De Vereenigde Armmeesters
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1984, 17de jaargang, nr. 2

DE VEREENIGDE ARMMEESTERS

De industriële revolutie die zich in het midden van de 19de eeuw vanuit Engeland druppelsgewijs ook in onze gewesten manifesteerde hield zeker voor het gewone volk geen lotsverbetering in.

Het "nieuwe" haalde een groot deel van de bevolking uit het ommeland, in het biezonder uit de landbouwsektor, naar Eeklo.

De meeste van deze mensen huisvestten zich in een van de vele gore stegen die de stad "rijk" was.  Ondanks de mensonterende levensvoorwaarden op deze "koeren" deed het gebrek aan woningen de huurprijzen uitermate stijgen.

Om de woonkosten te drukken ging men uit noodzaak met meer huisgezinnen samenwonen, daar waar slechts hooguit genoeg plaats was voor één gezin.

Omstreeks de jaren '60 ging dit verpauperd proletariaat, waarvan de huizekoten echte broeinesten voor allerlei besmettelijke ziekten waren, een potentieel gevaar vormen voor de gegoede klasse.

De talrijke tyfus-, pok- en cholera epidemieën die toendertijd woedden deed de burgerij, uit schrik voor hun eigen lijf, grijpen naar "werken van liefdadigheid".

Naast het Bureel van Weldadigheid (te vergelijken met het huidige O.C.M.W.) kwamen in minder dan geen tijd tal van filantropische stichtingen tot stand.  Zo o.a. het werkliedengenootschap "Keysersbaan"; De Werkmansvrienden; De Vereenigde Schoenmakers, Kleermakers, Slachters; het voermansgenootschap "De Kerels"; de Vrijheidsvrienden; De Confrerie van St.-Vincentius-à-Paulo...

Een caritatief ingesteld genootschap, dat zich zowat van alle andere onderscheidde was "De Vereenigde Armmeesters".

Deze historische bijdrage die de evolutie, de werking en de resultaten van dit genootschap op het sociaal leven te Eeklo wil schetsen is in menig opzicht beperkt en onvolledig.  Wegens het zelfstandig karakter van de instelling bleef weinig archief bewaard of berust nog in privé-bezit zodat waarschijnlijk belangrijke gegevens ontbreken.  Moge deze bijdrage voor hen die bronnen bezitten van De Vereenigde Armmeesters een aansporing wezen om ze voor publikatie beschikbaar te stellen.

ONTSTAAN
Volgens "De Geschiedenis van Eeklo", zijnde een handschrift van August van Acker (1827-1902) bewerkt en aangevuld door wijlen Lucien Lampaert zag de vereniging in 1862 het levenslicht.  Van Ackers tekst, geschreven om als periodiek in een weekblad te verschijnen, diende in de eerste plaats volks te zijn.

Vandaar het schilderachtige verhaal dat na de begrafenis van een oud-armmeester, Peer Verhoest in 1862, enkele kerkhofgangers in de herberg van Peetje De Raedt in de Molenstraat samenkwamen.  Daar stelde iemand vast dat bijna alle aanwezigen oud-armmeesters waren en het voorstel om een vereniging op te richten vond onmiddellijk bijval (1).

Ofschoon deze oorspronkelijk 19de eeuwse tekst qua tijdsbepaling niet volledig met de waarheid overeenstemt, mogen we het gebeuren als juiste weerhouden op 27 maart 1859 meldde het weekblad "De Eecloonaer" de stichting van de vereniging (2).  Bij nazicht bleek dat Pieter Joannes Verhoest, armmeester van 1853 tot 1858, op 7 maart 1859 alhier was overleden.  Klaarblijkelijk heeft Van Acker als tijdsgenoot de stichting meegemaakt, maar zich later bij het schrijven van zijn geschiedenis van enkele jaren vergist.

Het was echter pas op 11 augustus 1860 dat door het bestuur van "De Vereenigde Armmeesters" het huishoudelijk reglement van het genootschap ter goedkeuring aan het schepencollege werd voorgelegd, om een officieel karakter te verwerven (3).

Het onderschrijven van dit reglement, zorgde ervoor dat deze caritatieve stichting de nodige armslag kreeg om haar doelstelling na te streven.

Vandaar ook dat we 1860 zowat als officieel stichtingsjaar mogen beschouwen.  Het "clubje" van 1859 vormde nu een heus genootschap.

DOELSTELLING

Het doel van de vereniging was "de kinderen onzer behoeftige medeburgers tegen de guurheid des winters te bevrijden, hunne lompen door nette en duurzame kleedingstuks vervangen, ze langs dezen weg naar school lokken, hen aanmoedigen om dezelve regelmatig en met yver bij te wonen (4).

De hulp die de Vereenigde Armmeesters ingevolge hun geringe financiële middelen boden, bestond in de aankoop van een "klak, kiel en broek" voor de behoeftige leerlingen van de jongensstadsschool.

Vanaf omstreeks 1870 noteerden we ook de aankoop van schoolboeken (5).

Tijdens de pokkenepidemie van 1870 ontpopte deze stichting zich, naast het Bureel van Weldadigheid, als de redder van de vele noodlijdenden die Eeklo toen telde.  Weliswaar was de inbreng geringer dan die van het Bureel, maar anderzijds liet hun zelfstandigheid hen toe daar te helpen waar de nood het grootst was, ook in gezinnen die noodlijdend maar daarom volgens de normen niet noodzakelijk armlastig waren.

STICHTERS

De vroegste bestuurssamenstelling die we terugvonden dateert van 1863.  Klaarblijkelijk zijn onder deze oud- maar overwegend nog in functie zijnde armmeesters de stichters te zoeken.
Benedictus Goethals, ere-voorzitter
Ferdinand de Neve, voorzitter
Hypaliet Vermast, ondervoorzitter
Eduard-Frans van Waesberghe, ontvanger
Hypoliet Van Damme, commissaris.
Verder telde de vereniging nog 21 leden.

Leden van de Vereenigde Armmeesters
Leden van de Vereenigde Armmeesters

Deze kaert stelt voor de heeren Leden
van het binnen deze stad gevestigd genootschap
"De Vereenigde Armmeesters."
Voor waer verklaerd te Eecloo, den 26
Juny 1867.
Het kollegie van Burgemeester en Schepenen.
(Getekend door) R. Vanwassenhove, A. Commergo en Vermast

1. Hypoliet Vermast, eerevoorzitter,
2. Ferdinand De Neve, voorzitter,
3. August Commergo, ondervoorzitter,
4. Eduard-Frans Van Waesberghe, ontvanger,
5. Lodewijk De Clercq, sekretaris,
6. Hypoliet Van Damme, kommissaris,
7. Romanus Van Wassenhove, Burgemeester, lid,
8. Jan Heysse, lid,
9. Lodewijk Van Doorne, lid,
10. Desiré Commergo, lid,
11. Karel Van Branteghem, lid,
12. Hypoliet De Sutter, lid.

Gedurende hun relatief korte aktiviteit vonden diverse bestuurswisselingen plaats.  De eerder hoge leeftijd van de leden (circa 50 à 60 jaar) mogen we er zeker voor aansprakelijk stellen.

In de loop van '65 kende het bestuur een drastische reorganisatie.

Vermast werd ere-voorzitter, August Commergo ondervoorzitter en Lodewijk de Clercq de nieuwe secretaris.  Jozef Bastien kwam als gewoon bestuurslid de rangen versterken.

Twee jaar later, in 1867, was het bestuursorgaan gevoelig uitgebreid.  De top bleef weliswaar behouden, maar Romanus van Wassenhove (burgemeester), Jan Heysse, Lodewijk van Doorne, Desiré Commergo, Karel van Branteghem en Hypoliet de Sutter traden toe als gewoon bestuurslid.

De zetel van de maatschappij was gevestigd in de Gouden Leeuw op de Markt.

In 1875 bestond het voltallig bestuur uit: A. Commergo, H. Vermast, L. De Clercq, K. Van Brantegem, D. Steyaert, A. Eueraerd, H. Bruggeman, L. Van Doorne, E.F. Van Waesberghe, J. Heysse, A. Baudts, P.E. De Nijs, P. Boute, J. Ramont, M. Minne, D. Bastien.

WERKING

Toen in maart 1859 de "Maetschappij van Fanfaren" voor de komende kavalkade een geldinzameling plande ten behoeve van de noodlijdenden, mogen we aannemen dat de leden van de pas opgerichte vereniging de stimulators van het projekt waren.  Het schepencollege vrezende voor "volksgewoel" vroeg om van het voornemen af te zien.  Het ontbreken van een door de stad officieel erkende vereniging was de ware reden van de weigering.

Om dit euvel de wereld uit te helpen vroegen de Vereenigde Armmeesters dan ook in 1860 om erkenning.

Tot 1862 was de steun van het genootschap eerder beperkt op 22 januari 1862 vroeg voorzitter De Neve toelating om bussen te plaatsen in de voornaamste herbergen van de stad.

Deze "armenbussen" bleken een succesformule te zijn.  Tijdens de vijf daaropvolgende jaren inde de vereniging uit haar bussen jaarlijks gemiddeld 454 frank.  De overige ontvangsten kwamen uit de omhalingen op karnavalsdag, concerten en bijzondere giften.

Daarmee werden in de eerste maanden van het daaropvolgende jaar circa 100 behoeftige kinderen aangekleed.

Na 1866 bleken de ontvangsten uit de bussen alleen ontoereikend om de werking verder te verzekeren.  Door middel van concerten, toneelvoorstellingen en tombola's werden toen de eindjes aan elkaar geknoopt en kon de vereniging zich nog een paar jaar waar maken.

Voorals tasten we in het duister nopens het stopzetten van de geldinzamelingen tijdens de kavalkades, ofschoon met medewerking van "Ste-Cecilia", Fanfaren, Rhetorika, De Lieve, De Eendragt, Vrijheidsvrienden, Ledeganckvrienden, Slagters, Kleermakers, Schoenmakers, Keizersbane, Raverschootsche Vereeniging, Willem-Tell en Kunstmin St.-Eloi" prachtige resultaten waren bereikt.

In 1864 en 1865 inde men respektievelijk 262 en 276 frank of circa 40% van de jaarlijkse ontvangst uit dit soort manifestaties.  Desondanks kwam men er niet meer toe deze vorm van geldinnen aan te wenden.

Werkingsjaar Totaal
ontvangst
Ontvangst uit
de bussen
Ontvangst uit
diverse bronnen
Aantal onder-
steunde kinderen
1862 576,39 fr. 493,56 fr. 82.83 fr.

116

 
1863 600,40 fr. 323,27 fr. 277,13 fr.

75

 
1864 707,88 fr. 431,44 fr. 276,44 fr. 100  
1865 541,20 fr. 541,20 fr. - 101  
1866 504,21 fr. 480,15 fr.  24,06 fr. 100  
1867 309,55 fr.  172,80 fr. 136,75 fr. 50  
1868   270,34 fr.     24  
1869     48  
1870-71 - - - -  
1872       35  
1873       52  
1874   307,59 fr.   61  
1875 501,23 fr. 285,31 fr. 215,92 fr. 100  
1876       102  
1877       94  
1878       63  
1880       142  

1870-1871 waren crisisjaren die diepe lidtekens te Eeklo nalieten.
De pokziekte en rode koorts woedden hier in alle hevigheid.  Niet minder dan 720 personen werden door pokken aangetast, waaronder 76 met dodelijke afloop.  De rode koorts eiste voornamelijk haar slachtoffers onder kinderen (6).

De ellende was zo algemeen dat de Vereenigde Armmeesters ook voor die getroffenen in het verweer kwamen.  Met toelating van het stadsbestuur openden ze een inschrijvingslijst, uitsluitend voor hulpverlening aan deze zieken.  Het werd een onverhoopt succes (7).

Niet minder dan 394 personen betuigden hun steun met een financiële bijdrage.  Arm en rijk deed zijn duit in het zakje.  De reeds bekende vrijgevigheid van Karel Stroo werd ook hier onderstreept.

Ridder Stroo schonk 100 frank.  Pieter Vermeulen die zelf een arme sukkel was liet zich inschrijven voor... 30 centimen.  Meer dan waarschijnlijk diende Vermeulen voor zijn armzalige 30 ct. meer te ontberen dan de rijke Stroo.  De wil om te helpen was in elk geval algemeen.  Zes schenkers gaven waar in natura: hemden, dekens en lijnwaad.  De distributie vond plaats op advies van het geneesherenkorps, de dokters Van Hoorebeke, De Vos, De Zutter en Van Brabandt; de stadsvroedvrouw Marie van de Putte en enkele geestelijken o.a onderpastoor Van Herzeele en de paters Recoletten Raphaël, Mattheus en Rumoldus.

Niet minder dan 164 huisgezinnen of 787 ingezetenen genoten bijstand uit dit fonds.  Slechts 20,84% waren reeds armlastig.  De meeste

hulp van het genootschap ging dus uit naar behoeftigen die geen steun van het Bureel van Weldadigheid genoten.  Bij deze eenmalige aktie zorgden de Vereenigde Armmeesters voor 150 bedden, 144 dekens, 323 katoenen hemden, 61 meter lijnwaad, 41,5 meter katoen, 33 frank in speciën, 1168,5 kg tarwe, 402 kg roggebrood, 203 kg vlees en 100 kg kolen.

Niet zonder trots sloot August Commergo zijn rekening af met de volgende zinsnede: "Dit is rekening mijne heeren die ik de eer heb met het eindigen van dit goed werk Ul. ter goedkeuring voor te leggen, en het is met genoegen dat ik U mag verzekeren dat wij met dit schoon werk den gewensten uitslag bekomen hebben".

Met het batig slot van 164,82 frank werden tussen 17 en 20 augustus 1870 nogmaals 58 gezinnen geholpen op kosten van bestuurslid Charles Van Branteghem waren 38 liter soep uitgereikt.

Eind 1870 staakte de vereniging ingevolge politieke onverdaagzaamheid haar aktiviteiten.  "Met genoegen" kondigde de Gazette van Eecloo in haar nummer van 31 december 1871 aan dat het genootschap na ongeveer een jaar inaktiviteit besloten had het innen met de bussen terug herop te nemen (8).

De zeventiger jaren waren moeilijke jaren voor de Vereenigde Armmeesters.  In februari 1872 werd hun werking nogmaals geprezen, maar tegelijk viel op dat ze bij de overheid weinig begrip en steun vonden:

"Wij vernemen met genoegen dat de maatschappij Vereenigde Armmeesters, niettegenstaande de weinige ondersteuning welke aan hare edelmoedige pogingen te beurt valt, den moed niet laat zinken om zooveel mogelijk het onderwijs onder onze arbeidende klasse te verspreiden... (9).

De laatste jaren diende het genootschap niet alleen op te tornen tegen de sociale onrechtvaardigheid maar ook tegen een laag bij-de-grondse dorpspolitiek.  De Vereenigde Armmeesters die hun werkterrein beperkten tot de stadsscholen raakten ongewild verstrikt in de maalstroom van de schoolstrijd.  Zelfs een eerder liberaal georiënteerde August Van Acker koos - omwille van zijn funktie als stadssecretaris - de zijde van de fanatieke katolieken.  In de Gazette van Eecloo van 25 januari 1880 veroordeelde hij de werkwijze van de Vereenigde Armmeesters.

"Op verzoek kondigen wij de vorenstaande (klerendistributie) af, doch keuren daarom de wijze niet goed waarop de opbrengst van de bussen verdeelt wordt.  Waarom de verdeeling niet gedaan onder al de arme schoolkinderen ?"

Na de laatste klerenuitreiking op 3 april 1881 (werkingsjaar 1880) ontstond een uiterst vinnige polemiek tussen de twee plaatselijke weekbladen: De Meetjeslander (liberaal) en De Vaderlander (klerikaal, orgaan van de schoolpenning), die uiteindelijk deze filantropische instelling de das omdeed.  Hoe hard de maatschappij uitbazuinde "in weerwil van hetgeen men te nadeele van onze onderneming heeft trachten te verspreiden, wij vrij van alle partijdrigt handelen", het onheil was geschied !  (10).  Als een sluipende kanker had politieke onwil dit nobel werk aangetast.  Wat reeds enkele jaren in de lucht hing voltrok zich in het begin van de jaren tachtig.  Het genootschap staakte haar aktieve werking.

Ofschoon het Bureel van Weldadigheid en de diverse privé-onderstandskassen dicht tegen het werk van de Vereenigde Armmeesters aanleunden, kon toch door hun specifieke hulpverlening hun bestaan niet in vraag worden gesteld.

Ongetwijfeld heeft deze caritatieve vriendenkring, hoewel kortstondig aktief, veel bijgedragen om het leed van de minst begunstigden en in het biezonder van de kinderen te verlichten.

Op 27 februari 1882 stapte het genootschap nog op in de inhuldigingsstoet van burgemeester Neelemans, maar van enige aktieve werking was toen geen sprake meer (11).

HERBERGBEZOEK VOOR EEN GOED DOEL.

Zoals we reeds zagen maakten de armbussen begin 1862 hun intrede in zowat de drukst bezochte herbergen te Eeklo.  Vanzelfsprekend werden deze herbergen geviseerd die in hoofdzaak door de burgerij bezocht werden.

Zes lijsten zijn ons bijgebleven waaruit blijkt dat de "Estaminet De Meulemeester", "De Gouden Leeuw", het "Stadhuis", het "Boerenhol" en de "Groote Hert" de drukst bezochte drankslijterijen waren.

Opstelling der bussen   Geïnde penningen in frank  
  1863 1864 1865 1866 1867 1868
De Gouden Leeuw
    Markt - wed. Kloeckaert

119,07

26,28

65,31

63,27

19,49

20,63
Stadshuis
    Markt - wed. J. De Heuvel 

6,42

9,72

23,81

34,47

84,05

34,26
Estaminet De Meulemeester
    Markt - wed. De Meulemeester

99,68

126,52

103,86

168,62

149,34

5,25
Boerenhol - Prinsenhofstraat
    - wed. Karel Vrombaut (tot 1863)
    - Pieter van Acker (vanaf 1864)


51,91


27,08


35,35


28,37


36,50


7,71
Drij Koningen - Markt
    Seraphijn de Cock

8,88

6,86

18,94

25,69

23,80

9,87
Ste-Cecilia (Blauw Huis) - Boelare
    Hyppoliet van Wassenhove

6,04

4,10

17,72

20,27

16,15

9,67
Gouden Appel - Vlamingstraat
    kind. Jan vande Genachte

25,93

11,50

25,33

24,83

28,13

18,63
Groenen Boomgaard - Kon. Albertstraat
    Kind. Pieter-Jacob Braet

8,71

2,79

10,34

18,04

8,73

4,47
Leeuw van Vlaenderen - Boelare
    wed. Bernard Dhont

10,41

2,71

-

-

-

3,31
Café Chantant
    (tijdelijke verandering van naam)

6,62
Gouden Pluim - Markt
    wed. Ivo de Vos

3,71

4,51

14,59

15,48

13,52

10,87
Hert - Markt - wed. Pieter van de Walle 19,44 - - - - -
Wit Kruis - Molenstraat wed. Seraphien Ottoy
    (1865 A. Vergaerde)

20,67

7,34

7,10

17,28

8,71

0,68
Hotel van Antwerpen - Statie
    M.P. Dielman

33,37

16,83

15,21

18,50

10,37

6,03
Paviljoen van de Kon. Maatschappij
    St.-Sebastiaen - De Lieve

63,33

10,68

8,27

26,60

6,50

3,99
Damberd - Markt
    Louis Manteau

4,16

8,15

13,59

5,76

4,06

-
Huis van Koophandel - Stationsstraat
    Frans Lampaert

11,83

17,72

16,52

24,26

13,25

4,40
Groote(n) Hert
    Frans Antoine de Neve

-

22,31

20,62

20,97

24,55

16,70
Nieuwe Wandeling
    Florentijn Vermeulen

-

9,27

22,18

16,76

18,20

12,00
De Eecloonaer - Jan van Acker
    (1865 Louis Heene)

-

8,95

12,70

12,03

8,18

4,33
  Totalen: 493,56 323,27 431,44 541,20 480,15 172,80

Duidelijk blijkt dat na 1867 het hoogtepunt van de armbussen voorbij was.  Voorzitter De Neve liet zich tijdens de openingsrede van het jaarlijks feestgebeuren op 1 februari 1869 niet onbetuigd over de gang van zaken.  Hij was een ontgoocheld man, die het ten zeerste betreurde dat de opbrengst van de bussen ver beneden het peil van de voorgaande jaren was gebleven.  Toch werden de traditionele medailles toegewezen.  De zwanezang van het genootschap was evenwel begonnen.

EEN GEZELSCHAP MET AANZIEN.

Alleen reeds uit hoofde van hun maatschappelijke functie stond het genootschap hoog in aanzien.  Zoals de naam van de vereniging weergeeft, waren het allen ex- of nog in functie zijnde armmeesters, die zeker tegenover de armlastigen een machtig instrument vormen.

De armmeesters werden vanouds gerekruteerd uit de burgerij.  De bestuursleden van de Vereenigde Armmeesters waren kooplui, renteniers, fabrikanten in tabak en lijnwaad, een huidevetter, een industrieel pottenbakker en een winkelier.  Stuk voor stuk mensen die hun persoonlijke invloeden konden aanwenden om het beoogde doel te bereiken.

Het was dan ook vanzelfsprekend dat elke aktiviteit van het genootschap van de nodige luister voorzien was, waarbij de begiftigden, in ons geval de arme schoolkinderen tot immorele medewerking verplicht waren.

'Na een dankmis trokken de kinderen stoetsgewijs met hun nieuwe pakjes door de hoofdstraten van de stad.  Wanneer ze voorbij de Gouden Leeuw defileerden ontvingen ze van het genootschap elk een geldstuk.

Daarna luisterden ze het feest op met liederen.  "Een der aengekleede schoolkinderen drukte daarna den dank uit van hen, allen, over de weldaden waarvan zij het voorwerp zijn zoo bij de Vereenigde Armmeesters, als bij Eecloos weldadige Burgerij".  Zonder afbreuk te doen aan het werk van de vereniging, dient toch gezegd dat juist die burgerij oorzaak was van hun ellendig bestaan.

Al te vlug werd eraan voorbijgegaan dat ook de behoeftige zijn trots en een gevoel had.  Dit illustreert zich ten volle in de vele schrijnende brieven die het armbestuur ontving.  Toen wolspinner Ivo Kleppe zonder werk viel was hij voor het onderhoud van vrouw en negen kinderen aangewezen op het Armbestuur.  Kleppe vroeg werk, maar weigerde pertinent op de lijst van de brooddistributie gebracht te worden... kwestie van eergevoel (12).

LOF BIJ DE VLEET.

Alleen niet voor de ouders van de veelal kroostrijke hongerige gezinnen, die de schamele restjes eten aan hun wegkwijnende kinderen overlieten en veelal zelf krepeerden.

Nochtans was er geen gebrek aan lofbetuiging, De magistraat, de Vereenigde Armmeesters en het onderwijzend personeel bewierrookten elkaar om beurten.  Het ontstaan van het feest liep parallel met het plaatsen van de armbussen.

Om de herbergiers te motiveren werd in samenspraak met het stadsbestuur een zilveren-vergulden en twee zilveren penningen toegekend aan de drie herbergiers die de hoogste ontvangst boekten (13).  Met uitzondering van 1863, (toen de weduwe Kloeckaert) ging de hoogste onderscheiding steeds naar de weduwe De Meulemeester (zie lijst ontvangsten).

De huldiging die jaarlijks plaatsvond kende een nagenoeg stereotiep verloop.

- De plechtigheid op het stadhuis werd geopend met een "ouverture" door de maatschappij Ste-Cecilia.
- openingsrede door de burgemeester.
- Rede door Ferdinand de Neve, voorzitter van de Vereenigde Armmeesters.
- Koor gevormd door de begiftigde schoolkinderen.  In 1867 brachten ze "de Vaderlandsche Jeugd".
- Uitreiking van de medailles.
- Muziekstuk door Ste-Cecilia.
- Redevoering door onderwijzerskorps.  Als sprekers noteerden we Eduard van Slijpe, hulponderwijzer (25.1.1864); Pieter Frans Verbiest, hoofdonderwijzer (15.1.1866); Bernard Steyaert, hulponderwijzer (14.1.1867); Hoofdonderwijzer Minne (20.1.1868; 2.4.1871); P. Van de Gehuchte en J. De Maertelaere (2.4.1871).
- Nogmaals het koor met "Een lied voor den koning".
- Dankwoord door een der kinderen.
- Muziek door Ste-Cecilia.

Op het hoogtepunt van hun bloei werd tijdens de karnavalstoet van 14 februari 1864 zelfs door «'t Mannekensgenootschap» een huldelied aan de Vereenigde Armmeesters op de markt gebracht.

Vivat onze Armmeesters !
      Zoo vereenigd met elkaer,
Stellen zij voor onze Burgers
      't Allerschoonste voorbeeld daer:
Om, door eendragt, onze stede
      Te doen leven in den vrede !

Vivat onze Armmeesters !
      Dat zijn mannen van hun tijd:
Vrolijk zijn zij en plezierig;
      En, aen eer en deugd gewijd,
Blijven zij om goed te stichten
      De Liefdadigheid verrigten.

Vivat onze Armmeesters !
      Onderstand en onderwijs
Is de leus van hun Genootschap,
      Als gesteld ten hoogsten prijs,
En hun doel: met alle krachten
      Het geluk van 't volk betrachten.

Vivat onze Armmeesters !
      Met hun President vooraen !
Mogen zij nog lange jaren
      Als Genootschap hier bestaen !
Altijd zullen onze monden
      Hunne lof alhier verkonden.

BESLUIT.

Het valt niet te ontkennen dat de Vereenigde Armmeesters als caritatieve instelling in een relatief korte tijd veel hebben bijgedragen om het leed van de minder gefortuneerden te verlichten.

Kenmerkend is hun steun aan kinderen en noodlijdenden, maar niet noodzakelijk armlastige gezinnen.  De zogenaamde stille paupers, zij die uit schaamte of eergevoel hun armoede niet durfden uitten.

In een streven naar een absolute objektiviteit lieten de Vereenigde Armmeesters, hoewel uit hoofde van hun funktie zelf goed geplaatst, de distributieaanduiding over aan het medisch en geestelijk korps.

Het waren helaas ook "mensen van hun tijd", die al evenmin aan de nefaste burgerlijke mentaliteit van de 19de eeuw niet ontsnapten.  Voor alles behoorden ze zelf tot die burgerij, die de caritatieve werken beschouwden als een noodzaak om in het hiernamaals de "hemel" te verdienen.  De armen waren het middel om dit doel te bereiken, vandaar ook dat nimmer naar de oorzaak van deze massale behoeftigheid werd gezocht.  In de geest van de 19de eeuw is deze hypocrisie voor het genootschap evenwel niet belasterend.

Zoals bij zovele filantropische instellingen kwamen ook hier politieke tegenstellingen roet in het eten strooien.  De schoolstrijd, die ook te Eeklo in al zijn hevigheid woedde was oorzaak dat de Vereenigde Armmeesters na april 1881 hun aktieve werking stopzetten.

Erik De Smet

__________________________

(1)  LAMPAERT L.: De Geschiedenis van Eeklo.  1967-73. p. 299. Terug naar de tekst
(2)  Weekblad De Eecloonaer.  27 maart 1859.
SE (M) - 223 (v. nr.) Stadsverslag 1858-1859. Terug naar de tekst
(3)  SE (M) - 144 (voorlopige nummering) fol. 37 v. register Schepencollege.
SE (M) - 467 (v. nr.) ontvangen briefwisseling 1860. Terug naar de tekst
(4)  SE (M) - 224 (v. nr.). Stadsverslag 1863-64 p. 15.
Weekblad Gazette van Eecloo van 24 januari 1875. Terug naar de tekst
(5)  SE (M) - ongeklasseerd.  Verslag van het genootschap De Vereenigde Armmeesters aen het stedelijk bestuur der stad Eecloo. Terug naar de tekst
(6)  SE (M) - 224 (v. nr.).  Stadsverslag 1870-71; 1871-72.
Terug naar de tekst
(7)  SE (M) - ongeklasseerd.  Verslag van het genootschap De Vereenigde Armmeesters aen het stedelijk bestuur der stad Eecloo, over het gebruik der gelden, en voorwerpen opgebracht door de inschrijving, voor de pok en andere zieken in de stad.  Jaer 1870. Terug naar de tekst
(8)  Weekblad Gazette van Eecloo van 31 dec. 1871.  Dank aan Paul Van de Woestyne voor het verwijzen naar dit tijdschrift.
Terug naar de tekst
(9)  Weekblad: Eekloo's Weekblad van 7 februari 1872.
Terug naar de tekst
(10)  Weekblad: Gazette van Eecloo van 25 april 1875. Terug naar de tekst
(11)  Weekblad: Gazette van Eecloo van 25 april 1875. Terug naar de tekst
(12)  SE (M) - Briefwisseling 1839.
Terug naar de tekst
(13)  SE (M) - 144 (v. nr).  Register schepencollege.  Zitting 13 dec. 1862. Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  04-09-2019