Onderpastoors te Adegem
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1976, 9de jaargang, nr. 4

ONDERPASTOORS TE ADEGEM


Tot vóór een paar jaren waren te Adegem twee onderpastoors.  De ganse parochiale geestelijkheid bestond dus uit drie leden.  Momenteel is er nog één onderpastoor en het ziet er niet naar uit dat er in een nabije toekomst nog een tweede onderpastoor zal komen.

Gedurende meer dan honderd jaar zijn er twee onderpastoors geweest voor het priesterambt aan de Sint-Adrianuskerk te Adegem.  De tweede onder­pastoors­plaats is er zo maar niet vanzelf gekomen, want de gemeen­teraad die in 1849 in functie was hield het been stijf en willigde de resolutie van de kerkraad niet in, zodat er geen tweede onder­pastoor kon benoemd worden.  De druk van hogerhand bleef echter hameren en misschien hebben de gemeente­raads­verkie­zingen van 31 oktober 1854 hun rol gespeeld, want in zitting van 9 augustus 1854 werd ditmaal door diezelfde gemeente­raad een totaal andere beslissing getroffen !

Hier volgen de beide raadsbeslissingen:

"In zitting van den gemeenteraed van 13 juni 1849, waeraen deelnaemen: De Weert Johannes, burgemeester, Herrebaut Guido, schepene, Geirlandt Pieter-Jan, Van Waetermeulen Pieter-Jan, Matthys Jan-Francis, De Wispelaere Jan-Baptiste, Van Damme Francis-Bernard, De Bruyckere Petrus en Den Dauw Filip, allen raedsleden, alsmede De Weert Désiré, secretaris, werd het volgende punt van de dagorde besproken en beraedslaegd:

"Het order van den dag is het beraedslaegen op een resolutie van den raed der Kerkfabriek genomen, agtervolgens de Missive van den Heer arrondissementscommissaris te Gent, van den 4en dezer, nr 2206, betrekkelijk het opregten van twee nieuwe onderpastorsplaetsen bij de kerk dezer gemeente, door den Staet te bezoldigen;

"Den raed, gemelde resolutie in rijpe overweging genomen hebbende en gelet op de aengehaelde Missive:

"Overwegende dat bij hunne resolutie van 1845, omtrent het opregten van ene tweede onderpastorsplaets bij de kerk dezer gemeente, is bewezen geworden de onnoodzaekelijkheid dezer oprechting;

"Dat sedert dat tijdstip gene klagten zijn opgeroepen vanwege de parochiaenen, opzigtelijk het volbrengen der geestelijke bedieningen van de heren pastor en onderpastor, nog dat de zelve in het volbrengen hunner christelijke pligten belemmeringen hebben ontmoet.

"Overwegende dat in 1845 de bevolking enen cijffer opleverde van 4012 zielen, welken alsnu is gedaelt tot 3674.

"Overwegende dat het gouvernement zelf alle mogelijke spaerzaemheden tot stand brengt.

"Gezien art. 76 van de gemeentewet en het artikel van het decreet van 30 september 1809, is van advies met zeven stemmen tegen twee, dat er geen termen bestaen om twee nieuwe onder­pastors­plaetsen bij de kerk dezer gemeente op te regten, of hunne resolutie van het kerk­bestuur te geven.

"Twee leden hebben zich onthouden, voorgevende dat de beduiding van twee nieuwe onderpastorsplaetsen, zooals voorgeschreven bij bovenaen­gehaelde missive te verstaen geeft, het opregten met degeene van den bestaenden heer, van drij dergelijke plaetsen, alsmede in den twijfel of de gemeente in de middelen van bestaen dezer heeren zou moeten contri­bueeren.

"Aldus beraedslaegd...  enz."
 

Bijna zes jaar na deze beslissing en tijdens dezelfde bewindsperiode, komt de aanvraag tot het oprichten van de tweede onder­pastoors­plaats terug op de dagorde.  In zitting van 9 augustus 1854 werd dan als volgt beraad­slaagd:

"Het order van den dag is, om tengevolge van den brief van den heer arrondis­sements­commissaris te Gent, in dato van één Augusty, nr 1807, te adviseren over ene resolutie van de kerkmeesters-kamer dezer gemeente, in dato van zes Augusty, alhier bij afschrift voorgelegd, waarbij wordt ingewilligd in den voorstel van Z.H. den Bisschop van Gent, om ene tweede onder­pastors­plaets in deze gemeente op te regten.

"Den raed:

"Gezien de gemelde resolutie en de daerbij aengehaelde beweegredens:

"Overwegende dat de gemeente ene uitgestrektheid van 2763 hectaren heeft en dat de bevolking derzelve, zijnde 3577 zielen, zeer verdeeld is en dit op wijken waarvan er sommige 1 1/2 mijl der kerke verwijderd zijn.

"Overwegende dat het instellen eener tweede onderpastorsplaets veel gemak aen onze bestierders zou toebrengen, en zelfs er een stoffelijk nut zal uit voortkomen;

"Besluit:

"Voorberoepene resolutie wordt goedgekeurd en de raed erkent de nuttigheid van het opregten van een tweede onderpastorsplaets.

"Deze beslissing is genomen met vijf stemmen voor, één stem er tegen.

"Aldus beraedslaegd...  enz".

De plaats voor een tweede onderpastoor wordt daarmee open verklaard en zo vinden wij dat er al spoedig een tweede hulppriester naar de Sint-Adrianus­parochie te Adegem gestuurd wordt.  Deze geeste­lijke dient echter betaald te worden voor zijn werk alhier en zo lezen wij dat er in zitting van 25 augustus 1855 het volgende beslist wordt:

"Behoorlijk bijeengeroepen en vergaderd ter gewone beraed­slagings­kamer, het Schepencollegie doet verslag dat bij Koninklijk Besluit van 18 December 1854 een toelage van 500 fr gehecht is aen eene tweede onder­pastors­plaets in deze gemeente gevestigd, te beginnen van één October 1854;

"Dat, aengezien er op de gemeente-begrootinge van 1855 geen krediet is uitgestoken om het door de gemeente aen dien heer te verleenen supplement-jaerwedde, uit te betaelen op één Januari 1856, er naar luid de gemeentewet, een daertoe speciale vraeg aen de bevoegde overheid zal moeten gedaen worden;

"De Raed:

"Gezien art. 143 der gemeentewet van 30 Maart 1836;
"Overwegende dat er voor het uitbetaelen van het door de gemeente te verleenen tractement aen den reeds sedert één January 1855 in dienst zijnden tweeden heer onderpastor, te dien einde geen krediet ter gemeente­begrootinge voor 1855 figureert.

"Neemt bij deze zijnen toevlugt tot de Bestendige Deputatie van den Provincialen Raed, ten einde het haer behage de noodige magtiging te verleenen om gemelde jaerwedde te betaelen aen 210 fr 's jaers, te rekenen van 1 January 1855 en het gemeentebestuur deze uitgave ter gemeente­begrooting van 1856 te laten regulariseren".

In het begrotingsontwerp van 1856 wordt inderdaad, onder Hoofdstuk Twee, rubriek "Eredienst", het volgende ingeschreven:

"Onderhoud van het pastorieel huis, volgens staet: 180,20 fr
"Supplement jaerwedde van den desservitor - naer gewoonte: 200 fr
"Idem van TWEE onderpastors: 420 fr.

Het begrotingsontwerp voor 1855 bepaalt slechts het supplement voor één onder­pastoor, nl. 210 frank.

Door het verdwijnen van de tweede onderpastoor in 1973 is een stukje parochiaal leven de geschiedenis ingegaan.

Pierre VAN CLEEMPUT.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  13-07-2019