Eeklo in beeld en schrift (11)
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1976, 9de jaargang, nr. 3

EEKLO IN BEELD EN SCHRIFT (11)

De kapel van O.L.V.-ten-Doorn behoort tot het oudste en mooiste bezit van de stad Eeklo.  Zij kende een zeer langdurige opbouw.  Begonnen in 1664, werd zij pas geconsacreerd door Mgr Van der Noot, bisschop van Gent, op 21 september 1706.

Een groot deel van het bouwwerk kon worden uitgevoerd door de eigen lekebroeders van de Franciskaanse Orde, die toen immers zowel beschikte over Broeders-metselaars en -schaliedekkers, als over Broeders-timmerlieden en -schrijnwerkers.

«In den gevel van de kerk werd het wapenschild aangebracht van den heer della Faille, die door de Minderbroeders van het Graafschap Vlaanderen als stichter van hun kerk en klooster te Eekloo was erkend geworden, welke eretitel, met de voorrechten eraan verbonden, zou overgaan op zijn nakomelingen.

Ook van binnen geraakte de kerk stilaan afgewerkt en werd ze van de nodige meubilering voorzien.  Op de beide muren werd kunstig houtsnijwerk aangebracht; in 1688 waren ook twee zijaltaren geplaatst geworden: één ter ere van O.L. Vrouw, het andere ter ere van Sint Antonius; allebei een gift van de vrome Derde-Ordelinge Petronilla Mersman.  In 1707 werd dan een nieuw hoofdaltaar opgericht, dank zij vooral den milden steun van vier bijzondere weldoeners en weldoensters van 't klooster: Judoca De Baets, Derde-Ordelinge; Livina Clé, Barbara Harcke, en Franciscus Van Kerrebroeck» CP. Ant. Verschuere: De Minderbroeders te Eekloo 1649-1949, blz. 32-33).

De Balenfabriek in de Zuidmoerstraat, vóór 1914
165. De "Balenfabriek" in de Zuidmoerstraat, vóór 1914 ("S.A. India Jute Company").
Prentkaart uit de verzameling van R. Dauw, Gent.

Op te merken valt dat het grote, gebrandschilderde glasraam, rechts in het koor van de kapel van O.L.V.-ten-Doorn en waarop Sint Antonius afgebeeld staat, ons nu nog herinnert aan de Minderbroeders, die het gebouw optrokken en aan hun vroeger zijaltaar, toegewijd aan Sint Antonius.

«De meest edelmoedige begiftiger van de nieuwe kerk is ongetwijfeld advocaat Jan Veltganck geweest: 't is immers op zijn kosten dat in 1717 het hoogzaal werd gebouwd - waarop nog zijn wapenschild prijkt (zie foto nr 132) - dat voortaan ook het koor der Paters zou zijn, en waar ook een altaar geplaatst werd.  Aan dit altaar werd dan op 26 October een plechtige H. Mis gezongen - de eerste die er gecelebreerd werd - voor de zielerust van de ouders van den groten weldoener, die dienzelfden dag ook nog de kloostercommuniteit een gulle tractatie bezorgde.  In 1718, daar de plaats, vroeger door de koorstalles bezet, nu vrij was gekomen, werd het hoogaltaar in de kerk vooruitgeschoven tot op een vijf voet van den oostelijken eindmuur.  Wanneer het eerste torentje op de kerk geplaatst werd, en wààr het stond, weten we niet; enkel vinden we in het "Registrum Historicum" vermeld dat in 1758 een nieuwe toren opgericht werd en wel boven het hoogzaal en het toenmalig Paterskoor» (Ant. Verschuere, op. cit., blz. 33-34).

Zeer merkwaardig in de huidige kapel van O.L.Vrouw-ten-Doorn zijn de kansel (rechts), de biechtstoel (links) en de ingangsdeur langs de zijde van het kloosterpand (rechts).  Alle dateren ongetwijfeld uit de 17e eeuw, doch kunnen later misschien wel kleine herstellingen ondergaan hebben.  Zij zijn wellicht van een verschillende houtsnijder en zo mooi gesneden, dat het ons spijt de namen van de beeldhouwers niet te kunnen aangeven.

Het Sint-Vincentiuscollege, Zuidmoerstraat, circa 1900
166. Het Sint-Vincentiuscollege, Zuidmoerstraat, circa 1900.
Prentkaart uit de verzameling van André Verbeke, Gent.
Afstempeling 24 september 1902.

De kansel lijkt ons nog de oudste en kan van omstreeks 1650 zijn.  Ook de trap en de borstwering vertonen fijn snijwerk, terwijl de kuip versierd is met de afbeeldingen van de evangelisten.  Op het kanseldeurtje prijkt de fraaie beeltenis van Sint Niklaas, met de kinderen in het kuipje.  De artist heeft de heilige voorgesteld met mijter en kromstaf, terwijl hij de zegenende rechterhand over de tobbe met de drie kinderen houdt.

Het snijwerk van de ingangsdeur met haar omlijsting en van de biechtstoel is eveneens uiterst verzorgd.  De vier gedraaide kolommen van de biechtstoel, met loofwerk versierd, geven in hun voetstuk of basement terug een voorstelling van de vier evangelisten, telkens met hun naam en symhool (zie de foto's nrs 136-153).

Het mirakuleus beeldje van O.L.Vrouw-ten-Doorn, dat slechts 26 cm hoog is, werd in de loop van de 17e eeuw(en ook later) met weelderige en rijke klederen bedacht, naar de mode van de Vlaamse Renaissance.  Dit heeft het uitzicht van het beeldje aanzienlijk veranderd.  Het is uit hout gesneden, misschien wel uit palmenhout, en werd overdekt met een dikke laag bruine kleurstof.

«Het lijkt erop dat dit beeldje uit een nis werd gerukt.  Vier nagels, waarrond zich nog een weinig grof lijnwaad bevindt, zijn nog zichtbaar.

167. De Eeklose Vaart met de nieuwe kaai, omstreeks 1930.
Drukplaat Heemkundig Genootschap van het Meetjesland.

Oorspronkelijk hield Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn, die de typische houding heeft van een Mariabeeld uit de 14e eeuw (lichtelijk in de heup gebogen), haar Kind in een moederlijk gebaar op de twee handen.  Maar om het beeld te kleden moest één arm vrijkomen.  Men gaf het beeld dus een « valse» voorarm met een veel te grote hand, waarin een gat werd geboord, om de skepter te bevestigen.

Het kindje Jezus kreeg ook een nieuwe arm, om de koninklijke wereldbol te dragen.  De gezichten werden beschilderd met een verschoten kleur, die afschilfert.

Het gezicht van de heilige Maagd is lang, heeft sterke trekken, is zacht, melancholisch met een naïve pruilmond, vol van een geheimzinnige charme...»  (Erik D'Havé, Ons Meetjesland, 3e jaarg., nr 4, 1970 - Vertaling van een voetnoot uit de revue «Caritas», Notice Jubilaire sur la Dévotion à Notre-Dame aux Epines (1448-1948), N° 2, Mars-Avril 1948, p. 15).

De kapel van O.L. Vrouw-ten-Doorn, gewijd in 1706, onderging in de loop van de tijden nog verschillende herstellingen en wijzigingen, ondermeer in 1834 en in 1902-03.

De geschiedenis van het nabijgelegen Sint-Vincentiuscollege is zeer nauw verbonden met Ten Doorn.

«In de geschiedenis van het College, staat de naam "O.L.Vrouw-ten-Doorn" in gouden letters geschreven.  De stichters immers en leiders van het eerste College, nl. de E.E. P.P. Recolletten, hebben in dit oud kloosterken gewoond en er klas gegeven, zoodat met het lot van hun klooster ook dit van hun College was verbonden.  Wanneer ze op lateren datum verdwenen en de Zusters van Liefde daar een onderwijsinrichting hebben gevestigd en tot hoogen bloei gebracht, naast het College, werden deze twee centra van onderwijs en opvoeding de gewenschste scholen voor al de gegoede katholieke families van de geheele streek; de zonen trokken naar 't College, de dochters naar O.L. Vrouw-ten-Doorn...»  (Kan. A. De Beer, Gedenkboek Eeuwfeest van het Sint Vincentius-College, Eekloo, 1840-1940, blz. 25).

Het Leiken in de richting van de Oude Kaai
168. Het Leiken in de richting van de Oude Kaai, gezien vanaf het Motje te Eeklo, in 1912.
Prentkaart uit de verzameling van André Verbeke, Gent.
Afstempeling 16 december 1912.

De «Latijnsche Schole», gestart in 1748, werd bij het uitdrijven van de paters in 1797 gesloten.  Het volgend jaar brak de Boerenkrijg los en kwamen de boeren gewapend Eeklo binnen; deze opstand werd echter spoedig onderdrukt.  Het onderwijs bleef ontredderd.

In 1803 kwam Napoleon persoonlijk te Eeklo en verhief de stad tot districtshoofdplaats.  In de gebouwen van het patersklooster werd in 1804 een gemeentelijke school geopend.  Er was geen spraak meer van een college.  Door privaat initiatief nochtans werd er gelegenheid geschonken aan een paar jongelingen lessen te blijven volgen bij de paters.  En zo komt het, dat ten jare 1809 het «College van Eecloo» nog officieel erkend staat op de rapporten van het Bisdom Gent.

Een verslag van de stadssecretaris, opgemaakt in 1830 ten behoeve van het nieuw Belgisch bewind, zegt dat de stedelijke gevangenis te Eeklo gelegen was in de nabijheid van de «caserne der marechaussée» (dit was het klooster O.L.Vrouw-ten-Doorn), dat het gebouw was opgetrokken op kosten van de stad in 1749 om te dienen tot Latijnse school en dat het in 1797 tot gevangenis werd ingericht.

Etabl. Van Damme en klooster van de Zusters Arme Claren
169. Etabl. Van Damme en klooster van de Zusters Arme Claren, Tieltsesteenweg, bij de aanvang van de 20ste eeuw.
Prentkaart uit de verzameling van André Verbeke, Gent.
Afstempeling 23 april 1904.

Na 1809 - toen er nog twee leerlingen ingeschreven waren - vernemen wij niets meer over het «Collège d'Eecloo»...

«Het Hollandsch Bestuur, met Willem I aan 't hoofd, had betere toestanden in ons land kunnen inluiden, maar jammer genoeg, gedreven door een eng-partijdigen geest, voerde het een zelfde despotisme en een zelfde vervolging tegen ons vrij katholiek onderwijs in het schild.  Na jaren hatelijke knoeierijen en verkapte onderdrukking, verscheen in 1825 een staatsbesluit waarbij geen Latijnsche scholen, geen Colleges of Athenaea mochten opgericht worden, zonder verlof van de Regeering.  Al de inrichtingen van dit soort die deze vergunning niet hadden, moesten in September 1825 sluiten.  De aanstaande priesters zouden hun studiën doen aan het door den Koning opgerichte «Collegium philosophicum» te Leuven.  Het was de genadeslag» (Kan. A. De Beer, op. cit., blz. 61).

Ook onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en na de omwenteling van 1830 was het stedelijk arresthuis ondergebracht gebleven in de voormalige gebouwen van het college.

Het klooster van de Zusters Arme Claren, Tieltsesteenweg, rond 1905
170. Het klooster van de Zusters Arme Claren, Tieltsesteenweg, omstreeks 1905.
Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove.

Pas op 5 augustus 1839 werd door burgemeester Stroo in de gemeenteraad een rekwest voorgelezen, waarbij een honderdtal vooraanstaande burgers van Eeklo het stadsbestuur vroegen het vroegere college herop te richten.  Met toestemming van de Gentse bisschop Mgr Delebecque werd het college inderdaad heropend op 1 oktober 1840, onder het bestuur van de Priesters van de congregatie van O.L. Vrouw uit Dendermonde en gepatroneerd door de stad.  Het droeg toen de naam «College van O.L. Vrouw van Bijstand».

In 1860 werd het een bisschoppelijke inrichting, bestuurd door seculiere priesters.  Het vernieuwde instituut ontving nu ook een andere benaming: «Bisschoppelijk College Sint Vincentius», aldus geheten naar de patroonheilige van de stad Eeklo.

Sindsdien mocht de inrichting zich verheugen over een enorme opgang en bloei.  Het college nam een geweldige uitbreiding, om het immer stijgend aantal leerlingen te herbergen; het heeft ook heel wat grote personaliteiten voortgebracht.  Zelfs zwermde het uit met een lagere wijkschool naar de Abdijstraat te Eeklo en met afdelingen naar Maldegem en Zomergem.

(wordt voortgezet)
ALFONS RYSERHOVE
ROMANO TONDAT

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  12-07-2019