Kuieren in Watervliet
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1982, 15de jaargang, nr. 4

KUIEREN IN WATERVLIET

Rond het Mollekot

Wie "Watervliet" zegt, kan in verschillende richtingen denken.  De Heerlijkheid, in het begin van de zestiende eeuw door Hiëronymus Lauwerijn op de zee gewonnen, zou met de toondichter kunnen meezingen:

  Ik kreeg van mijn ouders
van ieder mijn part:
van vader mijn schouders,
van moeder mijn hart.

Zo kreeg het dorp van de zee zijn vruchtbaarheid in een dikke polderlaag, en van Lauwerijn zijn geordend bestaan door het indijken, het bouwen van huizen, een kasteel, een kerk, een haven en een keure.

Eens de zee teruggedrongen, waren het de stormen van de geschiedenis, die beukten tegen de dammen van "de Stede" en bressen sloegen in werkelijke en/of figuurlijke zin.  De vele jaren godsdienstoorlogen op de grens van het katholicisme en het protestantisme waren een lange, niet aflatende marteling voor de bewoners.  Na de Vrede van Munster behoorde het noordelijk gedeelte van het grondgebied tot "Staten Bodem", wat het bestuur niet vereenvoudigde.  Tijdens de expansieoorlogen van Lodewijk XIV was het leven in de polder al evenmin een lacheding.  De rondtrekkende legerbenden, geordend of muitend, waren al even korrupt !  Oostenrijk, Frankrijk en Holland lieten hun sporen na, zodat we van de "rijke" Watervlietse historie mogen spreken; wat dan weer een bevestiging is van het spreekwoord: "Gelukkige volken hebben geen geschiedenis".

Gedenksteen van de oorlogsslachtoffers 1940-45.
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Ridder Lauwerijn schonk zijn eersteling als bedijker een juweel van een kerk.  Ook dàt ligt in de naam: orgelconcerten, beeldhouwwerk (Sauvage, Faydherbe, Rickx, Pulinx), schilderijen van Gaspar De Crayer, de Momper, Pieters, Joost de Laval, Daniël Seghers, Mangeleer, en bovenal de Meester van Watervliet, naast vele andere kostbaarheden, als met goud bestikte gewaden, kelken en een met zilver beslagen missaal uit de drukkerij van Plantijn.  Die kerk !  dat is een hoofdstuk op zichzelf.  Daarbij is ze een uitstekend regenprogramma.

Zo er geschiedenis is en kunst, is er ook de natuur in haar ongerepte schoonheid.  De laatste tijd werd ze zelfs beter toegankelijk gemaakt, door een net van betonnen landbouwwegen, die rond en door de polders liggen als lange, rechte, platgestreken linten op een bontgekleurd tafelkleed.  Ze storen niet, evenmin als het kielzog van een schip dat door de zeeën klieft; alleen het effen grijze wegdek kwam in de plaats van slijkerige karresporen.

Oprit naar het kasteel van de Heer.
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

In de Alpen is de natuur machtig, in Watervliet is ze wijds.  Nergens treft men een landschap aan waar het oog verder reikt.  In de polder raakt de hemel verliefd op de aarde, want hij buigt zich over haar, en hij kust ze op haar... kim.  Van op de stoere dijken ziet men over de velden heen, groen in de lente, goud in de zomer, met hier en daar wit-zwarte stipjes van grazende koeien, of zachtschuivende puntjes, van mensen, die zich in die stilte wagen, om te luisteren naar de rust die opstijgt uit de grond, alleen onderbroken door een zoemende hommel of een overborrelende leeuwerik.  Men kan er een paar uren midden op de weg wandelen en slechts twee tot drie keer moeten uitwijken voor een auto.  Daar heersen vrede en peis, daar ruikt men de gaafheid van de goede lucht, die, door een overdaad aan bladgroen, de ozon naar de longen jaagt.  Maar ook in herfst en winter kan men er heen; goed aangekleed en beschermd tegen koude en vocht, vindt men er diezelfde verpozing, niettegenstaande het vlakke land de wind vrij laat in zijn zotte buitelingen.  De kleine huisjes, karig langs de dijken gestrooid, schijnen te buigen onder het geweld van de najaarsstormen, die als joelende benden door de luchten gieren.  Dan legt men het lichaam tegen die onzichtbare muur, en men beukt er door om het stof uit de kleren te laten waaien, dat een week kantoor- of ander werk erin heeft opgehoopt.  De wind kleurt de wangen en maakt iedereen vrolijk die het waagt hem te trotseren.  Alleen de kletsende regen kan de wandeltocht verhinderen, maar dan is er, zoals gezegd, die enige kerk, "de kathedraal van het Noorden" genoemd.

Hoe dan ook, wanneer men per auto naar Watervliet komt, parkeert men hem op het Marktplein.  Van uit de wagen is het dorp niet te genieten.  Er is stellig plaats genoeg.  Laten we hem vooraan aan de zuidzijde plaatsen, dan zien we meteen dat geklasseerde zicht van het Stee, met diagonaalswijze de kerk er achter...  Wat "Stee" betekent ?...  Dat is het Marktplein.  In die benaming leeft het verleden voort, toen het hier "de Stede, Vryhede ende Heerlychede van Watervliet" was.  Vroeger, nog niet zolang geleden, een dertig jaar ongeveer, stonden rondom twee rijen wilde kastanjebomen.  Minder dan de helft blijven er over, en ze lijden daarenboven zichtbaar aan ouderdomskwalen.  Men plantte jonge boompjes op de vrijgekomen plaatsen, maar 't is precies alsof ze niet willen gedijen.  Misschien moet men de boomarts eens ontbieden !

We stappen naar het midden van het plein, waar de oude arduinen waterpomp een frisse beurt heeft gekregen.  Ze staat er sinds eeuwen, meer bepaald sedert 1781.  Toen zag ze er wel enigszins anders uit en zeker kleiner.  Haar huidige vorm werd, op weinig na, gegeven in 1876.  Van daar uit kijken we even rond, beginnend aan de kerk..., natuurlijk !  Onmiddellijk bij het begin van de indijking werd ze opgericht, zodat het eerste deel, d.w.z. tot aan de kruisbeuk, er stond in 1503.  Bij gebrek aan geld, en ook aan noodzaak wellicht, werden de werken stilgelegd tot 1525.  In haar geheel zag ze het levenslicht in de eerste helft van de zestiende eeuw.  De toren dateert slechts van 1893, in zover hij door de bevrijdingsgevechten van 1944 niet werd vernield.  Voordien zijn er verschillende torens geweest, die op verschillende plaatsen stonden.  De bouwmeester bleef tot nu toe onbekend, dit is een van die ontelbare wetenswaardigheden, waarvan de Watervlietse geschiedenis, met een soort vrekkige jaloersheid het geheim bewaart.

"Stadhuis".
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Architektonisch is het gebouw geen unicum, wel een merkwaardigheid, alle proporties in acht genomen.  Men verwacht een dergelijke allure niet in een dorp als Watervliet, waarvan velen in Vlaanderen het bestaan niet eens vermoeden; een omgang rond het koor is niet zo alledaags in onze parochiekerken.  Maar, zoals ik reeds zei, die kerk is een verhaal op zich zelf, alleen dit nog: rechts van de grote ingangsdeur steekt een metalen plaatje in de muur, op ongeveer een halve meter hoogte; dit is het gemiddeld zeeniveau.  Ja, hier loop je onder de zeespiegel !

De "Gouden Leeuw", vroeger de "Witte Leeuw", noordzijde.
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Het kerkhof rond de toren overleefde het edikt van Jozef II, dd. 26 juni 1784, waardoor alle begraafplaatsen uit de bewoonde centra dienden te verdwijnen.  Hier was dat niet mogelijk omdat alle landerijen en vele wegen 's winters overstroomd waren.  Vooraan, dichtbij de omheining, merkt men een reeks kruisjes van dezelfde vorm en grootte.  Hier liggen vele oorlogsslachtoffers van 1940-1945.  Daarnaast staat een klein monument, met meer dan veertig namen op, waarvan de meesten hun leven inschoten bij de bevrijdingsgevechten van september-oktober 1944.  Gedurende vijf weken vochten de Canadezen om de Duitsers uit de gemeente te verdrijven.  Bijna heel het grondgebied was kunstmatig onder water gezet.  Velen in het land, zelfs in een nabije omgeving, zoals te Gent, weten het niet eens meer.  Hier echter leeft de herinnering voort, aan hen die stierven in de vergeten veldslag, en vooral aan de manier waarop.  Ze nemen een afzonderlijk plaatsje in, in de harten van hun medemensen: vooraan, precies zoals op het kerkhof.
Tussen de muur en de gemeentelijke school ligt een smalle strook, die toegang verschaft tot een oude hoeve.  Dit was één van de twee opritten naar het kasteel van de Heer.  Het huidige woonhuis van de boer is een overblijfsel van de vroegere remises.  Het Hof van Plaisance, zo noemde Lauwerijn zijn woning in Watervliet, werd in 1828 afgebroken.  Het moet eerder eenvoudig en somber van uitzicht geweest zijn.  De wallen, die er rond lagen, kan men nog duidelijk waarnemen als men op het erf gaat.

Huizenblok "De Sterre", de haven begin van de 16e eeuw.
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

We draaien op onze as verder naar rechts, tot voorbij de Kloosterstraat, daar staat de pastorie.  Ik weet niet precies hoe het komt, doch men kan zich daar moeilijk in vergissen, overal herkent men de pastorie uit de andere huizen.  Reeds sinds 1521 staat ze daar, maar niet altijd even statig.  Vele jaren was het een klein huisje, met de zijgevel naar de straatkant gekeerd: een keuken, een woonkamer en een gang, met daarboven op twee zolderkamertjes.  Zoals ze er nu uit ziet, kwam de pastorie tot stand in 1774.  Pastoor Verduyn schrijft in zijn dagboek, dat hij op 9 juni de eerste steen metselde, juist in het midden van de voorgevel, onder de deur.  De eerste nagel van het schrijnwerk sloeg hij op 24 augustus.  Een paar huizen verder, rechtover de pomp, in zuidelijke richting, staat er weer een uitschieter: het stadhuis !  Ja, ja, je moet maar durven, he !  Zo zijn ze hier nu eenmaal: in Watervliet staat of stond er geen gemeentehuis, wel een stadhuis.  Dezelfde historische oorsprong als die van het stee, natuurlijk.  Op die plaats stond van bij den beginne het "Scepenhuys".  In 1788 is het gedeeltelijk ingestort, en het had heel wat voeten in de aarde om het weer op te bouwen.  Behalve een reeks verfraaiingen van recente datum, heeft het nog zijn uitzicht van de achttiende eeuw.  Tijdens de Franse overheersing hadden de jacobijnen voor het stadhuis een vrijheidsboom geplant.  Hij werd enkele keren afgezaagd, en dat gaf dan aanleiding tot strafmaatregelen.  De weg die in zuidelijke richting loopt, is de Ketterijstraat.  Zij dankt haar naam aan het feit dat, rond het Twaalfjarig Bestand, de kerk door katholieken en protestanten werd gebruikt en, op een zeker ogenblik, door de protestanten alleen.  Ze vormt ongeveer een rechte hoek met de Calusstraat, die westwaarts loopt.  Eeuwen geleden was dat de weg naar Brugge, over Aardenburg.  Het was zowat de belangrijkste weg, want Watervliet behoorde tot het Brugse Vrije.

"De Menne" de vroegere geul naar de eerste haven.
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Als dusdanig bevind je je nu waar de wieg van Vlaanderen stond.  Wellicht denk je opnieuw aan de Watervlietse zin voor grootheid ?  Heb je dan nooit opgemerkt dat de naam "Vlaanderen" een meervoud is ?  In de achtste eeuw nog verdeelde men het land in provincies, en deze in gouwen of pagi.  De provincie ten westen van de Schelde, heette "Belgica Secundum", en één van haar pagi noemde men "Pagus Flandriensis".  Het woord is van Friese oorsprong, en inderdaad, op de eilandjes in de Schelde woonden na de Ve eeuw Saksen en Friezen, tot het getij in de stroom kwam, door het vormen van een rechtstreekse monding in de zee.  In het woord "Vlame", dat eerst bestond en de bewoners aanduidde, ziet men een afgeleide van het woord "vlieden".  Momenteel is nagenoeg iedereen het er over eens dat "Vlaanderen" betekent: "overstroomde gebieden".  Daarom gaf men die naam aan de pagus die de streek rond het huidige Brugge omvat.  De juiste grenzen kan men nu niet hertrekken, doch men weet dat het de dekenijen van Oudenburg, Brugge en Aardenburg omvatte.  Sinds mensenheugnis behoorde het dorp tot het Vrije van Brugge en tot de dekenij van Aardenburg.  Geregeld was het een twistappel in de strijd tussen land en zee.  In de negende eeuw gaf men de naam van die pagus aan het gehele gebied, dat het nieuwe graafschap van Boudewijn met de IJzeren Arm werd.  Is het dan overdreven te beweren dat, mede in Watervliet, de wieg van Vlaanderen stond ?

Noordwaarts zien we een huizenblok, die men in de volksmond "de Sterre" noemt, naar een herberg, die er tot vorige eeuw stond.  Onder deze woningen slapen de resten van de eerste haven van de heerlijkheid.  Ongeveer in het midden vóór de zuidzijde van de Sterre, staat een metselwerk dat "de boterbank" heet.  Eigenlijk is het een surrogaat.  De laatste werd in 1944 op dezelfde plaats stukgeschoten.  Zij, die ze daar ooit wisten staan, herkennen geen boterbank in de nieuwe konstruktie.  Vorige eeuw stonden er nog verscheidene, want er was elke dinsdag markt, en elk jaar een grote jaarmarkt.  Dat was zo gewild door de keure van november 1504.

De Rijerij met de oostelijke tak van de Wulfsgeule.
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

We vertrekken nu voor een wandeling van ongeveer vijf kilometer, "rond het Mollekot" zegt men hier; in feite is het rond de Sint-Annapolder.  Maar kom, we respekteren de geplogenheden en de streektaal.  Rechtover de westkant van de Sterre prijkt "De Gouden Leeuw" in een modern kleedje.  Het is één van de oudste, nog bestaande herbergen, waarvan ook de naam gebleven is, zij het dan dat hij vroeger als "De Witte Leeuw" bekend was.  De waardin, Joanna, Maria Heyman, beweerde in 1779 dat haar herberg sedert ruim veertig jaar werd opgericht.

Vóór het monument van de gesneuvelden uit de eerste wereldoorlog, en de vrijheidsboom in 1919 geplant, slaan we de weg in naar Boechoute.

De Blekkersdijk
De Blekkersdijk.
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Nu heet hij de Veldstraat.  Het was de zeedijk in 1499, na het droogleggen van de Sint-Christoffelpolder door de familie De Baenst, waarmede Lauwerijn zich in de laatste faze associeerde.  De kerk werd dicht bij de zee gebouwd, omdat de materialen langs daar werden aangevoerd, zeker in de eerste bouwperiode.  Precies die hoek was aangewezen omdat men de haven binnenvoer langs de Wulfsgeule.  Rechtover de kerkepad ligt "De Menne", een landweg, die in de velden doodloopt.  Eeuwen terug, was dat de monding van de Wulfsgeule in de havenkom.

Een boogscheut verder, aan de rechterkant, ziet men de hoeve weer, die we op het Stee reeds bekeken, maar nu langs wat de tweede oprit was naar het Hof van Plaisance.  Toen het kasteel in de eerste helft van de negentiende eeuw verdween, werd veel van de gerekupereerde steen herbruikt om huisjes te bouwen in de Veldstraat, die er nu nog geheel of gedeeltelijk te zien zijn.

Aan het einde van de huizenrij begint de Blekkersdijk: een pracht van een dijk, die zijn naam ontleende aan de bomen die er eertijds op stonden: blekken.  Meestal vier rijen dik staan hun opvolgers nu te wiegen in de wind.  In de zomer werpen ze hun frisse schaduw op de weg en maken de wandeltocht, over ruim een kilometer, tot een verkwikking, terwijl aan beide zijden, de velden loom liggen te zweten in de blakende zon.  Links ligt de Sint-Annapolder, bedijkt in 1505, om de kerk tegen de beukende zeewinden te beschermen.  Weldra ontmoet men de tweede arm van de Wulfsgeule, die onder de straat doorloopt naar de Rijerij, een klein kreekje, naast de dijk in de Sint-Christoffelpolder, net voorbij het voetbalplein.  Vroeger bood het in de winter een heerlijke schaatsbaan, want de weiden errond zijn ook zeer laag gelegen, en de afwatering was toen nog niet zo goed als nu.  Enkele boerderijen, niet die grote poldermastodonten, maar eerder kleine hoeven, liggen langs de weg verspreid.  Naarmate men Het Hoekske nadert, hurken enige kleine huisjes tegen de dijk aan.  Het Hoekske is dat woonkerntje aan de zuid-oostelijke punt van de Sint-Annapolder, waar de Calusdijk begint, die ons noordwaarts leidt.

De Calusdijk
De bresdichting in de Calusdijk.
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Aan zijn rechterflank ligt de Sint-Barbarapolder, die in 1508 aan de zee onttrokken werd.  Het was de laatste polder die door de stichter van Watervliet gewonnen werd, één jaar voor zijn dood.  Hij noemde hem naar zijn dochtertje Babette, dat in 1506, op zeer jeugdige leeftijd, gestorven was.  Een paar honderd meter verder maakt de Calusdijk een driedubbele bocht, de vorm van een halve cirkel, en komt dan weer in het rechte spoor.  Links, precies in de kromming, ligt een diepte.  Waarschijnlijk heeft zich daar ooit een dijkbreuk voorgedaan, waardoor het water in de Sint-Annapolder drong.  De stuwing van het water door de bres veroorzaakte die uitholling, zodat het herstel van de dijk, zoals hij gelegen had, te moeilijk werd voor de mensen van toen.  Men is dan maar rond de diepte gegaan.

Ondertussen zul je reeds gemerkt hebben hoe proper onderhouden soms de eenvoudigste huisjes zijn, en met welke kunstzin sommige tuintjes werden aangelegd.  Vroeger waren het bijna stuk voor stuk, doodarme mensen die hier woonden, dagloners, die bij de boeren uit de omtrek hun brood trachtten te verdienen, dat hun gezin, van soms tien tot vijftien kinderen, in het leven hield.  De landbouw heeft steeds de kleinste lonen uitbetaald voor een soort werk, dat, tot de laatste wereldoorlog, tot het zwaarste mocht gerekend worden.  Let maar eens op de ouderlingen die u ontmoet: verweerde gezichten en bultige handen, die destijds gekloven waren en roken naar de stal.  Met de jaren rust zijn ze zachter en roziger geworden, doch helemaal wil het er niet uit.  Uitbundig groeten ze u niet, zoals op vele buitengemeenten.  In de wijdse polder hebben ze het praten verleerd.  "Ju" en "Ouw", "Hutsum" en "Errega" waren het enige wat ze tegen hun paarden moesten zeggen.  Voor de rest was het opletten dat de ploeg een rechte voor sneed in de grond, want aan die rechte lijn herkende men de waarde van de knecht.  Zo trokken paard en man, gedurende tien uren per dag, soms langer, van het ene eind naar het andere.  De zware schoenen werden, met een smekkend gezuig, uit de sompige kleigrond getrokken bij iedere stap.  's Avonds kregen eerst de beesten eten en vers stro, en dan pas ging de man te voet of per fiets huiswaarts.  Hij had twintig frank verdiend !  Bonken van venten zijn het geweest en dat is hen nog aan te zien: een beetje dichter naar de aarde toe gegroeid, dat wel, maar taai en verbeten, ietwat achterdochtig ten aanzien van de vreemdeling, doch met een sobere gulheid voor al wie hulpbehoevend is.  Een ras apart... ja, ja, maar een uitgelezen ras !

Hoeve Versele, vroeger Frans Cattoir.
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Een twintigtal meter vóór de weg opnieuw zijn rechte lijn vervolgt, piept een klein rood huisje met Frans dak boven de dijk uit.  Tot voor een paar jaar woonde daar Staf Verheecke, de tachtigjarige rest van wat eens een kloeke noeste polderbonk was geweest.  Zoals ik hem zag op het laatst van zijn leven kon ik hem herkennen, maar niet wan zijn uitzicht wennen.  Een half mensenleven was hij pijke geweest in de kerk.  In zijn met goud belegd uniform en de hellebaard in de knuisten, schreed hij statig door de gangen van de zij- en middenbeuken.  Over zijn arrondissement hing een brede band met flikkerende letters: "EERBIED IN GODS HUIS", en die eerbied dwong hij af door zijn gestalte en houding.  In alle kerken van de omtrek was er toen een pijke, maar geen enkele was zo waardig en zo fier als die zwaar besnorde Staf.  Na de hoogmis veranderde het, als hij zijn pint ging pakken.  Naar het voorbeeld van zijn baas, paster Sies, schrok hij niet terug van een geestrijk opkikkertje.  Zijn vrouw zag dikwijls het middagmaal van de zondag verschrompelen tot een smakeloos koude brij.  Ach ja, zijn vrouw,... hoe heeft hij ze gemist sinds ze enkele jaren vóór hem was overleden.  Het is treffend hoe liefde, in alle eenvoud, enorme afmetingen kan aannemen, en over de dood heen niet alleen in stand blijft, maar steeds sterker wordt.  Staf hield van haar tot bloedens toe: hij was gekwetst en verminkt gedurende gans de spanne tijds die hij verplicht was haar te overleven.

In zijn "produktieve" jaren was hij zelfstandig tuinier en boomkweker.  Als de benen niet meer mee wilden, genoot hij na, als meester Van De Poele hem naar de maandelijkse bijeenkomst van de gepensioneerden voerde.  Ze reden langs Blekkersdijk, langs die honderden bomen die hij persoonlijk allemaal had geplant.  Maar hij drukte het anders uit: "Kijk Meester" zei hij "dat zijn allemaal kleine Stafkes...  Kijk ne keer op welk een rechte lijn ze staan !!!".  Dan keek hij ook, vele minuten... en zijn oude hart werd weer jong.

De Mollekotsdijk
De Mollekotsdijk
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Telkens als ik rond het Mollekot ga, zie ik nog zijn beeld, lachend en wenkend, achter het gordijntje van het kleine venster.  Het zal er nog lang blijven...  Dag Staf...  Dag oude, dode vriend !

Wanneer u de kromming van de bresdichting voorbij zijt, gaat de weg naast de dijk lopen, en deze laatste verdwijnt honderd meter verder in het niets.  Zoiets gebeurt nog: men graaft dijken uit voor zandwinning of om andere redenen.  Zo verminkt men de polder !  Nu krijgt men een tamelijk dichte bewoning, althans aan de linkerkant van de baan: het Mollekot.  Van ietwat vóór, tot na de laatste oorlog hebben hier van die types geleefd, waarvoor men wacht op een nieuwe Claes of een nieuwe Timmermans, om ze voor het nageslacht te bewaren.  Ze gaven de wijk een eigen leven.

De Sint-Annapolder
De Sint-Annapolder.
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Aan de driesprong moet u schuin links gaan, want langs rechts zijt u op enkele meters van de grenspaal gekomen, tenzij u precies in het huis aan die paal iets wenst te eten of te drinken.  Dat kan !  Hier lag de laatste haven van Watervliet, die met de voortschrijdende bedijkingen was opgeschoven.  Halverwege de zeventiende eeuw gaf ze de geest.  Vóór 1831 liep de grens van de gemeente heel wat meer noordwaarts; door de strubbelingen van toen, werd ze van Staten Bodem zuidwaarts teruggedrongen.

Indien u evenwel de tocht verder zet gaat het langs de Mollekotse Dijk, de scheiding tussen de Sint-Anna en de Jonkvrouwpolder, die slechts in 1546 drooggelegd werd.  Hier staan nog verschillende huisjes en hoeven, zoals ze uit de vorige eeuw tot ons zijn gekomen.  Waar de woningen aan de linkerzijde eindigen, ligt de Mollekotse Kreek of de Wulfskreek.  Meestal wijst alleen het riet op het bestaan ervan, tenzij soms in de winter.  De afwatering werkt hier blijkbaar perfekt.  Heel de weg is één lommerrijke dreef, tot aan het Hoogkasteel.

Het Hoogkasteel
Het Hoogkasteel
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Zo'n naam spreekt voor zichzelf: midden het kruispunt verrijst een trotse woning op een soort tafelland van om en bij de twee meter hoogte.  Tot voor enkele jaren was het een herberg, en het spreekt vanzelf dat het die herberg was die zijn naam gaf aan het gehucht.  Uit bepaalde dokumenten in het R.A.G. - Watervliet-Heerlijkheid, nr. 16B, zou men kunnen afleiden dat hij ooit de naam "Parnassusbergh" droeg (1779).  Zo zeker als de Parnassusberg de woonplaats van de Muze was, zo zeker was de herberg die ernaar genoemd werd, het vergaderlokaal van een Rederijkerskamer, die toen op het toppunt van haar bloei was gekomen: de "Rym-Reden-Konstminnende Yveraers".

De Sint-Annahoeve
De Sint-Annahoeve
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Nu richten we onze schreden naar links.  De Molenstraat heette vroeger de zeedijk van de Sint-Hiëronymuspolder, en de polder met die naam, de patroonheilige van Lauwerijn, werd ingedijkt in 1501.  De Sint-Annahoeve scheidt het Hoogkasteel van het Steentje, een klein wijkje van slechts enkele tientallen meter lengte.  Aan de rechterkant kan nog een afgeplatte hoogte waargenomen worden, die een overblijfsel is van de molenberg uit de laatste eeuwwisseling.  Zo belanden we weer in de kom van het dorp.  Vijfhonderd meter verder staat de wagen te wachten op het Stee.

Eerst moeten we het kasteel "Stoffelt" nog voorbij.  Nu ja, kasteel…, 't is wat veel gezegd, maar toch wordt over het goed "Stofveld" reeds gesproken in 1529.  Voor de inwoners heeft het zo'n beetje zijn eigen geschiedenis, doch die is van minder belang voor de vreemde wandelaar.

Kasteel 'Stoffelt'
Het kasteel "Stoffelt", het oude "Stofveld".
Foto Heemschut "Ons Meetjesland"

Nu heb je een uurtje gesnoept van de Watervlietse rust.  Je was voor anderen dat stipje in de verte en je hebt ervan genoten, gelijk griffier Buquoy, die in mei 1775 waarschijnlijk niet onder het werk bedolven zit en, in potlood, dichtoefeningen schrijft op de keerzijde van officiële dokumenten:

  Wanneer de gulde son hem stelt om af te daelen
en dat gy syt gesint een avont lugtjen thalen
besiet belet de plaets soo lustig t'allen cant
dat groen en jeugdig perck met lindenboom beplant
die heeft tgoe luste lot de vryheyd topen landt

Och nee, 't is geen toppoëzie.  't Is de korte ontboezeming van iemand die houdt van Watervliet om zijn stilte, zijn groen en de oneindigheid van zijn velden.  Hetzelfde vinden zij die er nu nog wonen of die er ooit zijn weggegaan, meestal om beroepsredenen.  Meer en meer komen er mensen die geen bloedbanden hebben met de voormalige stede, alleen om eens te kuieren zonder te hinderen en zonder gehinderd te woorden.  Wandelingen zoals Rond het Mollekot, kan men er een tiental vinden.  Ze kunnen uiteraard gekombineerd worden voor de verder gevorderden.  Doch wanneer men deze mogelijkheid ter zijde laat, en in de veronderstelling dat er honderd mensen of gezelschappen gelijktijdig een "lugtjen halen", zou er een gemiddelde afstand van vijfhonderd meter tussen elke persoon of groep liggen, zodat Watervliet blijft dromen in een paradijselijke rust, niettegenstaande, en misschien omwille van, zijn groeiend aantal bezoekers.

J. De Paepe

Separator

Kuieren in Watervliet 1 - 2 - 3 - 4

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  15-08-2019