Hieronymus Lauwerijn: zijn lokale en historische betekenis
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1986, 19de jaargang, nr. 2

HIERONYMUS LAUWERIJN:
ZIJN LOKALE EN
HISTORISCHE BETEKENIS.

Dat Watervliet vele aspekten vertoont, die uniek zijn in Vlaanderen, zowel het huidige als het oude graafschap, kwam reeds meermaals tot uiting in dit tijdschrift.  Die aspekten kunnen het karakter hebben van een eigenaardigheid, zoals het feit dat, tot na de tweede wereldoorlog, in alle katholieke kerken, de vrouwen en de mannen elk hun kant hadden, behalve dan in de "Kathedraal van het Noorden", waar de mannen ROND de vrouwen zaten.  Dat fenomeen zou een gevolg zijn van de gebeurtenissen in 1673, tijdens de Hollandse Oorlog (1).  Ze kunnen ook belangrijke zaken omvatten, zoals de aard van het leen, dat Watervliet was sinds 1505, namelijk "Pacti et Providentie" (2), waarover het laatste woord nog niet is gezegd.  Ook zijn we aan dergelijke, soms zeer ernstig te nemen, eigenaardigheden nog niet uitverkocht en dat willen we vandaag, en in de volgende nummers, bewijzen.

Zulke folkloristische of historische wetenswaardigheden kunnen schuilen in een al of niet voortdurende situatie of in een statuut, zoals vermeld, doch ook in personen.  Zo hopen we nog ooit eens de band aan te tonen tussen Watervliet en het Suez kanaal !!!  De belangrijkste mens, die in dit dorp heeft geleefd, is ongetwijfeld zijn stichter, Hiëronymus Lauwerijn.  Zonder hem zou het nooit geworden zijn wat het is, en dat is nog honderdmaal minder dan wat hij ervan verhoopte en droomde.  Toen zijn droom uit was, en dat duurde niet zo lang, was ook Lauwerijn verdwenen.  Niet alleen van de aardbodem trouwens, want na een half millenium heeft nog niemand er aan gedacht zijn naam te geven aan een straat, een plein, een huis, zelfs aan geen klub; en wanneer men door een Koninklijk Besluit van 17 december 1825 aan de gemeente Watervliet een wapenschild gaf dat altijd dit van de familie Lauwerijn was geweest, vergiste men zich nog door een zespuntige ster te plaatsen waar het een vijfpuntige moest zijn.  De man is veel te rap vergeten en veel te weinig bekend.  We weten zelfs niet wanneer hij geboren werd, alhoewel hij op dat stuk geen uitzondering is.

Over zijn grote bedoelingen hebben we het reeds gehad).  Het volstaat trouwens de drie keuren van Watervliet te lezen, vooral deze van 1504 en 1505, om te zien wat het hier moest worden: een reusachtige haven, een ommuurde stad, een kanaal naar de zee door het schorrengebied, een drukke handelsstad en een somtueuze kerk.  Alleen die laatste is nog een blijvende herinnering aan een grootse idee die hier geboren werd en waarvan de verankerde families, zij het onbewust, nog de sporen in zich dragen.

De strategie op het terrein, van de naaste medewerker van Graaf Philips de Schone was nochtans eenvoudig: drie polders indijken, te weten de St.-Christoffelpolder, de St.-Hiëronymuspolder en de Lauwerijnenpolder (dit is niet in tegenspraak met wat twee alinea's vroeger werd gezegd over de vergeten stichter, want de namen van die twee polders gaf hij zelf), respektievelijk in 1499, 1501 en 1503 drooggelegd, drie polders met zeer grote afmetingen.  De eerste WAS Watervliet in zijn gedacht, zij het dan dat om praktische redenen het centrum op een andere plaats werd gelegd.  De overige twee moesten uiteraard vertrekken van de dijken van de eerste, doch reikten een heel eind buiten de grenzen van Watervliet, die bijna dezelfde waren als deze van de Nieuwe Keure.  Beide staken ongeveer een kilometer uit naar het Noorden toe, wat de haven zou beschermen.  Daar waar ze buiten het grondgebied van de heerlijkheid kwamen zouden ze nieuwe heerlijkheden vormen, afhangende van het leenhof van Watervliet (dat kon de belangrijkheid slechts vergroten) en bestemd voor twee van Lauwerijns dochters.  De heerlijkheid Waterland, in de St.-Hiëronymuspolder, waar ooit St.-Nicolaes-ter-Varent en Elmare (3) waren overspoeld door de golven van de zich-zelf-scheppende Zuudzee, was bestemd voor Babette, die echter kort nadien overleed.  Zo werd de Heer van Watervliet ook de Heer van Waterland.  Waar de Lauwerijnenpolder in het gebied van de Vier Ambachten dringt, werd hij de reïnkarnatie van het verdronken Ter Piete, en kreeg hij de naam Waterdijk.  Hij moest de bruidschat worden van Mayken.  Voor dit hele gebied (het leenhof) verwerft Lauwerijn het statuut Pacti et Providentie, en over de bijzondere betekenis hiervan willen we het in dit artikel nog hebben.

De strategie was dus betrekkelijk eenvoudig, maar... "tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren..."  Het loopt min of meer verkeerd om verschillende redenen.  Vooreerst op financieel vlak blijkt de Lauwerijnenpolder een aderlating.  Het bedijken kost driemaal zoveel als verwacht (4).  Doch ook de Christoffelpolderzeedijk baart zorgen; een beschermende polder ervóór zou minder kosten dan zijn onderhoud als zeedijk (5).  Quasi zeker om dit motief wordt de bouw van de kerk halfweg stilgelegd in 1503.  Terzelfdertijd ondervindt Lauwerijn dat de schorren ten noordoosten van zijn laatste polder veel gunstiger gelegen zijn dan Watervliet voor het bouwen van een haven.  Hij vraagt de toelating voor het verder bedijken in die richting en daar de heerlijkheid Philippine op te richten, eveneens afhangende van het Leenhof van Watervliet.  Intussen zal hij de zeedijk van de St.-Christoffelpolder beschutten tegen de golven en begint een dijk aan te leggen die de uitstekende punten van de twee andere polders verbindt, dus tussen Hoogkasteel en Maagd van Gent.  In januari 1505 wordt de keure van Philippine uitgegeven (6) en bijgevolg wordt van de nood een deugd gemaakt: inderhaast beëindigt men voorlopig de beschuttingswerken door de dijk in aanleg rechtsaf te buigen naar't Hoeksken.  Dat is het ontstaan van de St.-Annapolder.  Op die manier is de halve kerk beter beschermd tegen de zeewinden en is de woonkern niet rechtstreeks meer bedreigd.  Alle aandacht gaat nu naar de Philippinepolder, die in 1506 droog ligt.  Dan keert men terug waar men te vroeg was weggelopen, om de Vrije Dijk aan te leggen tussen het Mollekot en de Maagd van Gent.  De polder, die op die manier wordt gevormd, krijgt vanzelfsprekend de naam van Lauwerijns oogappel, Babette, die een paar jaar voordien, zeer jong, gestorven was: de St.-Barbarapolder.  In 1509 was het de beurt van de vader.

In plaats van drie polders zijn het er zes geworden, in plaats van een somptueuze kerk werd het een half onafgewerkt bedehuis, in plaats van de havenstad Watervliet werd het de haven van Philippine en Watervliet werd landbouwgebied.  Doch ook Philippine stijgt niet uit boven het vissershaventje.

De redenen daarvoor zijn nogal uiteenlopend van aard.  De opvolgers van Lauwerijn zijn niet uit het zelfde hout gesneden.  Matthias dijkt nog vier polders in en bouwt verder aan de kerk, maar de Schwung is er uit.  In zijn tijd is het een veeg teken voor de man als men veel hoort spreken over zijn vrouw.  Welnu Françoise Ruffaulx schijnt een grote persoonlijkheid te zijn geweest !  Marc en Guido, haar zoons, houden zich met totaal andere zaken bezig en verblijven praktisch niet meer in "Het Hof van Plaisance", het kasteel achter de kerk.  Dat geldt ook voor de meesten van hun nakomelingen.

Na de ontdekking van Amerika was het normaal dat de schepen een grotere diepgang kregen, en bijgevolg was een ondiepe zee, lijk de Zuudzee ofte Braakman, niet toekomstgericht.

Lauwerijn voorzag niet zo'n sterk centraliserende figuur als Keizer Karel, een feit waarmee hij nochtans zelf iets te zien had.  Deze monarch wilde Antwerpen niet opofferen aan het graafschap Vlaanderen.

Belangrijk was ook de opkomst van het protestantisme, dat uitmondt in een tachtigjarige oorlog met alle gevolgen vandien, en er bovenop een nieuwe grens, die Philippine van Watervliet scheidt.

Wat er ook van zij, Lauwerijn gaf de definitieve stoot tot indijken, daar waar zovelen mislukt waren in de loop van de honderd vijfentwintig jaar voordien.  Hij gaf de streek het uitzicht dat ze nog heeft.  Als hij nog eens mocht terugkeren zou hij bekennen dat ze niet aan zijn verwachtingen beantwoordt, maar toch zou hij zien "dat het goed is", precies zoals de Schepper op de zevende dag, en hij zou verder rusten, wellicht in vrede.

Dat een man met de funkties, de invloed en het karakter van een Lauwerijn geen andere dan lokale betekenis zou hebben, is minder waarschijnlijk.  Hij blijkt evenwel een zeer trouwe en zeer bescheiden dienaar van zijn vorst te zijn geweest, en de graaf maakt daarvan geen geheim.  Ook nu zijn dergelijke mensen onbetaalbaar, die werken met kracht en met inzicht, en toch niet op de voorgrond wensen te treden.  Anderzijds is het naderhand geen sinekuur om zo'n persoonlijkheid uit de bronnen naar boven te halen.  Toch willen we dat wel eens proberen.

Dat de Middeleeuwen eindigen in 1492, met de ontdekking van Amerika, of met Luther in 1517, of met de Renaissance, of zelfs met de Franse Revolutie in 1789, is het werk van historici achteraf.  Niemand heeft ooit geweten dat hij in de Middeleeuwen leefde natuurlijk.  De voornaamste kenmerken van die periode waren de feodaliteit en de katholiciteit.  Door de verschillende ontdekkingen, de nieuwe stromingen en de gevolgen ervan, beginnen de mensen anders te denken over vele zaken, het leven gaat er anders uit zien en de maatschappij neemt nieuwe vormen aan.  Dat gebeurt niet met schokken, het is een geleidelijke evolutie, en daarom zijn de specialisten het niet roerend eens omtrent de datum waarop men de Moderne Tijden laat beginnen.  Omstreeks dat ogenblik zien we dat het Verenigd Europa, dat Karel de Grote tot stand had gebracht, en gedurende vele eeuwen uiteen was gedreven, door Keizer Karel opnieuw wordt samengesmolten onder zijn scepter.  Waar haalde de man deze ideeën ?  Zeker niet van zijn vader, die van het lichtere type was en liever achter de meisjes aan zat dan grote denkbeelden aan zijn kinderen te verkondigen.  Evenmin van zijn moeder: die was krankzinnig.  De prins had evenwel een goeverneur, Lauwerijn, en die had moderne gedachten.  Leerling Karel blijft zijn meester dankbaar tot lang na de dood van deze laatste.  Door zijn brieven van 23 april 1539 geeft de keizer de tienden van de kerk van Watervliet aan Matthias Lauwerijn, als dank voor de door Matthias aan hem bewezen diensten.  Dat is een normale passus.  Hij voegt er echter ook aan toe dat het mede uit dank is voor de grote diensten die Hiëronymus Lauwerijn aan zijn vader, Philips de Schone, EN AAN HEM (Karel) betoonde.  Dertig jaar na de dood van Hiëronymus kan men dat bezwaarlijk als een protokolaire verplichting beschouwen.  Anderzijds was Karel zes jaar oud toen Philips in 1506 overleed.  Zijn tante oefende het regentschap uit, en drie jaar later sterft de stichter van Watervliet.  Zijn dienst aan Karel, als vorst, is vooreerst een theoretische zaak, hij staat meer in dienst van de regentes, en vervolgens is die van een zeer korte duur, zodat de uitzonderlijkheid ervan moeilijk kan aanvaard worden, tenzij een bravourestuk, en dat is niet bekend.  Wat kan de keizer derhalve bedoeld hebben als hij het niet had over de deugdelijkheid van zijn opleiding (7) ?

Vanzelfsprekend blijft deze redenering een vermoeden.  We geloven toch dat het geen slag in het luchtledige is, en de grond voor deze vermoedens aanwezig is.

We keren terug tot Lauwerijn.  Hij wist dat, om iets groots te bereiken, de feodaliteit nefast was.  Dat dit nu geen loutere veronderstelling is bewijst de Watervlietse keure van 1505, die een antifeodale richting uitgaat.  Het is één van de allereerste, zoniet HET eerste dokument uitgaande van de hoogste overheid, dat zo duidelijk breekt met de Middeleeuwse tijdsgeest.  Specialisten terzake, zoals Dr. Daniël Lambrecht (RUG) kennen er geen, althans van vroegere datum.  Door deze keure, en door de opvoeding die hij de kroonprins meegegeven heeft, staat de Heer van Watervliet aan het begin van de Moderne Tijden.

Hij is geen exponent van de filosofen van de nieuwe strekking, daarvoor is hij te veel man van de daad.  In die periode bespeurt men enkel schokgolven, al of niet met een revolutionair karakter, die afrekenen met de Middeleeuwen.  Er is vooreerst het Humanisme (En was Erasmus geen vriend van de familie Lauwerijn ?  Vooral Marc, de tweede zoon van Hiëronymus, die kanunnik was van het kapittel van St.-Donaas te Brugge, onderhield met hem zeer nauwe vriendschapsbanden).  We zien de ontdekking van Amerika, die rechtstreeks aanleiding geeft tot een nieuwe golf van kolonialisme, wat in zichzelf centralistische kenmerken draagt.  We beleven de genoemde hereniging van Europa door Karel V.  Dan komt Luther, die niet alleen afbreuk doet aan de katholiciteit van het Westen, doch langs het nieuwe geloof protestantse staten doet ontstaan.  Nederland is er een typisch voorbeeld van.  Tussen die grote gebeurtenissen en feiten staat Lauwerijn, onzichtbaar voor de massa.  Zijn rol is achtergronds maar wezenlijk.

Indien de keure van mei 1505 alleen de rechtzetting van een vergetelheid in deze van november 1504 was, hoefde daar niet zoveel literatuur bij te pas te komen, en zeker geen nieuwe privilegiën.  Dat wijst op een gewilde vergetelheid, hetzij van de vorst, hetzij vanwege zijn onmiddellijke omgeving.  De supplementaire gunsten doen de balans der waarschijnlijkheden sterk overhellen naar de tussenkomst van de graaf.  Hieruit kan men afleiden dat hij, Lauwerijn, de afbraak van de feodaliteit in de geest van zijn koningen deed doorgang vinden.  Bij Philips profiteerde hij van diens zwakte, en drong zijn eigen ideeën op.  Bij Karel profiteerde hij van diens kracht, en voedde hem op naar eigen inzichten, waarna het zaad kon ontkiemen, en daar weten o.m. de Gentenaars van mee te spreken !  Wijst dit "feodum pacti", dit kontraktueel feodum, niet op Romeins Recht ?

Lauwerijn is de stuwing, die een belangrijke schokgolf aan het rollen brengt, en op die manier een sterke band legt tussen Watervliet en het einde van de Middeleeuwen.  Watervliet is geboren lijk Windekind: uit de stralen van de ondergaande zon (de Middeleeuwen) en die van de opkomende maan (de Moderne Tijden).  Terwijl we nu toch aan het parafraseren zijn: "Ei, dorpen en steden van dit (Meetjes)land, ween van spijt, en werp uw kroon naar... Watervliet !"

J. De Paepe.


P.S. - We kunnen niet nalaten onze welgemeende dank te betuigen aan Dr. Daniël Lambrecht van de RUG - leerstoel Rechterlijke Inrichting van de Middeleeuwen, die zo bereidwillig was ons bij het tweede deel van dit artikel deskundig te adviseren.  Hierdoor heeft hij niet alleen waardevolle elementen toegevoegd, maar ook het beeld ontmanteld van de eminente wetenschapsmens, opgesloten in zijn ivoren toren.
 

__________________________
(1)    O.M. nr. 3/1984 p. 120 e.v.  Terug naar de tekst
(2 O.M. nr. 2/1984 p. 82 e.v.  Terug naar de tekst
(3 Op het waarschijnlijk verwijt dat ik Elmare niet weet liggen wil ik enkel aanvoeren dat de mensen van de XVIde eeuw enorm veel wisten over de ligging van de dorpen van vóór 1375.  Welnu in het RAG berust een kaart (Kaarten en Plannen nr. 702) van 1545.  Ze werd in 1652 gekopieerd door Jan Baele en ze vermeldt: "Fondatien van Elmaere" in het noorden van de St.-Hiëronymuspolder, juist voorbij de grenspaal van Watervliet, tussen de Oudemansgeule en de Elmaerestraete, in het Elmaerelant.  Terug naar de tekst
(4 RAG Watervliet-Heerlijkheid nr. 289 (Keure van Waterdijk).  Terug naar de tekst
(5 ... dat hy weet waerachtich zynde dat by den bedyckene van de polders van lauwereins Sente Jeromme ende Ste annepolder de polder van Sente xx is groot proffut ghedaen es..."
RAG Raad van Vlaanderen nr. 8795 p. xxvj.  Terug naar de tekst
(6 RAG Watervliet-Heerlijkheid nr. 296.  Terug naar de tekst
(7 Extrait du registre de Chartes commencant en May 1539 étant en la Chambre des Comptes du Roy a Lille en Flandres Fol 69 & 70 Lettres de Sa Majesté Charles Empereur des Romains par lesquelles il donne les dimes à Mathias Lauwerin Seigneur de Watervliet au long déclaré.
Charles par la divine Clemence Empereur des Romains....
A Tous ceulx qui ces presentes verront salut de la part de notre ame & féal ecuyer Matthyas Lauwerin Seigneur de Watervliet.  Tant en son nom que en qualité de Patron lay de l'Eglise Parochiale de la dine Seigneurie de Watervliet.  Nous a esté remontré comme feu Messire Jerome Lauwerin son Pere en son vivant Chevalier & Tresorier General des Finances ajant cy devant dicqué certains rejets & schoors de Mer au quartier du dit Watervliet en vertu de Certains Previlege & Octroy de feu le Roy Don Philippe Monseigneur & Pere que Dieu absolfe & etant deliberé a l'augmentation de notre Domaine dicqvier & recouvrir hors de la Mer plusieurs autres terres & schoors gisans Commun aves la Mer..... il nous plaist pour ces raisons & en reconnaissance des bons & feaux services que son dit feu père a par cidevant fait a nos predecesseurs & a nous, mesmes que la dite Seigneurie de Watervliet est fort fretteuse & constabe contre les inondations obstant quelle est frontier de Mer....
RAG Raad van Vlaanderen nr. 33.378.   Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  04-12-2019