Bassevelde - Bernardus - Bernardinnen
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1984, 17de jaargang, nr. 2

BASSEVELDE - BERNARDUS - BERNARDINNEN

In de lente van 1983 kwam ter gelegenheid van de viering van het 25-jarig bestaan van "Blij Leven", een tehuis voor sociaal gehandicapte jeugd, niemand minder dan de eerste minister die viering met zijn aanwezigheid vereren.

Toen zijn we even gaan rondneuzen in het ruime onderwijs- en verzorgingscomplex van de Zusters.  We stonden even stil bij het levensgroot beeld van de H. Bernardus in de hovingen van het klooster, die heel het complex schijnt te beheersen en te beschermen en ja... Bernardus en de Bernardinnen, vooral nu de dreef ten oosten van het kloostergoed, in de volksmond de Kasteeldreef geheten officieel de Sint-Bernardusdreef werd gedoopt.  (Hier schijnt dus ook een kasteel te hebben gestaan.)

Bernardus van Clairvaux leefde in de eerste helft van de 12de eeuw en was de grootste filosofische en organisatorische persoonlijkheid van zijn tijd.  Dit doet dan onwillekeurig denken aan traditie, oudheid, grootheid, adel.

Anderzijds doen de ultramoderne kamers van het rustoord, in gebruik genomen op 1 januari 1983, de moderne infrastructuur van het onderricht in de kinderverzorging, het labowerk, de ouderenzorg, de snit en naad, de klinische assistentie ons denken aan progressiviteit en aan toekomstgerichtheid, nu vooral het beroepsonderwijs meer armslag en meer standing heeft gekregen.

En waar ergens in Vlaanderen vindt men een gemeente van amper 3000 zielen met een dergelijke infrastructuur voor opvoeding en onderwijs ?  Zo wordt vanzelfsprekend een mens aangezet tot het achterhalen van meer gegevens, tot onderzoek.  Bestaat er een verband tussen Bassevelde als gemeente en de Bernardinnen van Sint-Bernardus ?  In hoeverre heeft hier het toeval een rol gespeeld ?

Laten we eerst een kijkje nemen in het oude en nieuwe Bassevelde.

BASSEVELDE

Op een vrij grote oppervlakte van 2196 hektaren leven thans iets meer dan 3000 mensen, d.i. zowat 140 inwoners per vierkante kilometer.  Bassevelde is dus eerder dun bevolkt en zeker niet dichter dan de omringende gemeenten.

De noordergrens van de gemeente valt samen met Gravejansdijk: dijk, wijk en zelfs een zelfstandige parochie.  Die Gravejansdijk is een deel van het reusachtig kunstwerk dat van bij Antwerpen tot in Knokke een laatste bastion tegen het geweld van de zee vormde.  De dijk zelf dankt waarschijnlijk zijn naam aan graaf Jan van Namen, de oudste zoon van graaf Gwijde van Dampierre uit diens tweede huwelijk, die in 1282 van zijn vader al de schorren tussen Monnikenreede, Damme en Biervliet, met al de landen en eerste dijken en de later door de zee aan te spoelen of te verlaten gronden verkreeg.  We vinden graaf Jan van Namen trouwens terug in de Guldensporenslag als een der voornaamste aanvoerders van de Vlaamse gemeentenaren tegen de Franse ridders.  Achter de Gravejansdijk (of Landsdijk.) ligt het polderland van Watervliet en Boekhoute.  Jammer voor het behoud van het natuurschoon dat die dijk, nog voor een twintigtal jaren bijna ongerept, beboomd en begraasd, thans nagenoeg helemaal afgeplat of verdwenen is.  Hier werd, zij het ongewild en onbewust, een brok geschiedenis en een mooie brok piëteit tegenover onze voorouders verkracht.

Kapel van het klooster.
(Foto Willy De Buck)

Aldus ligt Bassevelde als het ware verscholen achter de Gravejansdijk in het noorden en ten oosten geflankeerd door twee geschiedkundig zeer belangrijke gemeenten, de twee voormalige Ambachten Boekhoute en Assenede, en westelijk door de niet minder belangrijke gemeente Kaprijke, lange tijd hoofdplaats van het kanton en van in de Middeleeuwen tot in de 19de eeuw een centrum van wol- en vlasbewerking.  Ten zuiden ligt Oosteeklo.

Bassevelde en Oosteeklo maakten deel uit van het Ambacht van Boekhoute, een vrije heerlijkheid met eigen bestuur en rechtsmacht over de bevolking en over het onderhoud der dijken.  Zo bekeken was Bassevelde van weinig betekenis.

Laten we toch even aanstippen dat een zekere Dirkinus van Bassevelde deelnam aan de derde kruisvaart en aldus kunnen we de heren van Bassevelde tot in de 17de eeuw in verschillende oorkonden en rekeningen volgen als raadsheer, magistraat, schepen, abt.

In 1564 was Bassevelde het brandpunt van de verkondiging van de leer der hervorming in het Ambacht van Boekhoute.  Zo is uit een kerkrekening van 1572 uit te maken dat er sprake is van gestolen kerkjuwelen en priestergewaden.  Zelfs de pastoor, Adriaan de Schuetere werd protestant en trad in 't huwelijk tot ergernis van vele getrouwen.  Hij zou trouwens predikant worden en een voorname rol gaan spelen in de verspreiding van de nieuwe leer.  In 1611 lag de pastorie nog in puin.

Dat de aangrenzende gemeenten van groter betekenis werden beschouwd is ook op te maken uit het feit dat er een Assenedestraat, een oude en Nieuwe Boekhoutestraat en een Kaprijkestraat bestaan, die vanuit Bassevelde centrum naar voornoemde gemeenten lopen.

Voor het dorp (het centrum) en het uitzicht ervan, voor de wetenschap en de kunst hebben de latere Basseveldenaren blijkbaar grote achting weten op te brengen.  De dorpsruimte is smaakvol verdeeld met perken en aanplantingen oudere mensen zullen zich nog de statige populieren herinneren die de dorpskom sierden en die op het einde van de jaren twintig werden geveld.  Enig in zijn soort is het heldenparkje, een ovaalvormig grasperk rechtover het Plein en de kerk, omsloten door een laag ijzeren hekwerk.  In dat parkje staat het mooie standbeeld, een creatie van beeldhouwer De Beule, ter ere van onze gesneuvelden van 1914-1918.  Links en rechts in het park staan twee vrijheidsbomen, twee stoere eiken uit 1830 en 1918.  Geen mens, zelfs de wildste schoolbengel niet, zou eraan denken ooit een voet te zetten op deze gewijde grond.

Naast een bloeiende harmonie, een der oudste van Vlaanderen, bestonden en bestaan er studiekringen.  Zo werd bv. in 1865 een leesgezelschap tot stand gebracht onder de leuze "LEES-LEERZUCHTIG".  Later is er sprake van een studiekring "NOOIT VOLLEERD" en thans komen zich ettelijke Basseveldenaren verder bekwamen in kennis en kunde in "DE BRUG".

Volgens De Potter en Broeckaert, die in 1870 hun GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTEN der provincie Oost-Vlaanderen publiceerden, zou Bassevelde een ongemeen groot aantal geneesheren, priesters en notarissen hebben voortgebracht.  Zo zouden er in 1830 niet minder dan 29 notarissen uit Bassevelde herkomstig in Oost-Vlaanderen werkzaam geweest zijn.  Dit lijkt zeer onwaarschijnlijk, zoniet onmogelijk, zelfs als men aanneemt dat zonen uit uitgeweken Basseveldse geslachten eveneens als autochtone Basseveldenaren worden beschouwd.  Maar het wijst in elk geval op het bestaan van een respectabel aantal aanzienlijke burgers uit de gemeente Bassevelde en het bestaan van een gezond streven naar hoger en beter.

En toch was er in 1830 vooralsnog geen sprake van enig klooster te Bassevelde, laat staan van Sint-Bernardus en zijn volgelingen.

Sint-Bernardus.
(Foto Willy De Buck)

SINT-BERNARDUS EN DE BERNARDINNEN

De naam Bernardin is afgeleid van Bernardus (van Clairvaux), hoewel die niet de eigenlijke stichter van de orde is.  Wel is hij de bezieler, de grondlegger van de geest bij de Cisterciënzers tot wier orde hij behoorde.  Zijn betekenis voor de kerk en het kloosterwezen in 't algemeen is ongemeen groot geweest en vandaar dat sommige Cisterciënzers van de gewone observantie zich Bernardijnen, Bernardinnen of Bernardinessen zijn gaan noemen, in tegenstelling met de Cisterciënzers van de strenge observantie, sinds het einde van de 17de eeuw Trappisten genaamd.

Bernardus werd geboren te Fontaine bij Dijon in 1090.  Zijn vader was kasteelheer van Fontaine.  Samen met een dertigtal Bourgondische edelen trad hij in 1112 in de orde van Cisteaux (Cisternium).  Drie jaar later zond de abt van Cisteaux hem naar Clairvaux, waarvan hij de eerste abt moest worden.  De stichting telde weldra 700 monniken en 160 andere kloosters sloten er zich bij aan.  Dank zij Bernardus kreeg de orde van Cisteaux een enorme geestelijke invloed.

Vanaf 1128 af werd Bernardus ook bij het openbare leven betrokken toen hij partij koos voor de bisschoppen van Parijs en Sens tegen de koning van Frankrijk.  Hij slaagde er in Innocentus als paus te doen erkennen tegenover Anacletus.  De invloed en de macht van de grote abdijen was in die tijd buitengewoon groot en reikte tot in Rome aan het pauselijk hof.

In 1140 kon Bernardus de stellingen van Abelardus, die toen de geloofseenheid in de kerk bedreigden, laten veroordelen; ook andere stelsels werden door hem aangevallen.  Hij was de typische vertegenwoordiger van het fideïsme, d.i. de opvatting dat men over uitspraken van Kristus en de kerkvaders niet hoefde te discussiëren en zo was hij radikaal gekant tegen de opkomende invloed van de rede.

Hij predikte de tweede kruistocht en hij deed dit zo schitterend dat hij met die kruistocht a.h.w. werd vereenzelvigd en dat de mislukking ervan hem werd verweten.  Zijn reizen en trekken waren geen beletsel voor een ingekeerd en mystiek leven.  Bernardus is de grote geestelijke leider van zijn tijd geweest.  Hij overleed te Cisteaux in 1153 en reeds in 1174 werd hij door paus Alexander III heilig verklaard.  In 1830 kreeg hij de titel kerkleraar.

Bernardus was een charismaticus, een contemplatief die in zijn verklaringen en zijn overwegingen voortbouwde op de H. Schrift en de Vaders en vanuit een kloosterlijk liturgisch leven sterk traditiegebonden was; hij is de laatste der grote kerkvaders.  Hij wordt afgebeeld als abt met abtsstaf en regelboek in het lange witte habijt der Cisterciënzermonniken.

Ook de Bernardinnen droegen tot in de jaren zestig het strenge habijt van de Cisterciënzerinnen en de middeleeuwse kappen.  Hun verschijning had iets van het subtiele middeleeuwse leven.  Toen waren het Dames en de naam Dame in de hogere betekenis van het woord misstond geenszins bij hun imago.  Doch door de openheid van het hedendaagse leven was die kledij niet meer van de tijd.  Thans heten ze gewoon zusters Bernardinnen.

Maar... waaraan heeft Bassevelde de vestiging van die zusters op zijn grondgebied te danken ?

VAN EEN BURGEMEESTER EN EEN PASTOOR

Op het einde van de 12de eeuw werd te oudenaarde een rusthuis gesticht door een priester, Meester Arnulfus, een Kanunnik van de kerk van oudenaarde.

Hij wilde een blijvend toevluchtsoord voor pelgrims en reizigers.

Vier broeders en vier zusters werden aangesteld om vreemdelingen te ontvangen en te verzorgen.  Later vielen de broeders weg.  Weldra bleek het nodiger te zorgen voor de zieken dan voor de reizigers.  Dit vinden we in de eerste "H. Regel" gegeven door de bisschop van Doornik Walterus, in 1224.

Kasteel Peers
Oud kasteel Peers.
(Foto Willy De Buck)

In 1232 hechtte de gravin van Vlaanderen, Johanna van Constantinopel aan het reeds bestaande hospitaal een abdij van Cisterciënzerinnen om te helpen bij de ziekenverpleging.  Doch na een jaar werd de abdij van het hospitaal losgemaakt en verplaatst naar Ath.  Maar ondertussen was de stempel van deze beschouwende orde gedrukt op de communauteit van Oudenaarde.  Ze bewaarden de naam Bernardinnen-Cisterciënzerinnen, het kleed, de gebruiken en de levensregel en de H. Bernardus als patroonheilige.

De algemene raad van de orde van Cisteaux heeft in 1946 de Bernardinnen van Oudenaarde welwillend terug in de orde ingeschakeld.

Thans is het "kloosterken" van Oudenaarde, zoals het in de volksmond aldaar werd en nog wordt genoemd uitgegroeid tot een machtig onderwijs- en verplegingscomplex met humaniora, technische school, snit en naad, verpleegstersschool, para-medische leergangen, kliniek en materniteit.

Het klooster te Bassevelde is het vroegere kasteel met lusthuis van ene Macharius Peers, die er burgemeester was van 1815 tot 1835.  De burgemeester moet blijkbaar in vele dingen des levens een haantje-de-voorste geweest zijn, want hij liet in 1816 een boekje verschijnen, getiteld "Proef op den dans, door den meyer van Bassevelde aen zijne bestuerden", waartegen enige tijd nadien uitgegeven werd "Mislukte proef op den dans, ofte bemerkingen over een schandelijk schriftjen, hetwelk onlangs in 't licht gegeven is onder den naem van den Meyer van Bassevelde".

Anderzijds moet de burgemeester wel interesse hebben betoond voor de kerk en de eredienst, want achteraan het hoogaltaar lezen wij op een witmarmeren steen: DONO DEDIT DOMINUS MACHARIUS PEERS BASSEVELDE PRAETOR IDIBUS MENSIS SEXTILIS ANNI MDCCCXVIII.

Hieruit zou men kunnen opmaken dat dit hoogaltaar een gift is van de burgemeester.  Dit is evenwel niet helemaal juist: de oprichting van bedoeld altaar was een last door de Heer Peers op zich genomen bij de verwisseling van enige landerijen.

Het toeval wilde dat pastoor Tobias Verschraegen, pastoor te Bassevelde van 1830 tot 1847 een goede vriend was van de Dames Bernardinnen van Oudenaarde en dat de Dames al geruime tijd uitzagen naar de vestiging van een nieuw klooster met hospitaal en verzorgingsinstellingen, waar ze postulanten konden opnemen en novices konden professen teneinde te ontsnappen aan de moeilijkheden met de Commissie van Oudenaarde.  Zo'n gedroomd domein zou het kasteel met lusthuis en de daarbij horende landerijen zijn, eigendom van de heer Macharius Peers, de oud-burgemeester van Bassevelde, steeds bereid om een koopje te sluiten.  Hij had trouwens al zaken gedaan met de pastoor en aarzelde niet dit domein de pastoor aan de hand te doen... en zo kwamen de Bernardinnen van Oudenaarde ten jare 1844 naar Bassevelde, want de bedoeling was het goed "te doen schikken om te dienen voor oude menschen van beyder geslachten, arme weezekes, arme school, dagschool voor de burgers alsook pensionaat, bijzonderlijk voor de familie der Religieuzen... eene van het hospitaal van Oudenaarde".

Als apostolische religieuzen wilden ze ook daar in de geest van de H. Bernardus blijven leven en werken in dienst van de kerk tot heil van de mensen.  Zo werd uiteraard de nood aangevoeld zich in te zetten voor de ouden van dagen, wezen, en onderwijs te verstrekken aan de kinderen van Bassevelde en van de Landsdijk (sinds 1897).

Hoeft het nog gezegd dat dit klooster thans is uitgegroeid tot een der belangrijkste onderwijs- en verzorgingscentra van het Meetjesland ?

G. Lybaert

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  04-09-2019