Geschiedenis van de klooster-, kleuter en lagere meisjesschool te Bentille
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1986, 19de jaargang, nr. 1

GESCHIEDENIS VAN DE KLOOSTER-,
KLEUTER EN LAGERE MEISJESSCHOOL
TE BENTILLE

Het oprichten van een klooster met bijhorige klaslokalen vindt zijn oorsprong in het jaar 1879, toen de tweede organieke wet op het lager onderwijs door het parlement werd goedgekeurd.

Niettegenstaande het heftig verzet van katholieke parlementariërs en onze bisschoppen, kwam deze fameuze "ongelukswet" tot stand onder de liberale regering Frère Orban-Van Humbeeck.

Door deze wet werd een neutraal lekenonderwijs opgericht en de gemeentelijke autonomie beperkt ten voordele van de Staat.  Dat tegen zo een wet werd geprotesteerd, hoeft geen betoog en door een katholieke tegenactie vooral in de Vlaanderen, ontstond er een grote teruggang in het neutraal onderwijs (niet minder dan 250 officiële scholen werden verlaten).

Na de liberale verkiezingsnederlaag van 1884 kwam onder leiding van het katholiek kabinet Malou, een nieuwe wet op het lager onderwijs tot stand, die de gemeentelijke autonomie herstelde, alsmede de vrijheid bij benoemingen en het godsdienstonderwijs in de officiële scholen opnieuw invoerde.  Vele parochies profiteerden van deze wet en trachtten tot een betere situatie te komen en ook onze parochie St.-Jan-Bentille bleef niet bij de pakken zitten.

Lang geleden stond in de Moerstraat, in de onmiddellijke omgeving waar nu het klooster staat, een school voor kantwerksters.  Ze was gebouwd op een stuk grond van een zekere juffrouw d'Herbe, bloedverwante van pastoor Frans-lgnaas van den Foreeste, die later bij legaat eigenaar van de grond werd.

Aan de kantwerkstersschool was een klein huisje aangebouwd, dat was bewoond door een - door de Hollandse regering - verbannen kloosterlinge die lessen gaf in speldewerk.

Gedurende de schoolwet van 1879 werd deze kantschool gebruikt als katholieke school.  Er waren toen twee klassen en de lesgevers waren meester Gustaaf Van Hulse en meester Charles Dupré.

In 1888 kwam pastoor de Laroyère als nieuwe herder op de parochie aan, en zijn eerste en zwaarste opdracht was het bouwen van een klooster en schoolgebouw.  Met de spontane medewerking van de parochianen en zeer in 't bijzonder de aanzienlijke financiële bijdrage (5.000 fr.) van juffrouw Marie Wille uit Kaprijke kwam er behoorlijk schot in de zaak.

De bouwwerken werden toegewezen aan aannemer Van Wassenhove uit Eeklo, die er voor zorgde dat tegen het nieuwe schooljaar van 1892 de school kon worden geopend.

Oud klooster met school
Oud klooster met school. Verz. C. Francque.

De zusters van de congregatie van het Hart van Maria uit Nederbrakel werden door pastoor Laroyère aangezocht om te Bentille onderwijs te komen geven.  De algemene overste Moeder Philomena van Nederbrakel zond daarop in de loop van de maand augustus 1892 Moeder Angela naar Bentille, die de mogelijkheid tot stichting van een nieuw bijhuis gunstig adviseerde.  De datum van 14 september 1892 werd voorop gesteld om de zusters hun intrek te nemen in hun nieuw klooster.  Door onvoorziene omstandigheden was dit een dagje vroeger, maar toch werden ze op 13 september met veel enthousiasme op de parochie begroet.

De stichteres van het klooster te Bentille was Moeder Ignatia, het was een bejaarde kloosterlinge, doch intelligent en met een grote ervaring.  De leerlingen van de lagere klas werden onderricht door zuster Gertrude, en voor de bewaarschool zorgde zuster Zenaïde.  De lagere klas telde toen reeds 80 leerlingen, mede dank zij de overdracht van kinderen uit de gemeenteschool.

De gemeenteschool bestond toen uit twee klassen, voor alle leerlingen jongens en meisjes samen.  Als leerkrachten fungeerden de heren Emest en Eduard Van Hulse.  Meester Emest Van Hulse stond zijn plaats af als onderwijzer aan de gemeenteschool ten voordele van de Zustersschool, waardoor deze zoals reeds vermeld een groot aantal leerlingen telde.

De bewaarschool was nog meer bezet, zodat inspecteur Van den Borcht opmerkte dat het werk voor zuster Zenaïde veel te zwaar was en vroeg aan de pastoor een tweede klas te willen laten bijbouwen.

Opnieuw werd de pastoor financieel bijgestaan door vrijgevige en goedhartige parochianen, zodat weldra dit initiatief werd verwezenlijkt.  Juffrouw Prudence Dupré die na de wet van 1884 het handwerk (aan) de meisjes in de gemeenteschool aanleerde, aanvaardde deze tweede kleuterklas die in 1895 was voltooid.

Nieuw klooster en scholen
Algemeen beeld nieuw klooster en scholen. R.T.

In dat jaar waren de lagere klassen zowel in de gemeente als in de zustersschool overbevolkt, en het aantal leerlingen was er gestegen tot bij de honderd.

De pastoor was zich bewust van de noodzaak om een tweede lagere klas bij te bouwen, en de jongens zouden dan ook tot hun achtste jaar bij de zusters blijven schoollopen.

Zuster Zenaïde verliet de kleuterklas om les te geven in het 1ste lager.  In 1896 kwam zuster Xaveria als vierde zuster van Nederbrakel het onderwijzerskorps versterken.

De bevolking groeide aan dank zij de uitbreiding van de vlasnijverheid, en andermaal moesten schoollokalen bijgebouwd worden.

Juffrouw De Groote uit St.-Maria-Oudenhove bij Nederbrakel werd aangezocht om een nieuwe plaats in te nemen, doch moest na korte tijd forfait geven wegens ziekte.  Daarop werd ze vervangen door jufrouw De Saegher van Gent.  Ook deze bleef niet lang en in haar plaats kwam Alice de Clerq van Kaprijke.  Zes jaar later volgden niet minder dan 187 kinderen de uit drie klassen bestaande school, wat volgens inspecteur Tortelboom veel te zwaar was voor het onderwijzend personeel.  Er werd voor een vierde klas gezorgd, en zuster Damascena bracht het getal zusters tot vijf.

Juffrouw Alice de Clerq bekwam in 1912 een vaste plaats te Kaprijke en in haar plaats kwam zuster Hildegarde, waardoor het klooster nu zes zusters telde.  In 1913 werd juffrouw Dupré wegens haar huwelijk vervangen door juffr. Clara De Clercq, woonachtig op de parochie Bentille.  Deze laatste bleef in het onderwijs tot 1924.  Haar plaats werd ingenomen door juffrouw Elza Van Damme van Watervliet die aldaar les gaf aan de gemeenteschool.

Kruis parochiezaal en H. Hartbeeld in de zijgevel
Kruis parochiezaal + H. Hartbeeld zijgevel. R.T.

In 1914 dacht men er aan de scholen en het klooster te vernieuwen en te vergroten gezien de gestadige uitbreiding van het aantal leerlingen.  Doch deze mooie vooruitzichten werden tenietgedaan door het uitbreken van de eerste wereldoorlog op 4 augustus 1914.

In 1915 gaf de nieuwe pastoor A. Andries zijn toestemming, met de goedkeuring van het geestelijk schooltoezicht, de jongens te laten overgaan naar de gemeenteschool, waar men een tweede klas zou oprichten.  De oorlogsjaren hadden hun wonden nagelaten op vele terreinen, en van vernieuwing van schoolgebouwen kwam niets in huis.  Tot in het jaar 1930 de meisjesschool moest worden heraangenomen, en de schoolgebouwen door het Staatsbestuur werden afgekeurd.

Nu kon men niet anders dan ten spoedigste nieuwe klaslokalen bouwen, want de Staat had amper één jaar uitstel verleend.  De kerkfabriek schonk een stukje grond van 40 m2 van de pastorijhof, en tevens werd een stuk grond aangekocht dat moest dienen tot hof van de zusters in vervanging van de tuin die zij hadden afgestaan voor de nieuwbouw.

Een schoolcomité werd opgericht bestaande uit E.H. pastoor A. Andries, voorzitter, Ernest Van Hulse, ondervoorzitter-burgemeester, Paul Supré, voorzitter B.B. en tevens ondervoorzitter, E.H. A. Standaert, onderpastoor, schrijver, en de leden: schepen van Kaprijke Edmond Last, Emiel De Cuyper, Emiel De Vrieze, Aloïs Claeys en Raymond Boerjan.  Dit comité had de verantwoordelijkheid op zich genomen tot het laten bouwen van scholen en gildezaal die één blok zouden vormen met beneden vier ruime klaslokalen en een verdiep dienende tot gildezaal.

De algemene bouwonderneming Edouard Heene uit Eeklo kreeg de werken toegewezen voor een totaal bedrag van 282.019,80 frank.

Schoolgebouw met speelplaats
Schoolgebouw met speelplaats. R.T.

Het was natuurlijk geen sinecure voor het comité om zo een aanzienlijk bedrag bij elkaar te krijgen.  Belangrijke financiële steun werd geboden door Mgr. de Bisschop van Gent, pastoor Andries, het klooster van de orde van het H. Hart van Maria van Nederbrakel en tevens een zeer belangrijke tussenkomst van de gemeente St.-Jan-in-Eremo, nl. 100.000 fr.  Opmerkelijk is dat de gemeente Kaprijke voor geen frank wilde tussenkomen, niettegenstaande er niet minder dan 35 leerlingen van Kaprijke te Bentille school liepen.

Op 27 maart 1931 werden de eerste bouwmaterialen aangevoerd en onder het aanschouwen en het gejuich van de schoolkinderen werden de oude schoolmuren gesloopt.  De nieuwbouw liep flink van stapel en was dermate opgeschoten dat op de laatste zondag van juli 1931 de eerste vlaamse kermis kon worden gehouden in de nieuwe parochiezaal.  (Wat en hoeveel er dan is gedronken staat nergens vermeld).

In september daarop werden de nieuwe klaslokalen in gebruik genomen, en dat de kinderen fier waren met hun nieuwe klassen hoeft geen betoog.

Pastoor Andries had een groot H. Hartbeeld laten plaatsen in de voorgevel van het schoolgebouw, die hij samen met de nieuwe lokalen inwijdde, en kermiszondag, tweede zondag van september werd dan ook een echte H. Hartdag.  Het beeld werd in een plechtige stoet, vergezeld van geestelijke en burgerlijke overheden, verenigingen en schoolkinderen op een praalwagen door de voornaamste straten gevoerd.  De plechtigheid eindigde in de kerk met een algemene toewijding van het H. Hart, door burgemeester Ernest Van Hulse in naam van heel de parochiegemeenschap voorgelezen.  Het beeld werd daarna terug in de nis van het schoolgebouw geplaatst met een erbij passende tekst "Jezus H. Hart beware onze scholen".

Het ene werk was pas klaar of er kwamen andere kopzorgen.  Het oud kloosterken stak geweldig af tegen deze grote nieuwbouw.  Het huis van de zusters was gebouwd op slechte grondvesten, want het was er geplaatst op een gedempte wal van drie meter breedte.

Het lag vlak aan de straat naast de buurtspoorweg, en het daveren van de voorbijrijdende trams had het oude gebouw geen deugd gedaan.  De muren vertoonden grote scheuren, de vloeren waren gebarsten, en het was al meer dan eens gebeurd dat er prenten of vazen naar beneden tuimelden wanneer er zwaar gerij passeerde.  Kortom het klooster werd onbewoonbaar en tevens veel te klein.  Van herstellen van het klooster was geen sprake meer, en een nieuw klooster was dringend noodzakelijk wilde men ongelukken voorkomen, waar reeds veel inwoners voor gevreesd hadden.  In 1936 werden schikkingen genomen tot aankoop van de nodige grond om een nieuw en groter klooster op te bouwen.  De bouwkundige De Boever uit Brussel, die ook de werken van het klooster in Nederbrakel had geleid, werd met het opmaken van een bouwplan belast, en het was opnieuw de firma Edouard Heene uit Eeklo die het werk aanvaardde en uitvoerde.

Op 25 mei 1936 moesten de zusters hun bouwvallig klooster verlaten, en ze verhuisden naar het washuis, de huishoudklas en de bijgelegen klaslokalen.  Dezelfde dag werd reeds met de afbraak van het pand begonnen en alles verliep volgens plan tot de dag dat een algemene staking uitbrak.

Met in het vooruitzicht de heropening van de scholen op 1 september, kwam deze staking hard aan, en verwekte grote onrust bij de zusters.  Gelukkig was deze onvoorziene werkonderbreking van korte duur, zodat de religieuzen reeds rond half oktober van het zelfde jaar hun intrek konden nemen in hun nieuw klooster.

Het gebouw was sterk en ruim en op dezelfde grondvesten gebouwd van het oude pand.  Het is helemaal onderkelderd en steunt op zware ondergrondse pilaren van ijzer en beton.

Op 12 november 1936 werd de nieuwe kapel, annex van het klooster door E. H. Bruggeman, algemeen overste van de Congregatie van het H. Hart van Maria van Nederbrakel, plechtig ingewijd samen met de andere vertrekken van het klooster.

De Zusters, de pastoor alsmede de parochianen van St.-Jan-Bentille waren terecht fier op hun nieuw klooster, parochiezaal en klaslokalen, waar bijna ieder inwoner van de gemeente zijn schoonste jaren, nl. zijn kinderjaren doorbrengt.

C. Francque.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  03-12-2019