Zuivelgereedschap
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1976, 9de jaargang, nr. 3

Gezien in het Heemkundig Museum te Eeklo.

ZUIVELGEREEDSCHAP

In het nummer van "ONS MEETJESLAND", jaarg. 8-1975, blz. 85-88, waar wij het hadden over de KARN, oordeelden wij het passend een beknopte beschrijving te geven van de zuivelbereiding in het algemeen.

Aldus kunnen we de zuivelgereedschappen die we samenbrachten, in het korte tijdsbestek dat het museum zijn deuren opende, beter in het produktieproces onderbrengen.

Normaliter beschikken we nog niet over alle in het Meetjesland gebruikte gereedschappen en materialen en zullen we ons aldus beperken tot diegene welke onze verzameling U reeds te bieden heeft.

De verse melk, die aanvankelijk opgevangen werd in houten emmers, gebonden met houten of soms met ijzeren banden, hield mogelijk nog allerlei onreinheden en koehaartjes in.  Daarom werd deze eerst gefilterd door een zeef van paardenhaar of door een KOPEREN MELKZEEF.

Melkzije

Dit soort zeef wijkt af van het normaal vergiet of verzijp, bestemd voor gewoon keukengebruik, door zijn zeer kleine gaatjes.

De koperslager die deze tuigen vervaardigde kon, naargelang de rijkdom van zijn fantasie bij het aanbrengen van deze gaatjes, sierlijke patronen bekomen. Weliswaar lag hij ook voor een deel gekluisterd aan het basismotief van de zespuntige ster, die een zeer gekend en verspreid volkskunstmotief is.

Melkteil

De gaatjesfiguur die op onze melkzeef in het museum is aangebracht vertoont een zespuntige centrale ster, waarvan ieder snijpunt op zijn beurt het middelpunt uitmaakt van een zevenschillig cirkelpatroon.

De buitendiameter van de boord meet 25 cm en kan bij benadering als genormaliseerd worden beschouwd, daar deze bij voorkeur diende te passen in de opening van de melkketel.

De gangbare naam die te onzent gebruikt werd is MELKZIJE, of kortweg ZIJE (1).

Eens door de zeef gegoten, werd de melk bewaard in een rechtstaand open vat, waarin de melk van de vorige keer reeds te verzuren en te dikken stond.  Daar de pot gedurende de wintermaanden nogal eens van plaats veranderde, moest zijn inhoud eerder beperkt blijven.

Het meest gebruikte type is de MELKPOT, die qua uitzicht en inhoud zeer veel gelijkenis vertoont met onze alomgekende "smoutpot".  De klassieke donkerbruine kleur werd hier echter vervangen door een grijze tint, veelal voorzien van een blauw bloemmotief.

Naast de aarden pot zijn er nog houten en koperen vergaarbakken in gebruik.  In de 17de eeuw noemde men ze bij ons: ROOMSTANDE, MELKTON en MELKKUIP (2).

Daar waar men in de koele maanden de melk - na door de zeef gegoten te zijn - in melkpotten opsloeg, werd ze in de zomertijd eerst in MELKTEILEN gegoten om af te koelen (3).

melkpot en boterschotel
Stenen melkpot met houten boterschotel en enkele boterlepels
in het museum te Eeklo.

De melkteil is zeker een veel voorkomend voorwerp geweest.  Wegens haar geringe inhoud, waren er in elk boerenhuis een hele reeks voorhanden.  In ons museum zijn twee exemplaren te zien: een vrij recente plaatijzeren melkteil en de voor ons zeker aantrekkelijker aarden teil.  Deze laatste soort is zeer typerend van vorm.  De boord en de gietmond zijn tijdens het maken zodanig verwrongen, dat er geen enkel deksel op past.

Niettegenstaande de gebakken aarde met loodglazuur is bedekt, heeft ze niettemin meestal haar baksteenrode kleur behouden.

Naast haar oorspronkelijke gebruik kon ze, wegens haar gunstige vorm, nog allerlei andere zaken bevatten.  Zo werd ze, onder andere, ook aangewend voor het opslaan van bonen, erwten, worst en zelfs als afwaskom gebruikt.

Daar we de karn reeds in het vorig artikel bespraken, zullen we de chronologie nu enig geweld aandoen en onmiddellijk aanvangen met de tuigen, gebruikt na de bewerking van het karnen.

Eens het karnen stopgezet, wordt de boter uit de karn verwijderd en dient ze gekneed te worden, om de karnemelk eruit te werken.  Dat kneden gebeurde ofwel met de hand, of ook soms met de BOTERLEPEL (4).  Deze boterlepel is van hout vervaardigd en heeft een geribd, gebogen blad.

De kleine boeren kneedden hun boter in de houten BOTERSCHOTEL of BOTERTEIL.  Grotere boeren gebruikten platte kuipen (5).

Persvormen
Van links naar rechts zien we een houten persvorm en twee recentere metalen persvormen,
alle modellen voor het bereiden van kaas.
Verder nog een stenen pot, waarin de platte kaas werd bewaard.

De boterschotel is een grote, houten, gedraaide kom, waarvan de maten afhankelijk zijn van de grootte van de veestapel.  Meestal waren er dan ook, op grote hoeven, verscheidene maten in huis aanwezig.

Een boterkom met een bovenste diameter van circa 40 cm en een hoogte van 18 cm mag tot de allergrootste schalen gerekend worden, die de houtdraaier in dit verband afleverde.

Vóór het gebruik werd de schotel met zout ingewreven en nadien met kokend water uitgespoeld, om het plakken van de boter te voorkomen.

Om de stand van het zuivel gereedschap af te sluiten, zijn we genoodzaakt nog iets te zeggen over de KAASBEREIDING.

Uit de geringe bescheiden die ons museum tot hiertoe aan kaasalaam bezit, blijkt echter niet zoveel te reconstrueren.

Naar de wijze van vervaardigen waren er drie soorten kazen: de geperste, de weke en de platte kaas.

De gewone wijze om kaas uit volle melk te bereiden bestaat erin de melk op de passende warmtegraad in de weiketel te brengen.  Men voegt er dan het vloeibaar aftreksel van de lebmaag van kalveren aan toe (dit noemt men STREMSEL), om daarna het gestremde dik te persen in EEN HOUTEN VORM VOORZIEN VAN GAATJES.  Vervolgens moet de kaas drogen en rijpen in de kelder; ook moet deze jonge kaas geregeld worden gezouten en gekeerd (omgedraaid).

De verse platte kaas werd bekomen door dik geworden botermelk te laten verlekken in een doek.  De aldus bereide platte kaas werd in kleine papieren zakjes gedaan en gedroogd.  Nadien werden die kaasjes, gebruiksklaar, in de AARDEN POT geborgen.

Tot slot willen we nog een oproep richten tot diegenen die over oud alaam en materialen beschikken en deze willen afstaan of in bruikleen geven aan ons museum.  Een seintje aan de redaktie van "ONS MEETJESLAND" of aan de auteur van dit artikel volstaat, om een stukje uit het heem van onze voorouders uit de vergetelheid te helpen redden.

E. DE SMET.

__________________________

(1) Melcksye: Anno 1644, Jan de Vulder. SAE, nr 1269.
- eenen haecker ende sye, 4 schell. I gr.: A° 1657, Laurens Auwerroghe. SAE, nr 1269.
- eene melcsye: A° 1657, Laurens Auwerroghe. SAE, nr 1269. Terug naar de tekst

(2) Een roemstandeke, 3 sch. 10 gr.; een melcktonne: A° 1644, Jan de Vulder. SAE, nr 1269.
- een romstande, 3 sch. 6 gr.; een stande, 14 gr.: A° 1646, Jacob Huysman. SAE, nr 1269.
- een melcsye ende erden pot, 1 sch. 4 gr. ; een melkkuype ; een stande met room, 4 sch. II gr.: A° 1657, Laurens Auwerroghe, SAE, nr 1269. Terug naar de tekst

(3) Een melcteele schotele, 8 gr.: A° 1646, Jaeob Huysman. SAE, nr 1269. Terug naar de tekst

(4) Volgens Dr. J. Weyns, in «Volkshuisraad in Vlaanderen», blz. 924, gebruikte men in het Meetjesland soms ook een boterhamer. Terug naar de tekst

(5) Een botercuypken; een boterteile; eenen botercom; ende tinnen boterschotele:
A° 1644, A. de Vulder. SAE, nr 1269.
- een hauten boterschotel ; een boterkuype: A° 1657, Laurens Auwerroghe, SAE, nr 1269. Terug naar de tekst
 

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  12-07-2019