De heksen van de Oudeman
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1980, 13de jaargang, nr. 1

DE HEKSEN VAN DE OUDEMAN

Sommige lezers zullen de film "De heksen van Salem" wel gezien hebben.  Het gaat daar over een puriteins dorp rond 1670 in de Verenigde Staten van Amerika, waar de mensen zo dwaas waren geloof te hechten aan dom gepraat van enkele jonge meisjes die beweerden dat zij betoverd waren.

Straks zullen wij nog zo een film kunnen zien, "De Duivel" genaamd, en daar gaat het over een Frans nonnenklooster dat, ook rond die tijd, betoverd was volgens het zeggen van enkele Zusters die nogal simpel van geest moeten geweest zijn.

Over heksen en toverij zou men zo nog filmen kunnen maken, zo bijvoorbeeld ook over de heksen van den Oudeman, want die zijn er ook geweest.

Het was daar eigenlijk de schuld van Digma Dierickx, 23 jaar oud, meid bij Frans De Maecht, die zelf slechts 27 jaar oud was.  Digma moet een beetje licht in het hoofd geweest zijn en daarbij dan nog een beetje boosaardig van aard.  Zij mengde immers kalk met room en zij streek dat mengsel als zalf aan de ogen van de huisvrouw van Frans De Maecht.  Men kan zich voorstellen wat daar de gevolgen van waren !  Men kan niet slechter doen dan kalk in de ogen brengen.  De bazin van Digma huilde van de pijn.  Zij werd volledig blind en bleef dit.

Die bazin was echter reeds sedert lang ziek en zij leed ook aan de ogen.

Haar echtgenoot had eens een ketelaar ontboden die in de streek rondzwierf en die Jacques heette.  Die Jacques beweerde dat hij de vrouw wel kon genezen wanneer hij zijn boeken had die te Gent lagen.  Frans De Maecht leende een paard aan de ketelaar om die boeken naar Gent te gaan halen.  De ketelaar bleef drie dagen weg maar dan kwam hij terug om de zieke vrouw te belezen.  Na enkele tijd zeide hij dat het al wel was en dat hij zou terugkomen.

De zieke vrouw vertelde dat allemaal aan haar meid Digma en zij hoopte dat Jacques (zijn achternaam kende men niet) haar volledig zou genezen.

Maar nu deed Digma iets onverwacht.  Zij zegde dat het haar schuld was dat de boerin ziek was.  Zij vroeg vergiffenis aan de boerin en zij zegde dat zij het nooit meer zou doen.  Zij had immers kalk in de room gedaan die de boerin gewoon was aan haar ogen te strijken om ze koeler te maken.

Misschien had die Jacques aan Digma bevel gegeven dit te doen ?

In alle geval, toen die Jacques voorgoed weg was, bekende Digma, in aanwezigheid van de geburen, dat zij gedwongen geweest was door haar vijand die haar sloeg en haar dikwijls op de grond wierp.

Zij zegde ook dat Maaiken Bonnoit haar geholpen had om het poeder in de room te doen.

Boer De Maeght nam een beetje van die room tussen zijn vingers en hij voelde dat er brokjes kalk in zaten.

De baljuw van Waterland, Jan De Deckere genaamd, hoorde van die zaak en de mensen vertelden hem dat er toverij gebeurd was.  Hij wachtte dan ook niet en ging Digma Dierickx en Maaiken Bonnoit aanhouden.

Dat gebeurde in oktober 1611.

Maarten Pante was toen burgemeester van Waterland, Laureins Bertholf, Joos Pauwels, Pieter Hamere, Jacques Baudens, Joris Lippens en Jan Lauwers waren schepenen en de greffier was Jan De Costere.  (Niet vergeten dat het centrum van het dorp toen nog op de Hollands-Belgische grens lag).  Er was toen geen gevangenis op de Oudeman en de twee vrouwen werden geboeid en opgesloten in het huis van de schout, dat niet zeer sterk was.  Het had immers lemen wanden en het was tegen de dijk gebouwd.

Digma Dierickx en Maaiken Bonnoit werden gepijnigd met «waecken» (wat dat is weet ik niet) en Digma zegde, tijdens die pijniging, dat zij een toverheks was, dat de duivel haar daartoe gebracht had in het jaar 1609 toen zij nog als meid ten huize van Pieter Van Schoonacker woonde.  Zij kwam daarna bij De Maeght wonen wiens vrouw ziek te bedde lag van de pokken.  Haar duivel gaf haar wit poeder in de palm van haar hand en hij zegde dat zij naar Maaiken Bonnoit, huisvrouw van Pauwels van Gheertruyden, moest gaan om samen wat in het oog van de boerin te doen.  Digma toonde dat poeder aan Maaiken en die zegde dat zij het in een lepel met room moest doen om de ogen van de boerin sterker te maken.  Digma deed dat en de boerin huilde van de pijn en werd blind.

Dat bekende Digma allemaal tijdens de pijniging van 19 oktober 1611.  Op 22 oktober werd zij geconfronteerd met Maaiken Bonnoit en zij bleef haar beschuldiging bevestigen.

Zij werd dan nog eens gepijnigd en zij zegde dan dat zij dikwijls 's nachts met Maaiken gedanst had met nog andere vrouwen.

Maaiken ontkende dat maar Digma zegde dat zij daar wilde op sterven en in het vuur gaan.

Digma zegde verder dat zij getekend was (de heksen hadden ergens een merkteken van de duivel), dat zij het goede afgezworen had en dat zij met de duivel geboeleerd had.

Haar "boel" noemde zij Jacques en met hem had zij bij Maaiken 's nachts ook gedanst, begeleid door speellieden met violen en muzels.  Er waren daar ook nog andere vrouwen en Digma noemde hun naam.

Maaiken had ook een "boel" en die heette Barnabas.

Op een andere keer was er vergadering bij Joos Callant en er werd daar goede sier gemaakt en geboeleerd.

Wat kunnen wij van al die bekentenissen geloven ?

Dat Digma Dierickx betrekkingen heeft gehad met die ketelaar Jacques, dat zij zich met hem geamuseerd heeft in de herberg van Joos Callant (die aan de zuidkant van de Brand­kreek stond) en dat zij, op bevel van die Jacques, kalkpoeder in de room gemengd heeft om aan de ogen van haar bazin te strijken.  Dat Jacques dat niet zelf durfde doen, wijst wel op zijn slechte bedoelingen: de boerin, die toch reeds slecht zag, blind maken om dan mis­schien gemakkelijk te kunnen stelen.  Het speet Digma dat zij dat gedaan had en zij vroeg vergiffenis aan de boerin.  In haar onnozelheid dacht zij dat zij aan toverij meege­holpen had.  Wanneer men haar pijnigde legde zij allerlei onmogelijke bekentenissen af, wij zouden ook van alles zeggen om van de pijn verlost te zijn.  Het zijn alleen zeer sterke mensen die hevige pijn kunnen verdragen.

Digma Dierickx had, zoals wij verteld hebben, allerlei dwaze dingen bekend tijdens haar pijniging.  Men wilde haar nog meer doen zeggen maar Digma beweerde dat zij zwanger was en dat was een reden om haar niet meer te pijnigen.

Als Digma werkelijk in verwachting was dan moest dat van de duivel geweest zijn zoals in de film "Rosemary's Baby" van Polansky.  Het was echter een geveinsde zwangerschap.  Digma gebruikte dit middel om te ontsnappen aan de pijniging.

Zij deed nog meer, op een koele morgen was zij verdwenen uit het huis van de schout waarin zij met Maaiken Bonnoit, opgesloten zat.  Zij was nochtans geketend met ijzeren boeien.  Digma had zich daaruit kunnen bevrijden, de boeien lagen op de grond en er was een gat gemaakt in de lemen muur.  Uit schrik voor het ontsnappen van Maaiken Bonnoit, voerde men die zogenaamde heks naar Gent waar zij in het Gravensteen werd opgesloten.  Haar man kwam bijna iedere dag rond het huis van de schout drentelen en men vreesde dat hij haar eens zou bevrijd hebben.  Digma Dierickx was weggelopen toen de schout Daneel Van den Winckele afwezig was en zijn vrouw minder oplettend was.

Dat kon nu ook met Maaiken gebeuren.  Maar nog voor Digma weggelopen was, had zij al haar bekentenissen ingetrokken en ook Maaiken, dat op zijn beurt gepijnigd werd, had eerst bekend dat zij een toverheks was maar had die bekentenissen achteraf ingetrokken.  De griffier van Watervliet, die evenals baljuw Jan De Deckere, op Waterland dienst deed, had nagelaten al die bekentenissen en ontkenningen te noteren omdat dat, volgens zijn mening, "al liedekens" waren.  Die griffier heette Jan De Costere en die uitdrukking "het zijn al liedekens" wil zoveel zeggen als de uitdrukking "het is allemaal larie en apekool" (het zijn allemaal konten, zou Fans De Muer gezegd hebben).  Dat moet een verstandige griffier geweest zijn, iemand die geen geloof hechtte aan die hekserij.  Zijn nalatigheid werd hem echter kwalijk genomen en men nam het de baljuw ook kwalijk dat hij zolang gewacht had (Digma was weggelopen in mei 1612) vooraleer hij de heksen naar Gent overbracht.  Het is niet onmogelijk dat de baljuw dat onderzoek ook tegen zijn goesting leidde, dat hij ook minder geloof hechtte aan die toverij, maar dat hij de vrouwen wel had moeten aanhouden omdat al de mensen van de Oudeman ze als heksen beschouwden.  Burgemeester en schepenen van de Oudeman hadden dikwijls voorgesteld de vrouwen te berechten maar de baljuw had dat altijd maar uitgesteld, wellicht omdat hij twijfelde aan de ernst van de feiten.  Na het overbrengen van Maaiken naar Gent, was alles in handen van de Raad van Vlaanderen, de hogere rechtbank die in het Gravenkasteel zetelde.

Maaiken was dus gepijnigd voor zij naar Gent overgebracht was maar evenals Digma riep zij zwangerschap in tegen die pijniging.

De schepenen van Waterland lieten het water van beide heksen onderzoeken door meester Coenraet en die beweerde dat geen van beiden bevrucht was.  Om volledig zeker te zijn deed hij echter bloed trekken van die vrouwen en dat bloed moest in hun water gedaan worden.  Wanneer het bloed zonk, waren zij niet bevrucht.  De proef viel zo uit en men was op de Oudeman van mening dat geen van beide vrouwen zwanger was.  Men zou dus maar voortdoen met die pijniging.  Maar, zoals wij gezien hebben wachtte Digma Dierickx niet tot het zo ver kwam.  Zij kon vluchten.  Maaiken Bonnoit echter werd verder op de pijnbank gelegd op de Oudeman en ook te Gent toen zij daar aankwam.  Daar ontdekte men echter dat de arme vrouw werkelijk zwanger was en de pijniging werd niet voortgezet.

Toen Digma Dierickx gepijnigd werd had zij nog de namen van andere mensen genoemd die bij de hekserij zouden betrokken zijn.  Zo was dat het geval met Margriete, echtgenote van Joos Callant, met Tanneken Oultera en met Jozijne Arnouts.  Die vrouwen werden ondervraagd maar niet aangehouden omdat zij beloofden terug te komen wanneer dit gevraagd werd.  Jozijne Arnouts echter sloeg op de vlucht en zij werd door de wethouders van de Oudeman met verbanning veroordeeld.  Haar oude en zieke man moest het zien gebeuren dat haar meubels uit zijn huis verkocht werden.  Er was nog een andere vrouw vernoemd geworden, Janne Boone namelijk maar de wethouders van de Oudeman kenden haar niet.  Zij wisten alleen dat die vrouw soms kwam wassen, schuren of in de oogst helpen op de parochie.  Ook Salomon Martens was vernoemd geworden en men wist te vertellen dat dit een kreupel man was van Lovendegem of van Zomergem en men had gehoord dat hij overleden was.  Die man werd door andere getuigen de meester van Lembeke genoemd en hij zou zijn vrouwen kinderen betoverd hebben.  Er werden immers nog andere getuigen ondervraagd die meestal dwaze dingen vertelden.  Zo wist Janneken, huisvrouw van Pieter De Coninck, te vertellen dat haar man drie jaar geleden ziek lag en dat er een ketelaar bij haar kwam logeren die zegde dat hij blijde was omdat zij nog leefde want dat zij betoverd was door Maaiken Bonnoit.  De ketelaar beweerde dat hij die vrouw kon doen komen wanneer Janneken dat wilde, maar zij wilde het niet hebben.

Maaiken, de huisvrouw van Hendrik De Wulf, wist te vertellen dat zij had horen zeggen dat Maaiken Bonnoit voor vijf jaar veroordeeld werd voor toverij.  Frans De Maeght, de echtgenoot van de blinde vrouw van wie wij de getuigenis die hij te Gent aflegde reeds opschreven, vertelde bij zijn eerste ondervraging dat Digma Dierickx en Maaiken Bonnoit nooit z'n vrouw betoverd hebben, volgens bekentenis van Digma.  Hij zegde ook dat Maaie en haar duivel hand in hand bij Digma kwamen en haar het poeder gaven om zijn huisvrouw te betoveren.  Deze verklaring klopte niet al te best met wat Digma gezegd had en toen zij haar bekentenissen introk beweerde zij dat zij zelf betoverd was ofwel door haar meester (Frans De Maecht) die haar al die bekentenissen had opgelegd, ofwel door de ketelaar die door Frans De Maecht op St. Pieters te Gent gehaald was om zijn vrouw te genezen.  Bij dat intrekken van haar verklaringen zegde Digma ook dat alles wat zij van andere mensen gezegd had, onjuist was.  Wij mogen hieruit afleiden dat de ware schuld voor de blindheid van vrouw De Maeght, wellicht moet gezocht worden bij haar man en bij die ketelaar.  Frans De Maeght kon alle schuld op Digma wentelen en de ketelaar (die men ook soms de beteraar noemde) werd niet meer gevonden.  Digma Dierickx werd in 1613 gevat, naar Gent geleid en door de chirurgien Servaas Biebaut onderzocht.  Zij werd dan terug gepijnigd door de scherprechter maar wat zij dan bekende weet ik niet.  Zij werd kort nadien terechtgesteld, dat wil zeggen verbrand.

Een arme sloor zouden wij zeggen, die door haar meester en door een ketelaar misbruikt was geworden.

Wat men met Maaiken Bonnoit gedaan heeft, weet ik nog niet.  Zij was in elk geval ook zwaar beschuldigd geworden.  Jan Slabbaert getuigde zo dat hij Digma had horen vertellen dat Maaiken zijn huisvrouw en zijn kind betoverd had.  Toen zijn vrouw in het kraambed lag, had Maaiken de arbeid van zijn vrouw zes weken verachterd en de vroedvrouw zegde dat zij niet in huis wilde komen zolang dat wijf met die lelijke ogen daar nog kwam.  Maaiken moet een oude lelijke vrouw geweest zijn en dat is ook een goede reden om als toveres door te gaan.  Trouwens, ook Frans De Maeght en Margriete Slabbaert, zijn blinde vrouw, zegden dat Maaiken bekend stond als een toveres.  Ik heb echter nergens gevonden dat zij verbrand werd.  Misschien heeft 't feit dat zij in de gevangenis beviel, haar gered van de dood.  Alle kosten van verblijf in de gevangenis van het Gravensteen te Gent, waren ten laste van de vrouwe van Watervliet (die toen Françoise Lauwerein was) en van de baljuw van Waterland.  Wat er met het kind van Maaiken Bonnoit gebeurd is, weet ik niet.

Zo eindigde een drama dat de Oudeman beroerde in 1611 en 1612.

Daniël Verstraete.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  05-08-2019