Landelijke woningen in het Meetjesland
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1975, 8ste jaargang, nr. 3

LANDELIJKE WONINGEN
IN HET MEETJESLAND

In vroegere eeuwen kwamen bepaalde wijken of gehuchten soms traag tot een betrekkelijke bevolkingsdichtheid.  De aangroei bleef bepaalde generaties lang met enkele eenheden wisselen.  De grote afstand tot het centrum van de gemeente, het zuiver landelijk karakter, gaf aan veel van die wijken een lange gebondenheid met het verleden.

In onze streek was een betrekkelijke hoogterug, gelegen tussen moerasachtige gronden, de plaats van de eerste ontginningen.  Deze primitieve landbouwuitbatingen zijn zeker reeds ontstaan in de 13e eeuw, andere volgden in de latere jaren, een daarvan is de hoeve van de heer Verbiest Aimé, Arisdonk, 57 te Waarschoot.

De woning zelf is een onderdeel van een twee- of mogelijks van een driewoonst.  Het gedeelte ten oosten van het huidige huis werd, enkele generaties terug, afgebroken (wegens bouwvallige toestand); terzelfdertij d werd langs de tegenovergestelde zij de een nieuw stuk bijgebouwen.   Tevens werd over gans de achtergevel een verbreding bijgemetseld.

Hoevewoning Aimé Verbiest, Arisdonk 57, te Waarschoot.
Foto Georges De Maertelaere.

Bij het betreden van de huidige beste kamer, vroeger keuken, heeft men nog de oude zoldering met de eiken kinderbalken 10 cm. x 7 cm., die rusten op de versierde eiken moerbalk (zie foto).  De haard is aangepast aan de moderne behoefte, maar bleef toch betrekkelijk gaaf.  De vlees- en broodkastjes zijn echter verdwenen bij de aanbouw van de plaatsen 2 en 1 (rhaken van een doorgang).  Tussen beide plaatsen is een dorpel van zwarte steentjes 14 cm. x 7 cm. X 3,5 cm.  De versierde moerbalk was vroeger geplaatst op het midden van een kruisvenster.  Voor 25 jaar werd de voordeur vernieuwd, met behoud van de oude hengsels; het waterberd verdween.

VERBIEST Aimé, Arisdonk 57, Waarschoot

De huidige blokvensters bestaan uit 4 opengaande gedeelten en elk venster heeft 24 kleine ruiten.  De ramen sluiten met een houten wervel.  De luiken worden nog op de oude wijze vastgemaakt, namelijk met een ijzeren haak waarvan de grootste lengte door een opening in luik en vensterstijl binnenkamers wordt vastgezet met een passende ijzeren spie in de voorziene opening.  In de achtergevel zijn nog 3 oude vensters te zien van de vroegere woningen; het daarop aanwezig motief is mij onbekend.

Schuur en bijgebouwen, Arisdonk 57.
Foto Georges De Maertelaere.

De kelder werd bij de voorgaande verbouwing gedicht en vervangen door een bijna gelijkvloerse plaats (een trede lager), de andere gelijkvloerse plaatsen zijn alle veranderd en aangepast.

Het dak wordt gedragen door 4 eiken schaargebinten met dubbele (hanen) balk, waarbij de nokstijl wordt gedragen vanop de onderste balk met links en rechts de nodige gordingschoren.  De opgaande schouwmantel vervult hier de funktie van vijfde gebinte.  De gebinten boven het oudste gedeelte van de woning zijn vastgmaakt met houten pennen, deze van de aanbouw met gesmede nagels.  De stijlen (sporen) zijn van zacht hout, evenals de zoldervloer.

Detail van moerbalk in de huidige "beste kamer", eertijds keuken.
Foto Georges De Maertelaere.

Nu nog wordt de zolder gebruikt als berg- en droogplaats voor de oogst en dragen de eiken moer- en kinderbalken zware lasten waardoor de schijnbaar overdreven sterkte ervan volledig gerechtvaardigd is.

In de aangebouwde achterkeuken, dicht bij de vroegere bestaande haard, waren in de muur ijzeren haken, waaraan gedurende de winter- en regenmaanden de spaden werden gehangen (om het roesten tegen te gaan).

De uitbating, die vroeger zuiver op landbouw gericht was, is nu meer aangepast aan boomkwekerij en veeteelt.  Vroeger gebeurde het dorsen met de vlegel op de kleivloer in de schuurdoorgang.  Na 1923 werd het machinaal.  In de schuur is (6) het wagenhuis, daarnaast de schuurwinkel, nu een dubbele aardappelkuil.  Het loofkot is nr (3), (2) de paardestal, waar tot in 1950 twee paarden waren gestald.  Als laatste stuk vindt U de koestal (1) met in het midden de mestgang en langs beide zijden de koeien, vroeger vijf koeien, nu tien stuks.  Uiterst links op het algemeen plan staat het «braskot» met fornuis.  Het bakhuis werd vroeger door drie families gebruikt, die elk hun week hun «bakte» deden.  De bakoven kon twintig grote broden bevatten.  Na de tweede wereldoorlog werd deze niet meer gebruikt en dient nu als rommelplaats.

Vóór de afbraak van een der bouwvallige huizen, werd in beide woningen geweven.  Elke weefkamer had zijn «terdput», de vloeren bestonden uit gemetste bakstenen.

De buitenmuren werden rood-bruin geverfd.  Op de voegen zijn witte strepen getrokken.  De onderkant is in een donkerder teint.  Het houtwerk is overwegend wit met wat groen.  Dit alles geeft aan het geheel een vertrouwd beeld van landelijke geborgenheid, wat nog wordt versterkt door de oude blokvensters met hun typische kleine ruiten.

Tondat Romano.

Separator

Landelijke woningen in het Meetjesland  1 - 2 - 3

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  11-07-2019