Mengelingen over de parochie 's Gravenjansdijk (2)
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1979, 12de jaargang, nr. 1

MENGELINGEN OVER DE
PAROCHIE  'S GRAVENJANSDIJK (2)

De twee grote bekommernissen van deze illustere man en verdienstelijke priester waren: 1. De wateren van noordelijk Vlaanderen door een kanaal in de Noordzee doen afvloeien en dit onafhankelijk van de "Hollanders".  Aan deze laatste had hij zeker een broertje dood.  2. Een groot deel van de streek en een talrijke bevolking bevrijden van een altijd-weerkerende, ellendige ziekte, nl. de polderkoorts, gevolg van de gedurige overstromingen, die ontelbare zieken en doden veroorzaakte.

De oorspronkelijke naam was "Het Kanaal van Selsaete", omdat het eerste geplande projekt vertrok vanuit Zelzate (Kanaal Gent-Terneuzen).  Dit eerst geplande projekt werd later veranderd op aandringen van Kanunnik Andries.  Het trajekt - het huidige moest beginnen vanuit de Braakman en uitmonden te Heist (Hazegras).  Men begon te graven van 1846 tot 1848.  Koning Leopold der belgen keurde dit projekt goed en het kanaal werd door hem ingehuldigd.  Vandaar de naam "Leopoldkanaal of Leopoldvaart".  Het kanaal was pas gegraven of de overtollige wateren en de polderkoorts verdwenen.  Stel u de vreugde voor van duizende Vlamingen.  Maar vooraleer het zover was gekomen, is het niet gebeurd zonder veel moeilijkheden, geduld, werk en offers van pastoor Andries.  Wij besparen u, lieve lezer, de ontelbare discussies van de legislatuur te Brussel, die volksvertegenwoordiger Andries aldaar voerde.  De Hollanders hebben in die tijd de Belgen altijd een "loer" gedraaid.  Uiteindelijk ware het beter geweest dat Zeeuws-Vlaanderen (Nederland) bij Vlaams-België behoorde.  Ten andere, tal van Zeeuws-Vlaamse inwoners "voelen" Vlaams en Belgisch.

Opbouw van de eerste (houten) kerk in 1904.
Opbouw van de eerste (houten) kerk in 1904.

Er zal altijd een "klink in de kabel" blijven over de wateren tussen Nederland en België, als men niet "Europees" gaat denken.  Natuurlijk diende rekening gehouden te worden met de strategie - in oorlogstijd - nl. militaire macht van "onder water zetten".  Ook onze administraties over dijken en sluizen werden in gebreke bevonden.  Men onderhield de dijken en de sluizen niet.

In zijn hogervermelde studie behandelt dan ook pastoor Andries alle aspekten in drie hoofdstukken: Geschiedkundige feiten - Diplomatieke feiten - Geen woorden maar daden.  - Besluit: "De 16de maart 1837 legde Mr. Lejeune de tekst van het wetsontwerp neder en de 26e juni 1842 werd door Koning Leopold een wet goedgekeurd tot het delven van een kanaal van Zelzate naar de Noordzee en waarvoor men 4 miljoen stemde.  Nooit is geld beter besteed geweest, zegt men, en de reden ?  Eén of twee jaar vóór het delven van de vaart was de gemiddelde prijs per ha bouwland... in openbare en private verkoping 1.100 tot 1.250 fr.  Onmiddellijk na de delving met haar weldadige uitwerkingen klom deze waarde tot 3 à 4.000 fr.  Zelfs ten jare 1870-1880 was het niet zeldzaam dat dit opliep tot 6.000 fr.

In het dorp van Sint-Laureins ging de bouwgrond tot 50 à 100 fr. de roede.  Gedurig werden ook de woningen droger, ruimer en zindelijker.  De polderkoorts verdween volledig.  De wegen verbeterden stelselmatig en vergden de helft niet meer van de vroegere onkosten voor onderhoud.  Betere verbindingen naar naburige gemeenten volgden.  Sedert vijftig jaar neemt de landbouw een enorme uitbreiding.  Nu rust op deze gemeente (Sint-Laureins) een welstand.  Strelend voor het oog zijn bij zomertijd de golvende oogstvelden rond de hofsteden.  Talloze graanoppers vormen sprekende bewijzen van vruchtbare bodem en noeste arbeid.  In de stallen der landbouwers stonden vroeger graatmagere koeien en runderen.  Thans dieren met brede ruggen, geel-volle uiers, afstammend van het Durhams, Hollands en Gelders ras.  Derby-zwijnen met hele hopen, die op de markt van Eeklo verkocht worden, werkpaarden met een krachtig spierenstelsel.  Tot zover een gevonden "geschrift" te Sint-Laureins, in verband met het Leopoldskanaal.

1. ONTSTAAN VAN DE PAROCHIE 's GRAVENJANSDIJK.

De redenen of verzuchtingen om een parochiegemeenschap alhier op te richten, om een meer parochiaal- en kerkelijk leven "dichterbij" te brengen, waren dat in deze omgeving (Bassevelde, Boekhoute en Watervliet) een betrekkelijk grote bevolking leefde en woonde op deze verafgelegen wijken.

Een oprichting van een parochie betekende een zekere afscheiding van die drie genoemde gemeenten.

Een eerste aanloop om dit doel te bereiken en een gemeenschapsleven te centraliseren, begon toen de aandacht werd gevestigd en de bereidheid werd gevonden vanwege de Congregatie der Bernardinnen van Oudenaarde, die een klooster hadden in Bassevelde-Centrum, om alhier onderwijs te verschaffen en in te staan voor de opvoeding van de jeugd, die heel wat afgezonderd leefde.

Deze "dromen" ontstonden in het jaar 1897 en werden werkelijkheid !  De eerste religieuzen-leerkrachten kwamen hun intrek nemen in een werkmanr,woningske en gaven het eerste onderricht, tot grote voldoening van de bevolking.  Er kwam leven in de brouwerij !  Een noodzakelijke, grotere en betere huisvesting - zowel voor leerkrachten als leerlingen - was noodzakelijk.  De eerste spade voor het bouwen van klooster en school, werd gestoken in het jaar 1897.  Vóór die tijd dienden de religieuze leerkrachten zich dagelijks te verplaatsen per "been voiture" of "sjees" naar hun moederklooster te Bassevelde-Centrum.  Het was een eerste harde tijd voor die beginnende religieuze leerkrachten, dit omwille van de afstand (3 km) en die fameuze "slechte Dijkstraat".  Oprichting en afscheiding van de parochie 's Gravenjansdijk liepen niet van een leien dakje.  Er kwamen veel betwistingen in de gemeentelijke- en kerkelijke raden van de drie gemeenten.

De pastorie.
Foto J. Valcke, Sint-Laureins.

Spijts alles... een eerste gemeenschapsleven en parochie werden een feit !  Natuurlijk geen parochie zonder "herder", pastoor of bestuurder van een parochie.  Het was nu wachten naar een herder.

Op 7 november 1904, bij Koninklijk Besluit, werd de parochie van 's Gravenjansdijk-Bassevelde erkend en opgericht.  In dit zelfde jaar werd een eerste pastoor benoemd, nl. E.H. Jan-Baptist Meuleman, onderpastoor van Nieuwerkerken-Aalst.  Deze priester was de neef van Z.E.H. Jan-Baptist Galmaert, direkteur in die tijd van het klooster der Bernardinnen van Bassevelde-Centrum.  Onderpastoor Meuleman, kwam regelmatig op vakantie bij zijn oom-direkteur te Bassevelde.  Hij hoorde alhier "iets over den Wijk van den Dijk", een mogelijke nieuwe parochie..., een kerk bouwen.  Gods Voorzienigheid was er !  "Galmaert" kwam te sterven.  Hij liet - naar het schijnt - een "formidabele erfenis" na, aan zijn "peetje", Jan-Baptist Meuleman.

Dit was het geschikte ogenblik voor E.H. Jan-Baptist Meuleman en de mogelijkheid om een parochie te stichten en een kerk te bouwen.

Onderpastoor Meuleman van Nieuwerkerken-Aalst werd benoemd door de Bisschop van Gent als eerste pastoor van de nieuwe parochie 's Gravenjansdijk.  "Jantje" aanvaardde.  Pastoor Meuleman van 's Gravenjansdijk nam zijn intrek, nu eens hier in het in opbouw zijnde klooster, dan eens in het klooster van Bassevelde-Centrum.  Deze "pendelreizen" van Pastoor Meuleman zijn historisch gebleven, weer eens omwille van die "slechte Dijkstraat".

Opbouw van de huidige, stenen kerk in 1910.
Men bemerkt Pastoor J.B. Meuleman, Cyriel Bauwens, Bernard Claeys, Henri Hollebosch,
Bruno Stuyvaert (met witte schimmel), Cyriel Stuyvaert, Modest Couck (de aannemer)
en verschillende onbekenden.

Eens een pastoor benoemd op een parochie, diende die pastoor "mis-te-doen"... in een kerkgebouw.  Dit was er nog niet.

Op 23 november 1904 "installeerde zich Pastoor Meuleman en resideerde op zijn nieuwe parochie "Den Dijk"."  Pastoor Meuleman begon in allerijl en maar voorlopig een houten kerkje te bouwen, vóór het klooster.  Op 17 december 1904-1905 werd die houten kerk, in zeventien dagen met acht timmerlieden opgetimmerd.  In 1905 - op een regenachtige dag - het regende pijpestelen (annalen), werd Pastoor Meuleman door zijn eerste kudde verwelkomd.

Inwoners en bevolking waren in de hoogste hemel.  Zij hadden een "herder", een kerk, een school en een klooster.

Wijk-inwoners van Schare (Boekhoute) en Heistraat (Watervliet), waren verlekkerd om dichterbij hun godsdienstige plichten te komen vervullen.

De nieuwe parochie 's Gravenjansdijk-Bassevelde met haar grenzen werd aangelegd - naar onze bescheiden mening en gissing - volgens "bedijking" en "watergangen".  Een deel van de wijk Schare (Boekhoute) komt bij 's Gravenjansdijk.  Alsook een deel van de Heistraat (Watervliet en Bassevelde) - links-rechts; een deel van de Hellepolder en Kristoffelpolder.  Een Kerkfabriek werd opgericht, nl. Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlekte-Ontvangen, tevens patrones van de nieuwe kerkgemeenschap.  De patroon van de parochie werd de H. Lodewijk (Koning van Frankrijk, patroon allicht van Carolus Ludovicus Van den Hende, Algemene Vader der Dames Bernardinnen te Oudenaarde).  De verdeling der subsidies, door de respektievelijke gemeenten was als volgt: 4/6 voor Bassevelde, 1/6 voor Boekhoute en 1/6 voor Watervliet.  In 1979 bestaat dus deze parochie 75 jaar.  In 1954 reeds werd het 50-jarig bestaan gevierd.  Ziehier een krantenknipsel uit "De Landwacht" (1954):

FEEST OP "DEN DIJK" TE BASSEVELDE

Vijftigjarig bestaan van parochiekerk wordt gevierd.

De gemeen te Bassevelde, helemaal in het noorden van de provincie en bijna tegen de grens aangedrukt, is niet dikwijls het toneel van een of andere merkwaardige gebeurtenis.  Het dorpsleven gaat er dag in dag uit zijn gewone gang.  Bassevelde zelf is dus doodgewoon, het enige onderscheid met vele andere dergelijke gemeenten moet wellicht worden gezocht in het feit, dat het twee parochies telt.

De ene op het dorp zelf, de andere op de drie kilometer verder gelegen Graafjansdijk.  In de volksmond bekend als "den dijk".

Bestuurlijk behoren die twee samen onder hetzelfde gezag, parochiaal zijn ze afzonderlijk en in wezen zijn ze helemaal verschillend.

Zijaltaar van de heilige Lodewijk.
Foto A.C.L., Brussel.

Misschien heeft men het vijftig jaar geleden te Bassevelde niet zo best kunnen verkroppen, dat "die" van "den dijk" op eigen vleugels gingen vliegen.  De noodzakelijkheid was er echter, want als negentig huisgezinnen met een bevolking van ruim vijfhonderd inwoners voor alles en nog wat hun geestelijke verzorging betreft drie of vier kilometer ver moeten ploeteren, soms door nacht en ontij, dan mag er in de twintigste eeuw wel eens iets veranderen.  Zo oordeelde men op Graafjansdijk en zo waren er ook in het dorp zelf, die het daarmee eens waren.  Er werden plannen gemaakt, er werden voetstappen aangewend en geleidelijk aan, door de miserie van vele administratieve hinderpalen heen, groeide de parochie Graafjansdijk.

HET BEGON MET EEN SCHOOL

Het begon eigenlijk wel meest toen de Dames Bernardinnen van Bassevelde daar een school openden voor de vele kinderen, die dagelijks verre verplaatsingen moesten doen.  Zij zullen wel heel hard aan de wagen geduwd hebben om de nodige patentbrieven te krijgen en iedereen te winnen voor het idee, dat ook op "den dijk" een kerk moest komen.

Zij huurden een gewone werkmanswoning en begonnen die aan te passen om er het nodige onderwijs te verstrekken.  Maar iedere avond keerden ze met de "sjees" terug naar het moederklooster te Bassevelde.  Vanzelf kon die toestand niet blijven duren en moest er verder uitgebreid worden.  Uiteindelijk werd een pastoor voor de nieuwe parochie benoemd.

Laten we ons niet moe maken met vele data te vermelden, maar laat ons toch ter herinnering neerpennen dat de eerste pastoor E.H. J.B. Meuleman op 23 november 1904 aankwam en zijn intrek nam in de werkmanswoning, die door de kloosterzusters werd gebruikt.

Meer dan drie jaar bleef hij daar gehuisvest, maar intussen had hij zijn eigen spaarcenten geteld en op zijn kosten een pastorij gebouwd, waarin hij nadien onderdak vond.  Samen met hem waren ook de kloosterlingen aan de uitbreiding van hun klooster begonnen.  In 1910 kwam ook de school en de bij horende gebouwen klaar en waren de eerwaarde dames van hun dagelijkse pendelreisjes tussen Bassevelde en Graafjansdijk verlost.

EN EEN KERK

Sinds er een pastoor was werd er natuurlijk ook mis gedaan, al gebeurde dat maar in een houten noodkerk met beperkte ruimte.  Nu eenmaal de bouwwoede op "den Dijk" hoogtij vierde, was er echter geen houden meer aan en in hetzelfde jaar 1910 begon men er ook met de bouw van een kerk.  Van waar het geld voor de bouw allemaal gekomen is, zouden we met de beste wil van de wereld niet kunnen zeggen.  Oude foto's die we nog te pakken kregen, tonen ons wel dat vrijwel de ganse bevolking van de wijk heeft meegeholpen aan het optrekken, door het ter beschikking stellen van de eigen handen of de paarden en wagens voor het vervoeren van het nodige materiaal.  Vele handen maken het werk licht en in de zomer van het daaropvolgende jaar was het godshuis klaar en hadden de parochianen een reden te meer om het hoofd fier op te heffen.

Het vroegere houten gebouwtje werd met enige weemoed afgebroken en de beste materialen werden gebruikt om onder meer een zolder van de pastorij te bevloeren.  Achttien maanden lang was er op de parochie gezwoegd en gewerkt, maar de vruchten bleven niet uit, want op 23 okt. 1910 kwam Z.E.H. Daugimont, deken van Kaprijke, het gebouw inzegenen.  Het moet natuurlijk niet gezegd dat dit een feestdag is geworden voor Graafjansdijk waarover lang werd nagepraat en die nu nog in het geheugen van de oudste bewoners blijft voortleven.  Op 27 juni 1923 kwam monseigneur Segers, toenmalig bisschop van Gent, de kerk en de altaren konsakreren en voor de gelegenheid hadden alle bewoners hun beste kofferkleren en al hun gouden sieraden uitgehaald.

Neogotische biechtstoel
Een neogotische biechtstoel.
Foto A.C.L., Brussel.

OORLOG EN VERWOESTING

Jaren lang bleven de bladzij den van het memorieboek van de nieuwe parochiekerk onbeschreven.  Alles ging er zijn doodgewone gang met twee tot drie huwelijken per jaar, enkele geboorten en een paar sterfgevallen en met jaar na jaar dezelfde liturgische geplogenheden die ook in de andere kerken plaats hebben.  Beroering en ontzetting zou er echter komen toen in 1940 het oorlogsgeweld ook over deze uithoek van het land losbrak.  Pastoor De Wulf, die de herderlijke zorg waarnam, heeft in zijn dagboek niets opgetekend over de gebeurtenissen, die hier plaats hadden tijdens de achttiendaagse veldtocht, al hadden ook toen wel enkele schermutselingen plaats aan de dichtbijgelegen Leopoldsvaart.  Vier jaar later, toen de bezettende troepen moesten aftrekken, was het echter zoveel te erger.

Ze verschansten zich achter hetzelfde kanaal en bleven er hardnekkig tegenstand bieden aan de oprukkende Canadezen.  Weken lang is er daar gestreden voor een lapje grond.  Van beide zijden vielen vele slachtoffers, maar werd ook veel schade veroorzaakt.  Het plompe torentje van de kerk van Graafjansdijk was één van de mikpunten die de Duitsers bij voorkeur uitkozen om er hun geschut op te richten.

Vooral zondag 17 september zal lang in het geheugen gegrift blijven, toen op het pleintje voor de kerk een ontmoeting plaats had tussen verscholen Duitse soldaten en de bevrijders.  Vier, vijf gekwetsten en doden vielen er, andere Duitsers werden krijgsgevangen gemaakt.

Daags nadien hadden nog gevechten plaats tussen patrouilles, maar toch lukte men er in de vijand over het Leopoldskanaal te drijven.

Van dat ogenblik af begon dan de beschieting van Graafjansdijk, die zoveel schade zou berokkenen aan het gebouw, waarop de mensen van "den dijk" zo fier waren.  We laten de pastoor daarover zelf aan het woord: "De gevolgen van de beschieting kunt u zich indenken.  De spits of de naald van de toren werd grotelijks beschadigd, muren gescheurd, honderden schaliën en planken in het rond geslingerd.  Enkele obussen en schrapnels vlogen de kerk binnen, verwoestten het gewelf en rukten het dak open.  Dozijnen nieuwe stoelen werden stuk geslagen... " en er volgt nog een lange klaaglitanie over al de schade en verwoesting die toen en de volgende dagen werd aangericht.

Tot 1 november daaropvolgend bleef de kerk onbruikbaar en daarna kon in het gebouw weer mis worden gedaan.  Vele jaren nog zou het duren voor alle schade werd hersteld, maar stuk voor stuk werd de opbouw weer doorgedreven.  Al zijn hier en daar nog de littekens merkbaar van de beschadiging die weleer is toegebracht, dan heeft Graafjansdijk zondag aanstaande toch alle reden om feest te vieren.  Op die dag immers wordt de nieuwe parochieherder er plechtig ingehaald en daar men op "den dijk" nooit iets half doet, viert men meteen ook maar het gouden jubileum van het kerkgebouw.

Straten - Wijken: Op oude wateringskaarten, later het kadaster, en op militaire stafkaarten worden cartografisch de volgende straten en wijken vernoemd en aangeduid: Deykstraat, Voghelsang, Doorntje, Schaere, Meire, Graevenstraet, Stenen Schuur, Heystraat, Hellepolder, Christoffelpolder, Noorddijk, Langendijk.  Volksbenamingen kwamen later bij: Knokstraat, Landsdijk, Molenhoek, Basseveldse hoek, Zwelthoek.  Heerlijke straten en wijken, die ons uitnodigen om te genieten van Gods heerlijke natuur en schepping.

II. DE KERK

1. BOUW
Er kwam leven en beweging op de nieuw gestichte parochie.  Het houten noodkerkje werd te klein.  In het jaar 1910 vierde de bouwwoede op Den Dijk hoogtij.  Pastoor Meuleman had dit voorzien en deed mee.  Hij bouwde een kerk en pastorij.

En kerk bouwen is niet van de poes, dit omwille van de "lange weg" die dossiers moeten afleggen in gemeenten, provincies en ministeries, naast vele andere administratieve beslommeringen.

Vooreerst werd proces-verbaal opgemaakt en de aanbesteding gebeurde op dinsdag 3 maart 1908 te 14 uur in de namiddag.

"Waren aanwezig: Francies Haverbeke, voorzitter van de kerkfabriek, Pastoor Meuleman, sekretaris, Frans De Zutter, schatbewaarder, leden: Francies Hollebosch, Alfons Fordeyn, Petrus Van Parijs, Fernand Van de Wattijne, burgemeester; H. Van Acker, schepen; Em. D'Haenens, schepen, H. Haers, gemeentesekretaris, Henri Valcke, architekt (Ledeberg).

Aanbieders: 1. Modest Couck, Denderleeuw 79.036,73 fr.
2. Leonard Verstraete, Rumbeke 80.050,33 fr.
3. Louis De Wandel, Maldegem, 85.050,73 fr.
4. Edmond Van Nieuwenhuyse, Oostakker 80.522,73 fr.
5. Edward Heene, Eeklo 79.649,75 fr.
6. Edmond Van Nieuwenhuyse, Oostakker 79.000,00 fr.
7. Lelang-De Clerck, Kortrijk 79.320,57 fr.

Gezien en goedgekeurd door de Bestendige Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen, Gent den 10 juli 1908".


Een "BIEZONDER EN ALGEMEEN LASTENBOEK, BESTEKKEN EN VOORWAARDEN" voor het bouwen van deze kerk, op grondgebied van Bassevelde, onder de kadastrale nummers 390, 391, 392 Sectie A, werd opgemaakt.  Dit lastenboek werd gedrukt op de persen van de drukkerij Romain Tack te Ledeberg-Gent.  Ziehier:

"Opgemaakt door den ondergeteekenden Bouwkundige, Ledeberg, 5 december 1906.

Henri Valcke.  Gezien en goedgekeurd door de Kerkfabriek van 's Gravenjansdijk onder Bassevelde in zitting van 16 December 1906.  De secretaris: J.B. Meuleman, de voorzitter: Fr. Haverbeke, leden: L. Hollebosch, P. Van Parijs, J. De Sutter, A. Fordeyn.  Gezien en goedgekeurd door den Gemeenteraad van Bassevelde in zitting van 29 December 1906.  Op bevel: de secretaris, H. Haers, de burgemeester-voorzitter, H. Haverbeke.

Gezien en goedgekeurd door den gemeenteraad van Watervliet, in zitting van 3 December 1907.  Op bevel: de secretaris, E.M. Steegers, de burgemeester-voorzitter, F. Berckmoes.

Gezien en goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van Boekhoute van 4 December 1907.  Vanwege de raad: de secretaris: A. De Vos, schepen-voorzitter, J. Van Zele, 1ste Afdeeling nr 82.352.  Gezien en goedgekeurd door de Bestendige Deputatie van den Provincieraad.  Gent den 20 December 1907.  Vanwege de Deputatie: Voor den Griffier der Provincie, het lid van de Bestendige Deputatie, L. Pussernier.

De Gouverneur-Voorzitter: Baron de Kerckhove.

Toen kwam het Koninklijk Besluit, waarvan hier een extrakt.  "1e/Nr 82.352 Ministerie van Justitie... 1e Algemeen Bestuur.  Besluit van 26 juni 1908.

Nr 20926. Extrakt afgeleverd aan de Heer Gouverneur van Oost-Vlaanderen.

LEOPOLD II, Koning der Belgen, Aan allen tegenwoordigen en toekomenden, Heil.  Gezien de verslagen van den 18 April 1905, 17 Januari, 5 Februari, 17 April, 23 Mei, 2 Augustus, 18 Oktober, 28 November, 31 December 1907, 7 April, 6, 9, 15 Mei en 3 Juni 1908, van de Gouverneurs der Provinciën Antwerpen, Brabant, West-Vlaanderen, Henegouwen, Luik, Limburg en Luxemburg;  Gezien het Koninklijk Besluit van 16 Augustus 1824;  Op voorstel van Onzen Minister van Justitie WIJ HEBBEN BESLOTEN EN WIJ BESLUITEN: EENIG ARTIKEL; Machtiging is verleend om overeenkomstig de door Onzen Minister van Justitie voor gezien geteekende en aan dit besluit gehechte plans en teekeningen, de verder gemelde werken uit te voeren: 1e... 7e.  Het bouwen van eene kerk te 's Gravenjansdijk gemeente Bassevelde (provincie Oost-Vlaanderen); 8e... Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van het tegenwoordig besluit.  Gegeven te Laeken, den 26 Juni 1908.  (get.) Léopold.

Van 's Koningswege: De Minister van Justitie, (get.) J. Renkin.  Voor eensluidend afschrift: De Algemene Secretaris, (get.) Jules De Rode.  Voor gelijkvormig extrakt: De Griffier der Provincie Oost-Vlaanderen...  Aan den Heer Arrondissements-Commissaris van Gent-Eecloo.".

Uiteindelijk worden de WERKEN toegewezen en uitgevoerd door aanbieder-ondernemer Modest Couck van Denderleeuw.  Hij bleef maanden op Den Dijk gehuisvest.  Zijn werkvolk liet zich scheren bij "Willem Den Dekkere".  Zij lesten graag en vaak hun dorst.  De bouw van de kerk zou duren van april 1909 tot oktober 1910.

WERKEN: Ziehier - uit curiositeit - welke werken zoal voor een kerkgebouw in aanmerking komen.

1. Toren: Delfwerken, steenmortelwerk, ijzerwerk van getrokken ijzer, metselwerk onder en boven den grond, metselwerk in Doornijkschen steen, metselwerk der opgaande muren, metselwerk in blauwen hardsteen, metselwerk in blauwen hardsteen voor moneelen, metselwerk in blauwen hardsteen voor treden, ijzerwerk van gesmeed, getrokken en geplet ijzer, ijzeren barren, kruis toren, epi traptoren, donderroede, vullingswerken, ijzeren liggers, timmerwerk, beslag met R.N.D. schalieplanken, loketlood, dakbekleding, dakvenster in eik, platte dakvenster, metselwerk der vout, vouten tusschen poutrellen, vloerwerk met ceramieksteenen, vloerwerk met Rupelmondesteen, plankenvloer, drijmaal bepleisteren, schrijnwerk in galmberden, valdeur klokgat, deurtjes traptoren, deur magazijn, glaswerk, vensterramen, deurtjes luidkamer.

Oude hoogdag- of berechtingsbel
Oude hoogdag- of berechtingsbel in tin.
Foto A.C.L., Brussel.

2. Beuk met zijde beuken, kruisbeuk, koor en hoogzaal.
Delfwerken, betonwerk, metselwerk der fonderingen, metselwerk in Doornijkschen steen, metselwerk opgaande muren, metselwerk in blauwen hardsteen, metselwerk in blauwen hardsteen voor moneelen, metselwerk in blauwen arduin voor kolonnen, metselwerk in blauwen hardsteen voor kapiteelen, modelkosten afwerken kapiteelen : a) met 8 krulbladeren, b) met 4 krulbladeren, metselwerk in gepolierden hardsteen, gewoon ijzerwerk, ijzeren barren, versierd gesmeed ijzerwerk, ijzeren kornishaken, epi der zijkapel, kruis van den koor, onderdeelen afvoerbuizen, voetkrabber, timmerwerk R.N.D.H., beslag met schalieberd, dekking met schaliën, vorstpan, leveren en plaatsen van loketlood, gootbodems, spondeplanken, zinkwerk, dakvensters, metselwerk der vouten, drijmaal bepleisteren, vloerwerk met ceramieksteenen, glaswerk, zolderdeurtjes (aan de vensters), afvoerbuizen, ringen op de afvoerbujzen, ontvangers, buitendeur in eikenhout, rioleering, putjes in ijzerciment, plankier rond de kerk.

3. Sakristij met aanhoorigheden.
Delfwerken, metselwerk onder den grond, metselwerk Doornijkschen steen, opgaande metselwerk, metselwerk in blauwen hardsteen, ijzeren liggers, versierd gesmeed ijzerwerk, vullingswerken, ijzeren kornishaken, onderdeel en afvoerbuizen, voetkrabbers, timmerwerk in R.N.D.H., beslag met R.N.D., schalieplanken, dekking met schaliën, loketlood, vorstpannen, gootbodems, spondeplanken, zinkwerk, vouten tusschen poutrellen, plakwerk met haarmoortel, vloerwerk in ceramieksteenen, vochtwerend parket, vloerwerk in Rupelmondesteen, vensterramen in eik, vensterbanken in graniet, ingangdeur in eik, buitendeur in eik, gemakdeur in eik, kasdeur in eik, zolderdeurtje in eik, gemakpot, stoepbekleeding, gemakzitting, piscijn, pompput, rioleering, pomp, watersteen, afvoerbuizen, ontvangers, glaswerk...

Provincie Oost-Vlaanderen - Gemeente 's Gravenjansdijk - Bassevelde.  Verklaring nopens het minimum van dagloon en het maximum van werkuren: Ik, ondergeteekende, Modest Couck, aannemer van Openbare Werken, wonende te Denderleeuw, verbind mij, indien ik aannemer verklaard word der opbouwingswerken van de nieuwe kerk te 's Gravenjansdijk :

1. Aan werklieden, welke ik voor de uitvoering der werken zal moeten gebruiken, loonen te betalen die niet minder zijn dan diegene in de hierbij gevoegde tafel aangeduid;
2. De verhouding der halve gasten in deze tafel vermeld niet te boven te gaan;
3. Mijne werklieden niet te doen werken buiten de gewone uren aangeduid in art. 33 van het algemeen lastenboek;
4. lederen werkman op éénen dag niet langer in 't werk te houden dan het maximum getal werkuren in deze tabel vermeld.

Hier dan een post-hume hulde aan de "kerkebouwers van de Landsdijk".  Architekt Henri Valcke, ondernemer Modest Coucke, aardewerkers, metsers, metserdienders, steenkappers, ijzersmeders, timmerlieden, zinkbewerkers, loodgieters, schaliedekkers, schrijnwerkers, plafoneerders, schilders, vloerders, glazenmakers, marmerbewerkers, beeldhouwers, voegers, voerlieden... en last-but-not-least de geldschieters en -of borgstorters, Z.E.H. Galmaert en Z.E.H. Jan Baptist Meuleman.

Mariakapelletje in de Gravenstraat.
Mariakapelletje in de Gravenstraat.
Foto J. Valcke, Sint-Laureins.

Onkosten aan de kerk.  "Kerk van 's Gravenjansdijk. Aanbieding.  Ik ondergetekende, Modest Couck, aannemer van openbare werken wonende te Denderleeuw, verblijvende bij den heer De Bunder, Bassevelde, verbind mij op al mijne goederen, zoo roerende als onroerende, stiptelijk uit te voeren al de werken noodig tot het oprichten en volkomen afmaken der nieuwe parochiale kerk van 's Gravenjansdijk, en dit volgens de bedingen en voorwaarden van het bijzonder lastenboek vastgesteld door den kerkraad in zitting van den 16 december 1906 en dragende de volgende melding: Geboekt te Gent honderd zes bladen, zonder verzending, den zevenden januari 1898, boek 190, blz. 66 v.v., vak 6 van het welk bijzonder lastenboek ik verklaar eene volledige kennis te hebben genomen, evenals van het algemeen lastenboek dat aan de onderneming toepasselijk is.  Ik verbind mij bovenvermelde werken uit te voeren mits en voor de som van (in volle letters) NEGEN EN ZEVENTIG DUIZEND ZES EN DERTIG FRANKEN DRIJ EN ZEVENTIG CENTIEMEN.  In dit bedrag zijn begrepen de verscheidene volgens art. 1 van het bijzonder lastenboek, uit te voeren werken, voor de hiernagemelde sommen: TOREN 18.648,77, BEUKEN: 53.246,31, SAKRISTIJ : 7.141,73.

De bovengemelde sommen bevatten den kost van het onderhouden der werken gedurende het waarborgstermijn en alle onkosten.  Ik stel als borg, den heer CAMIEL COUCK, wonende te Denderleeuw, die zich met mij solidair verplicht en verbindt als voornaamsten ondernemer, verzakende aan alle uitzonderingen en voordeelen.  Gedaan te Denderleeuw, den 27 Maart 1908.  De Borg: C. Couck, de aanbieder: M. Couck".

De bouwstijl van de kerk werd de neo-gotieke van rond die jaren, misschien wel een heimweevolle terugkeer naar "de gotiek".  Het kruis vormt de centrale lijn, hier niet oostwaarts maar zuidwaarts gericht.  Hoofdkoor, middenbeuk, twee kruisbeuken en de zijbeuken zijn ruimten die werden overkoepeld met gotieke bogen en zeer mooie, in geslepen Baarnse rode "klinkertjes" gemetselde gewelven, geschraagd door arduinen pijlers.  De forse toren, geflankeerd door zware steunberen, heeft een naar buiten gebouwde wenteltrap.  Degelijke, duurzame materialen werden niet gespaard en aangekocht, o.a. kareelstenen uit de steenbakkerij Sint-Marie te Stekene, Doornikse hardsteen, steen van Rupelmonde, zink uit Vieille-Montagne, spekdroog noords dennenhout, schaliën uit de groeven van Warnifontaine-Herbeumant, Engels glas, enz...

Inderdaad pastoor Meuleman wou zijn kerk" op de rots bouwen".  Daarin is hij volledig geslaagd !

BRANDRAMEN

  De ramen staan vol heiligen
gemijterd en gestaafd,
gemarteld en gemaagdekroond,
gehertoogd en gegraafd;
die 't branden van het ovenvier
geglaasd heeft in den scherf,
die, glinsterend, al de talen spreekt
van 't hemelboogs geverf.
  Guido Gezelle. 

Die hele kerkruimte diende verlicht en verlucht te worden door het natuurlijk zonnelicht.  Zuid- en westerlicht valt, in alle kleuren van de regenboog, door de brandglasramen.  Hoogkoor midden: Kristus aan het kruis op Golgotha; rechts: de heilige koning Lodewijk van Frankrijk, als ridder in zilveren harnas en blauwe mantel met de Franse lelies.  De h. Bernardus in monnikspij; links: de h. Joannes de Doper, de h. Maria Onbevlekt Ontvangen.  Boven het portaal: de kroning van Maria in de hemel, de h. Joannes de Doper, de h. Jozef, de h. Joachim en moeder Anna.  Deze glasramen werden geplaatst door de Gentse glazenier Hendrik Coppejans, tussen 1920-1929.

De altaren plus retabels: gepolychromeerde heiligenbeelden en taferelen.  Hoofdaltaar midden: de Kalvarieberg; links: met laatste avondmaal; rechts: de graflegging.  Zijaltaar van de H. Lodewijk; midden: zijne koninklijke hoogheid Lodewijk, in koninklijk ornaat; links: de H. Lodewijk op zijn sterfbed; rechts: de h. Lodewijk, luisterend naar een lezing uit de h. Schrift.  Tekst onderaan: h. Ludovicus, patroon van de parochie, bid voor ons.  Zijaltaar O.L. Vrouw, midden: beeld van de Moeder Gods (Mater Dei); links: Jezus in de tempel; rechts: de kroning van Maria in de hemel.  Tekst onderaan: Sancta Maria Mater Dei, ora pro nobis.  Deze altaarretabels liggen in de lijn van een zekere Matthias Zens, duits neogotieke beeldhouwer en leerling van Violet Le Duc (1830-1842).  Een retabel (ikoon) met O.L.V. van altijddurende bijstand, waaraan menig mensenhart om hulp vraagt en een vurig smekend kaarsje brandt.  Achterzijde: ter nagedachtenis aan de huisvrouw Marie De Smet-Charles Vercauteren.

Mariakapel op de Molenhoek
Mariakapel op de Molenhoek.
Foto J. Valcke, Sint-Laureins.

De eikenhouten kerkmeubilering, eveneens in neo-gotieke stijl, werd uitgevoerd door Sinaeve-Dhont uit Gent en geplaatst in 1914.  Deze kerkmeubilering bevat: 1) Hoogaltaar en zijaltarenretabels; 2) predikstoel met vier panelen van de vier evangelisten; 3) twee biechtstoelen met de panelen: a) David wordt tot koning gezalfd; b) Maria Magdalena zalft de voeten van Jezus bij Simon; c) Jezus overhandigt aan Petrus de sleutels van het Koninkrijk: "Wier zonden gij zult...." d) Jezus met de overspelige vrouw: "... ook Ik veroordeel u niet"; 3) Koorgestoelte met twee panelen: Sint Jan de Doper en Sint Cecilia met orgelpijpen; 4) een portaal.  Vermelden wij hier ook de mooi gesneden kast voor priestergewaden in de sakristij uit het jaar 1917, gemaakt door onze voorzitter van de Kerkfabriek, toen hij 17 jaar was, Cyriel Fordeyn.

Een kruisweg (plaasteren beelden achter glas) is van de hand van beeldhouwer A. De Beule (1902).  Een serieuze-welluidende klok, weergalmt over de landelijke Landsdijk, om de parochianen «wakker te maken" voor de goddelijke diensten.  Deze klok werd gegoten door klokkengieter Omer Michaux uit Diest en weegt 775 kg.  't Is een geschenk van Mejuffer Clementina De Caussemaecker (Mance Casse) van Bentille-Kaprijke.  Ziehier: "Provinciaal Bestuur van Oost- Vlaanderen Gent, 30 Juli 1920.  Mijnheeren, Als gevolg aan uwen brief van 22e Mei 11. nr 4.032 heb ik de eer te doen kennen dat de klok, geschonken door Mejuffer Clementina De Caussemaecker, aan de Kerkfabriek van 's Gravenjansdijk, mag aanvaard worden en geplaatst als eene gift uit der hand, waarvan de aanvaarding door de Bestendige Deputatie niet moet gemachtigd worden.  De Gouverneur.  Aan de heren Burgemeester en Schepenen van Bassevelde".  Deze Mejuffer werd dan ook meter van de kerkklok van Den Dijk.  N.B. Diezelfde Mejuffer (overleden te Kaprijke 9-2-1928), schonk eens bij openbaar testament, een stuk land, gelegen te Sint-Jan-in-Eremo, in den Oost-Polder, sectie B nr 81 tot en met 86, groot gezamenlijk 2 ha 27 aren 90 centiaren; bij notariële akte van notaris Coorebijter te Kaprijke.  De Kerkfabriek alhier, beschikte niet over de nodige geldmiddelen om de successierechten en bijkomende intresten te betalen.  Dit legaat werd dan ook niet aanvaard, noch uitgevoerd !

De H. VATEN.  Onze kerk bezit een mooie kelk van Franse makelij (merkteken: een franse "Minerva").  Twee cibories.  Een zilveren doopschelp en twee H. Olie-ampullen in zilver.

RELIEKEN. H. Wivina (krop- en veeziekten); H. Godelieve (keel- en oogziekten); H. Cornelis (seskens en vallende ziekten); H. Nikolaas van Tolentijn (besmettelijke ziekten onder het vee); H. Antonius van Padua (verloren en hopeloze zaken); H. Joannes Baptista (hoofdziekten); H. Appolonia (tandpijn); H. Lodewijk.

H. Sakramentsengel (circa 1650)
H. Sakramentsengel (circa 1650)
Foto A.C.L., Brussel.

H. BEELDEN. (plaasteren) H. Wivina, abdis; H. Godelieve van Gistel; H. Jozef; O.L. Vrouw van Lourdes; H. Teresia; H. Antonius van Padua; O.L. Vrouw Mater Dei; H. Harten van Jezus en Maria.  Twee mooie barokengelen in hout (17e eeuw), sakramentsengelen in aanbidding (zie foto).

De SCHILDERING van de kerk werd heel wat later definitief aangebracht (1940).  Zij werd uitgevoerd door de kunstschilder Alfons Oosterlinck uit Eeklo.  Vakkundige, fijn-kunstige, gepenseelde, gestyleerde, gotieke teksten, emblemen en profetenkoppen sieren de muren van de kerk.

"Wat zal ik de Heer wedergeven voor alles wat Hij mij heeft geschonken" (ps. 115, 12); "Den kelk des heils zal ik opnemen en de naam des Heeren aanroepen" (ps. 115, 13); "Dit zegt de Heer, Mijn Huis is een Huis van gebed, alwie in hetzelfde vraagt verkrijgt".  "Wie zoekt vindt en aan wie klopt wordt er opengedaan"; "H. Lodewijk, b.v.a.", "Wees gegroet, Koningin, Moeder der barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid, onze hoop, wees gegroet"; "Tot U roepen wij, bannelingen, kinderen van Eva"; " Heilig, heilig, heilig de Heer, de God der heerscharen".  De profeten: Jesaja, Ezechiël, Jeremias, Daniël.  Een Moeder Gods met kind Jezus.  Een doornenkroon op purperen kussen.  In die tijd was het zeker een geslaagde neo-gotieke schildering.  Een plint in een niet al te welgeslaagde kanariegele verftint, in keuken- of badkamerfaïence, ontsiert de kerk.

De kerk van 's Gravenjansdijk werd met grote luister op 23 oktober 1910 door Z.E.H. Deken Daugimont van Kaprijke ingezegend.  Met nog grotere luister werden door Monseigneur Seghers, bisschop van Gent, kerk en altaren "gekonsakreerd" op 26 juni 1923.

Mariakapel in de Dijkstraat.
Foto J. Valcke, Sint-Laureins.

MARIA-KAPELLEN op onze parochie.  Daar zijn er drie: in de Dijkstraat, op de Molenhoek, en in de Gravenstraat.  Midden de landelijke rust en stilte, nodigen deze kapellekens ons uit, om even te bezinnen langs de "routes" en een "Ave Maria" te schenken aan de Moeder van God en van ons allen.  Zij zijn stille "stenen getuigen" van een vroeger volk in nood ten tijde van ziekten, pest, cholera, typhus, toverij of hekserij.  Maria was toen het enig troostvol, geestelijk en lichamelijk "medikament".

In de alhier feeërieke mei-avonden wordt nog, devoot en welgemeend, de paternoster gebeden, voor het geestelijk en tijdelijk welzijn van onze wijkbewoners en alle parochianen.

Kerk en pastorij werden omheind door een sierlijk hekken, gemaakt en geplaatst door Bruno Bauwens van de Landsdijk.

De kerk van 's Gravenjansdijk - helaas - werd niet gespaard van oorlogsgeweld in de beide wereldoorlogen.  Vooral in wereldoorlog II (1940-45) kreeg onze kerk zware klappen: Een voltreffer vlak op de middenbeuk, de torenspits - een uitstekende uitkijkpost aan het belangrijk strategisch gelegen Leopoldskanaal - weggemaaid; de glasramen verbrijzeld, de kruisweg erg beschadigd (O.L. Heer lag weeral eens voor de zoveelste maal op de grond !).  Meubilering, kerkvloer en vouten dienden hersteld.  Maar... de boeren (= de pastoors De Wulf en Van Moorleghem) ploegden voort.  De kerktoren werd met "oorlogsschade", hersteld door de firma Rachel Bert (Weduwe Campe) uit Eeklo, voor de som van 207.140 fr in 1960.  Beeldhouwer A. De Beule uit Gent herstelde de kruisweg en Hendrik Coppejans de kerkramen.

(Wordt voortgezet)
Robert BERNAERT

Separator

Mengelingen over de parochie 's Gravenjansdijk 1 - 2 - 3 - 4

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  27-07-2019