Oud Sleidinge (6)
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1979, 12de jaargang, nr. 4

OUD SLEIDINGE (6)

Op gebied van historische feiten is het duidelijk dat Evergem en Sleidinge - toen nog landelijke parochies - de invloed en het wel en wee van het naburige Gent ondergingen.

Zo verhalen De Potter en Broeckaert een eerste feit uit de tijd van de van Arteveldes, naverteld uit Kervyn de Lettenhove ("Jacques d'Artevelde", 2e uitgave, 1863, blz. 37):

In de maand juli 1337 was Willem van Artevelde uit Gent aanwezig op de kermis te Sleidinge en hij werd er door iemand in het openbaar grof beledigd.  Waarschijnlijk gebeurde dit om een politieke of staatkundige reden, want de graaf van Vlaanderen was de heer van Sleidinge-Keure en Willem stond algemeen bekend als een verwoed tegenstrever van de graaf.

Willem van Artevelde ontmoette enige dagen later zijn belediger te Gent en wilde de man aanpakken om zichzelf recht te verschaffen.  De twist liep hoog op en Willem zou zijn vijand voorzeker een duchtige afstraffing gegeven hebben, ware het niet dat enkele dienstknechten van de graaf bijgekomen waren en dit verhinderden.

Woonhuis, Weststraat, 27, Sleidinge
Het woonhuis van de heer Ivo Van de Woestyne te Sleidinge, Weststraat 27, in 1901.
Thans bewoond door Albert Imschoot-Lippens.
Prentkaart uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare.

Daarop zette Willem woedend zijn weg voort en ontmoette spoedig zijn twee neven, die deel uitmaakten van de weversnering.  Een van hen maande Willem tot kalmte en geduld aan en nam hem, uit behoedzaamheid, zijn getrokken degen af.  Want op dit ogenblik leek de beledigde werkelijk razend en gevaarlijk...  Doch toen naderde op hetzelfde moment een dienaar van de graaf en wou de degen in beslag nemen, vermits het op bevel van de vorst aan de leden van de weversnering verboden was een dergelijk wapen te dragen.

Willem werd nog kwader en verzette zich met alle heftigheid tegen de inbeslagname, zodat de grafelijke dienaar werkelijk in levensgevaar verkeerde.  Burgers kwamen toegelopen en een rijk poorter van Gent, Fulco Uteroosen, mengde zich in het geschil en stelde Willem de vraag: "Waarom zoudt gij nu die arme knecht doden, die ten slotte slechts zijn opgelegde dienstplicht vervult ?..."

Deze vraag wijst er duidelijk op dat de twist te Sleidinge van louter politieke aard zal geweest zijn.  Het ging bij Willem om de graaf en om zijn vertegenwoordiger die hem te Sleidinge beledigde; daar kon deze eenvoudige soldenier niets aan verhelpen en met de grond van het geschil had hij niets te maken.  Het was ook niet wenselijk dat er een volksopstand ontstond van staatkundige aard, rond een zuiver persoonlijke twist, waarin dan nog geen slag gegeven was geworden.  Willem van Artevelde werd dan ook wat kalmer, bij deze wijze raad.

Maar niettemin gaf de grafelijke baljuw, ondersteund door enige schepenen, naderhand het bevel aan Fulco Uteroosen, Willem van Artevelde, zijn neven en enkele anderen zich gevangen te geven !  Dit deed de maat overlopen.  Het volk trok gewapend naar het schepenhuis, bedreigde de wethouders, omdat zij te gemakkelijk aan de eis van de grafelijke baljuw hadden toegegeven, terwijl andere schepenen de poorten van het gevang voor Uteroosen en de van Arteveldes gingen openen.

Gans de stad was in beroering.  Twee poorters uit de Oudburgstraat maakten van de gelegenheid gebruik om de nieuwopgelegde belastingen - die in strijd met hun voorrechten waren - te laken en te veroordelen.  De toestand te Gent werd zo gespannen, dat de baljuw in allerijl een bode zond naar de graaf, die gewoonlijk in Frankrijk verbleef, om hem te verzoeken naar Vlaanderen te komen.  Meteen stelde hij de vorst voor, in elk geval de Arteveldes en hun aanhangers, ofwel voor drie jaar uit het land te bannen, ofwel naar bedevaartplaatsen overzee te zenden.  Onder die aanhangers bevonden zich de voornaamste poorters van de stad en verschillende oudbaljuws en -schepenen...

Naar alle waarschijnlijkheid werd echter geen enkel van deze voorgestelde vonnissen ten uitvoer gebracht, want Jacob van Artevelde behoorde toen ook tot de weversnering en werd reeds door zijn Gentse medeburgers gevolgd en vereerd.  Er bestaat zelfs grond om aan te nemen dat hij één van die neven van Willem was, gezien de grote volksbeweging die er onmiddellijk ontstond en gemakkelijk als een blijk van sympathie voor Jacob van Artevelde mag gelden.

Daarmee liep alles nog ten beste af.

Woonhuis van Dokter Ruyssen in de Weststraat
Woonhuis van de heer Dokter Ruyssen in de Weststraat,
thans Gemeentelijk Domein (1901).
Prentkaart uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare.

Wanneer Gent het in 1453 met Filips de Goede aan de stok heeft, zinnen de hertogelijke Picardiërs op weerwraak en plunderen de dorpen in het Gentse, waaronder ook Sleidinge (A. De Vos).

De gemeente was toen het toneel van afgrijselijke gebeurtenissen: vreselijke verwoestingen te vuur en te zwaard "niet sonder groote bloetsturtinghe van den onnoosele (= onschuldige) ghemeente".

In de maand maart daaropvolgend vonden de Gentenaars een gelegenheid om zich over die nederlaag te Sleidinge zelf te wreken: zij sloegen er een bende Picardiërs uiteen, doodden er enkele in de slag en trokken met de gevangenen naar Gent, waar deze opgehangen werden.

In de oorlog van de Gentenaars tegen graaf Lodewijk van Male, omtrent een halve eeuw later, vindt er ook een schermutseling te Sleidinge plaats, waarbij de Gentenaars een bloedige nederlaag lijden.  Hun hoofdman, Gozewijn Mulaert, vindt er met de meeste van zijn gezellen de dood.

Onder de Calvinistische Republiek (1577-1584) begon de aftakeling van onze streek en ook van Sleidinge voorgoed.

Plunderingen van de heen- en weertrekkende legers waren nog maar een zwakke voorspiegeling van wat nog volgen zou.

Inderdaad vanaf 1584 zullen de Vrijbuiters meer dan twintig jaar langs de streek ten noorden van Gent onveilig maken (A. De Vos).

Sleidinge schijnt evenwel minder beroerd te zijn geweest door de eigenlijke godsdiensttroebelen, dan andere dichterbij Gent gelegen dorpen.  Nochtans verbleef er een predikant van de nieuwe leer in de streek, maar zijn invloed was zeer gering.  In september 1578 werd een poging om het naburige Evergem van geloof te doen veranderen, slechts op schimp en bespotting onthaald.

Op 1 oktober 1581 werden Sleidinge en omliggende gemeenten allerlei geweld aangedaan door het Statenleger, bij zo ver dat de boeren met hun huisraad en vee binnen Gent vluchtten.  Een gelijkaardige uitwijking had nog eens plaats in de eerste helft van april 1582, toen het leger, dat enkele tijd te Eeklo gelegen had, ook te Sleidinge niets onbeschadigd liet en de bewoners op een onmenselijke wijze mishandelde: mannen werden geslagen, vrouwen en dochters verkracht, zelfs onder de ogen van de kinderen.  Deze troepen, meestal Fransen, bleven te Sleidinge en Evergem omtrent zeven weken lang gekampeerd.

De 15 april 1583 moesten er te Gent twee wagens geleverd worden: een door Zomergem, Waarschoot, Oostwinkel, Aalter, Knesselare, Ronsele en Ursel samen; en de tweede door Bellem, Hansbeke, Sleidinge, Lovendegem, Merendree, Mariakerke, Vinderhoute en Drongen samen (Resolutieboeken van de Oudburg te Gent, RAG).

In de maand november 1583 werden door de soldaten van de Gentse bezetting verscheidene huizen te Sleidinge in brand gestoken en veel graan en andere goederen van de landslieden geroofd.

In 1584 worden de Vrijbuiters dichter bij Gent gesignaleerd, namelijk te Waarschoot en te Lovendegem; in 1587 teisteren zij Sleidinge, Zomergem en andere plaatsen; ook in 1588 zijn zij zeer aktief...

Op 28 juni 1585 heeft te Sleidinge een bijeenkomst plaats tussen de afgevaardigden van de Oudburg en van het Ambacht Boekhoute, "omme den generalen vijant te wederstaene ende belettene alzulcke quade voornemen ende Entreprysen als hij up dese ende Brugsche quartieren zoude willen attempteren".

Ondertussen ondernamen de Vrijbuiters hun eerste grootscheepse inval.  Op 5 juni 1586 vallen zij Sleidinge binnen, roven er alles wat zij in handen kunnen krijgen en nemen verschillende gevangenen mee als gijzelaars, onder wie ook de pastoor, heer Jan Goethals.  Deze pastoor was tegelijk aalmoezenier van het Korps van de Oudburg.  Zijn "rantsoen" of losprijs was vastgesteld op 800 gulden.  In 1589 werd hij nog steeds gevangen gehouden in Zeeland.  Hij vraagt dat men hem zou uitwisselen voor Jaspar Clauwaert, gevangen schipper te Nieuwpoort.  Na zijn vrijlating werd hij in 1593 opnieuw aalmoezenier van de Compagnie.  Hij bleef pastoor te Sleidinge tot aan zijn overlijden in 1611 (A. De Vos).

Als gevolg van deze inval krijgt Sleidinge in 1586 als bescherming een garnizoen van 20 inlandse soldaten van de Oudburg.  Deze bezetting wordt later nog aangevuld met een nachtwacht bestaande uit 10 weerbare mannen van Evergem (Ibid.).

Ondertussen krijgen Sleidinge en Evergem brandbrieven van de Vrijbuiters uit Sluis.

Hoeve, Veldhoek 23 te Sleidinge
Deze hoeve, Veldhoek 23 te Sleidinge, bezit nog een mooie ingang met een echte "balie".  Een kapelletje siert de middenste van de drie toegangspilaren.  De gesmede ijzeren versieringen, geplaatst op de bakstenen kolommen, bekronen de mooie oprit.  Zij zijn de oude symbolen van het erfrecht en vragen de bescherming voor huis en hof.
Foto genomen in 1965 door R.T.

De stad Sluis werd door de Hollanders genomen in 1584, terug bezet door de Spanjaarden in 1587, om in 1604 voorgoed in handen van de Hollanders te vallen.  De strijd in 1587 bedoelend, vermelden de Resolutieboeken van de Oudburg te Gent:

"13 Junij 1587. - Op den requeste van die van Somerghem, Sleydinghe, Lovendeghem, Waerschoot ende andere nabueren, ten fijne mijns heeren hemlieden zouden doen hebben sauvegarde om bevrijt te wesen van excursien van den volcke uten legher van Z.M. voor Sluys ligghende fouragierende, is gheresolveert dat de supplianten hemlieden zullen vermoghen te voorsiene van sauvegarde... thuerlieder eygenen cast, zonder den cost van diere te trecken op de generaliteyt van de Casselrye".

Op 19 juni 1587 legt men inderdaad vijftig soldaten in de streek om de bevolking tegen de invallen van de Vrijbuiters te verdedigen.  Zij worden als volgt verdeeld: 15 te Bellem; 8 te Nevele; 8 te Oostwinkel; 8 te Waarschoot en 11 te Sleidinge.

De inwoners van Sleidinge zijn het onderling niet eens wat betreft het opstellen van de Oudburgse soldaten.  Sleidinge-St-Baafs wenst de versterkte post opgesteld te zien op het Zwaantje.  Sleidinge-Keure daarentegen wil die op Daasdonk.  Echter, de derde toegangsweg tot Sleidinge, de weg langs Volpenswege, zou dan onbeschermd blijven.  Ook hier werd voor gezorgd.  De landslieden van Evergem, die 's nachts de wacht te Sleidinge moeten optrekken, zullen deze post bezetten.

De woning van een keuterboel' of "kortwoner" te Sleidinge, Weegse 38.
Het oudste gedeelte omvat de middendeur met het blokvenster links.  Het huis rechts op de foto werd enkele tientallen jaren later opgetrokken en was oorspronkelijk een tweewoonst.  De stal uiterst links, vroeger in hout, werd rond de jongste eeuwwisseling in steen heropgebouwd.
Foto genomen in 1965 door R.T.

Bij een herverdeling van de bewakingstroepen in 1589, krijgt Sleidinge een bezetting van 11 man toegewezen, in 1592 zijn het er opnieuw 25, wat later nog wordt opgevoerd tot 30 (Ibid.).

Op aandringen van de er omheen wonende bewoners, zal in de Wittemoer, nabij het Goed te Merienpade, zonder verwijl een klein fort worden opgericht.  Deze voorzorgsmaatregel bleek maar al te nodig, want reeds op 29 december 1592 viel een sterke groep Vrijbuiters Sleidinge binnen, stak er 10 à 11 huizen in brand en nam er verschillende gevangenen.  In 1591 lagen op het fort Daasdonk 6, op het fort Zwaantje 9 en op het fort Volpenswege 6 soldaten gelegerd (A. De Vos).

Hoevewoning te Sleidinge, Veldhoek 34
Mooie hoevewoning te Sleidinge, Veldhoek 34.  Het gedeelte rechts van de schoorsteen werd later bijgebouwd.  Hoewel het gebouw nog niet volledig kon worden onderzocht, blijkt toch dat het oudste gedeelte twee uitbreidingen heeft gekend.
Foto genomen in 1965 door R.T.

In hetzelfde jaar delft men ook de Burggravenstroom tussen Kluizen en Eeklo op.  Dit zou de toegang van de Vrijbuiters in Sleidinge en omliggende parochies ten zeerste bemoeilijken.  Het deel van het graafwerk te Waarschoot wordt uitgevoerd door arbeiders uit Waarschoot, Vinderhoute, Lovendegem en Zomergem.  Evergem en Sleidinge worden geholpen door Mariakerke, Drongen en Wondelgem in hun deel vanaf Sleidinge tot Kluizen.  De werklieden bieden zich aan voorzien van bijlen, houwmessen, schoppen en met hun wapens (Ibid).

In 1595 wordt het aantal soldaten opnieuw opgevoerd.  Voor Sleidinge wordt dat: Zwaantje 23; Volpenswege 12 en Daasdonk 15.  Later wordt ook versterking gevraagd aan de Vier Huizen (grens met Lembeke) en Hulleken (grens met Evergem).

In 1599 is de dreiging voor Sleidinge nog steeds bestendig aanwezig.

De pastoor en de wachtmeester van Sleidinge beklagen er zich op hun beurt over, dat dagelijks groepjes Vrijbuiters ongehinderd de Lembeekse heide kunnen doorkruisen (Ibid).

Tot overmaat van ramp werden in de maand januari 1600 Waarschoot, Sleidinge en Evergem geteisterd door muitende Duitse troepen, die hun officieren gevangen met zich meevoerden.  Deze dorpen werden door de Duitsers op hoge krijgsschatting gesteld.

De landing van Prins Maurits op 21 juni 1600 te Filippine en Boekhoute zaait andermaal paniek te Sleidinge.

Tot 1604 krijgen de bewoners buitengewoon veel overlast van de heen- en weertrekkende legers.

Vanaf 1621, toen de vijandelijkheden met het Noorden, na het Twaalfjarig Bestand, werden hernomen, behoorde Sleidinge tot het Contributieland, de streek tussen de Sasse- en de nieuwgegraven Brugse Vaart, die vrijwillig "contributie" of brandschat betaalde aan de vijand.

Het zwaartepunt lag nu inderdaad bij de Brugse Vaart, die trouwens om strategische redenen was gegraven.

Uit veiligheidsoverwegingen verbleef de pastoor van Sleidinge toen meestal buiten zijn parochie, over de Brugse Vaart, in het kasteel te Vinderhoute (A. De Vos).

Bij de inval van de Fransen, die onder koning Lodewijk XIV in 1678 de stad Gent belegerden, had Sleidinge weerom met de naburige gemeenten veel te lijden van de overmoed en baldadigheden van de vreemde troepen.  Een groot getal huizen werd door hen in brand gestoken (De Potter en Broeckaert).

Tijdens de Franse veroveringsoorlogen ook werden op 23 december 1683 door plunderende Franse troepen 48 huizen op de Keure en 62 huizen op Sint-Baafs platgebrand (A. De Vos).

In de periode 1690-1696 richtten de troepen van Prins Vaudemont, gelegerd te Ursel en te Lovendegem, onder meer voor 2239 pond 3 schellingen 4 deniers schade aan te Sleidinge.  Voor de landman was het in die tijd werkelijk om wanhopig te worden !

Na de brandstichtingen te Sleidinge in 1678 wendde de bevolking zich tot de koning, om uit hoofde van al de geleden verliezen, een vermindering in hun aandeel van de belastingen te bekomen.  Bij besluit van de Raad van Vlaanderen, op 12 juni 1686, werd hun een korting van één vierde toegestaan, wat evenwel nog niet in verhouding was met de geleden schade.  Ook in 1692 werden te Sleidinge nog vele geweldenarijen door de Franse troepen gepleegd.  Om een denkbeeld te geven van de manier waarop de Franse soldaten met de weerloze dorpelingen omgingen, vertellen De Potter en Broeckaert nog het volgende:

Op 27 februari 1704 traden twee soldaten het huis van de burgemeester te Sleidinge-St-Baafs binnen; daar deze ambtenaar juist afwezig was, eisten zij dat zijn echtgenote hen aanstonds volgen zou naar een herberg, om aldaar voor al hun verteer te verantwoorden.  Daar de vrouw natuurlijk niet haastig was dit bevel op te volgen, werd zij deerlijk mishandeld.  Hetzelfde gebeurde met de broer van de burgemeester, die door de soldaten naar de bewuste herberg werd meegesleurd.  Onderweg ontmoetten zij een troep Franse krijgslieden, aangevoerd door een luitenant.  Het slachtoffer van zoveel moedwil poogde hem de zaak uit te leggen, maar in plaats van redelijkheid en bescherming te vinden bij deze officier, werd hij voor zijn zogenaamde tegenstand door hem nog met stokslagen overladen !

(Wordt voortgezet)
ALF. RYSERHOVE

Separator

Oud Sleidinge 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  27-07-2019