Enkele Bijdragen tot de Geschiedenis der Families Rijckaert, Noë en Aanverwanten

Seraphien Ryckaert

filius Désiré

° Bouchaute 28/2/1860 en + 4/4/1940.
Landbouwer te Boekhoute - Rijken (ouderlijk hof) en in 1908 naar Watervliet Blekkersdijk overgekomen.  De reden tot verandering was te zoeken in de slechte verhoudingen met zijn toezichter Notaris Goeminne, aanleiding was het niet uitvoeren van nodige veranderingen en een boomkwestie.  Vader was eerst van plan de "Roskamhoeve" in Yzendyke te huren.

Hij was ouddijkgraaf van de Sinte Barbarapolder en vereert met de Landbouweretekens.  Huwde op 23/6/1897 te Sinte Margariete MARIA-CORALIA NOE (zie afzonderlijk verwanten hier.).

Geboren te Kluyzen-Zandeken 5/2/1872 en + Watervliet 20/7/1920.  Hun huwelijk werd ingezegend door hun neef E.H. Carolus Van Hulse, Engels priester in U.S.A. en broeder van Mgr. Jos. Van Hulse.

"Carpent tua poma nepotes"

Vader bleef als laatste ongehuwde zoon over bij zijn moeder en op 37 jarige ouderdom huwde hij.  Samen bleven onze ouders boeren op het ouderlijk hof tot in 1908, toen ze door het ambt van Notaris Fobe uit Gent (1906) ene hofstede kochten in den Barbarapolder te Watervliet.  Eigenlijk kwam ze hun op het nippertje af want 100 fr. meer had hun uiterste vooropgestelde som bereikt.  Hunne toekomstige geburen waren hun in de "Salle des Ventes" weinig genegen geweest.  Graag kochten ze de beste landerijen om hun alleen een hoeve zonder land te laten.

Hetzelfde jaar kochten ze hun zevende zoon waarover Burgemeester Berckmoes, in naam van Leopold II, het peterschap aanvaardde.  In 1920 sloeg het lot hem echter harder dan wie ook.  Moederziel alleen bleef hij over met zijn negen zonen waarvan slechts de oudste meerderjarig was.  Maar hij had wilskracht en bovenal een nooit falende liefde en opofferingsgeest voor zijn kinderen.  Tot in zijn ouden dag drentelde hij dagelijks in zijn land, hetwelke hij als geen ander kende.  De stad zei hem niets.  Alleen zijn hofstede gaf hem die te benijden rust en genoegen.  In dit land, hetwelke hij zo lief had kreeg hij zijn genadeslag, hij die eigenlijk nooit geweten had wat ziekte wel mocht zijn.  s'Anderendaags wou hij herbeginnen.  Een tweede bloedsopdrang overviel hem.  Dadelijk was hij voor O.L. Heer bereid.  Kerkuil was hij nooit geweest maar zijn christelijke plichten, die hij van zijn ouders had geërfd, die droeg hij rotsvast in zich.  Hij ging ten Here op 4/4/1940.  Al zijn kinderen waren aan zijn sterfbed aanwezig.  Hij had hen niets meer te zeggen want zijn voorbeeld was er geweest.  Als simpele mens, had hij geleefd, als prins zou hij begraven worden.
 

Herinneringen aan mijn thuis

Moest ik daarvan vertellen... het werd een apart boek, een boek vol aangename en blijde gebeurtenissen, tedere, onbezorgde, kinderlijk-onschuldige en ook al eens droeve, pakkende voorvallen.  Ieder van ons zou ze kunnen verhalen, naargelang het hem invalt.  Ik verzwijg maar de vertelsels van bij het open haardvuur, de jacht op vogels, de klopjacht op katten, de worstelwedstrijden op het "convent", baron en zij kar, de ijspret, Meester Vervaeck, de catechismuslessen, de duitsers, de eerste belgen, de meizangers, enz. (Plante mijnen Mei, en ik brak mijn ei, en de dorre viel in de schale...)

"Een lieflijk boekeetje dat gaf ik haar present,
Ze kon het niet geloven zozeer was zij content...
0ei e oei, ei e ei
Hij riep zijn blij ij ... ijde
In de groene weide
Vol plezieren
Tierelierelieren
Tralala..."

Dit is een van de simpele en onschuldige liederen, meestal overgeërfd van ongeletterde mensen die ze zelf op kermissen en foren hoorden zingen uit den mond van liedjeszangers.  De meeste zijn voor altijd vorloren gegaan, mieken nochtans deel uit van ons klein-kunst patrimonium.

Onder de "hoge kamer" ligt een oude kelder wiens bouwwijze vrij vreemd te noemen is en zeer antiek aandoet.  Dikke muren, waterput, gewelven rustend op een centrale steunpilaar... dat alles was al voldoende om ons schrik aan te jagen wanneer we "niet braaf" waren geweest.  Hier is in 1924 oud geld opgedolven daterend van voor de Fr. Hervorming (Marie-Térésia of Jozef II bewind).  Zoals altijd heeft een Revolutie een voorafgaande troebele voorgeschiedenis.

De boeren hadden goede jaren gekend en bezaten geld.  Ook zij wisten dat er iets ging veranderen, uit schrik stopten zij hun geld weg.

Hunne kinderen:
(Allen gebracht door dezelfde "achterwaarster", Thérèse Bauwens, ex Bassevelde, ook voor de familien Daelman en Claeys, enz,)
1) Cyriel - August.
2) Raymond-Joseph.
3) Maurice - Emiel.
4) Réné - Joseph.
5) Ernest - Desiré.
6) Remi - Charles.
7) Leopold - Ghislain.
8) Alberic.
9) Prudent - Clement.

 





De 9 kinderen van Désiré Ryckaert en Virginie De Vleeschauwer :
Petrus - Marie - Seraphien - Emiel - Stephanie - Pelagie - Nathalie.

Vorige blz: Maria Sophia, fa. Désiré Ryckaert
Volgende blz: Cyriel - August, fs. Seraphien

Het bidprentje van Coralie en van Serafien



↑Top
De Bladwyzer van het boek van Prudent
Onze Ryckaert homepage
Foto's van Mevr. Nadine Ryckaert en van de familie Ryckaert van Bentille
Doorzoek onze Ryckaert webstek

Uw suggesties, aanvullingen en verbeteringen zijn steeds heel welkom.
Neem aub contact op met ons.

MijnPlatteland homepage
MijnPlatteland homepage

Copyright Notice

Meest recente bijwerking :  21-04-2021