Openbare verpachting van kerkstoelen te Adegem
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1975, 8ste jaargang, nr. 2

OPENBARE VERPACHTING VAN KERKSTOELEN TE ADEGEM

Door het feit dat de parochiekerk te Adegem veel ruimer herbouwd werd in 1842, was er veel meer plaats binnen in de kerk voor de kerkgangers.

De herstelwerken waren voltooid in 1844, zodat tegen 1 januari 1845 de kerk terug open stond voor de parochianen.

Naast de nog bruikbare oude lage stoeltjes van vóór de restauratie, werden door de kerkfabriek een aantal nieuwe stoelen aangekocht.  Deze twee types van kerkstoelen waren tot enkele jaren geleden nog altijd dienstig in de kerk, doch sedert het laatste concilie zijn ze uit de kerk verdwenen en vervangen door een ander type.

Te Adegem bestond vroeger het gebruik de kerkstoelen te verpachten bij openbaar aanbod, met toewijs aan de hoogst­biedende.  De zitting werd voorgezeten door een notaris, aangesteld door de leden van de kerkfabriek.  De akte-verpachting voor het werkjaar 1845 was als volgt opgesteld: «In zitting van 2e Kerstdag om 3 ure 's namiddags, binnen de kerk van Adegem, is overgegaan tot de openbare verpachting van de kerkstoelen, nadat er bekendmakingen zijn gedaan geweest op de zondagen 1-8-15 december op de predikstoel in de respectieve hoogmissen.

Johannes Francies Martens, barbier en werkman, wonende te Adegem, heeft de hoogste som geboden van 1.690 fr.

Hij heeft daarna verklaard dat hij geboden heeft in naam van Francies Boels, werkman te Adegem.

Als borg trad op Johannes Baptist Schelstraete, 's pachters zwager en werkman, ook wonende te Adegem».

Getekend:  Van Herreweghen: President.
Petrus Franciscus Willems,
Petrus De Weert,
Cesarius Van de Velde. (Leden).

Uit het kohier van de lasten en de voorwaarden van de te verpachten kerkstoelen ervaren wij bijzondere aspecten uit die tijd, inzake kerkbijwoning, kerkdiensten, kerkgebruiken, de getrouwheid van de bevolking aan hun kerkelijke plichten, en ook nog het onderscheid tussen de «begoeden» en de «armen».

Dit kohier omvatte:
Krachtens art. 66 van het Decreet van 30-12-1809, presenteren wij te verpachten: 750 kerkstoelen.

Artikel een: Deze huur gebeurt voor één jaar, hetwelk zal ingaan van 1 januari 1845, en eindigen de laatste dag van december van hetzelfde jaar.

Artikel twee: De huurder zal mogen genieten en eisen gedurende zijnen huurtijd TWEE CENTIEMEN, van iedere stoel die hij zal afleveren, in ieder der verschillende kerkdiensten die zullen gedaan worden op de naarvolgende dagen, te weten:

1. Al de zondagen.
2. Al de heiligdagen.
3. Nieuwjaardag.
4. Drijkoningendag.
5. O.L.Vr. Lichtmis.
6. Maria Boodschap.
7. 2de Paasdag.
8. O.L.H. Hemelvaart.
9. 2de Sinxendag.
10. H. Sacramentsdag.
11. H.H. Petrus en Paulus.
12. De maandag van het Scapulier.
13. Maria-geboorte.
14. Kermismaandag
15. O.L.Vr. onbevlekte Ontvangenis
16. Allerzielendag.
17. 2de Kerstdag
18. Op de TWEE dagen van de gedurende Aanbidding.
19. Asschewoensdag.
20. De dag van de 1ste communie.
21. Op de dagen van een jubilé en verder in enige diensten die gedaan worden op de volgende dagen, als op:
Sint Marcusdag, de drie kruisdagen in de grote mis, in de Messiasmis, in de Sint Eloymis en eindelijk op al de partikuliere dagen en de verschillende diensten die door de kerkmeesters zullen toegelaten zijn.

Artikel drie: De stoelen op de hiervoor niet bepaalde dagen zijn ten dienste van het publiek zonder «vergeld» aan de huurder.

Artikel vier: Al de personen toegelaten op «den oksaal» door de verhuurders (kerkmeesters) of door de koster, die geen zangers, organist of blazer zijnde, mitsgaders alle personen aan welke zitting zou verleend zijn op de zitbanken, zullen op de hierboven aangestelde dagen, of daarin, uit hoofde hunner kwaliteit, geen vrije zitting hebben, en ook gehouden zijn twee centiemen aan den huurder te betalen voor hunne aldaar verleende of genomen plaats.  In geval hieromtrent geschil mocht uit ontstaan, zullen dezelfde door de kerkmeesters alleen beslist worden waaraan den huurder zich zal moeten gedragen.

Artikel vijf: De personen welke zitting zouden nemen op de «banken», welke exclusivelijk in de kerk geplaatst zijn, ten dienste van de eerste communiekanten, den armendisgenoten of behoeftigen zullen gelijkelijk op de vastgestelde dagen twee centiemen voor hunne plaats aan den huurder moeten betalen, indien zij geen eerste communiekant, disgenoot of «behoeftigen» door den bureau van weldadigheid te bepalen, zijn.

Artikel zes: De huurder en zal zonder toestemming van de verhuurders, boven het getal stoelen van 750, in het hoofd hierboven vermeld, gene stoelen van particulieren of van hemzelf toelaten of aanveerden.

Artikel zeven: De huurder zal zich moeten gedragen naar al de bevelen die hem vanwege de verhuurders zullen gegeven worden, nopens het plaatsen van de stoelen in de kerk.

Artikel acht: De huurder zal maar eens mogen eisen aan de personen die zich «berijden» tot de biecht.

Artikel negen: De banken staande aan de biechtstoelen zijn ten dienste van het publiek, zonder vergeld aan den huurder.

Artikel tien: De huurder vermag abonnement aan te gaan voor zijnen huurtijd of een gedeelte van denzelven, voor de stoelen die bijzondere personen in de kerk zullen nemen.

Artikel elf: De onkosten aan deze verhuring zijn ten laste van den huurder, geen uitgezonderd noch gereserveerd.

Artikel twaalf: De verhuurders reserveren aan hun, de macht, tot de definitieve adjucatie incluus, te mogen nemen voor absoluten huurder, zodanigen instelder, bieder of verhoger, zonder daarvoor enige redens te moeten declareren.

Artikel 13: De huurder zal gehouden zijn te stellen en te constitueren enen of meer personele verzekers of borgen waarop elkeen van hun solidairlijk zal verbonden zijn, evenals de principalen huurder, zo voor de betaling der huursomme als tot nakoming aan den gehelen inhoud dezer.

Artikel veertien: De huurder zal daarenboven ook gehouden zijn, zijn huursomme te betalen in 12 gelijke payementen van maand tot maand en op avance, te weten:
Het eerste payement op één januari eerstkomend.  Het tweede payement den eersten februari en alzoo-voorts van maand tot maand, tot het eindigen van den voorschreven huurtijd.

Tot daar de verpachting voor het jaar 1845.

Bij een volgende verpachting op 29 december 1847, is een wijziging gebracht aan artikel twee van het lastenkohier:

«Zijn bijgekomen:  De solemnele missen ter ere en gedurende de octave van den H. Adrianus, alsook deze gecelebreerd op alle woensdagen van "Paeschen" tot Sinxen, incluus voor dezelfden Heiligen.  Ook in al de missen van begravingen van 1ste en 2de klasse.

Somme: 1720 fr, toegewezen aan Johanna Th. Vens. (Notariële akte van 29 december 1847. - Not. Wallyn te Maldegem»).

Tot in het jaar 1925, zijn de «banken» in onze kerk gebleven.  Zij stonden gestapeld langs de «lijst» van de kerkmeesters.

De naam «cenzegaerder» leeft nog immer in de volkstaal.  Zijn werk wordt nu betaald percentsgewijze van zijn omhaling.

Van Cleemput P.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  11-07-2019