Op verkenning door Waarschoot zondag 24 augustus 1980
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1980, 13de jaargang, nr. 3

OP VERKENNING DOOR WAARSCHOOT

ZONDAG 24 AUGUSTUS 1980

  A. Ryserhove
R. Tondat
 

1. STICHTING

De parochie Waarschoot werd omstreeks 1250 gesticht.  Zij is dus eerder een betrekkelijk jonge parochie, evenals Oostwinkel uit Zomergem genomen.

In 1244 treft bisschop Walter van Marvis een regeling nopens de tienden in het ambacht Zomergem.  Daarbij worden drie schoven van vier (van de grote graantienden) toegekend aan het O.-L.Vrouwkapittel te Doornik en de resterende vierde schoof aan de pastoor van Zomergem.  Nochtans wordt er meteen bepaald, dat men eerlang twee nieuwe parochies binnen het overgrote ambacht Zomergem zal dienen te stichten.  Er wordt uitdrukkelijk gezegd dat, na het overlijden van de toenmalige pastoor Reifridus van Zomergem, of eventueel na zijn ontslag, tien pond van deze tiende moet ter beschikking gesteld worden van de pastoor van een op te richten parochie in de wijk Waarschoot.  Eenzelfde bedrag wordt eveneens voorzien voor de pastoor van een nieuwe parochie in de wijk Oostwinkel.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Preekstoel in de kerk te 
	  Waarschoot
1. De mooie preekstoel in de kerk te Waarschoot.
Foto A.C.L., Brussel.

Tien jaar later moeten de beide parochies reeds zijn opgericht, want in 1254 spreekt men al over de parochia de Warscoth.  In 1278 fungeerden Walterus en Petrus respectievelijk als pastoor van Waarschoot en van Oostwinkel.

De dotaties van tien pond voor de pastoors van Waarschoot en Oostwinkel gaven vaak aanleiding tot betwistingen.  Op 14 december 1618 besloot de Raad van Vlaanderen dat het kapittel van Doornik als grote tiendeheffer - 25 pond groot en de pastoor van Zomergem 16 pond 3 schellingen 4 groten jaarlijks aan de pastoor van Waarschoot moesten afdragen, om hem een behoorlijk inkomen te verzekeren (L. Stockman).

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Voorgevel van het huis Mevr. Jozef Calmeyn
2. De rijk versierde voorgevel van het huis Mevr. Wed. Jozef Calmeyn,
Kerkstraat 2.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

2. ONZE TOCHT

Wij verzamelen te 14 uur op het plein tegenover kerk en gemeentehuis.  Daar is voldoende parkeergelegenheid.  Dit driehoekig dorpsplein - de Dries - noemde in vroegere tijden Ter Keercken (1571) en later de Plaetse.  Het centrum verheft zich een paar meter boven de omgeving, het vormt inderdaad een schoot, d.i. een spits toelopend stuk grond, meestal eertijds bebost, opduikend uit een moerassig gebied (M. Gysseling).

De tocht staat onder de leiding van Romano Tondat, die in 1978 zijn merkwaardig boek over het Bouwkundig Erfgoed te Waarschoot publiceerde.  Vandaar de grote aandacht en het uitgebreid aantal foto's die ditmaal aan dit aspect besteed worden.  Ons eerste bezoek geldt de parochiekerk Sint-Ghislenus, met haar mooie toren en interessant meubilair.  Voor de beschrijving ervan verwijzen wij naar drie bijdragen: De Potter-Broeckaert: Geschiedenis der gemeenten van Oost-Vlaanderen. - Waarschoot (1866), 108 blz.; zie blz. 64-75; een artikel van Raymond Dauw: Iets over de kerk van Waarschoot, verschenen in "Ons Meetjesland", 9e jaargang (1976), nr. 4, blz. 127-130; Romano Tondat: Historisch overzicht van Waarschoot, in "Bouwkundig Erfgoed..." (1978), blz. 9-98 en 309-386.

Na ons bezoek aan de kerk trekken wij te voet het dorp in, om enkele schone herenwoningen te bekijken, waaraan Waarschoot nog rijk is.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Huis Calmeyn, Kerkstraat 2
3. Huis Calmeyn, Kerkstraat 2.  Onder de dakgoot worden de geprofileerde lengtevlakken
gescheiden door de sierlijke konzolen, die de dakgoot dragen.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

3. HUIS WED. JOZEF CALMEYN, KERKSTRAAT 2.

Op de kadastrale kaart van de Ferraris 1771-1778 is hier een kleiner gebouw te zien, dat merkelijk achter de geldende rooilijn lag.  De huidige woning dateert van ± 1850.  Het huis telt beneden elf plaatsen.  De gang 4 geeft links uit op het salon 1, gevolgd door de eetplaats 2 en 3 (vroeger waren dit twee kamers).  Het bureel 6 geeft, onder de trap door, verbinding met het kleine salon 7.  In de gang ligt ook de trapzaal, kunstig in verhouding en afwerking.  De keuken 8 vinden wij naast de bergplaats 9, met in de hoek de W.C. 10.  Als laatste plaats is er nr 11, het "cheesekot".  Wat het beschrijven van de verschillende kamers betreft, moeten wij ons beperken tot enkele gegevens.  Het bureel 6 heeft een kunstig gestukadoorde plafond.  In de vier hoeken is er een groot medaillon met een jongeling, die telkens wordt omgeven door één van de vier jaargetijden, zodat elke hoek er een uitbeeldt.  Centraal heeft men een mooi bloemenmotief; op de Franse schouw een geprofileerde, omlijste schouwspiegel met bovenaan een bloemen- en bladerenversiering.  De plaatsen 1-2, 3-6 en 7 hebben alle mooie marmeren schouwen.  De gang, waarin zich ook de trapzaal bevindt, heeft zeer mooi stukadoorwerk.  Rechtover de trapzaal tussen de twee pilasters in, is een grote muurschildering aangebracht.  Op de eerste verdieping zijn de draagbalken van de trap en de overloop versierd met engelenkoppen.  De trapzaal ontvangt het nodige daglicht door een rond venster met gekleurd brandglas, waarin er een kop van een hert mooi is weergegeven.  De voorgevel, die een voorbeeld is van de nieuwe en prachtige herenwoningbouw uit het midden van de 19e eeuw, valt onder het type der lijstgevels.  Deze volkse naam is te danken aan de vele omlijstingen der vensters en deuropeningen en aan de geprofileerde kroonlijst.  In het onderste gedeelte van de gevel zijn de muren tussen de venster- en deuropeningen met dammen afgewerkt.  Dezelfde openingen, met eenvoudige omlijsting, dragen een uit stukwerk gemaakte versiering.  Boven de voordeur is een balkon, gedragen door twee konzolen.  Deze laatste met de balkon afsluiting zijn in natuursteen.  De vijf vensters op de verdieping worden door een lijstwerk omzoomd, met aan de bovenste lijst een versiering in stukadoorwerk.  De sterk geprofileerde kroonlijst, doorbroken door zes bekapte en met snijkunst afgewerkte konzolen, geeft aan het geheel het beeld van een geslaagde uitvoering.  De hof bezit enkele mooie en zeer zeldzame bomen.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Grondplan
4. Grondplan.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Wij werpen ook een blik op de huizen nrs 4, 7, 24, 38, 40, 54 en 67 in de Kerkstraat.  Het jaartal 1788 op het sierstuk vóór het bovenlicht der voordeur van deze laatste woning is wel misleidend.  Het huis, zoals het nu te zien is, moet aangepast zijn rond de jongste eeuwwisseling.  Het gedateerde sierstuk kan van een oudere of zelfs van een andere woning afkomstig zijn.  De letters S en D geven de indruk dat de S is gevormd met een slang die deze vorm aanneemt en de letter D is gemaakt met een slang, die met een lans doorstoken is.  In het "Livre des habitants de Waerschoot", van het jaar 1808, vond de heer Hubert Reyniers (ontvanger te Waarschoot) volgend gezin terug:  Dysselynck Severin, 63 jaar oud, "charpentier" van beroep en gehuwd met Marie Jacqueline Beirnaert, 61 jaar oud; hun kinderen waren: Livien, 26 jaar en vier dochters: Caroline 32 jaar, Catharine 30 jaar, Petronella 28 jaar en Aldegonde 26 jaar".
Bij het bouwen van dit huis werd de voorgevel beraapt met donker pleisterwerk, hetgeen in die tijd dikwijls gebeurde.  De vensters en ook de voordeur zijn met een platte lijst afgewerkt.  De voordeur heeft nog het waterberd of de vloedplank.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Huis Maurice De Kesel, Kerkstraat 67
5. Huis Maurice De Kesel, Kerkstraat 67.
De mooie bovenlichtbeschermer draagt het jaartal 1788 en de initialen S D.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

4. WESTSTRAAT.

Met de wagen verlaten wij nu het dorp en rijden door de Weststraat naar de Stuiver.  Een paar mooie afbeeldingen van woningen uit de Weststraat verschenen reeds eerder in "Ons Meetjesland": Maurice Vols (jaarg. 10, 1977, nr 1, blz. 37); Marc Steenbeke (idem, blz. 25 en 27); deze laatste woonst bezit prachtige moerbalken ("Ons Meetjesland", jaarg. 13, nr 1, 1980, blz. 36-37).  De hoeve Astère De Backer, Weststraat 78, prijkt met een zeer schoon ingangshek in smeedijzer (idem, blz. 39).  Het vermeldt de initialen van de toenmalige bewoners: V.D.V. = Van de Velde en D.B. = De Backer.

5. DE STUIVER.

Op de Stuiver trekken wij te voet, door een enig mooie dreef, naar de woning van Hector Standaert, huisnummer 1.

Gebouwd in 1872, is dit huis een eigentijdse uiting van een landelijke herenwoning.  Voor het toenmalig modern ontwerp, getuigt zeker de wil om meer ruimte te scheppen.  De kamers werden "iets" groter, de zolderingen gevoelig verhoogd.  De deuropeningen en ook deze van de vensters werden breder, maar vooral merkelijk hoger gemaakt.  Hoe is die vernieuwde bouwevolutie er gekomen ?  Het begin van de 19e eeuw werd gekenmerkt door het ontstaan van de industriële revolutie.  De textielindustrie kende in Vlaanderen een enorme uitbreiding.  De mechanisatie werkte het centraliseren van de arbeiders in de werkplaatsen in de hand.  Grote fabrieken werden opgericht.  Gent, dat wij als voorbeeld nemen, kende een grote aangroei van zijn arbeidersbevolking.  Om deze te herbergen werden de "beluiken" gebouwd.  Daarin bedroeg meestal de woon- en leefruimte per gezin maximaal 20 m2.  Zelden waren er gezinnen van minder dan 5 personen.  Dikwijls telde men er 8 of 9, ja zelfs 10 personen.  De kinderen vonden hun slaapplaats onder de pannen.  Gans deze bevolkingskoncentratie bracht vele hygiënische problemen mee.  Men mag niet vergeten dat het de gewoonte was, al de afval die voortkwam van het gezin, gewoonweg temidden van de straat te gooien.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Inkom, detail van foto 15
6. Als inkom is dit één van de best geslaagde uit onze streek.
Detail van foto 15.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

De gevolgen bleven niet lang uit.  In de jaren 1832-1849-1854 braken telkens cholera-epidemieën uit.  In het jaar 1849 stierven in Oost-Vlaanderen 4.395 mensen aan de cholera.  In Gent alleen waren er 2.224 dodelijke gevallen, of meer dan 50% der sterfgevallen !  Dokter en hoogleraar Block publiceerde het boek "Le choléra Morbus".  Daarin schreef hij dat de ellendige woon- en leeftoestanden en de bittere armoede als de rechtstreekse oorzaken van de nieuwe cholera-ëpidemie moesten worden gezien.  Nog andere dokters reageerden tegen de bestaande wantoestanden.  Dokter Burggraeve stelde zelfs 'n gans nieuw projekt op, getiteld "Projets de cités d'ouvriers pour la ville de Gand".  In Gent was zelfs een belasting opgelegd, op het bezit van een tweede of nog meerdere vensters !  Gevolg: vele gevels vertonen naast een normaal te gebruiken venster, een gemetselde uitsparing van een halve, soms een kwart baksteen.  Met dezelfde kleuren van het echte venster werd in de uitsparing een venster nagebootst.  De aandacht werd vooral gevestigd op het gebrek aan lucht en licht dat men over het algemeen in die woonwijken opmerkte.  Voeg daarbij de vochtigheidsgraad die daar zeer hoog was.  Onder het impuls van de geneeskundige wereld werd steeds maar aangedrongen op verruiming.  Persoonlijk zijn wij overtuigd dat deze vernieuwde evolutie in de woningbouw te danken is aan de inzet en de reaktie van de toenmalige geneeskundige wereld.  Wèl moet worden toegegeven dat hoge venster- en deuropeningen reeds vroeger bestonden, doch enkel maar in de woningen van de begoede wereld.  De kerkelijke en wereldlijke gebouwen waren daar ook duidelijke voorbeelden van.  De landelijke bevolking keek wel met ontzag naar die ruime gebouwen, maar was zelf beperkt in haar geldelijke mogelijkheden.  Trouwens, men mag niet vergeten dat men in die tijd veel moed moest hebben, om een nieuwe stijl te durven aanvaarden.  De gemeenschap kon soms zo bekrompen zijn.  Nu nog gebeurt het dat zeer moderne, naar de toekomst gerichte projekten, in het begin niet ernstig worden aanvaard.  Wij kunnen spijtig genoeg daar niet verder over uitweiden.  Om terug te komen tot de bedoelde woning, moeten wij dat huis als een duidelijk voorbeeld van die vernieuwing en verruiming stellen.  De woon- en leefplaatsen hebben zelfs hun zoldering op 4,5 m hoogte !

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Dreef, Stuiver 1
7. Hector Standaert, Stuiver 1.  Een beeld van de enig mooie dreef die naar de woning leidt.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Er waren ook andere vernieuwingen, zoals het gebruik van ijzeren elementen.  Het is eveneens in die periode dat de klampstenen deuromlijstingen vervangen werden door arduinen omlijstingen.  Reeds als men in de dreef komt, geeft de gelijkmatig verdeelde voorgevel u een gevoel van verbondenheid en straalt de woning het gezag uit van de "hereboer".  Gans het gebouw is opgetrokken in de toen sterk opkomende "Scheldesteen", 21 cm x 10 cm x 5 cm.  Op de zijkanten van de voorgevel zijn pilasters gemetseld in roodbruine baksteen, 17 cm x 8 cm x 4,5 cm.  Rond de arduinen omlijsting van de voordeur is met die kleinere bakstenen een lichte verdikking aangebracht, maar deze uitvoering is minder geslaagd.  De bakstenen draagkonzolen hebben alleen tot bedoeling een dekoratief element in de voorgevel te verkrijgen.  Dezelfde bedoeling zit voor met de uitspringende bakstenen lijst, juist onder de goot.  De opgaande gedeelten van de zijgevels zijn, vanaf de schoorsteen tot aan de hoogte van de roodbruine pilasters, met open nissen afgezoomd.  Temidden van de linkerzijgevel, bijna tegen de sehoorsteen, is er een gevelkapelletje met het beeld van Onze Lieve Vrouw.  Het is afgesloten door een venster.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Woning van Hector Standaert, Stuiver 1
8. Hector Standaert, Stuiver 1.  Deze woning, die werd gebouwd in 1872, was voor haar tijd een vooruitstrevende realisatie en mocht als geslaagd worden aangezien.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

De andere zijgevel heeft een gevelkapelletje met het beeld van de Heilige Jozef, terug afgesloten door een venster.  In de linkerzijgevel is bij de opbouw een arduinen gedenksteen ingewerkt, met de volgende tekst: «J.Bte Standaert-Wille te Waarschoot, 1872».  Het dak is bekroond met een klokje, dat soms nog eens wordt gebruikt, om de mensen van het veld te roepen, of voor etenstijd.  De achtergevel is eenvoudiger, maar toch gelijkmatig verdeeld.  Rechts van de achterdeur is- nog de oude, houten waterpomp te zien; deze wordt nog gebruikt.  De achterdeur geeft toegang tot een lange gang 3.  Rechts heeft men het salon 9, waar men brede plaasteren moluren ziet.  Temidden van de bepleisterde zoldering is er een langwerpig, plaasteren bloemmotief aangebracht.  De eetplaats 10 heeft dezelfde moluren als het salon.  In de zoldering is er een centraal motief.  dat grotendeels bestaat uit een bloemengeheel, met daarin vier tegenover elkaar staande, brandende toortsen.  In de vlammen ontwaart men pijl en boog, verder nog vier kronen met gekruiste speelfluiten en vier medaillons met een zijzicht van een vrouw.  Als geheel is het wel mooi om zien.  Een schone marmeren schouw stond hier, waarvan de brandplaats was afgewerkt met donkergrijze klampsteentjes.

Enkele jaren terug werd die aangepast voor het gebruik van een modern verwarmingstoestel.  Kamer 8 was de vroegere woonplaats van de eigenaar.  Er is een marmeren schouw tot op de gewone hoogte.  Hier ook zijn er plaasteren moluren, met centraal in de zoldering een eenvoudig bloemengeheel.  Naast deze woonplaats was de slaapkamer 7.  Daar stond de trap die naar de zolder leidde, om de -twee slaapkamers der kinderen van de eigenaar te kunnen bereiken.  De woonplaats 4 van het personeel had een grote haard.  Deze werd vóór tientallen jaren aangepast.  De plaatsen 5 en 6 waren vroeger een geheel en dienden ook tot slaapkamer voor enkele mensen van het personeel.  Het melkhuis 2 was vroeger zo groot als kamer 8.  Daar werd de melk-, boter- en kaasbereiding gedaan.  In die kamer was een tredmolentje of hondekarn (breed, dubbel, houten wiel), die met een as was vastgemaakt aan de muur.  Als de boter moest worden gekarnd, werd het hondje in het dubbel houten wiel gezet (Ø 1,5 m) en het wiel schoot in gang.  Dit is volgens ons de enige boerderij te Waarschoot waar deze manier van karnen in huis gebeurde.  De sporen van het draaiend wiel zijn nog goed te volgen op de muur, waaraan dit toestel stond geplaatst.  Er is ook nog de trap langs waar het dienstpersoneel de zolder kon bereiken.  Op de zolder hebben wij de kamer, bestemd voor een arbeider die vast aan de hoeve verbonden was.  De zolder is ruim, hoog en sterk gebouwd.  Er zijn 5 eiken gebinten; zie tekening.  De stijlen of sporen zijn in gewoon hout,  evenals de zolderbevloering.  Kamer 1 werd ook gebruikt als slaapkamer.  Men mag zo besluiten, dat de plaatsen 1-2-3-4-5-6 voor het dienstpersoneel waren en de plaatsen 3-7-8-9-10 voorbehouden waren aan de eigenaar en zijn gezin.  Om de kelder niet te vergeten: deze heeft 3 verdreven en zes rechte treden, is in twee plaatsen verdeeld en ligt onder de kamers 1 en 2.  Het keldergewelf is gemaakt met ijzeren balken, die ongeveer 90 cm van elkaar liggen.  Daartussen werd met scheldesteen een steekboog gemetseld.  De keldervloer is omstreeks 1910 ongeveer 13 cm verhoogd, dit omwille van het indringende grondwater.  Deze woning moest een kleiner, bijna bouwvallig huisje uit de 16e eeuw vervangen.  Dit laatste stond ongeveer 90 m achteruit.  In 1910 brandde de schuur volledig af.  De schuur werd herbouwd en aangepast aan de behoefte van een grote landbouwuitbating.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Grondplan
9. Grondplan.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Onlangs zijn er terug diepgaande veranderingen gebeurd, zodat wij ze niet hebben opgenomen.  Het oorspronkelijke was niet meer te volgen.  Wat de landbouwuitbating zelf betreft, het bewerkte land bedraagt 16 ha, het weideland 8 ha.  De veestapel was wisselvallig en bedroeg vroeger negen koeien, twintig runderen, enkele zeugen en wat mestvarkens.  De boomgaard is 20 aren groot, de moestuin 8 aren.  Vroeger werden de volgende gewassen geteeld: aardappelen, rogge, tarwe.  haver, bieten, rapen en vlas.  Een groot gedeelte van de opbrengst werd verkocht.  Daar men gedurende de laatste jaren stilaan heeft overgeschakeld naar de veeteelt, werden nu gerst, haver.  bieten, maïs, maaigras en aardappelen geteeld.  De opbrengst was bestemd voor het voederen van de veestapel.  Het hof had drie werkpaarden.  Er waren ook twee loopmerries.  Vanaf de lente waren regelmatig vijf wiedsters op het land bezig.  Men had een paardeknecht en er waren ook twee losse arbeiders, dit vooral gedurende de zomermaanden.  In huis zelf liepen er twee meiden, waarvan er een kindermeid was, de andere deed het huishoudelijk werk en hielp mee in de stallen.  De boterbereiding was de taak van de boerin.  Toen de huidige woning tot stand kwam, werden oude bakstenen van het bouwvallig huis herbruikt om een nieuwe bakoven en fornuiskot te bouwen.  De zaterdag werd er altijd gebakken, elke produktie telde 10 grote boerebroden.  Gedurende de zomer moest er soms nog een "bakte" bijkomen.  Het dorsen gebeurde met 2 paarden die in een "manège" gingen.  De manège had een strodak.  De dorsmachine stond in de schuur en was door middel van een lange, ijzeren as verbonden met de door de paarden voortbewogen draaias.  Het geheel was afgezet met ceders.  Het oude erf was volledig afgesloten door een doornhaag en te bereiken langs twee ijzeren hekken.  Van de heer Raymond Dauw te Gent, zijn volgende gegevens afkomstig.  Gans de landbouwuitbating behoorde reeds in de 16e eeuw aan de abdij van Zoetendale.  De oudste pachtbrief die dat bewijst, draagt de datum 1562, met als pachter Jan de Geutenaere.  Hij overleed in 1596.  De nieuwe eigenaars, de Jezuïeten (Brugge), hadden als laatste pachter (1704) Lieven Dobbelaere.  In 1772 werd de boerderij openbaar verkocht en kwam in het bezit van Georgius Theodorus Standaert.  Sedertdien woont de familie Standaert onafgebroken (meer dan 200 jaar) op dit zeer oude familiebedrijf.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
De kapel op de Stuiver te Waarschoot
10. De kapel op de Stuiver te Waarschoot.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

6. KAPEL VAN DE STUIVER.

Jan van Beveren, geboren in 1849, boerde op de hofstede waar nu Walter Goethals woont.  Jan van Beveren had een zwakke gezondheid.  Al vroeg kon hij zich moeilijk verplaatsen.  Hij kon het zware landwerk niet meer aan.  Zijn labeurwerk moest hij door anderen laten verrichten.  Hij wilde een bidplaats dichtbij zijn hoeve.  Hij vroeg en bekwam de toelating van zijn eigenaar, de heer van Ginderachter, een kapel te bouwen vóór de woning van Ginderachter.  "Nood zoekt troost" staat er op de cartouche boven de deur.  De kapel staat op een deel van sectie A nr 751 K.  Die grond werd aangekocht in 1859.  De ruwbouw kostte 1.300 fr.  Albert De Craene timmerde het houtwerk.  René Standaert betaalde de meubilering: het Onze-Lieve Vrouwbeeld en de kandelaars.  Al die jaren reeds zorgt de familie van Ginderachter voor de opschik van die mooie kapel.  Op een hete dag van het jaar 1911 zou de kapel ingewijd worden.  De stoet met de geestelijkheid was juist in de Weststraat, als er een hevig onweder losbrak.  Al de papieren vaantjes en guirlandes waren beschadigd, maar de mensen waren blij dat het eindelijk regende en de kapel op de Stuiver was ingewijd.  In zijn tijd moest Jan van Beveren tweemaal per dag naar de kapel gevoerd worden door zijn kinderen.  De zwarte loper werd voor de slede gespannen, daarop de zetel met baas Jan en het paard kende de weg alleen.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Het Hof ten Breebroek
11. Het Hof ten Breebroek; woning van Luc Goethals, met op de linkerzijde het wagenhuis (Stuiver 10).
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

7. HOF TEN BREEBROEK.

Het Hof ten Breebroek bezit een merkwaardige bouwgeschiedenis.  Historisch hebben wij gezien dat deze ontginning reeds wordt vermeld in de 14e eeuw.  Zodra men in de dreef komt, krijgt men het gevoel dat de tijd hier heeft stilgestaan.  Een sfeer van rust en gebondenheid met het verleden komt u tegemoet.  Gans dit kompleks kan u in gedachten enkele eeuwen terugplaatsen.  Dat er nog resten zijn uit de 14e eeuw zal verder worden behandeld.  Bij het betreden van de hoeve ziet men rechts de woning, daarnaast de stallingen en rechtover het huis, de schuur.  Dat de woning enkele veranderingen heeft ondergaan is ter plaats te zien.  De oudste gedeelten van de woonst dateren uit de 16e eeuw.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Grondplan Ten Breebroeck
12. Grondplan
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Van de voorgevel hebben wij de indruk dat deze grondig werd veranderd, zeer waarschijnlijk op het einde van de 18e eeuw.  Op het einde van de 19e eeuw zijn over gans de lengte van de achtergevel de plaatsen 1-2-3-4 aangebouwd.  De voordeur heeft een eenvoudige klampstenen omlijsting, die een laat 18e-eeuws gewrocht moet zijn.  De klampstenen meten 15 cm x 7 cm x 3,5 cm.  De oude voordeur bezit onderaan nog haar waterberd.  Langs deze ingang komt men in een gang terecht.  Deze werd bekomen door in plaats 7 een wand te plaatsen.  Daar deze pas vóór enkele tientallen jaren is aangebracht, spreken we daar niet over.  Zo komt men in de grote plaats nr 7.  Deze was vroeger de woonplaats, of beter gezegd de oude keuken, na de aanbouw langs de achtergevel de "beste kamer" geworden.  In deze kamer bevinden zich enkele mooie trekbalken.  Een van die trekbalken draagt het jaartal: 1687.  Deze balk is wel merkwaardig, omdat ook de beide kanten zijn bewerkt en versierd.  Spijtig genoeg zijn de kinderbalken achter sierplaten weggewerkt.  De haard is aangepast voor het gebruik van een modern verwarmingstoestel.  De haardmuren, die nog gaaf zijn, hebben een versierde draagbalk; daarop rust de schouwmantel.  Hier zijn terug de beide kanten versierd.  Het is het enige exemplaar dat wij te Waarschoot kennen.  Waar de schouwmantel door de zoldering klimt, ligt ook daar een versierde draagbalk, die over de ganse breedte van de kamer loopt.  Doch de bedoeling van de bouwmeester was waarschijnlijk, met deze laatste balk het gewicht van het bakstenen schouwmantelgedeelte te verminderen voor de lager gelegen draagbalk.  De oude brood- en vleeskasten zijn vervangen door twee zeer moderne kasten; deze stonden rechts tussen de haard en de voorgevelmuur.  Wat hier ook nog is bewaard, zijn de originele binnendeuren.  Deze deuren, met een eenvoudig gemoduleerde lijst afgewerkt, hebben nog de oude sleutelsloten.  De slotbeleggingen en handvatten zijn in koper en kunstig afgewerkt.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Ontlastingsboog, Hof ten Breebroek
13. Hof ten Breebroek.  Mooie ontlastingsboog boven de poort van het wagenhuis.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

De slaapkamer 5, of de kleine voutekamer, heeft een vierkant gekapte boom van 15 cm x 15 cm als draagbalk van de voutezoldering.  De vloer vertoont onregelmatig gelegde, rood-bruine en zwarte gebakken tegels.  Deze kamer is te bereiken langs vier verdreven treden in klampsteen.  Dan heeft men een half-overloop naar de kamer, die aan de deuringang een lage stenen trede heeft.  De slaapkamer 6, door de bewoners ook de grote voutekamer genoemd, bezit drie treden in klampsteen.  De zoldering wordt gedragen door twee vierkante, gewone draagbalken.  Beide voutekamers liggen boven de kelder.  De kelder is te bereiken vanuit plaats 7.  De keldertrap ligt onder de zoldertrap.  De kelder heeft twee kruisgewelven, die gesteund worden door een moerboog.  Dit gedeelte van de woning moet zeker dateren uit het begin van de 15e eeuw.  Daar wij de stenen uit de kelder niet konden onderzoeken, durven wij geen oudere datering geven.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
De woning Daniël Coopman, Beke 1
14. De woning Daniël Coopman, Beke 1.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

De arduinen vloertegels in de kelder meten 34 cm x 34 cm.  De vijf treden om in de kelder af te dalen, bestaan uit roodbruine bakstenen, formaat 18 cm x 8 cm x 4 cm, genoemd "derdelingen".  Het was ook niet te onderzoeken of de stenen rib van de kruisgewelven uit zandsteen, arduin of uit gemoduleerde baksteen is gemaakt.  In 1967 werd de doorgang in plaats 7 naar plaats 8 dichtgemetseld, zodat vader Goethals afzonderlijk kon wonen.  Volgens ons was kamer 10 de vroegere beste kamer van de hoeve.  Deze is nu de woonplaats van vader Goethals.  De haard werd volledig afgebroken en het is niet te bepalen waar deze vroeger was.  Gans deze plaats is grondig veranderd.  Alleen de versierde trekbalken zijn nog gedeeltelijk te zien.  Daar waren ook letters in de zijkant ingekapt.  Deze zijn nu samen met de kinderbalken weggestoken achter sierplaten.  De slaapkamer 9 heeft nog de oude haard, zij het dan een weinig aangepast.  De schouwmantelopening is gedicht.  Het gaf teveel "trok" of tocht.  In de haard kan men nog de "zuivere" brandplaats zien.  In de verlenging van de twee haardmuren (tegen de zoldering) ligt telkens een mooi versierde balk.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
De mooiste voorgevel van Waarschoot (Beke)
15. Dit was de mooiste voorgevel uit de gemeente Waarschoot (Beke).
Het gebouw is thans volledig gesloopt.
(Detail van deze foto hierboven in dit artikel)
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Deze twee balken meten 17 cm x 10 cm en lopen recht naar de versierde trekbalk.  Deze laatste meet 32 cm x 23 cm.  De draagbalken van de schouwmantel zijn ook wat bekapt.

De vloer heeft rode gebakken tegels.  Boven de deur van plaats 9 en de ingang tussen 8 en 10 zijn openingen gelaten van 72 cm x 52 cm.  Dit geschiedde wel met de bedoeling wat meer licht in de gang 8 te krijgen.  In deze openingen staat een heiligenbeeld.  De vensters in de voorgevel gelijken op de oude blokvensters.  Zij hebben er in werkelijkheid weinig mee te maken, tenzij dat ze beide licht doorlaten, want de blokvensters hadden ook een tweede belangrijke funktie.  Die was namelijk het ondersteunen van de zware trekbalken; zie details woningen De Reu en Remouchamps.  Hier zijn de ramen gelijk gestoken met de voorgevelmuur.  De bovenste twee kleine vensters kunnen worden geopend en zijn op de achterzijde van de omlijsting bevestigd, zoals de onderste twee grotere vensters.  De kleine vensters worden gesloten met één ijzeren wervel, de onderste met twee wervels.  De luiken zijn drieledig en hebben een gewone ronde, kleine opening.  Bij gesloten toestand werkt deze opening niet alleen als een lichtinval, om zich in het donker te kunnen oriënteren, maar ook als tijdsbepaler, vooral 's morgens.  De zolder is te bereiken langs de vier verdreven stenen treden, die naar de kleine voutekamer leiden.  De vierde trede die een halve overloop bezit, dient ook als steunplaats voor de dertien steile, houten treden die naar de zolder klimmen.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Hoeve Kinderen Coddens, Hoge Voorde 17
16. Hoeve Kinderen Coddens, Hoge Voorde 17.  Duidelijk beeld van verankering met houten pennen.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

De zolder met zijn brede plankenvloer, heeft tweedelige gebinten.  Gans het houtwerk van het dak is van een eenvoudige, eerder slordige afwerking.  De zijgevel heeft twee kleine vensters, één ervan is onlangs toegemetseld.  Het andere heeft in het bovenste gedeelte een vaste ruit.  Het onderste gedeelte sluit alleen af met een binnenluik.  Keren wij terug naar beneden bij de aanbouw langs de achtergevel van het huis.  Nr 1, het schotelhuis, paalt aan de huidige keuken 2.  De slaapkamer 3-4 was vroeger (1877) een kelder el1 werd enkele jaren terug opgevuld en bevloerd en als keuken ingericht.  De delen 4-8-9-10 worden door de ouders van de uitbaters gebruikt, de rest door de zoon Luk Goethals en zijn gezin.  Het bakhuis is reeds afgebroken; het stond binnen de wallen en was in baksteen.  Er werd wekelijks gebakken en per bakte kon de oven tot twintig broden bevatten.  De bedrijfsgebouwen kenden een grote uitbreiding in 1877.  Toen werd ook naast de woning een groot wagenhuis aangebouwd; zie grondplan woning, nr 11.  De stallingen zijn uit dezelfde periode en hebben de volgende verdeling: 1-b-c-d-e-f-g zijn varkensstallen; nr 2 is de W.C.  Het braskot 3 had enkele jaren terug een toegang naar de varkensstallen.  Plaats 3 bevatte ook de maalderij en een waterpomp.  Plaats 4 was het "sjeesekot" (rijtuigstalling).  In de linkerpoort had men vroeger de bergplaats voor het alaam en het "machinekot", nu gebruikt als bergplaats.  De schuur is verruimd en grondig hersteld rond het jaar 1900.  Het gedeelte 1 had twee grote aardappelkuilen.  Sommige jaren werden per kuil ± 200 zakken aardappelen opgeslagen.  Daarboven was de "tas" of deel, waarop het koren werd getast.  In het begin dat de grootouders van de huidige uitbater, de hoeve beheerden, werd er nog met de vlegel gedorsen.  Dit gebeurde op de lemen vloer die in de doorgang lag, tussen de twee grootste poorten van plaats 1.  Daarna gebeurde het dorsen bij middel van de "manège"

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Grondplan van de woning en het bedrijfsgebouw
17. Grondplan van de woning en het bedrijfsgebouw volgens de opmetingen gedaan in 1977.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Zodra de machinale loondorsers opkwamen, werd het werk door hen gedaan.  De kalverstal 2 ligt naast de koestal 3.  Deze laatste heeft de mestgang in het midden.  De scheiding tussen de koeien is nog steeds verzekerd door rechtopstaande, zware, arduinen platen, die onderaan in de bakstenen vloer zijn ingewerkt.  De gemetselde voederbakken kan men vullen door de openingen in de scheidingsmuren met de plaatsen 2 en 4.  Het loofkot 4 is ruim en toegankelijk voor een driewielkar.  De runderstal 5, uitgerust zoals de koestal, is een weinig smaller.  Het veulenkot 7 was regelmatig bezet.  Nr 6 was het voederkot voor de paarden, die hun stal hadden in 8.  De plaatsen 6 en 8 zijn opmerkelijk de oudste overblijfselen van de eerste schuur.  Het oude gedeelte bezit twee tweedelige gebinten.  Op het vernieuwde gedeelte zijn er vijf grote sehaargebinten, met een dubbele hanebalk, die het pannendak dragen.  De lichtrode (roze) bakstenen dateren uit het begin van de 15e eeuw.  Wegens de verschillende herstellingen die zijn gebeurd, is het nog moeilijk uit te maken of deze stenen zijn herbruikt of niet.  De dikke muren, de deuropeningen in het voeder kot 6 (korfboogtype), hun kleur en afmetingen 25 cm x 12,3 cm x 6 cm, verwijzen naar het einde van de 14e eeuw.  Wegens de verschillende herstellingen die zijn uitgevoerd aan het oudste gedeelte, mede door de vele kalklagen die er zijn op uitgestreken, is het wel moeilijk een betere datering te geven.  Hier willen wij terug verwijzen naar de kelder van de woning.  Wegens het vele witkalken van de keldermuren en de gewelven zijn de stenen slechts moeilijk te zien.  De zijgevel van de woning, die vertrekt vanop de muur der gewelven, is reeds dikwijls hersteld geweest.  Hetgeen de datering ook nog meer bemoeilijkt.  Toch willen wij voor de kelder en de daarop gebouwde voutekamer ongeveer een tijd bepalen, waarin die oude gedeelten thuishoren, namelijk in de jaren 1490-1510.  In 1373 wordt vermeld &quo9;in de stede (plaats) in Waarschoot die men heet Breebroebunder groot".  Een bunder is 13.365 m2.  Enkele jaren later, in 1388, spreekt men van "het goed van Breebroek".  Het woord "goed" duidt meer op een reeds behuisde plaats.  De ingangspilaren zijn gemetseld in 1877 met rode bakstenen van 17,5 cm x 8 cm x 5 cm.  Het ijzeren hek is betrekkelijk eenvoudig.  In de omwalling zijn drie waterputten gemaakt.  Deze worden bij grote droogte veel gebruikt.  De heer Goethals heeft ons verzekerd dat er in het midden van het erf, onder de grond, nog verschillende gemetselde gewelven bestaan.  Bij een volgende werkzaamheid aan de ondergrond zullen wij worden uitgenodigd voor nader onderzoek.

8. BEKE.

Wij keren nu terug naar de grote rijksweg en slaan rechts af naar Beke.  Hier, links van de brug, Beke 1, bevinden zich de fraaie woning en de bedrijfsgebouwen van de heer Daniël Coopman, daterend van vóór de eerste wereldoorlog (waarin eertijds een brouwerij werd uitgebaat).

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Vakwerk vervangen door baksteen, Arisdonk 20
18. Hans Remouchamps, Arisdonk 20.  Hier ziet men een duidelijk voorbeeld, hoe destijds het vakwerk werd vervangen door baksteen, maar met behoud van de zware wandstijlen.  Tevens zijn ook nog de drie verbindingsstijlen bewaard, waarvan de bovenste langer was, om tegelijk het raam te kunnen vormen.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Vroeger behoorden de gebouwen toe aan de familie De Schepper.  In 1935 aangekocht door Frans Coopman, werden de bedrijfscomplexen aangepast voor een paardenslagerij.  Deze was toen enig in onze streek en kende dan ook veel belangstelling, tot in verschillende omliggende gemeenten, waar er heel wat werkpaarden waren en waar het vervoer nog veelal met paard en wagen of kar geschiedde.  Gedurende de oorlogsjaren 1940-45 werd het bedrijf stilgelegd.  In 1948 werd dan gestart met de fabrikatie van vleeswaren, hoofdzakelijk varkensworst-salami.  Dit alles gebeurt nu nog in het bloeiend bedrijf en onder het huidige, zeer gunstig bekende handelsmerk "Ter Beke".  Een heel eind verder, bij de uitmonding van het Schaubroekleiken in de Lieve, stond eertijds de aloude molen van Beke of "Snouckaerts Meulen", genoemd naar de eigenaar, Maarten Snouckaert senior, heer van Zomergem, Beke, enz. (1562-1569).  Van het molencomplex blijft thans enkel nog het oude rosmolenkot over.  Bij de Lievebrug te Beke slaan wij het schilderachtig veldstraatje in, dat de grens vormt tussen Zomergem en Waarschoot.  Men noemt het Bos-, Wenemaers- of Rapenburgstraatje.  Vooraan in dat straatje bemerken wij rechts, dus op Waarchoot, het oude "Wenemaersgoed", vroeger een eigendom van het Willem Wenemaershospitaal te Gent.  Daarom werd het straatje waarin wij ons nu bevinden ook wel eens "Spitael- = Hospitaelstraetjen" geheten.  Thans bezit de hoeve Wenemaersgoed niets merkwaardigs meer.

Langs de kerk van Beke (1930-39), over de grote rijksweg, rijden we nu naar de wijken Voorde en Arisdonk.  Veel oude en mooie hoeven zijn hier de jongste jaren verdwenen of doodgemoderniseerd.

Voorbij de Hoge Voorde, over de Lege Voorde bereiken wij de Lieve en Arisdonk.  Wij kunnen er in een landelijke herberg een verfrissing gebruiken.  De tocht gaat dan verder door het landbouwersgehucht Arisdonk, met nog enkele mooie hoeven (huisnummers 20, 28, 93, 99 en 115).

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Situatiebeeld van foto nummer 18
19. Duidelijker situatiebeeld van foto nummer 18.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

9. HANS REMOUCHAMPS, ARISDONK 20.

Hier hebben wij de gelegenheid even stil te staan bij de geschiedenis van de wijze van bouwen in het rurale Vlaanderen en elders.
Het vakwerk was eeuwenlang het bouwmateriaal en de bouwtrant bij uitstek, zeker voor de plattelandsbevolking.  Het vond zelfs zijn toepassing in de steden.  Het richten van de vooraf gemaakte zware, houten stukken - het huisgeraamte of de huisstoel - gebeurde op een vooraf gereed gemaakte, verharde grondlaag.  Na het optrekken plaatste men de horizontale regels, waarvan de uiteinden waren afgewerkt om te passen in de reeds gemaakte zwaluwstaartopeningen, die waren aangebracht in de wandstijlen.  De afgebeelde verankering geeft de gevonden toestand terug.  De afstand tussen de wandstijlen is gemiddeld 1,89 m.  In vertikale stand kwamen de roeden, die dan door het horizontale vlechthout werden gedicht.  Het bepleisteren met leem kon beginnen.  Het bouwen van de behuizing te lande, voor mens en dier, verliep eeuwenlang volgens deze werkmethode.  In de 13e eeuw begon de opgang van de duurzame baksteen.  Over het ontstaan van de baksteen worden vele legenden verteld.  De ene wat straffer dan de andere.  De meest verspreide geldt deze, waarbij men beweert dat de kennis van het vervaardigen van de baksteen is meegebracht door de terugkerende kruisvaarders.  Onze mening daarover: toen de Romeinen onze gewesten kwamen bezetten, wisten zij reeds zeer goed hoe de bakstenen werden gemaakt.  In 367 vóór Christus al, verschenen op het fameuze Forum Romanum te Rome de gebakken stenen materialen.  Wèl waren hun bakstenen langer en platter dan onze latere bakstenen.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Woning Julien Mouton, Arisdonk 28
20. Woning Julien Mouton, Arisdonk 28.  De foto werd genomen in 1972.
Intussen werd het huis gesloopt.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

In Afrika kende men vele honderden jaren vóór onze tijdrekening het bakken van bouwstenen.  Het bakken gebeurde toen telkens door middel van de zon.  Stilaan begon men het vuur te gebruiken voor het bakken.  Men verkreeg op deze wijze hardere steen.  Deze bakstenen hadden het grote voordeel dat zij bij zware regenval niet inzakten tot een vormeloze massa.  De Romeinen maakten de eerste vaste steenovens, die verschillende keren konden worden herbruikt.  Gedurende de Romeinse bezetting kenden hun dakpannen grote bijval.  Bij de opgravingen in onze streken uitgevoerd, zijn vele exemplaren daarvan teruggevonden.

Hun betrekkelijk platte stenen, ± 3 cm dik, waren min of meer vierkant van vorm.  met ± 30 cm als zijde.  Ook de vloeren belegde men met deze stenen.  In Nederland zijn verschillende militaire steenbakkerijen gevonden.  Hun produktie was bestemd voor de Romeinse versterkingen, die men bouwde langs het Rijngebied.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
De hoeve Arthur Van Hulle, Arisdonk 93
21. De hoeve Arthur Van Hulle, Arisdonk 93.  Het woonhuis, met rechts nog het melkhuis of
het laatste overblijfsel van de oorspronkelijke woonst.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Dat na het vertrek van de Romeinen het steenbakken in verval kwam, was te wijten aan het lage ontwikkelingspeil van de plaatselijke bevolking; zodat zij zelf geen of zeer weinig sporen hebben nagelaten van hun verblijf in onze streek.  Dat de terug opkomende bakstenen dikker waren en een rechthoekige vorm kregen, kwam door de vele overstromingen in onze gewesten, die veel jonge, maar vrij magere klei hadden achtergelaten.  Men kon daar geen platte, grote, vierkante stenen mee maken.  De Romeinen beschikten over zeer vette klei, die het bakken van platte stenen toeliet.  Trouwens, de voorbereidende droogperiode in de zon was zeer gunstig voor dunne lagen.  Ere wie ere toekomt !  De Romeinen hebben wel degelijk de baksteen in onze gewesten bekend gemaakt.  Wegens de regelmatig terugkomende herstellingen van de lemen wanden, vooral langs de zuidwestkant (regen), moesten de toenmalige kapitaalkrachtige personen of instellingen vlug overstappen naar dit hardere materiaal.  Het bood ook de mogelijkheden om breder en hoger te bouwen.  Men kreeg meer kans tot het scheppen van grotere ruimten.  Bij de landelijke bevolking kwam pas in de 18e eeuw daarin verandering.  Gedurende het Oostenrijks bewind kende de landbouw een zeer gunstige evolutie.  De welstand van de landbouwers uitte zich dan ook in het aanpassen, aanbouwen of vernieuwen van hun huizen en stallingen.  Bij het bouwkundig onderzoek, dat reeds is uitgevoerd in het Meetjesland, komen de jaren 1755 tot 1780 als de meest aktieve bouwperiode voor, bij de plattelandbewoners in onze streek.  Dit is zeker waar voor de "keuterboerderijen".  Toen de eerste gebouwen in vakwerk werden aangepast, geschiedde het meestal als volgt:

De lemen wanden werden verwijderd (het sterke, houten skelet bleef behouden), de vrijkomende openingen werden dichtgemetseld met de zo begeerde bakstenen.  Keren wij terug naar onze woonst.  Hier vinden we een der laatste voorbeelden van vakwerk (zie foto 18).

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Moerbalk versierd met een Sint-Andrieskruis, Arisdonk 99
22. Hoeve Laurent De Reu, Arisdonk 99.  De oude moerbalk met een Sint-Andrieskruis als versiering.  Tegen de muur (rechts) bemerkt men nog de twee openingen van het vroeger geplaatste schoorhout.  Dit bewijst dat de voorgaande woning bestond uit vakwerk.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Hoewel er maar enkele overblijfselen van de wandstijlen meer te zien zijn, kan er toch een algemeen beeld worden getekend van het huis in vakwerk.  De verdeling van de kamers is moeilijker te rekonstrueren.  Op de tekening vindt men de juiste breedte en lengte van het gebouw.  Aan de rechterkant van de wandstijl II was een deuropening, evenals aan de linkerkant van wandstijl V.  Deze laatste stijl is voor enkele tientallen jaren echter verdwenen.  De hoekstijlen III en IV (zie foto's 18 en 19) tonen duidelijk de eerste wijze aan voor het maken en plaatsen van een venster, in een huis van vakwerk.  Men spreekt altijd van het blokvenster.  Dit is er pas gekomen toen het bouwen in vakwerk volledig werd vervangen door de baksteenkonstruktie.  De eerste opening om het licht door te laten was de ingang.  Bij het vallen van de avond werd deze met huiden afgesloten.  Het moet een praktische, handige bouwer geweest zijn, die het venster er in kreeg.  Het venster in vakwerkkonstruktie was een weelde.  Ze diende aangepast aan het bestaande.  Hier vindt men een geslaagd voorbeeld ervan.  Het venster werd aan de wandstijl gewerkt (zie foto 18 en tekening 19), men zou mogen zeggen "aangeankerd".  Het blokvenster. zoals het tot ons kwam, is gegroeid uit noodzaak.  Het had het grote voordeel dat de moerbalk rechtstreeks kwam te liggen op de middenste stijl van het kruisvenster.  Telkens komt het schoorelement de draaghoek versterken.  In verschillende publikaties over landelijke bouwkunde staat soms vermeld "dat de schoorelementen dienden om het naar buiten buigen van de zijwanden te verhinderen".  Dat is niet juist !  De bedoeling echter was, om bij het bergen van de graanoogst, de doorbuigingen die de trekbalken ondergingen, te ondervangen.  Het tegenovergestelde is zeker waar, namelijk dat veelal de naar buiten geduwde zijwand, bij zijn latere ontlasting niet meer op zijn oorspronkelijke plaats kon terugtrekken.  Dikwijls braken de verankerde schoorelementen af.  Hetgeen wel een duidelijk bewijs is dat de schoren de doorbuiging moesten ondervangen.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Hoeve Cyriel De Pauw, Arisdonk 115
23. Hoeve Cyriel De Pauw, Arisdonk 115.  De foto vertoont het woonhuis, met de schuur achteraan.  Het gedeelte tussen de twee schoorstenen is van jongere datum.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Deze kregen bij het bergen van de oogst soms belastingen te dragen van rond de 350 kg per m2 !  De doorbuigingen die te voorschijn kwamen, waren telkens terug te vinden bij de blokvensters, waar de moerbalk op een klein bord van de middenste stijl van het blokvenster rustte.  Deze die op de volle dikte van het venster lagen, kenden geen noemenswaardige doorbuiging.  Bij de eerste aanpassingen met baksteen, waar het vakwerk en het grootste gedeelte van de wandstijlen verdwenen, werd ook de woning op de huidige breedte gebracht, met uitzondering van de plaatsen 6 en 7.  Deze werden later gebouwd.  De eerste stenen woning kwam rond 1580 tot stand.  De zware stenen haarden, met hun typische haardnissen, deden hun intrede.  De rode tegelvloeren verrijkten het geheel.  Bij de tweede verbouwing kwam de kelder 6 tot stand.  De daklijn van de zijgevel aldaar verhoogde met moeite een tiental centimeter.  Dit werk gebeurde rond de jaren 1860-1880, toen de houten schuur verdween en vervangen werd door het huidige bakstenen gebouw.  Bij de derde aanbouw groeide het huis met plaats 7, het schotel-melkhuis, aan.
Dit gebeurde rond de periode van de Eerste Wereldoorlog.  Terug kende de daklijn op dezelfde kant een vervlakking, die ditmaal verschillende tientallen centimeter bedraagt.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
de oude, enige deuringang, Oostmoerstraat 98
24. Dit is de oude, enige deuringang bij Camiel Vander Vennet, Oostmoerstraat 98.
Geen ouder exemplaar werd in het Meetjesland gevonden.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Onlangs werd deze plaats, die bouwvallig was, afgebroken.  Wat het dak betreft, zijn er enkele gebinten verdwenen.  Hun funktie werd overgenomen door de nieuwe, indrukwekkende opgaande schouwmantel.  De gebinten zijn van het schaartype met hanebalk.  In plaats 1 werd het bovenste gedeelte van het venster gesloten door een beweegbaar schuivend plankje.  Het schuiven verliep langs gemaakte gleufjes in de twee horizontale houten regels.  Het was niet mogelijk de verdeling van de vakwerkwoning terug te vinden.  Onzes inziens was het oorspronkelijk een driewoonst.  Na het herbouwen in baksteen, gaf het aan twee gezinnen onderdak.  De zijgevels met hun gemetselde schichten, de breed mondende haardschouw, de zichtbare overgebleven vakwerkelementen geven het geheel een merkwaardig oud uitzicht van de ons zo bekende keuterboerderijen.  De schuur heeft volgende verdeling: 8-9-10-11 zijn varkensstallen, 12 de W.C.  Verder hebben wij nog: het wagenhuis 1, dat op de achterzijde met een lichte, verplaatsbare afsluiting was afgewerkt; de aardappelkuil 2, met achteraan de schuurwinkel, daarnaast de doorgang 3.  Daar werd tot vóór de Tweede Wereldoorlog met de handvlegel gedorsen op de lemen vloer.  De paardestal is nr 4, achteraan het veulenkot 5.  De ruime koestal 6 had ook een toegang tot het loofkot 7.  Op de zijgevel waren er twee doorwerpvensters, daartussen de deur.  Daarnaast stond een motor die een houten wiel op gang kon brengen, waaraan een ijzeren as, door een opening in de muur, de snijmachine deed werken.  Het bedrijf was 6,6 ha groot.  De veestapel bedroeg vijf koeien, tien runderen, twee werkpaarden, twee zeugen en twee mestvarkens.  De boomgaard had een oppervlakte van 5 aren, de moestuin 2 aren.  De gewassen waren: rogge, aardappelen, gerst, haver, bieten en rapen.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Versierde trekbalk met hartmotief, Oostmoer 19
25. Hoeve Julien De Mits, Oostmoer 19.  Versierde trekbalk met hartmotief.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Ook bij de hoeve Laurent De Reu, Arisdonk 99, vertoont de trekbalk (23 cm x 18 cm) nog de oude openingen van de schoorverbinding naar de zware middenstijl van het venster.  Telkens wij deze openingen terugvinden, denken wij daarbij onwillekeurig aan vakwerk.  De gedichte opening in de vensterstijl wijst formeel op een vroeger geplaatst schoorstuk.  Deze schoren of steunen waren nodig, omdat anders de wandvlakken zouden doorbuigen.  Men mag immers niet vergeten dat het vakwerk ten slotte slechts een lichte wandkonstruktie was !

10. OOSTMOER - BELLEBARGIE - HOEKJE - STATIONSSTRAAT.

Langs Oostmoer, rechtsaf aan het driehoekig pleintje, rijden wij naar de Bellebargie.  Aan de kerk hebben wij rechts de Zoutweg, maar wij stevenen rechtdoor naar het Hoekje.  Ook in de Stationsstraat is er vervolgens nog wel een en ander te zien en zo gaat het verder terug naar het dorp.  Indien het weer gunstig is en de tijd het toelaat, kunnen wij nog - op het einde van het Jagerspad - halt houden en even te voet onze wandeling voortzetten, in de richting van de oude priorij...

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Met bloem versierde trekbalk, Oostmoer 19
26. Hoeve Julien De Mits, Oostmoer 19.  Met bloem versierde trekbalk.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

11. DE PRIORIJ ONZE-LIEVE-VROUW-TEN-HOVE.

In het Meetjesland bevinden zich nog enkele merkwaardige gebouwen waaronder het oude priorshuis of het in de volksmond genoemde "Rattenkasteel" te Waarschoot, gelegen op het einde van het Jagerspad, aan het vroeger Brake Leike, dat nu een gewone gracht is geworden.  Het priorshuis is het laatst overgebleven gebouw van het voormalige klooster Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hove.  Begonnen met het bouwen in 1444, werden de gebouwen voltooid en de kloosterkerk ingewijd in 1448.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Zonnerad, Oostmoer 19
27. Hoeve Julien De Mits, Oostmoer 19.  Afbeelding van een zonnerad.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

In de rekeningen der stad Eeklo is volgende post ingeschreven: «Item xij in meye 1448 was die stede ghebed (gevraagd) van symoen uyten hove (de stichter en bouwer van het klooster) omme te commen daer men een clooster wijden zoude, den zelven clooster was ghezonden 1 pond p.».  De stichter van het klooster nam afscheid van het wereldlijk leven en werd monnik in zijn klooster.  Dit afscheid van het wereldlijk leven moet wel in die tijdsgeest worden gezien, bij het nu nog groots zijnde "Rattenkasteel" of het vroegere "casteel vanden fondateur".

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Rolluikkast, Hoekje 39
28. Theo Van Craen, Hoekje 39.  Mooi versierde rolluikkast,
uitgeschelpt en gesculpteerd met bladerenmotieven.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Verwoestingen door oorlogsomstandigheden hebben het klooster niet gespaard: in 1499 (de kerk werd toen gedeeltelijk verwoest, maar terug opgebouwd) en in 1580 door de Geuzen, die gans de inboedel verkochten en wat brandbaar was verbrandden.  Daar de tijden toen onrustig waren hadden de kloosterlingen een toevluchtshuis gezocht te Gent en, het einde van de moeilijkheden niet in het vooruitzicht zijnde, werd er besloten de kloostergemeenschap over te brengen naar Gent, hetgeen dan gebeurde in 1662.  De volgende tientallen jaren werden de gebouwen te Waarschoot hersteld ofwel gesloopt, naargelang hun toestand.  In 1712, onder het bewind van de prior Mathieu, begon men met een landbouwexploitatie op de kloostergronden te Waarschoot, onder de leiding van broeder Gillis vanden Brande; dit werk verliep echter met groot verlies ten nadele van het klooster en op kerstavond 1729 besloot diezelfde prior de uitbating stop te zetten en deze te verpachten.  Bij de toenmalige kloosterkerk (de restanten waren ondertussen afgebroken tot op de grondvesten na) stond nog een gedeelte van de oude gebouwen, die door de pachter werden gebruikt als woning.  In de zomer van 1750 waren er enkele muren van die woonplaats ingevallen; bij de plaatsaanduiding vermeldde men "staende ten westen tegen de groote kamer van het kasteel vanden fondateur"; er werd besloten voor de pachter een nieuw woonhuis op te richten, waarvan een gedeelte op de oude grondvesten van de voormalige kloosterkerk.  Dit woonhuis is nog altijd zichtbaar en wordt nu bewoond door de familie Vereecke.  "Het hooghuis of kasteel vanden fondateur" zal dan uitsluitend voor de diensten van het klooster worden gebruikt.  Daarvoor werd er een eerste steenoven gebouwd voor het branden van de nodige "kareelen" (bakstenen).  Was het wellicht goedkoper elders "verbrandt steen" te gaan kopen?...  De volgende nota uit het Memorieboek van het klooster (berust nu op het Rijksarchief te Gent) zegt ons: "De onderschreven bekent bij dezen ontvangen te hebben van den procurator van het clooster van Waarschoot de som van zes pond en zestien schellingen en vier groote courant geld, over het overvaren met haar marktschip tot beke brugge, op de parochie van Waarschoot, zeven duizend verbrandt steen op 19 mei 1767, huysvrouwe van Gillis Camer".  Dit beduidt (onzes inziens) dat de "verbrandt steen" diende voor het metselen van de steenoven.  Deze stenen moesten immers betrekkelijk vuurvast zijn, hetgeen met onze kleisoorten moeilijker te bekomen was.  Daarvoor geschiedde waarschijnlijk deze aanvoer.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.  
Rolluikkast, Stationsstraat 38
29. Willy De Vriendt, Stationsstraat 38.  De mooiste rolluikkast uit de gemeente,
nog voorzien van haar glijbanden.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

In juni 1758 begon het klooster met het plaatsen van een andere steenoven en einde augustus werden er 100.000 "kareelen" gebrand.  Deze gebruikte men voor het bouwen van een nieuwe schuur en nieuwe stallen (de oude gebouwen waren te bouwvallig geworden en stonden gedurende de wintermaanden regelmatig onder water), dichter bij de boerderij, op een hoger gelegen plaats.  Een deel van die bakstenen werd ook gebruikt voor het bouwen van een huisje voor de boswachter, "op den noortoosthoek van Simoenstede in het Jagerspadde", en een huisje voor de schaapherder, "aen de koude keuken, staende naer de noort oostkant".  Het priorshuis bleef zo goed als onveranderd, er werden enkel nog een keuken en 'n paardestal aangebouwd (einde 18e eeuw).  De laatste restauratie gebeurde onder de prior Lodewijk Wauters.  Hij liet het binnenste rijkelijk verfraaien.  Na het aanslaan en de verkoop van de klooster goederen geraakt het priorshuis in verval, langzaam maar zeker knaagt de tand van de tijd aan dit oude en merkwaardige gebouw; de rijkversierde, gestukadoorde zolderingen en de prachtige boventrapzaal zijn onder deze langdurige verwaarlozing nog nauwelijks te herkennen.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.  
Tegelbezetting, Stationsstraat 64
30. Octaaf Dhooge, Stationsstraat 64.
Een der best geslaagde tegelbezettingen op een voorgevel in gans het gewest.
Drukplaat Gemeentebestuur Waarschoot.

Na het bouwkundig onderzoek is het volgende gebleken:  Deel 1 op het grondplan stelt het bestbewaarde en tevens het oudste gedeelte (1444) van het gebouw voor.  De volgende delen zijn allemaal herbouwd na de verwoesting van 1580; deze herbouwing is te volgen op een onregelmatige hoogte die soms meer dan een meter bedraagt.  Onder delen 2 en 6 bevindt zich de grote kelder, die gemetselde gewelven heeft, die centraal worden opgevangen door een natuurstenen pilaar.  Onder deel 1 bevinden zich twee kleine kelders die te bereiken zijn door 't mangat.  De grote kelder is te bereiken langs de keldertrap, die zich onder de trap naar de eerste verdieping bevindt.  Deze delen zijn herbouwd op oude grondvesten.  De herbouwing van de keuken (links) gebeurde waarschijnlijk op het einde van de 18e eeuw.  Het rechtse gedeelte, dat dienst deed als paardestal en wagenhuis, dateert uit dezelfde periode, doch heeft enkele aanpassingen ondergaan, toen prior Lodewijk Wauters gans het gebouw in orde bracht en het binnenste ervan fraai liet afwerken.

12. SCHUTTERSHOF.

Wandelen scherpt de eetlust !

Na onze tocht doorheen de geschiedenis en het bouwkundig erfgoed van Waarschoot gaan wij omstreeks 19.30 uur de inwendige mens versterken, in het zo gunstig bekende Schuttershof aldaar...

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  07-08-2019