Chronologie van Eeklose gebeurtenissen vanaf de Belgische onafhankelijkheid
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1980, 13de jaargang, nr. 3

CHRONOLOGIE VAN
EEKLOSE GEBEURTENISSEN VANAF
DE BELGISCHE ONAFHANKELIJKHEID - 3

22.10.1831: De naamlijst van de Eeklose kiesgerechtigden voor het verkiezen van een nieuw stadsbestuur werd afgesloten en kenbaar gemaakt.  Uit de naarvolgende lijst blijkt dat de 161 kiezers, of de circa 1,95% van de Eeklose bevolking, de bikkelharde strijd om het burgemeesterschap tussen Aernaut, de patriot en Dhuyvetter, gekend als orangist, moesten beslechten.

Ofschoon het gewone volk dikwijls op de vuist ging om hun «kandidaat» te verdedigen, bleven ze onmondig bij de uiteindelijke bepaling, enkel omdat ze niet kiesgerechtigd waren.

Naemlijst van de ingezetenen der Stad Eecloo, welke de vereijschten bezitten om het kiezersregt uijt te oeffenen, voor de zamenstelling van het Bestuer dezer Stad.

Aernaut Angelus Antonius, notaris Aernaut Jacobus, rentenier
Ameije Pieter Jan, onderpastor Andries Bernard, winkelier
Bastien Jan, fabrikant tabak Bastien Francies, idem
Baudts Karel, fabrikant Berte Henri, zoutzieder
Betzens Bernard, landman Biellet Jacobus, herbergier
Borré Jan, wijnkelier Bovijn Jan Baptist, bierbrouwer
Braedt Pieter Jacob, herbergier Claeijssens Jan, koopman
Commergo Pieter, koopman Cornelis Jan Baptist, timmerman
Dauwe Engel, notaris De Baets Pieter Jacob, landman
De Bast Antone, geneesheer De Clerck Benoit, winkelier
De Croocq Jan Francies, wever De Decker Jan Baptist, landman
De Heuvel Francies, winkelier De Hulsters Augustien, particulier
De Landsheere Fernand Jacob, onderp. De Pape Karel, particulier
De Raedt Pieter, herbergier De Scheppere Jacob Jan, geneesheer
De Smet Francies, olieslager De Smet Jacob Livinus, winkelier
De Smet Pieter, bakker De Stappens Valentin, particulier
De Vos Louis, wijnkelier Dhondt Bernard, voerman
Dhondt Pieter Joseph, pastor Dhuyvetter Joseph, particulier
Dierickx Alexander, winkelier Dirckx Jacques, avoué
Euerard Bernard, particulier Eueraerd Ferdinand, koopman
Gillebeert Ferdinand, winkelier Gillis Guiellielmus, particulier
Gillis Jan, koopman Gimbercie Joseph, bierbrouwer
Goethals Amand, mulder Goethals Antone, bierbrouwer
Goethals Benoit, koopman Goethals Bernard, winkelier
Goethals Charles, brouwer Goethals Livinus, voerman
Goethals Pieter, koopman Kloeckaert Antone, herbergier
Kloeckaert Jan Baptist, winkelier Lagaet Benoit, winkelier
Lagaet Jan Frans, particulier Lampaert Maximiliaen, herbergier
Lintelo Joseph, winkelier Lintelo Louis, winkelier
Lippens Jooris, landman Lippens Judocus, koopman
Lippens Pieter, landman Maroy Romanus, geneesheer
Martens Bruno, particulier Martens Eduard, zeepzieder
Martens Engel, priester Martens Francies, winkelier
Martens Gerome, herbergier Martens Pieter, particulier
Mattheeuws Pieter, landman Misseghers Francies, winkelier
Nelemans Jan Baptist, winkelier Piessens Jan, landman
Poppe Judocus, landman Potvliege Pieter Francies, koopman
Pyfferoen Bernard, zaekwaernemer Pyfferoen Jan Frans, landman
Remery Pieter, winkelier Reynckinck Francies, winkelier
Robert Bernard, winkelier Roegierst Francies, koopman
Roegierst Antone, koopman Rodrigos Jan, herbergier
Rodrigos Philippe, secretaris Rombaut Francies, schoenmaker
Rommel Servaes, winkelier Ryffranck Seraphien, brouwer
Sandijck Jacob, winkelier Sierens Cornelies, landman
Slock Judocus Francies, landman Speeckaert Jan Baptist, veearts
Spittael Louis, koopman Standaert Jan Baptist, winkelier
Steyaert Anselinus, winkelier Steyaert Joseph, winkelier
Stroo Charles, particulier Temmerman Charles, winkelier
Temmerman Louis, winkelier Toebast Karel, winkelier
Trioen Karel, kamslager Valcke Francies, winkelier
Van Acker Jan Baptist, hostelier Van Boven Jan, winkelier
Van Daele Jan Baptist, winkelier Van Damme Charles, landman
Van Damme Felix, winkelier Van Damme Karel Emanuel, winkelier
Van Damme Simoen, particulier Van de Genachte Frans, broodbakker
Van de Genachte Jan, herbergier Van de Genachte Jan, broodbakker
Van den Bossche Charles, koopman Van den Neste Jan, herbergier
Van de Poele Antone, particulier Van de Poele Jan, koopman
Van de Poele Pieter, particulier Van de Putte Bernard, hostelier
Van de Putte Philippe, winkelier Van der Weenen Pieter Judocus, notaris
Van Doosselaere Louis, peerdepostmeester Van Doosselaere Karel, winkelier
Van Han Ange, boekdrukker Van Hoorebeke Bernard, stokker
Van Hoorebeke Ferdinand, sted. ontv. Van Hoorebeke Jan Baptist, huydevetter
Van Hoorebeke Karel, particulier Van Landschoot Gillis, winkelier
Van Landschoot Victor, winkelier Van Loo Jan Baptist, greffier
Van Overmeire Jan, winkelier Van Royen Pieter Jan, priester
Van Vlierberghe Francies, pottebakker Van Vooren Jacobus Frans, koopman
Van Waesberghe Jan, winkelier Van Waesberghe Louis, brouwer
Van Wassenhove Bernard, priester Van Wassenhove Francies, winkelier
Van Wassenhove Joseph, winkelier Van Wassenhove Romanus, koopman
Veracx Jacob, particulier Veracx Louis, huydevetter
Verbeke Pieter, winkelier Verdickt Charles, koopman
Verhasselt Bernard, winkelier Vermast Antone, huydevetter
Vermast Bonaventure, huydevetter Verschaere Judocus, landman
Vervier Charles, agent Willems Jan Frans, ontf. der Registr.
Willems Henri, ontf. der Belast. Zaman Karel, mulder
Steyaert Engel, olieslager
  suppelement:
De Jaeger Eduard, district commissaris en kapiteyn der burgerwagt
De Meulemeester Francies, kapiteyn der burgerwagt
Sauvage Honoré Albert, kapiteyn der burgerwagt
Trioen Jan Baptist, kapiteyn der burgerwagt
Van Crombrugge Seraphien, kapiteyn der burgerwagt
Taminiau Alexander Jan, heelmeester
Ledeganck Joannes, schoolonderwijzer
Bekaert Philippe, schoolonderwijzer
Cornelis Eduard, professor van bouwkunde

22.10.1831 Ingevolge de voortdurende aanwas van het aantal hulpbehoevenden, door gebrek aan werk en door de forse prijsstijgingen van de levensmiddelen, was de stad genoodzaakt naast de toelage van 2.000 gulden, de armenkas nog eens extra te spijzen met 1.000 gulden.

24.10.1831 Joseph Dhuyvetter, na een bikkelharde strijd met Ange Aernaut, opnieuw verkozen tot burgemeester.
Eeklo kreeg dus terug een orangist als burgervader !

10.11.1831: Schrik heerste onder de Eeklose landbouwers toen veearts Jan Baptist Speeckaert liet weten dat bij landbouwer De Zutter, op het St. Jansgoed, 3 koeien zich bevonden in een 1e en een zwarte vaars in het 3e of laatste stadium van "de kwaedaerdige besmettelijke ziekte, gepaerd met de kwaedaerdige galziekte..."

12.11.1831: Verzoek- van Joannes van Basselaere om te Balgerhoeke een school te mogen openen.

26.11.1831: Om het Princenhofstraatje te kasseien zou men de "rebutkeijen" aanwenden die de stad geschonken waren door de Provincie.

26.11.1831: Via "het algemeen advertentieblad of den mercurnus van Gent" en een gedegen affichering binnen Eeklo, werd aangekondigd dat voortaan de onderbouw van het Stadhuis, bestaande uit "drij kamers uijtzicht hebbende op de merkt, eene keuken komende op het oude kerkhof en een kantoorplaets ten oosten daeraen, eenen kelder komende onder de middelkamer van het gebouw met den ingang in de keuken, eenen peerdenstal op den noordoosthoek van 't gebouw, eene plaets ten westen aende gemeenen gang en hebbende eene uijtgangdeur op het oude kerkhof, het gemeenzaem gebruijck van den grooten gang...", publiek aan de meest biedende voor 3 jaar zou verpacht worden.
De verpachting greep plaats op 5 december in de raadszaal van het stadhuis en werd uiteindelijk toegewezen aan Jan Baptist Kloeckaert, kleermaker-winkelier voor een jaarlijkse pachtsom van 525 gulden.

30.11.1831: Bij koninklijk besluit van 25 november moest elke stad een gezondheidscommissie oprichten.  Voor Eeklo zou het ledenaantal liggen tussen de 4 en 6 personen, zonder inbegrip van de burgemeester die als voorzitter zou fungeren.  Op 21 december werden volgende leden plechtig geïnstalleerd: Antone de Bast, Romain Maroy, Jacques de Schepper, Alexander Taminiau, allen geneesheren en Philippe Rodrigos, stadssecretaris.

30.11.1831: Karel de Vlieger benoemd tot lid van het armbestuur.

03.12.1831: Petitie van de inwoners van de "kerk- en kromewaelstraet", dat gedurende driekwart van het jaar hun straten "bijna ondoorkomelijk zijn, thans door de geduerige passagie van rijtuigen, is het slijk en moder zoo overvloedig en diepe, dat de bewooners genoodzaekt zijn, tot alve beenen erdoor te treden willen zij hunne wooningen bereijken of de zelve verlaeten...".  De vreemdelingen zijn genoodzaakt een omweg te maken om Eeklo-binnen te bereiken.  De handelaars langs deze straten worden daardoor van hun inkomen beroofd.  De plaats waar de Kerk- en Krommewalstraat samenkomt is één modderpoel, zodat het voor de voetgangers en zelfs voor de rijtuigen nog onmogelijk is er doorheen te komen.
De circa 50 ondertekenaars dringen er dan ook op aan:
zo haast het seizoen het toelaat een aanvang te nemen met het kasseien van de voornoemde straten, temeer daar ze "van alle tijden door onze solemnele processiën doorgetrokken worden, het welk door des zelfs slegten staet reeds menigmael is verhinderd of volkomentlijk belet geworden is".

16.12.1831: Feestviering ter gelegenheid van het ontstaan van de Belgische Staat en de verjaardag van Leopold 1.
Op 15 december zou onder klokgelui het komende feestgebeuren aangekondigd worden.
's Anderdaags zouden de burgerlijke en militaire overheden om 10.30 uur op het stadhuis verzamelen, om daarna stoetsgewijs naar de kerk te trekken om het Te Deum bij te wonen.
Over de plechtigheid schreef deken Pieter Joseph Dhondt:
"Door bevel van zijne doorluchtige hoogweirdigheijd onzen bischop zal in onze kerke op vrijdag naestkomende 16 dezer ten 11 ueren eenen solemneelen Te Deum gezongen worden om den alderhoogsten te bedanken, over het plegtig contract door het welke de vijf groote mogentheijden van Europa de gepasseerde maend ons lief Belgiën onafhangentlijk verklaert en onzen doorluchtigen koning, den oppersten prince van Belgiën, verzekert hebben als ook omdat het alsdan den verjaerdag is van zijne doorluchtige majesteijd..." De samenstelling van de stoet bestond uit het muziekkorps van St. Cecilia, een compagnie van de burgerwacht, de personaliteiten en een detachement gendarmen.
Gedurende de ganse dag mocht het volk "spelen en vreugde bedrijven".  De publieke gebouwen werden van stadswege verlicht terwijl de ingezetenen verzocht werden hun huizen te versieren, te bevlaggen en de voorgevels 's avonds te verlichten.

nov.-dec. 1831: In het laatste kwartaal van 1831 werd onze streek en niet in het minst Eeklo zwaar getroffen door militaire logementen.  Zo verbleven tijdens de maand november niet minder dan 13.158 militairen binnen onze stad, gelukkiglijk moest de bevolking slechts in 124 gevallen tussenkomen in de voedselbevoorrading.  Voor december lag het aantal militaire overnachtingen aanzienlijk lager.  Slechts 3.240, waarvoor evenwel ook evenveel voedselvoorzieningen werden geëist.
Een financiële last waaronder de bevolking veel te lijden had.

1831: Samenstelling van het Stadsbestuur in de loop van 1831:
In de loop van het jaar hield de raad 30 zittingen.  De hiernavolgende lijst geeft ons al de bestuursleden die zetelden, met naast hun naam het aantal aanwezigheden op een totaal van 30:
Stroo Karel Francies, burgemeester tot 24 nov. (26), Dhuyvetter Joseph, burgemeester vanaf 24 nov. (3), Martens Bruno (28) en De Schepper Jacobus (24), sehepenen.  Raadsleden: Aernaut Angelus Antonius (24), De Clercq Augustinus (25), Van Daele Jan Baptist (25), Roegiers Francies (13), Remery Pieter (27), Van Wassenhove Joseph (24), Vermast Antone (19), Van Doosselaere Charles Francies (17), Sierens Cornelis (15), Rodrigos Philippe (30), secretaris.

- 1832 –

04.01.1832: De heer Vermeulen (ook Vander Meulen) werd benoemd tot majoor van het eerste bataljon burgerwacht, gekazerneerd te Eeklo.

07.01.1832: Het voornemen van Valentin de Stappens, om op de markt alhier, - nu boetiek Polly Magoo - een "zoutziederij" op te richten werd na onderzoek gunstig geadviseerd.  Op 14 maart liet hij het college weten dat hij van zijn voornemen afzag.

09.01.1832: Voor de vrachtvoerders was de winter, onafgezien van de barre weersomstandigheden voor mens, dier en materiaal, zeker geen heilzame periode.  In hoofdzaak bij dooiperiodes, wanneer de wegen herschapen lagen in gigantische modderpoelen, greep men terug naar een eeuwenoude wetgeving op het sluiten der wegen.  Deze maatregel, ingegeven ter bescherming van de zo reeds gamele wegen, zette de voerlui soms wekenlang zonder inkomen.  Deze toepassing was toen zo met de tijd vergroeid dat het bij niemand kwaad bloed zette !
Zo ook op 9 januari ontving de stad een schrijven om zijn wegen te sluiten.  Bepaald werd dat de tollen van de grote en provinciale wegen gesloten bleven voor alle beladen rijtuigen.  Uitgezonderd: "de wagens en rytuygen zoo van particulieren als van militairen, gebruykt voor eenig vervoer ten dienste van en voor den staat; de koetsen, chaisen en kleine karren met één peerd bespannen, welke niet zwaer zijn gelaeden; de rytuygen gelaeden met waeren voor de merkten; de postwagens, diligencen, enz., voorzien van banden of schenen ter breedte en geladen zoo als het bepaeld is bij het Decreet van den 23 juny 1806...".
Op 14 januari werd het wegennet terug opengesteld voor alle verkeer.
Alnaargelang de weersomstandigheden kon men diverse malen per winter naar deze maatregel teruggrijpen.  Vandaar ook dat een beter wegdek een dringende noodzaak bleek voor de handel te Eeklo en in het Meetjesland.

14.01.1832: "Uyt hoofde vanden tegenspoed welke hij (Benedictus Gillebeert, pachter van de plaats- en meetrechten van de granen) in zijne "onderneming heeft ontmoet..." verzocht de betrokkene om een maximale korting over de laatste zes maand van 1831.
Naast het heropflakkeren van de Belgisch-Hollandse vijandigheden, waardoor de grensbewoners van de wekelijkse markt wegbleven, werd hij tevens in zijn ontvangst nog getroffen door de overstromingen rond Eeklo.  Overstromingen die te wijten waren aan graafwerken te Assenede, Boekhoute, Watervliet, Oudeman, St-Jan-in-Eremo en St.-Laureins.  Als tegemoetkoming in het groot verlies van de pachter, werd hem door het college een korting verleend van 300 gulden.

18.01.1832: Aan de 18-jarige Bernard van de Walle, zoon van Jacob en Theresia van den Driessche, verleende men toelating om gedurende 1832, op kosten van de stad, de lessen te volgen bij "meester" Jan Ledeganck.  Van een late schoolgaander gesproken !

18.01.1832: Van overheidswege werd binnen de stad een aktie op touw gezet om de maatschappelijk betere ingezetenen te verenigen in een "Maatschappij van Weldadigheid".  De jaarlijkse bijdrage bedroeg 2 gulden 60 cent.  Een lidmaatschap moest gelden als een gebaar van liefdadigheid tegenover de minstbedeelden.  De ontvangen fondsen besteedde men integraal om de nood binnen de stad te lenigen.

25.01.1832: Het Ministerie van Justitie riep de Oostvlaamse gemeenten op tot waakzaamheid tegenover een zekere kolonel Cleirens, gezien deze reeds heel wat vrijwilligers te onzent had geronseld voor het Hollands leger.

30.01.1832: In voorgaande bijdragen hadden we reeds gewezen op de weinig verdraagzame houding van de Eeklose patriotten en orangisten tegenover elkaar.  Elk overwicht zette bij de tegenstaander ipso facto kwaad bloed !
Dat alle middelen, - de achterbakse liefst - gewettigd waren om het gestelde doel te bereiken, werd nogmaals geïllustreerd bij de verkiezing van burgemeester Joseph D'Huyvetter.
Op 27 oktober 1831 legde D'Huyvetter de eed als burgemeester af in handen van de gouverneur te Gent.  Hoewel men te Eeklo in grote getale feestvierde, weigerden de patriotten, de aanhangers van de afgetreden burgemeester Stroo, Joseph D'Huyvetter als burgervader te erkennen.
Ze beweerden dat de uitslag vervalst was !
Karel Temmerman, de kopman van de protestanten, gerugsteund door een achttal mede-ondertekenaars, stuurden klacht op klacht naar de gouverneur.
Deze houding wekte bij de orangisten zoveel wrevel en vijandschap, waardoor Eeklo dagelijks gekonfronteerd werd met vecht- en scheldpartijen.
In een schrijven van 14 maart liet de gouverneur weten dat de klacht van Temmerman onontvankelijk verklaard was.

04.02.1832: Overlijden te Eeklo van schepen Jacobus Jan de Schepper.  "Uyt hoofde van zijn zware ziekte" zetelde hij voor het laatst op 11 november 1831.

15.02.1832: Geregeld ontving de wet overlijdensberichten van Eeklose jongens die als militair buiten hun haardstede waren overleden.  Veelal bereikte het overlijdensbericht de naaste verwanten slechts weken na de feiten !
- Op 31 januari stierf te Wachtebeke, "in een huis op Calve" de 29-jarige Lodewijck Dryoel, zoon van Bernard en Anna Catharina Dierkens, behorende tot het 4° bataljon 2° compagnie "der garde civique".
- In de nacht van 11 op 12 februari overleed ingevolge hoge koorts te Dendermonde Napoleon de Pauw, ondergebracht bij dezelfde eenheid als Dryoel.
- Pas op 25 februari bereikte het overlijden van infanterist Pieter Jan Coppens Eeklo.  De ongelukkige was te Ieper overleden op 27 januari 1826... dus zes jaar na de feiten, indien het hier om geen schrijffout gaat ?

27.02.1832: In vervanging van de overleden schepen De Schepper werd Ange Antone Aernaut verkozen.
Op 8 maart legde Aernaut, zoals voorgeschreven bij decreet van 22 juli 1831, volgende eed af:
"Ik zweer getrauwigheyd aen den koning, gehoorzaemheyd aen de staetswet en de wetten van het belgisch volk".

28.02.1832: Aan Ludovica Dhavé, weduwe van Joseph de Vis, werd van staatswege een pensioen van 150 gulden toegekend, ter compensatie van het verlies van haar man, dewelke was "overleden ten gevolge der ontvangene wonden in den aenval bij Oostburg op 31 oktober 1831...".

03.03.1832: Om de kwijnende handel te Eeklo van een gewisse ondergang te redden was het niettegenstaande het sluiten van de Belgisch-Nederlandse grens voor de stad van essentieel belang de oude kontakten met het Noorden te onderhouden.  Vandaar ook, dat eens het ergste achter de rug, onmiddellijk stappen werden ondernomen om de handelsaktiviteiten terug op gang te krijgen.  Zo vroeg en verkreeg Charles Verdick machtiging van generaal Niellon, legerhoofd van de beide Vlaanders, om zich zoals reeds jaren gebruikelijk was, binnen Zeeuws-Vlaanderen te bewegen voor de aankoop van granen.
Gesteld werd dat hij er maximaal 3 à 4 dagen mocht verblijven en vooraf de plaatsen moest stipuleren waar hij zich wou begeven.  Op 14 maart werd een analoog verzoek van Joannes de Jaeger gunstig geadviseerd.  Van levensbelang was het voor de man om als "marsdrager" zijn koopwaar als "katoen, siamoise en lijnwaetsche neusdoeken, wit en gedrukt katoen, siamoisen koussen, mans en vrouwemutsen, garen, saeyette, lint en merinos", zoals gebruikelijk in het Noorden aan de man te mogen brengen.

12.03.1832: Romain van Wassenhove en Johan Gillis als vertegenwoordigers van de handelaars en Bernard van Hoorebeke als genever- of brandewijnstoker, waren voorgedragen als kandidaat voor de funktie van rechter in de rechtbank van koophandel te Gent.

14.03.1832: In de Eeklose burgerwacht waren twaalf mannen die onbemiddeld bleken om hun kledij met eigen middelen aan te schaffen.  Door het college werd een prijsopgave uitgeschreven die openstond voor alle ingezetenen.  De 15 kielen, dito tassen en riemen met gespen zouden toegewezen worden aan de beterkoopste.

17.03.1832: Binnen de stad werd een intensieve campagne gevoerd om toe te treden tot het vrijwilligerskorps onder leiding van majoor Jacqmin.

21.03.1832: Onderzoek naar "commodo et incommodo" betreffende de oprichting van een "keersenmakerij" door Jacobus de Nijs op de markt, waar heden fotohandel Nollet gevestigd is.
Daar er door een viertal omwonenden klacht was neergelegd tegen de ergerlijke stank, die een dergelijk bedrijf met zich meebracht, werd het college uiterst voorzichtig.  Het feit dat de fabriek in het dichtst bevolkte stadsgedeelte zou komen, deed hun uiteindelijk besluiten een negatief advies te vellen.  Op 28 april werd het verzoek door het comité van Conservatie derhalve ook afgewezen.

07.04.1832: Beangstigende berichten bereikten Eeklo !  Ons land werd bedreigd door de verschrikkelijke "cholera Morbus".  Gezien deze dodelijke epidemie reeds duizenden slachtoffers had gemaakt binnen het Seine-departement in Frankrijk, kregen onze wetgevers op 14 april opdracht waakzaam te zijn tegenover elke vreemdeling en zeker wanneer het iemand gold uit voornoemd departement.

  (vervolgt)
Erik De Smet 

Separator

Chronologie van Eeklose gebeurtenissen
1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  31-07-2019