L'Echo Patriotique - De Vaderlandsche Galm 1848
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1985, 18de jaargang, nr. 3

L'ECHO PATRIOTIQUE -
DE VADERLANDSCHE GALM 1848

In het Eeklose Heemmuseum wordt een oud vaandel bewaard, dat aan het museum geschonken werd door de familie Roegiers.  Van de benaming L'Echo Patriotique 1848 werden we niet veel wijzer.
Bij Lucien Lampaert in zijn Geschiedenis van Eeklo vonden we bij Eduard Temmerman: Na de revolutie van 1830 bestuurde hij te Eeklo de "Echo patriotique" (1) zonder uitleg, zonder bronvermelding.  In zijn bijdrage over Eduard Temmerman 1813-1899 verwijst Wilfried Steeghers naar Lucien Lampaert en interpreteert L'Echo als een krant (zoals L'Echo de la Bourse etc.): en bestuurde nadien te Eeklo hun orgaan, de "Echo Patriotique" (2).

Uitsluitsel over de ware identiteit van L'Echo Patriotique kregen we pas toen dokter H. Mertens ons de gelegenheid gaf de eerste jaargangen van De Eecloonaer (tot 1866 geredigeerd door zijn overgrootvader August Van Acker) te zijnen huize in te kijken, waarvoor onze gemeende dank.  Verdere aanwijzingen kregen we van Mieke Verstraete die een licentiaatsverhandeling Het Verenigingsleven in Eeklo 1830-1914 schreef en ons de gegevens van een momenteel zoekgeraakte bundel uit 1851 over Eeklose muziekgezelschappen meedeelde, waarvoor evenzeer onze dank.

Het koor L'Echo Patriotique werd opgericht op 19 november 1848 (3) en is vermoedelijk het gevolg van de afscheuring van de fanfare Les Exilés van de harmonie St.-Cecilia.  De oorzaak van de scheuring werd naijver en openbare vijandschap (4) genoemd, en had wellicht iets te maken met partijstrijd tussen orangisten en patriotten.  De gemeenteraadsverkiezingen van 22 augustus 1848 brachten een klinkende overwinning voor de orangisten mee: geen enkele patriot werd verkozen.  Verbitterd door die nederlaag begonnen de katholieken te stoken en te ageren om de invloed van de orangisten (die later liberalen genoemd werden) in het openbare leven te beperken.  De meeste bestuursleden van St.-Cecilia en ook van de toneelvereniging Eikels worden Boomen waren orangist uit economische en culturele overwegingen, voorstander van een hereniging van Noord en Zuid.  De patriotten, zoals de conservatieve katholieken sedert de Brabantse Omwenteling van 1789 genoemd werden, hadden oppositie gevoerd tegen Napoleon gedurende de Franse tijd en hadden — uit vrees voor protestantse invloed van de taal- en onderwijspolitiek van Willem I — de belangrijkste stoot gegeven tot de Belgische omwenteling van 1830.  Geen wonder dat de orangisten 1830 als een rampjaar beschouwden en dat was het onder meer op economisch gebied voor het Meetjesland ook.  De katholieken bedienden zich sedert de Hollandse tijd in het openbaar dan ook bij voorkeur van het Frans.  Zowel de fanfare Les Exilés als het koor L'Echo Patriotique gebruikten in de jaren vijftig het Frans om hun programma's aan te kondigen, een duidelijke vingerwijzing naar hun gezindheid.  De term "Bannelingen" heb ik nergens teruggevonden (5) en de vertaling De Vaderlandsche Galm wordt alleen in De Eecloonaer gebruikt door de overigens orangistische redacteur August Van Acker.

Aankondiging Soirée Musicale 
Deze aankondiging verscheen op de vierde bladzijde van De Eecloonaer van zondag 26 augustus 1849 en meet 8 bij 5 centimeter. 
(A.M.C. Eeklo)

In de schoot van St.-Cecilia bestond er naast de harmonie en de symfonie (orkestafdeling) ook een koor en het spreekt vanzelf dat de leden van de afgescheurde fanfare geen lid van de koorzangafdeling van St.-Cecilia meer konden zijn.  Zonder dat de binding expliciet vermeld wordt kunnen we toch stellen dat het koor L'Echo Patriotique ontstaan is uit leden van de fanfare Les Exilés.  In de eerste jaren treden ze vaak samen op en tijdens de kermis van 1849 zijn ze beide van de partij.  Op dinsdagavond 28 augustus treedt L'Echo Patriotique op in de herberg St.-Cecilia (de latere Cercle Catholique !) op de hoek van de Molenstraat en Boelare.  Het koor moet direct een hoog peil bereikt hebben want de kritiek was zeer gunstig:

  "Onze koormaetschappy, de vaderlandsche galm heeft ook in onze verwachting niet te leur gesteld.  Al de stukken zyn met veel juistheid uitgevoerd, vooral La chasse aux Isards waervan de herhaling eenparig gevraegd werd, en de solos hebben de goedkeuring der talryke Aenhoorders verdiend.  De zael was tot verstikkens opgepropt en het smart ons dat dezelve zo klein is, want t' elkenmale dat dit genootschap zich zal doen hooren, mag men verwachten dat de toevloed groot zal zyn; omdat men weet dat hetzelve kunstenaren telt die waerdig zijn van dien naem en die verdienen dat men hen hoore.
  A..." (6)

Door dit succes gestimuleerd verzorgen ze op zondag 2 december een muzykalen avondstond met op het programma:

  Les exilés (een niet mis te verstane toespeling)
L'Avalanche de Barèges
Chant des moissonneurs
Hymne à Pie IX
(zoals het een katholiek koor betaamt)
Beatrix.

Ten tweede male een programma met uitsluitend Franse liederen, dat schiet de recensent van De Eecloonaer toch wel in het verkeerde keelgat:

  "Waertoe altyd dat fransch gesnater in een vlaemsche stad ?  Wij juichen ongaern dat hatelyk fransch toe.  Zingt vlaemsch en vlaemsch alleen, dan zult gy uwe kenspreuk bewaerheden, dan zullen wy u grondhartiglyk toejuichen, en zy allen welke een onverbasterd vlaemsch hart in den boezem voelen slaen zullen ons daerin volgen.
  N." (7)

Op zaterdag 2 februari 1850 zijn 800 leerlingen van de (katholieke) Zondagsschool present op de prijsdeling die opgeluisterd wordt door keurig uitgevoerde Franse koorzangen.  Dat is een goede repetitie voor het concert van de volgende dag met ondermeer Les Sylphes en Alain Blanchard op het programma.  De Eecloonaer schrijft dat er meesterlyk, onverbeterlyk gezongen werd en vraagt openbare concerten ten voordele van de armen want elk is ongeduldig om den galm van dat jeugdig genootschap te hooren (8).

Hun geduld wordt dan toch op de proef gesteld tot het concert van zondag 16 juli waarop slechts twee (lange) stukken - steeds met vordering - ten gehore gebracht worden.

L'Echo Patriotîque voelt zich dan sterk genoeg om zich met andere koren te meten op het festival van 11 augustus te Waarschoot, dat om 15 uur begon en tot middernacht duurde !  Ze kwamen naar huis met een gedenkpenning.

De rivaliteit tussen de leden van St.-Cecilia en L'Echo Patriotique kan toch niet zo groot geweest zijn want ze slaan de handen in elkaar om de kerstmis te zingen: tesamen 55 zangers.  We vermoeden dat dit het werk was van Eduard Temmerman, organist, lid van St.-Cecilia, als koster en uitstekend musicus aangesproken om het jonge katholieke koor te leiden.  Zijn neef Marcel Temmerman was trouwens lid van L'Echo Patriotique (9).  In februari 1851 was Aloïs Roegiers dirigent (10) en kort daarop Gustaaf Bastien, ook dirigent van de harmonie St.-Cecilia (!), wiens twee broers Adolf en Desideer ook koorlid waren.

Het programma van het zangconcert van zondag 23 maart 1851 vermeldt geen dirigent maar wel de uitgevoerde stukken en de solisten:

  Air van Figaro, uit de Barbier van Sevilla van Rossini door C. Boute
Ivanhoë, duo door D. Bastien (tenor) en A. Verbiest (bariton)
De Stulp, door D. Goethals
De Wapenkreet, groot dramatisch duo door C. Boute (tenor) en M. Temmerman (bas).
De Wraak, toneelkoorzang door A. Bastien, C. Boute en D. Bastien.
De Jagtwachters- en de Wynoogsterskoor
Het Vaderlandsche loflied, door A. Steyaert en P. Boute.

Ter afwisseling vraagt het koor voor zijn Zangkundige avondstond van zondag 11 mei de medewerking van de heer Van Mullem uit Maldegem, en voor een talrijk en uitgelezen publiek zingt hij twee romances.

Wanneer het vaandel van het koor werd ingewijd konden we niet achterhalen, wel weten we dat de leden in de begrafenisstoet van pastoor Dhondt in juni 1851 zonder standaard opstapten.

Dit vierkant vaandel meet 1 meter bij 1 meter, is vervaardigd van zwaar wijnkleurig fluweel en achteraan gevoerd.  Het schild van de stad Eeklo en de tekst is er met gouddraad op geborduurd.  De vlag is omzoomd met franjes van gouddraad en zit nog aan de originele vlaggestok van ongeveer twee meter met een lier erop.
(Heemmuseum Eeklo)

In juli gaan ze mee in de inhalingsstoet van pastoor van Oeckel en wordt Isidoor Baudts, dirigent van de fanfare, benoemd tot dirigent van L'Echo Patriotique in vervanging van Gustaaf Bastien, die door overvloed van bezigheden zich niet langer van zyn taek kon kwyten (11), schrijft een lid van het koor aan De Eecloonaer.

Dit ontslag geeft in Eeklo aanleiding tot allerlei gissingen en valse geruchten, maar L'Echo Patriotique staat boven alle onenigheid en wil zich niet verlagen tot krakelen; de zangkunst te dienen is immers zijn opperste betrachting.  Waarschijnlijk is het koor weer het slachtoffer van twist tussen de harmonie en de fanfare.  In januari 1853 krijgen de leden van de fanfare nog het verwijt van franschelaers (12) omdat ze een vlag met Franse tekst inwijden, maar een jaar later gebeurt hetzelfde in de harmonie !  (13)
Uiteindelijk verzoenen St.-Cecilia en Les Exilés zich toch in november 1854 - ze trekken op St.-Ceciliadag samen door de stad - maar tot een samensmelting komt het niet.

Om een festival te organiseren vraagt de harmonie de medewerking van Les Exilés en van L'Echo Patriotique, en die samenwerking wekt blijkbaar verwondering, zo nadrukkelijk wordt ze in de pers meegedeeld.  Het festival grijpt op 31 augustus 1851 in Eeklo plaats met 8 harmonieën, 6 fanfares en 13 koren, waaronder St.-Cecilia en L'Echo Patriotique en weer klaagt de recensent van De Eecloonaer (= August Van Acker) dat er teveel Frans gezongen wordt en dat het Nederlands even geschikt is voor koorzang (14).

Gezien de gespannen toestand tussen harmonie en fanfare maakt redacteur August Van Acker, die secretaris van de harmonie geworden is, in zijn weekblad De Eecloonaer niet veel woorden meer vuil aan de activiteiten van fanfare en koor, ook niet als ze op 4 september samen een Concert Champêtre organiseren ten hove van Isidoor Baudts, hun gemeenschappelijke dirigent.

In 1852 treedt het koor voor het laatst in het openbaar op; begin mei zingen de koorleden het lof ter gelegenheid van de plechtige opening van de Mariamaand en nadien worden ze nergens nog met naam vermeld.  Wel kunnen we aannemen dat ze verder in gesloten kring zingen en dat ze het vokale gedeelte verzorgen van de concerten van Les Exilés, onder de gemeenschappelijke leiding van Isidoor Baudts.

Door de verzoening (of einde van rivaliteit) tussen harmonie en fanfare waren trouwens enkele muzikanten lid van de twee muziekverenigingen, en zo vinden we Desiré Bastien weer aktief in het koor van St.-Cecilia, waar hij solo's zingt (15).  Toch zien we dat de bestuursleden van de harmonie meest liberalen zijn en dat de fanfare meer aanleunt bij de katholieken: de openluchtconcerten vinden plaats bij Charles Stroo (recht over het college), oud-burgemeester en kopman van de patriotten, in 1856 werd Karel Roegiers voorzitter; hij was de zoon van Francis Roegiers, oud-gemeenteraadslid voor de patriotten en de broer van Aloïs Roegiers (lid van L'Echo Patriotique), later katholiek gemeenteraadslid en oprichter van de Katholieke Kring.

Het koor L'Echo Patriotique zal als katholieke drukkingsgroep zelfs aan de wieg staan van de Katholieke Kring, want toen Aloïs Roegiers op 22 januari 1883 gehuldigd werd voor zijn 25-jarig lidmaatschap van de gemeenteraad schreef men: Nu maakte de Jubilaris het historiek van den Katholieken Kring, ontstaan uit de in 1848 opgerichte zangmaatschappij Vaderlandsche Galm, in 1857 opgekomen en in januari 1868 ingesteld (16).

Denkelijk hadden de jonge politici toen reeds alle interesse voor het zingen in koor verloren en zal L'Echo Patriotique als koor wel hebben opgehouden te bestaan.  Jaren later werd in de schoot van de katholieke kring een koor opgericht onder leiding van Gustaaf Bastien en na het concert van zondag 13 december 1868 kan Desiré Ryffranck, redacteur van De Eecloonaar niet nalaten te schrijven dat de stukken door de juistheid van toon, welke (we) sedert het verval van den Echo Patriotique niet meer hebben kunnen hooren, zeer behendig werden uitgevoerd (17), maar dat zal wel eerder bedoeld geweest zijn voor August Van Acker, secretaris van de harmonie, die in 1867 De Eecloonaer verliet en met een concurrerend weekblad Gazette van Eecloo begon.

Hoewel het koor in juli 1851 35 werkende leden telde (18) kennen we er slechts een 12-tal bij naam:

Naam Functie Beroep
Adolf Bastien (1829-1870)      ? tabaksfabrikant
Desiré Bastien (1831-1882) Tenor winkelier
Gustaaf Bastien (1827-1910) Dirigent notarisklerk
Isidoor Baudts (1823-1859) Dirigent textielfabrikant
Carel Boute (1826-1866) Tenor hoefsmid
Pieter Boute (1822-1902)      ? hoefsmid
Desiré Goethals (1831-?)      ? (verliet Eeklo)
Aloïs Roegiers (1823-1893) Dirigent koopman
Eduard Temmerman (1813-1899) Dirigent koster-organist
Marcel F. Temmerman (1830-1871) Bas textielfabrikant
August Steyaert (1826-1877)      ? particulier
Aloïs Verbiest (1824-1851) Bariton student (onderwijzer)

P. Van De Woestijne

__________________________
(1)    L. LAMPAERT, De Geschiedenis van Eeklo, (Eeklo. 1973), p. 213.  Terug naar de tekst
(2 W. STEEGHERS, Eduard Temmerman 1813-1899, in Ons Meetjesland 3 (1970), 1, pp. 22-23.  Terug naar de tekst
(3 Stadsarchief Eeklo, Tableau de vittes et communes ou it existe des sociétés de symphonie, d'harmonie, de fanfare ou du chant d'ensemble, (juli 1851), niet geklasseerd.
Zie ook: M. VERSTRAETE, Het verenigingsleven in Eeklo 1830-1914, onuitgegeven licentiaatsverhandeling (Gent, 1985).  Terug naar de tekst
(4 DE (= De Eecloonaer) 6 (1854), 307 (26-11).   Terug naar de tekst
(5 Tenzij bij A. DE SMET, Geschiedenis der Koninklijke Harmonie St.-Georges en St.-Cecilia, (Eeklo, 1980), p. 10.   Terug naar de tekst
(6 DE 1 (1849). 36 (2-9)  Terug naar de tekst
(7 DE 1 (1849), 50 (9-12).  Terug naar de tekst
(8 DE 2 (1850), 59 (10-2).  De gemiddelde leeftijd van de ons bekende leden was in 1830 23,5 jaar.   Terug naar de tekst
(9 De zeer muzikale en creatieve Karel Anselme Temmerman (17721829), winkelier, fabrikant (wever) en koster ("sacristaire") had bij zijn vrouw Joanne Catharina Mariman (van Oostwinkel) 16 kinderen, waarvan de belangrijkste waren: Pieter Jan (1792-1860), winkelier en koster, lid van St.-Cecilia, bleef ongehuwd; Karel Bernard ("Carlo") (1793-1880), wijnkoopman, gemeenteraadslid (1837-1878), schepen, burgemeester (1846-1818), lid van de kerkfabriek, hij ondertekent het reglement van St. Cecilia in 1830 als "directeur" (= dirigent ?); (Marcel) Francies (1797-1832), musicus, muziekleraar te Gent, overleed toen hij bij zijn broers Pieter Jan en Eduard in het ouderlijk huis in de Kerkstraat op bezoek was; Louis (1800-1836), winkelier, fabrikant, lid van St.-Cecilia, vader van Marcel (1830-1871), die in 1851 en 1852 aan het Gentse conservatorium harmonie en compositie studeerde en later dirigent werd van de fanfare; Eduard (1813-1899), componist, koster-organist van 1839 tot zijn overlijden.   Terug naar de tekst
(10 STADS ARCHIEF EEKLO, Tableau de villes.... (juli 1851).  Terug naar de tekst
(11 DE 3 (1851), 133 (13-7).   Terug naar de tekst
(12 DE 5 (1853), 212 (32-1).  Terug naar de tekst
(13 A. DE SMET, Geschiedenis..., p. 10.  Terug naar de tekst
(14 DE 3 (1851), 141 (7-9).  Terug naar de tekst
(15 DE 5 (1853), 218 (6-3).
  Terug naar de tekst
(16 GAZETTE VAN EECLOO 17 (1883), 798 (28-1).  Terug naar de tekst
(17 DE 20 (1868), 1035 (20-12).  Terug naar de tekst
(18 STADSARCHIEF EEKLO, Tableau de villes... (juli 1851).  Terug naar de tekst
 

«Ons Meetjesland»

Wij breiden steeds verder uit,
jaargang 18 zal U tenminste 256 blz. bieden.

Wij moeten nog verder groeien.

Meer abonnees geven ons meer mogelijkheden door ruimere financiële armslag; zij vergroten de oplage van ons tijdschrift dus ook de lezerskring en onze werkkracht.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  02-12-2019