan 101,5 gemet groot en is verpacht aan Lauwereins Daneels voor een termijn van 6 jaar voor de som van 96 pond. (9)

Hierna volgt een lijst van de gekende pachters die tot 1626 het Groot Goed in uitbating hadden.  We geven ook de oppervlakte van het hof en de pachtsom.

1411 - Lauwereins Daneels, 101,5 gemet voor 96 pond.
1486 - Jan de Heerkere, 102 gemet voor 120 p. par.
1575 - Mattheus Dheckere. In de oorkonde staat 117 gemet 100 roeden, terwijl de rekeningen spreken van 108 gemet voor 32 lb. 5 sch. 6 d. naast een levering in natura.
1595 - Nog steeds Dheckere voor 32-5-6-6 + levering in natura.
1614 - Jan Dheckere Es Mattheus. groot 112 gemet 178 roeden voor 25-6-0 gr. + natura.
1617 - Christoffels Rogiers. 112 gemet 178 roeden voor 41-8-0 gr. + natura.
1626 - Christoffels Rogiers. 124 gemet 63 roeden voor 70-0-0 + natura.

Toen Christoffels Rogiers in 1617 het goed in pacht nam voor 9 jaar betaalde hij 41 pond gr. naast «25 steenen boter, 4 vette hamelen, 2 vette lammeren en 12 steen vlasch, elck van 8 pondt, sowaer boven 10 loope rogghe 'tjaers te proffyte van upperjagher van Vlaenderen en alle andere renten en settinghen, waterghescote en laste ordinaire en extraordinair.»  Daarin was begrepen:

groot
- de bewalde hofstede, binne walle 3 gemet
- twee sticken land, deen an dandere gen. de gheersticken 4 g.
- dry sticks land, gen. de westbilcke 5 g.
- dry sticks land gen. de breedebilck 2 1/2 g.
- dry sticks land gen. de steenhulbilcken 3 g.
- dry sticks land gen. de ecsterbilcke 5 g.
- vier sticks land gen. de vette bilcke 6 g.
- dry sticks land gen. de dreve bilcke 6 g.
- dry sticks land gen. de clynesticke 5 g.
- twee sticks land gen. de walbulcke 2 1/2 g.
- een stick land gen. de cruisbulck 3 g.
- een stick land gen. de zeve ghemet 7 g.
- vier sticks land neffens elkander. 14 g.
- een stick land gen. de dreve bilck 7 g.
- een stick land gen. de zes ghemete 6 g.
- vier sticken ligghende in twee breede en dry lingden 5 g.
- een stick land gen. den mersch 12 g. 103 r.
- dry sticken land zuut den waterganck 7 g. 75 r.
- een partye heye 9 g.

De familie Rogiers, die vanaf 1617 het goed in pacht had is tot 1670 op het hof gebleven.

Bij de verkaveling van 1626 werd «het Groot Goed» toegewezen aan de armenscholen.  De hofstede werd geschat op 525 pond 10 schellingen.

Naast het Groot Goed had het Rijke Gasthuis nog pachters, van kleinere eigendommen, die we hierna identificeren vanaf 1617 tot en met 1626.

Gheleyn de Coorebyterefs Willems, heeft in pacht : een hofstede en land gelegen ande Buschstrate (voorheen gepacht door zijn vader)

- Een hofstede en land erachter, totter Vromboutstraete 15 g.
- Op de noordzijde van de Bus tot op de Waystraete, land in diverse partyen west jegens de dreven van t'groot pachtgoed 25 1/2 g.

Samen 40 1/2 gemet voor een termijn van 9 jaar aan 6 pond 15 schel. jaarlijks. Diezelfde de Coorebytere betaalde in 1620 reeds 14 pond gr., om vanaf 1626 er jaarlijks 26 neer te tellen.

Pieter Dherckerefs jacops heeft in pacht :

-  land, liggende in den hondertbundere, zuut ande zantvlooistrate 't noordhende up den waterganck

20

g. 185 r.
- land liggende ontrent «den hondertbundere»

2

g. 160 r.
- land binnen «den hondertbundere» waarvan er 11 gemet aan de watergang liggen en 1 1/2 gemet aan de zandvlooistrate

12

1/2 g.

Al deze partijen vormen samen 35 gemet 195 roeden en worden verpacht gedurende 6 jaar voor 7 pond gr. 's jaars.

In 1617 hernomen voor 10 pond gr. boven 12 stenen boter, en 8 steen vlas.

In 1624 betaalde Dherckere 23-6-8 gr. 's jaars.

Christoffels van Nieuwenhuuseheeft in pachte :

- een hofstede met twee stukken land in de Buschstrate 10 g. 
- twee sticks land, naest elkaar, gen. de zuydesticken met zuid eraan de Breestrate. (10) 16 g.
- land, noord de Buschstrate, oost het muelestraetken, zuid en west tclooster van oosteeclo. 2 g. 50 r.
- tien diverse stukken land, naast en achter elkaar, waarvan er drie noemen de cortesticxhens, drie andere de vipersticken, twee de cruusdamsticken en de twee laatste de maetkens 19 g. 83 r.
- In de vromboutstrate een stick land genaemd de gheverkens 5 g.
- Vijf diverse sticken naest elkaer, strekende van an de Buschstrate tot up de Waeystrate 13 g. 100 r.
- Een stick land gen. de smalle... noort an de Buschstrate, zuud an de watergank 2 g. 100 r.

Christoffels van Nieuwenhuuse pachtte deze 68 gemet 133 roeden voor 13 pond jaars, naast het leveren van gerst en winter(gerst) en appelen van de beste boom die op de hofstede groeit.

In 1617 werd deze pachtsom verhoogd tot 18 pond, naast 25 steen boter, 12 steen vlas en gerst en wintergerst.

vVanneer in 1624 van Nieuwenhuuse zijn pacht vernieuwde, waren de prijzen meer dan verdubbeld, en telde hij maar liefst 41 pond 6 schell. 8 gr. 's jaars neer voor dezelfde te bebouwen oppervlakte.

Bartholomeeuws Zoetaert fs François heeft in pacht : 

- land liggende in 7 stiL:ken d'een na d'andere, noort an de Moerstrate
Laatst in pachte bij Jan Schierpynck.
6 1/2 g.

In 1611 betaalde Zoetaert 30 schell. 's jaars.  Gillis Frans betaalde bij de overname in 1619 drie pond gr.

Françoise Plasschaert, Weduwe van Adriaen Ryckaert pacht: 

- Een hofstede met drye parceelen land, d'een an d'ander in 32 diversche sticken, oost ande Peperstrate, west de Leygracht en noort de waterganck 43 g. 100 r.
- Een stick land gen. de dose, oost ande Peperstrate, west de Leygracht 4 g.
- Land, noort de Waystrate, zuud de waterganck 12 g.
- Het Bunderken, een stick land noort ande Waystrate 3 g.
- Land, liggende noort an de waterganck in den Buschackere 4 g. 195 r.
- Elf diversche sticken d'een an d'andere, west ande Peperstrate, noort de Waystrate en zuud de waterganck commende tot aan de steenen heule 26 g. 75 r.
- Noch een stick land zuud ande Vrombautstrate 7 1/2 g.

Voor deze 100 gemet 220 roeden betaalde «Francoiseken» jaarlijks 25 pond gr., naast vruchten van de beste appelboom van de hofstede en gerst.

Bij het hernieuwen van de pacht in 1617 werd 34 pond gr. aangerekend naast «wintere ofte gerst», 25 steen boter en 12 steen vlas.

In 1624 is het nog steeds de weduwe Ryckaert die het goed in pacht had.  Inmiddels was de pachtsom opgelopen tot 66 pond 13 schell. 4 gr.

Opmerkelijk is wel dat hier, evenals bij de voorgaande de pacht in natura verdwenen is. Hierdoor valt de grote stijging van de pachtsom te verklaren.

Anthenius Pynckelefs Adriaens heeft in pachte :

- Een hofstede, liggende op de noortzyde vande Peperstrate 1 g.
- 8 sticken land d'een an d'ander, beghinnende van an de voors. hofstede, west de Peperstrate 29 g.
- 9 sticken land an elkaar, zuud an de Vrombautstrate, west de Peperstrate 21 g.
- Een stick land, zuud de waterganck, noort commende ande Hoochstrate 3 g. 29 r.

Samen 54 gemet 29 r. «voor een termijn van 6 jaar voor 11 lb.gr. boven de appels van den besten boom en tarwe kore die up de voors. hofstede wassen en groyen zullen.»

In 1618 werden er 18 lb. gr. betaald, terwijl Jan Pynckele in 1624 er 35 lb. 6 s. 8 gr. voor betaalde.

Willem vande Berghefs Joos heeft in pachte : 

- d'Helft van een hofstede, liggende up de nortsyde in de Buschstrate, met 2 sticken land erachter tot up de Waystrate 15 g. 207 r.
- Land liggende up de noordzyde vande Busch 3 g.
- Land, loopende daer als den Cruisdam oock liggende in de Busstrate 3 g.
- Land liggende achter dhofstede van Ghelijn de Coorebijter, eindigend up de Busstrate 1 g.
- Land liggende up de noordzijde van Busstrate 14 g.
- Land up de noordzijde in de Vrombautstrate, eindigend up de zuyt-waterganck, oost de Muelenstrate
In deze 21 gemet 10 roeden zijn 450 roeden begrepen die op de zuidzijde van de Vrombautstraat liggen.
21 g. 10 r.
- Land liggende op d'oostzijde in de kerckstrate by Eecloo, naest Jacques Claeyssens, procurier inden raede varr Vlaenderen, noort de kerckstrate 3 g.
- Land liggende by Raveschoot by de muelen, zuud den waterganck, noort de Raveschootstrate 4 g.

De totale oppervlakte bedroeg 64 gemet 217 roeden, waarvoor vande Berghe «jaarlijks 15 lb gr. betaalde, boven een boom appels aan het Godhuis thuis te leveren.»

In 1621 was de pachtsom opgelopen tot 20 lb gr., om er uiteindelijk in 1627 40 te bedragen.

Willem vanden Berghe fs Pieters heeft in pacht:

- d'Helft van een onbehuusde hofstede, met d'helft van 45 ghem. 114 roe, daerinne begrepen d'helft van voors. hofstede, zo die afgedeelt es met haeghe, danof de wederhelft ghebrllyckt werd by Willem vanden Berghe, fs Joos, liggende in de Buschstrate, strekende t'zelve land tot up de Waystrate 22 g. 264 r. 22 g. 264 r.
- Land, zuud de Buschstrate 4 g.
- Land, commende met zuudhende op de Vrombautstrate 5 g.
- Land ende een vervallen hofstede, welke hofstede ligt in de voors. Buschstrate, ende de voors. diverse part yen liggende achter ende vooren de voors. vervallen hofstede 15 g. 124 r.

De globale 47 gemet 31 roeden werden verpacht voor een termijn van 9 jaar voor de som van 7 lb. 16 s. 11 gr.

Wanneer in 1621 Willem de pacht vernieuwde betaalde hij 15 lb. gr. naast 6 stenen boter en 6 stenen vlas.

In 1627 werd een kontrakt afgesloten voor 6 jaar tegen 31 lb. 6 s. 8 gr. Jacop vanden Eelee fs Jans pacht een stick land, liggende op t'Oostvelt genaemd den wittebroeck, zuut daeraan gelant de strate, noort den waterganck, dit voor 20 s. gr. 't jaars 6 g.

Marten Zoetaert nam in 1615 de 6 gemet over voor 30 s. gr.  Hij betaalde in 1623 reeds 3 lb. gr., naast 1 steen «versch taerwe».

De bosbezittingen te Eeklo van het Rijke Gasthuis waren zeer gering.

Op het einde van de 16°, begin 17° eeuw bezaten ze ongeveer 19 bunder bos, die in die periode, grotendeels, hetzij verkocht of tot winning land werden omgeschapen.

Op t'Oostvelt, groot 5 bunder 280 roeden, den wekken in den jaeren 1582 verhuert heeft geweest aan Raese Paresys voor 22 s. gr.
Een bosch genaempt sint Vincentsboomen, groot 29 ghemet 40 roeden.  In 1605 slachout verkocht voor 20 lb. gr.
Een bosch naest voorgaende, groot 6 ghemet.  In t'jaer 1582 verheurt geweest aen Willem de Coorebyter om winnende land van te maecken voor 23 s. gr. Verkocht in slachout in 1605.
Nog een bosch daerby ghelegen ghenaempt de cleene hazemoer, groot 5 of 6 ghemet.  In 1584 verhuurt geweest aan Christoffels Mussche.  Als slachaut verkocht aan 10 lb. gr. in 1605.
Een bosch groot 461 roe, die besayt is gheweest met eeckelen van lande van Pieter van den Berghe fs Vincent van het jaar ontrent 1570.

In het proces dat nu reeds jaren aan gang was viel op 4 mei 1623 een definitieve beslissing. De goederen zouden verdeeld worden tussen de Lazarij en de Armenscholen van Gent.

Gelijktijdig werd de Lazarij, die tot dan behoorde tot de kongregatie van het «Gemene leven» onder de regel van Sint-Augustinus, verplicht bij een orde aan te sluiten. Na moeizame onderhandelingen kwam in 1630-31 uiteindelijk de goedkeuring: het werd de orde van de Benedictinessen.

Het duurde nog tot 1626 vooraleer de bezittingen van het Rijke Gasthuis in Eeklo verkaveld werden.

Een jaar eerder (1625) was het R.G. in het bezit van een project met het oog op de «cavelynghe en voordeel van alle deeltsamen erfgoederen». (Bijlage III)

Volgens het vermelde project zou ongeveer 106 bunder in eigendom blijven van de abdij.

Helaas, is het voor ons een open vraag gebleven «hoe» dit project tot stand kwam? Het is weinig waarschijnlijk dat het werd opgesteld door de zusters zelf en indien dit wel het geval is zullen er zeker richtlijnen geweest zijn, hetzij over de af te stane oppervlakte ofwel over de te innen som die nu in de kas van de Armenscholen zou terechtkomen. We hebben wijds en zijds gepluisd, maar niets gevonden.

,Was het aanvankelijk onze bedoeling te eindigen in 1626, met de splitsing van de Lazarij in de abdij van het Rijke Gasthuis en de Armenscholen van Gent, dan zijn we volledigheidshalve even afgeweken van ons plan en dit om nog even een blik te werpen op de toestand «na» de verdeling van de goederen.

Onmiddellijk na de afscheiding werd in 1627 door het Rijke Gasthuis overgegaan tot het vastleggen van zijn bezittingen. (11)

Er resten de abdij nog 106 bunder 2 gemet en 70 roeden, wat een verlies betekende van 90 bunder in vergelijking met 1616.

Het is hier wel duidelijk dat het vooropgestelde project volledig werd gevolgd.

Wanneer we vergelijken met de bezittingen van 1616 dan stellen we vast dat de overgegane gronden hoofdzakelijk afkomstig zijn van het Groot Goed met al zijn bijhorende pachtlanden alsmede verscheidene losse percelen uit diverse akkers.

Deze gedwongen struktuurwijziging was geenszins het einde van de abdij van het Rijke Gasthuis in Eeklo.

In een latere aflevering hopen we het verder verloop te schetsen tot en met 1796, een datum die voor zovele religieuze instellingen het einde betekende.

ERIK DE SMET.

__________________________

(1) Het Rijke Gasthuis te Eeklo. «Ons Meetjesland. jg. 6 nr. 2, blz. 68 en volg. Terug naar de tekst
(2) RAG-RG nr 1 inventaris van alle charters tot 1528. Terug naar de tekst
(3) RAG-RG nr 2 & 3, inventaris van de brieven van het Godshuis tot 1622. Terug naar de tekst
(4) Vanaf de 17e eeuw werd de oorspronkelijke Honderd bunder gesplitst in Noord- en Zuidhonderdbunder.
Het deel dat het R.G. in bezit had slaat hier terug op de latere Noordhonderdbunder»... begonnen an cent janshuusland benoort den waterganghe...» Terug naar de tekst
(5) Bunder (oppervlaktemaat) = 3 gemeten = 900 roeden = 1,3368 ha (Gents). Terug naar de tekst
(6) RAG-RG nr 24, A01578. Terug naar de tekst
(7) Een abdij die niet goed gekend is...; P. De Pue in «Toerisme in Oost-Vlaanderen», 22e jg. nr 3. blz 32-37.
De Potter: De geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen. Gent, van den oudsten tijd tot heden - Gent 1903 - 9e reeks. Terug naar de tekst
(8) RAG-RG nr. 155. Terug naar de tekst
(9) Appeltjes nr. 4-1952, Or. E. Dhanens - Het Groot Goed te Eeklo. Terug naar de tekst
(10) RAG-RG. nr. 165... de bree ofte vromboutstrate. Terug naar de tekst
(11) RAG-RG nr. 154. Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  07-07-2019