Kuieren in Watervliet
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1983, 16de jaargang, nr. 1

KUIEREN IN WATERVLIET

Dwars door de Sint-Christoffelpolder

Een verwittigd man is er twee waard, daarom deze waarschuwing: meer dan de helft van de weg is onbelommerd.  Wanneer de zomerzon de lucht boven de wegen en velden doet sidderen, is 't misschien beter een andere wandeling te kiezen.  Er zijn immers voldoende mogelijkheden.  De afstand, ongeveer acht kilometer, is een heerlijk stukje.  Nochtans als zware wolken in scheervlucht boven de polders jagen, zorgt u best voor regenscherm en dito mantel, omdat schuilgelegenheden eerder zeldzaam zijn.  Voor de rest: betonweg over de hele lengte en veel stilte !

In "Rond het Mollekot" vertelden we reeds wat op het Stee te zien was.  We zullen dat niet meer herhalen om vierdubbel werk te vermijden; tweemaal het zelfde schrijven en tweemaal het zelfde lezen !

We vertrekken langs de Kloosterstraat, in de zuid-oosthoek van het Stee.  Het is de weg naar Bassevelde en, wat eerder zeldzaam is in Watervliet, het is geen dijk.  De Sint-Christoffelpolder is een grote oppervlakte: duizend honderd en negen gemeten zeggen De Potter en Broeckaert (1), en één hektare is zowat twee en een half gemet.  Om alle landerijen bereikbaar te maken kon men niet anders dan een paar wegen kruisgewijs aanleggen.  Behalve enkele kleine poldertjes die men, begin en halverwege de vijftiende eeuw, langs de Graafjansdijk had gewonnen en die men «'s Gravengoet» noemde, was dit de eerste en zeker de belangrijkste poging tot het herwinnen op de zee, van hetgeen ze met zoveel geweld in 1375 en 1404 had ingepalmd.

Angèlekens winkeltje aan de Kloosterstraat
Angèlekens winkeltje aan de Kloosterstraat.

Philips de Schone, de vader van Keizer Karel, was graaf van Vlaanderen.  Op 30 september 1497 gaf hij de toelating aan Paul en Gwijde de Baenst om het overstroomde gebied in te dijken.  Paul was de voorzitter van de Raad van Vlaanderen, en Gwijde was er lid van en Meester der Verzoekschriften.  Paul, die de zoon van Gwijde was, sterft echter enkele dagen na de grafelijke toestemming.  Zijn weduwe en erfgenamen bekomen een identiek oktrooi, maar een onverwachte wending was het wel.  De familie vindt een oplossing door de associatie met Hiëronymus Lauwerijn in 1498, en het jaar nadien slagen ze erin, met vereende krachten, de polder in te dijken, die Sint Christoffel als schutspatroon kreeg.  In 1501 koopt Lauwerijn de schorren welke de graaf in 1497 aan de familie De Baenst had afgestaan, zoals hij ook het jaar te voren 's Gravengoet had gekocht.

Hij was niet de eerste de beste, die Lauwerijn.  Hij was raadsheer van de graaf en algemeen ontvanger van de grafelijke domeinen en financiën, daarnaast was hij eveneens gouverneur van de kinderen van Philips de Schone en ridder van het Gulden Vlies.  Vandaar zijn invloed, en misschien ook zijn kapitaalkrachtigheid of omgekeerd.  In elk geval, met die man begon het toen te veranderen in de streek !!

Zo'n dertigtal meter in de Kloosterstraat, langs de rechterkant, stond de herberg "Het Schuttershof", vanzelfsprekend het lokaal van de schuttersgilde Sint Sebastiaan.  Zowel de gilde als de herberg bestonden reeds in bet begin van de zestiende eeuw.  Laatstgenoemde stond er nog in de vorige, en de fiere gilde, tot aan de Franse Revolutie machtig en rijk, wel, bestaat nog steeds; ongetwijfeld de oudste vereniging van Watervliet.

Ongeveer op dezelfde plaats wou men in 1864 een godshuis bouwen.  De idee groeide uit de samenwerking van burgemeester E. Van Brussel en pastoor Ameye, waarin, het dient gezegd te worden, de pastoor de drijvende kracht was.  Het gemeentebestuur kocht een hektare grond aan, en de parochiale geestelijkheid bedelde meer dan tweeduizend zevenhonderd toenmalige franken samen.  In het godshuis zou men beschikken over een hospitaal, een inrichting voor ouderlingen en een Weeshuis.  Helaas, toen het gebouw onder dak stond, brak in de nacht van 6 op 7 oktober 1868 een orkaan los, die het geheel met de grond gelijk maakte.  Pastoor Ameye was in 1866 overleden en, niettegenstaande de vele aanmoedigingen van officiële zijde, had niemand nog de moed om te herbeginnen.

De rechterzijde van de straat, vooral in het begin, draagt een oude stempel, de linkerzijde daarentegen, geeft een residentiële indruk.  Het Franciscanessenklooster van het Crombeen werd in 1910 opgericht.  Ieder Watervlietenaar die langs komt, op voorwaarde dat hij ouder is dan twintig, denkt met een soort vertedering terug aan zuster Isidora en zuster Bertha.  De klaslokalen zijn van vroegere datum: 1879.

Oud huisje in de Kloosterstraat
Oud huisje in de Kloosterstraat.

Eens daar voorbij ontmoet men Zijne Majesteit de Polder.  Draai eens rond uw as, en geniet en... luister naar Brel: "Ce plat pays, qui est le mien" Heerlijk !  Vooraleer we verder stappen: wil nog eens omkijken, hoe de kerk er van hier uitziet !  Begrijp je nu waarom men ze de kathedraal van het Noorden heet ?  Schip en toren zien neer op de dorpshuizen die aan hun voeten liggen geknield.  "Een somptueuse kerk" zei Philips de Schone, in zijn keure van 1504: hij vond het juiste woord, zowel voor het uitzicht van binnen als van buiten.

Na de eerste stompe bocht, die een parel van een hoeve aait, begint de Wilhelmusstraat.  Haar naam herinnert aan het klooster van de Wilhelmieten, dat in 1249, in de huidige Lauwerijnenpolder werd gebouwd, onder de bescherming van Gravin Margaretha van Constantinopel.  Op een andere dag kuieren we wel eens langs ginder, en dan vertel ik er meer over.

We verwijderen ons steeds meer van Blekkersdijk, die al een heel eind wegschuift aan onze linkerhand.  Is dit nu geen zee van land ?  Als de weg ombuigt naar Bassevelde toe, kruisen we Bellekensstraatje.  Volgens de zopas vernoemde De Potter en Broeckaert, beweerde een taaie overlevering, die honderd jaar geleden nog in de volksmond lag, dat de kerk van het Oude Watervliet aan dat straatje stond.  Het is tamelijk onwaarschijnlijk dat de wegen van nu, op de wegen van toen zouden liggen: alles was, na honderd vijfentwintig jaar spel van getijden en natuurelementen grondig verwoest.  Toch mag men die bewering zo maar niet negeren, zij het dan rekening houdend met de nodige absolute fout.

Hoeve Dusarduyn in de St.-Christoffelpolder
Hoeve Dusarduyn in de St.-Christoffelpolder.

Eerst en vooral, wat de benaming Oud Watervliet aangaat - Vóór 1375 had de familie Van Praet twee rechtsgebieden, die beide "Watervliet" heetten.  Over het oudste weet men vrijwel niets, maar het wordt voor het eerst in de tiende eeuw vermeld (althans wat de gekende dokumenten betreft).  Ook een kaarttekening van de Scheldemondingen in 960 geeft de ligging (?) aan.  Het feit dat Boudewijn Van Praet in 1258 aan de basis ligt van "de Nieuwe Keure", duidt aan dat er vroeger een andere keure was.  Precies omdat beide rechtsgebieden dezelfde naam dragen is het aannemelijk dat het oudste gebied deel uitmaakt van het nieuwe.  Om diverse redenen ben ik de mening toegedaan dat het centrum van de Nieuwe Keure, niet zo ver lag van het kruispunt waar we ons nu bevinden.  Archeologische opgravingen zouden een definitief antwoord kunnen geven, maar ja,... dat is rapper gezegd dan gedaan !

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
Watervliet voor 1477
Watervliet voor 1477

We stappen rechtdoor, in oostelijke richting, over een typische landbouwweg.  Als de boer koren gezaaid heeft, kijk je in mei en in juni nog juist boven de wiegende halmen uit.  Hier kan men luisteren naar het lied van de polder: de wind speelt in de aren.  Aan het eerste stuk van een S-bocht, een vijf-zeshonderd meter voorbij Bellekensstraatje, ziet men helemaal niets méér of niets minder dan elders,... en toch...!  Het land, dat links van de baan ligt, heet "de Vrijdagsmarkt".  Generaties boeren, die dat land bebouwden, stuurden hun knechten uit om "de Vrijdagsmarkt" te ploegen.  Van vader op zoon werd overgeleverd, dat vele eeuwen geleden, op die plaats, een paardenmarkt bestond.  Dat laatste biedt geen houvast, want een paardenmarkt was ook wel eens een plaats waar men dode paarden begroef, en die kon ver uit het centrum liggen.  Een Vrijdagsmarkt was echter steeds een plaats waar 's vrijdags de kooplui samen kwamen en één of andere waar verhandelden.  Wanneer men nu de keure van 1504 nagaat, bemerkt men dat de wekelijkse marktdag van Watervliet op de dinsdag was gelegd.  Trouwens, kijk maar eens om, op welke afstand we hier zijn van de kerk !  Het zou niet mogelijk geweest zijn dat hier een paarden- of andere markt zou gelegen hebben van Lauwerijns heerlijkheid, te meer daar de plaats, met de wegen en de afwateringsmogelijkheden van toen, een groot deel van het jaar niet bereikbaar was.  Het is dus ver van uitgesloten dat de benaming "Vrijdagsmarkt" tot de Nieuwe Keure terugklimt; meer nog, het is zo maar niet te zien op wat ze anders kan slaan.  Dat stuk land is één van de aanwijzingen, die de hypothese koesteren, dat we hier dicht bij het centrum van de Nieuwe Keure zijn.

Bellekensstraat
Bellekensstraat.

Terwijl we verpozen in het Middeleeuwse Watervliet, begint de weg broederlijk langs de oever van het Leopoldskanaal te lopen.  Ook hier groeien verscheidene rijen bomen aan weerszijden van een witte streep, die de polderwaters naar de Noordzee voert.  Op het einde van de Oostenrijkse tijd dacht men er aan zo'n kanaal te graven om de Hollandse humeurigheid (van toen) op te vangen, als onze noorderburen, langs een net van geulen en grachten, de landerijen deden overstromen.  De omstandigheden hebben het verhinderd, maar ook in de streek bleek niet iedereen voor de idee gewonnen.  De Franse, en nadien de Hollandse heerschappij, losten de zaak vanzelf op.  Toen echter na de septemberdagen van 1830, meer bepaald op 2 augustus 1831, de Hollanders de aanval bliezen, veroverden ze onmiddellijk het Verlaet en de Capitalen Dam.  Dat waren twee belangrijke sluizen, die destijds op Watervliets grondgebied lagen, maar nu tot het Nederlandse Koninkrijk behoren.  De waterellende begon opnieuw !  Reeds twee jaar later diepte men het oude Oostenrijkse plan op en van 1843 tot 1867 groef men, op weinig na, het kanaal zoals het nu nog bestaat.  Zijn belangrijkste doel was van strategische aard, gelijk het Albertkanaal voor 1940; men wou het Hollands verdedigingsdispositief ontwrichten door eventueel overstromingswater naar de zee af te leiden, uitsluitend op Belgische bodem, zonder dat het de inwoners van de Scheldepolders hinderde.  Daarenboven wou men de mogelijkheid scheppen gans Zeeuws-Vlaanderen van zoet water te beroven.  Het zou een verdedigingslijn en een tollinie vormen, en naast al die militaire overwegingen zou het de poldergronden in vredestijd van wateroverlast bevrijden.  Een heilzaam gevolg, waaraan men waarschijnlijk nooit had gedacht, was het nagenoeg totaal verdwijnen van de zo gevreesde polderkoorts.

De Puiweide
De Puiweide.

Het Leopoldskanaal heeft zijn militaire roeping nooit vervuld tot in 1944, maar dan in omgekeerde zin.  De Duitsers hielden er meer dan één maand stand tegen de oprukkende Canadezen, die de toegang tot de haven van Antwerpen wilden vrijmaken.  Mede in Watervliet, berokkenden die gevechten onnoemelijke schade aan gebouwen en bitter lijden in de families, door de dood en de verminkingen van tientallen inwoners.

Als we nu de brug naderen, bevinden we ons op het gehucht "Stenen Schuur".  Het werd genoemd naar de hoeve, waar we niet naast kunnen kijken, die één van de oudste boerderijen van het dorp is.  We gaan niet over het kanaal, dat laten we voor een volgende keer; nu slaan we links af.  De weg is duidelijk een dijk, die, links, de Sint-Christoffelpolder begrenst en rechts de Lauwerijnenpolder.  Laatstgenoemde werd in 1503 ingedijkt, de naam verraadt door wie dit gebeurde.  Een paar andere boerderijen en een reeks huizetjes aan de oostkant van de weg vormen de wijk "Muizenhol".  Weldra komen we op een driesprong, waarvan de andere twee richtingen wijzen, de ene naar "De Maagd van Gent" en Boechoute, en de andere naar het centrum van Watervliet.  Het is trouwens daar dat we heen moeten.  We zijn nu terug op dezelfde Blekkersdijk, die we reeds bewandelden toen we "Rond het Mollekot" gingen, nu met de Sint-Barbarapolder langs de rechterkant.

De St.-Annahoeve
De St.-Annahoeve, werd in het voorgaande nr. zie O.M. nr. 4-1982 verwisseld door de hoeve "Kerkenhof".

Verscheidene hoeven liggen aan beide zijden van de weg.  Aan dergelijke bedrijven moet het te wijten zijn dat men ze "hofsteden" noemde, want uit de naam spreekt zoveel grootheid en trots als uit de aanblik die ze bieden.  Sommige zijn vernieuwd, maar andere staan er nog zoals ze ons door onze voorouders werden nagelaten: grote woonoppervlakten, laag bedakt, met een schuur ernaast, zoals ze die in Egypte wensten in de zeven jaren van overvloed.  Voor de Watervlietse boeren zijn bijna alle jaren vet, alhoewel een of andere teelt kan mislukken.  De bebouwde akkers zijn zo groot dat de tegenvallers door de meevallers worden weggewerkt.  Hier zegt men: "De buile sloat de blutse".

Vooraleer we die hoeven eens goed bekijken, moet ik toch uw aandacht vestigen op een laaggelegen moerassig weiland, links van de weg en kort nadat we op de driesprong de richting Centrum namen.  Men noemt het de Puiweide, omdat er vóór het bezoedelende tijdperk zoveel puiten konden kwaken.  Bijzonder interessant is dat niet, doch er is verband met een andere historie, alhoewel bij voorbaat dient gewezen op het hypothetische van sommige aspekten ervan.  Als we de loop van de Schelde in Gent nagaan, zien we, stroomafwaarts, een sterke en zelfs niet zo logische zwenking naar rechts.  Eigenlijk ligt de stroombedding veel meer in het verlengde van de Leie dan van zichzelf.  Normaliter moest het water noordwaarts stuwen.  Welnu, het schijnt dat dit vele eeuwen geleden ook het geval was: de Schelde liep van Gent recht naar Biervliet.  In de negende eeuw liet keizer Otto de grenzen van zijn rijk vermaterialiseren door een soort gracht, die men naderhand de Ottogracht is gaan noemen.  Volgens Warnkönig, een Duitse geleerde, die evenwel veel over Vlaanderen wist, zou hij daarvoor de oude Scheldebedding hebben gevolgd.  Tot Kluizen was die gracht bevaarbaar en tot daar heette hij de Burggravenstroom.  Warnkönig bracht gans de Ottogracht in kaart, en, voor zover de man zich niet vergist, loopt die precies enkele tientallen meters ten westen van de Maagd van Gent.  Het is dus niet volledig af te schrijven wat een geliefd figuur uit de recente geschiedenis, Pastoor Sies, vooropstelde, namelijk dat de Puiweide een overblijfsel is van de oude Scheldeloop.  Vanzelfsprekend kan de afwijzing van die stelling je in geen geval de eeuwige zaligheid kosten.  Nochtans zien we dat andere moerassige stroken op het grondgebied van Watervliet ook de noordzuid richting volgen, en zonder al te veel kronkelingen tot dezelfde bedding zouden kunnen behoren.

Nu gaan we rustig verder tussen het kruim van de polderhoeven.  De eerste rechts behoort toe aan de kerk.  Lauwerijn "had heel de Sint-Barbarapolder, bij testament, aan zijn kerk geschonken, en het was er trouwens niet bij gebleven.

Eén kilometer verder bereiken we het Hoekske.  Welke richting we nu ook nemen: verder de Blekkersdijk volgen of de Calusdijk rechts inslaan, de weg beschreven we in "Rond het Mollekot", alhoewel de Blekkersdijk nu in omgekeerde richting bewandeld wordt.  Hele­maal niet mis nochtans, als we langs de Veldstraat weer het stee bereiken.  De huizen drommen dicht tegen mekaar aan, en zelfs de twee rijen schuiven naar mekaar toe.  Ze laten bijna geen plaats meer voor een voetpad: een straat zonder pretentie, die meer overhelt naar de intimiteit, zoals de mensen die er wonen.  Die van het begin zijn nog de buren van die op het einde.

Stilaan hebt u het een en het ander gezien van Watervliet.  Tijdens de eerste tocht spraken we vooral over de laatste vijf eeuwen.  In "Dwars door de Sint-Christoffelpolder" geraakten we tot in de dertiende eeuw.  Een volgende keer trekken we naar de woestijn.  Nee, nee,... helemaal niet in Afrika of Azië, hier ter plekke !  Als u het niet gelooft, kom dan nog maar eens langs.

J. De Paepe.    

__________________________

(1) "Geschiedenis van de Gemeenten der Provincie Oost-Vlaanderen".  Tweede Reeks - Arrondissement Eeklo - Derde Deel, door Frans De Potter en Jan Broeckaert, uitgegeven te Gent door de drukkerij C. Annoot-Braeckman - 1870-1872. Terug naar de tekst

Separator

Kuieren in Watervliet 1 - 2 - 3 - 4

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  18-08-2019