Herbergen te Bellem in de 17de en 18de Eeuw
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1985, 18de jaargang, nr. 3

HERBERGEN TE BELLEM IN DE 17de EN 18de EEUW

Tijdens het Ancien Régime hadden onze voorouders slechts twee soorten van ontmoetingsplaatsen nl. het kerkgebouw en de herbergen.  Na de hoogmis konden de boeren, die verspreid leefden over heel het dorp, mekaar eens zien en hun ervaringen over het landbouwbedrijf in de herbergen uitwisselen.  Deze herbergen waren meestal gebouwd in de dorpskom.  In sommige dorpen kon men ook herbergen aantreffen aan een grote verkeersweg, zoals dat het geval was met De Vijf Ringen aan de Brugse Heerweg te Aalter, ofwel langs een belangrijk kanaal, waarop veel markt- en vrachtschepen voeren.  Zowel te Aalter als te Bellem stonden er herbergen op de Plaatse en op de bermen van de drukke Brugse Vaart.

Bellem Brug

In 1652 liet Christoffels Manaudt fs. Mauritius een herberg, gebouwd nabij de kerk op cijnsgrond, over aan zijn zoon Franchois voor 1000 gulden en 20 sch. gr. (1).  In 1663 nam Joos Cackaert, tavernier, een hypotheek op zijn huis en stede, staende ten voorhoofde op de Plaetse bij de kercke ghenaempt den Tigre aen deen sijde ghehuyst Baudewijn Claeys ende ten anderen heer ende meestere Jacques Felix De Coninck (2).  In 1665 behoorde deze herberg voor de helft toe aan de kinderen van Frans Manaudt, en voor de andere helft aan Joos Cackaert (3).  In 1682 werd Jan Rootsaert eigenaar van De Tijger, die paalde ten zuiden en ten westen aan sheerenstraete loopende naer Haeltre, voor 1000 gulden door aankoop van Joos Cackaert fs Joos (4).  Op 27 april 1700 verkocht Jan Rootsaert, oud-baljuw van Bellem en Schuurvelde, het schepenhuys, ghenaempt de Tigher, gelegen ten noorden van de Plaatse, voor 500 gulden aan Marie-Anne Dhane, barones van Bellem en Schuurvelde (5).  De vergaderingen van de wethouders van deze heerlijkheid gingen dus door in De Tijger.  Dit gebeurde al in de tijd dat Joos Cackaert er tavernier was (6).

Omstreeks 1700 moet er nog een tweede herberg op de Plaatse gestaan hebben.  In 1726 kocht Marianne-Therese Rym van Joseph Steyaert fs. Jacques voor 80 p. 16 sch. 8 gr. een woonhuis te Bellem op de Plaatse gebouwd op cijnsgrond van sheerenstraete hebbende eertijts geweest een aude herberghe alwaer voor enseigne heeft uuytgesteken Het Bourgoings Cruys, abauteerende oost tlant vanden pachtgoede van dhoirs Coninck (7).

Ook te midden van het noorderlijk gedeelte van Bellem, dus aan de overkant van de Brugse Vaart, stond een herberg in de 18de eeuw.  Op 23 september 1710 verkochten Charles en Maximiliaan Rootsaert een behuisde hofstede en herberg met 400 r. grond, Altebij ofte Meuleken genaamd en gelegen te Zwagershulle (8).  In 1765 verpachtte Abraham Vervijnckt de herberghe van audts ghenaempt het Meuleken als nu gheseyt den Altebij voor 7 p. 10 sch. gr. per jaar.  Deze drankgelegenheid wordt gesitueerd in de Gaverwijk ten noorden van de Zwagershullestraat en ten oosten van de Kloosterstraat.  Pieter De Cuyper had die gekocht voor 300 p. gr. van Joannes Steyaert en consorten (9).

Door het graven van de Brugse Vaart in de jaren 1617-1619 ontstond er een drukke scheepvaart tussen Brugge en Gent.  Rond de pleisterplaatsen of kaden van die schepen ontstonden kleine gehuchten zoals Aalterbrug, Oostmolen en Bellembrug.  Daar verrezen al vlug enkele afspanningen waar de paarden konden verwisseld worden en de reizigers iets konden eten en drinken.  In 1626 baatte Jan Cochuyt reeds een herberg uit staende up den baerme vander Leye (10).  Hij had op 27 januari 1626 die herberg, gelegen jeghens over den huyse ende herberghe van Pieter Van Paemele, gekocht van Joos Pateet, een Gents koopman (11).  In feite konden de schippers al in twee herbergen terecht in Bellembrug !

De eerste bij naam genoemde herbergen De Zwaan en Den Brouck verschijnen pas in 1658 in de bronnen (12).  In 1665 verkocht Pieter Van Kerrebrouck de oude de helft van een huys ghenaempt De Swaene voor 85 p. gr. aan Jan Rootsaert fs. Marten (13).  Dit huis stond op de noordkant van de Brugse Vaart en paalde ten oosten aan de Leistraat.  In 1682 stond Gillis De Cloet achter de tapkast van De Zwaan (14).  In 1705 schonken Jan Rootsaert fs Marten en zijn echtgenote Anna Blomme fa Joris o.m. ses deelen van de herberghe De Swaene bewoont bij Gillis Lievens en Michiel Debbaut aan hun zonen Charles en Maximilaan (15).  De vier resterende tienden gingen in 1722 over van de erfgenamen Franchois-Joseph d'Oignies naar de erfgenamen van Guillaume Steyaert (16).  In 1738 was baljuw Martinus Rootsaert eigenaar van deze herberg bij Bellembrug (17).

Rechtover De Zwaan aan de andere kant van de Leistraat stond de herberg De Hert, waar in 1669 Pieter Van Kerrebrouck de jonge als waard fungeerde (18).  In 1686 verkochten Olivier Heytens en Adriaeneken Van Kerrebrouck de herberg met de hofstede aan Marten Du Prez voor 950 gulden (19).  In 1763 vinden we dan Jan Du Prez als eigenaar van De Hert (20).

Ten noorden van De Zwaan aan dezelfde kant van de Leistraat stond een herberghe daer den Roscam uutsteeckt.  Zij heette in 1658 nog Den Brouck en was gebouwd op een stuk grond van 400 r.  (21).  In 1730 verbleef de eigenaar Frederik Van Wayenberge fs Pieters zelf in De Roscam alias Den Brouck (22).

Op de zuidzijde van de Brugse Vaart pachtte in 1705 Cornelis De Schaepmeester De Leeuw van Jan Rootsaert (23).  Deze drankgelegenheid was opgetrokken op 30 r. cijnsgrond, gelegen ten westen van de dreef van de baron van Bellem (=Museumstraat) rechtover de Kaeye van Bellem (24).  Dit stukje grond op de berm van de Brugse Vaart behoorde toe aan dheenren leden slandts van Vlaenderen (25).  Louis Van Wijk en zijn echtgenote Marie-Anne Rootsaert kochten op 13 februari 1792 hun familieleden uit voor 643 p. gr., zodat zij nu alleen eigenaars werden van De Leeuw, waar Joannes Buysse herbergier was (26).  Twee jaar later kocht Pieter Van Renterghem, de herberg met een lap grond van 400 r. voor 650 p. gr. (27).  Deze hoge som wijst op de economische belangrijkheid van deze herberg !

Omstreeks 1722 lieten Jan De Smet en zijn zoon Jacques op den traeghel van de suytsijde van de Brughsche Vaert De Roose bouwen (2828).  Jan De Smet, een Gents brouwer die in de De Tinnepot woonde, had van de Vier Leden van Vlaanderen een stuk grond van de berm in cijns genomen.  Zijn erfgenamen verkochten De Roose op 30 april 1732 aan Joannes De Schaepmeester voor 142 p. 18 sch. gr.  (29).  Deze herberg paalde ten westen aan de dreef van de Prins van Montmorency (= Museumstraat) en ten oosten aan de molen van Bellem (30).

In 1782 berentte Ignatius Rootsaert fs. Anthone zijn herberg genaemt De Keyserlicke Waepen, gebouwd op 80 r. cijnsgrond op de noordkant van de Brugse Vaart (31).  De weduwe van Silverius De Baets kocht in 1783 deze herberg voor 300 p. gr.  Zij was gelegen aen Bellembrugghe (32).

In totaal stonden dus zes herbergen in de omgeving van Bellembrug: aan de noordkant De Zwaan, De Roscam, De Hert, en Het Keizerlijk Wapen en aan de zuidkant De Leeuw en De Roose.  Bellembrug was dus een belangrijk gehucht geworden door de scheepvaart op de Brugse Vaart.

Binnen de heerlijkheid van Bellem en Schuurvelde op de grens van de parochies Bellem en Hansbeke stond er aan de Brugse Vaart een herberg van audts ghenaempt Den Coninck van Spagnien.  Zij was in 1701 in het bezit van Jeronimus Van den Haute (33).  De Koning van Spanje lag aan het veer van Hansbeke, dat deel uitmaakte van de weg van Hansbeke naar Zomergem.  Later werd dit veer vervangen door een brug.

Tot daar een overzicht van de Bellemse herbergen in de 17de en 18de eeuw, waar de Brugse Vaart aan de oorsprong lag van het ontstaan van de meeste herbergen.

Luc Stockman      

__________________________
(1)    Rijksarchief Gent, Bellem, nr. 13, f° 182 r°.  Terug naar de tekst
(2 RAG, Bellem, nr. 15, f° 93 v°.  Terug naar de tekst
(3 RAG, Bellem, nr. 15, f° 158 r°.  Terug naar de tekst
(4 RAG, Bellem, nr. 17, f° 167 r°.  Terug naar de tekst
(5 RAG, Bellem, nr. 19, f° 29 r°.  Terug naar de tekst
(6 RAG, Bellem, nr. 30, f° 38 r° (anno 1664).  Terug naar de tekst
(7 RAG, Bellem, nr. 20, f° 21 v°.  Terug naar de tekst
(8 RAG, Bellem, nr. 19, f° 183 v°.  Terug naar de tekst
(9 RAG, Bellem, nr. 22, f° 226 v°.  Terug naar de tekst
(10 RAG, Bellem, nr. H, f° 85 v°.  Terug naar de tekst
(11 RAG, Bellem, nr. H, f° 132 r°.  Terug naar de tekst
(12 RAG, Bellem, nr. 14, f° 121 v°.  Terug naar de tekst
(13 RAG, Bellem, nr. 15, f° 168 r°.  Terug naar de tekst
(14 RAG, Bellem, nr. 17, f° 173 v°.  Terug naar de tekst
(15 RAG, Bellem, nr. 19, f° 125 r°.  Terug naar de tekst
(16 RAG, Bellem, nr. 20, f° 169 v°.  Terug naar de tekst
(17 RAG, Bellem, nr. 21, f° 145 r°.  Terug naar de tekst
(18 RAG, Bellem, nr. 16, f° 42 r°.  Terug naar de tekst
(19 RAG, Bellem, nr. 18, f° 6 r°.  Terug naar de tekst
(20 RAG, Bellem, nr. 22, f° 206 v°.  Terug naar de tekst
(21 RAG, Bellem, nr. 19, f° 8 r° en RAG, Bellem, nr. 14, f° 121 v°.  Terug naar de tekst
(22 RAG, Bellem, nr. 21, f° 38 r°.  Terug naar de tekst
(23 RAG, Bellem, nr. 19, f° 108 r°.  Terug naar de tekst
(24 RAG, Bellem, nr. 19, f° 133 v° (anno 1737).  Terug naar de tekst
(25 RAG, Bellem, nr. 21, f° 209 r°.  Terug naar de tekst
(26 RAG, Bellem, nr. 26, f° 202 r°.  Terug naar de tekst
(27 RAG, Bellem, nr. 27, f° 19 v°.  Terug naar de tekst
(28 RAG, Bellem, nr. 20, f° 163 r°.  Terug naar de tekst
(29 RAG, Bellem, nr. 21, f° 55 r°.  Terug naar de tekst
(30 RAG, Bellem, nr. 21, f° 107 r°.  Terug naar de tekst
(31 RAG, Bellem, nr. 25, f° 156 r°.  Terug naar de tekst
(32 RAG, Bellem, nr. 25, f° 207 r° en f° 210 v°.  Terug naar de tekst
(33 RAG, Bellem, nr. 19, f° 44 v°.  Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  02-12-2019