Oud Sleidinge (7)
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1980, 13de jaargang, nr. 1

OUD SLEIDINGE (7)

Onder invloed van de lokale geestelijkheid werden van oktober 1789 tot februari 1790 (Belgische republiek !) inzamelingen gehouden ten voordele van de Patriotten.  Op 8 oktober 1789 meldde zich zelfs een korps plaatselijke vrijwilligers (A. De Vos).

Daaromtrent vertellen De Potter en Broeckaert nog :

"In den opstand der Patriotten tegen het Oostenrijksch gezag, verklaarde de meerderheid van Sleidinge's ingezetenen zich voor de eerstgenoemden.  Te beginnen van de maand October 1789 tot in Februari 1790 werden hier dagelijks openbare gebeden voor het welvaren van Kerk en staat gedaan.  Den 8 October 1789 gingen de jongelingen dezer gemeente, omtrent 600 in getal, eenige te voet, onder aanvoering van Norbert van Hoorebeke, andere te paard, in twee eskadrons, onder de bevelen van Frans Baston en Pieter Benedikt Haegheman, tot aan de grensscheiding van Evergem de Gentsche patriotten te gemoet, die met hen kwamen verbroederen.  Naast gemelde afdeelingen stapte nog een korps van 200 knapen, opgeleid door het zoontje van Bernard de Rijcke.
De geheele stoet trok, onder het gedommel der klok, het losbranden van 24 kleine stukken geschut en van een musketvuur, het slaan der trommen en de juichkreten der menigte, het dorp binnen, zich naar de kerk begevende, waar eene plechtige uitvaart en lijkrede, ter gedachtenis van de reeds gesneuvelde patriotten, plaats hadden.  Eenige dagen nadien trok het vrijwilligerskorps van Sleidinge, dat zich in den wapenhandel oefende, naar Gent, om er op de Vrijdagmarkt den eed van getrouwheid aan het nieuwe vaandel te zweren.  Zij vernieuwden dezen eed den 18 October 1790 en brachten toen eene som van 404 gulden 19 stuivers als eene «patriotique gifte» ten offer".

Opstootjes tegen het Frans bestuur hadden te Sleidinge plaats op 22 oktober 1798, ten tijde van de Boerenkrijg.  Het huis van de Franse Commissaris en de parochieregisters (nodig voor de conscriptielijsten) werden verbrand.

Twee dagen later volgde een bloedige repressie en werden vier Sleidingenaars door de Fransen neergeschoten (A. De Vos).

Kapelletje, Daasdonk 8.
Foto R. Tondat, Eeklo, 1964.

Deze pijnlijke historie werd uitvoerig beschreven door de heer M. Ryckaert, heemkundige te Zomergem, in "Appeltjes van het Meetjesland", nr 13, 1962, blz. 181-198 :
"Zoals uit verschillende verklaringen mag worden opgemaakt had de opstand eerst plaats te Sleidinge; kort daarop te Waarschoot en nog dezelfde dag te Zomergem.  Lang heeft hij dus niet geduurd.

"Een schrijven vanwege het gemeentebestuur van Sleidinge, ter ontlasting van de beschuldiging van de burger Dominicus Wauters, geeft ons een klein gedacht van de opstand die in deze gemeente plaats greep.  Uit deze brief lichtten wij de volgende paragrafen.

«Dat opden Eersten Brumaire Lestleden van 's morgends ten vyf uren of daer omtrent, alhier gekomen is een groote geattroupeerde ende Revolterende Bende Volk, die sy niet en kenden als alle geweest synde van Vremde prochien; de welke in een groot misnoegen furie ende gewelt in het huys van commune syn gedrongen, en in stukken geslagen alles wat daer in was, eenige papieren vernietigt en andere weg gedraegen, de Kerke geopent en den vryboom afgekapt, alsmede daer naer gedwongen alle de persoonen die sy konden vinden omme hun alreede gedaen geweld en naerdien op andere aengelegen prochien voorts te setten.  Dus daeniglyk dat sy bedreygden alle die de welke met hun niet deden, huysen, schueren ende andere batimenten die sy in proprieteyt besaeten ofte wel die aen hunne ouders behoorden, te verbranden».

«Dat op den Eersten Brumaire voorseyt, ontrent den negen uren des morgends den selven Wauters de geseyde geattroupeerde Bende door force hier vooren aengehaelt is moeten volgen».

«Dat hij, Wauters, hem heeft trachten te  sauveren en reets van des anderendaegs tweeden brumaire uyt hunne handen geraekt synde, naer syn huys is gekomen sonder Eenige de minste Waepens».

«Dat de gemelde Bende Waependerhand opden volgenden Dag, synde geweest den derden Brumaire, wederom binnen dese prochie van Sleidinge syn gekomen; ten deele om wederom op te Ligten de persoonen die hun waeren ontlopen.  Dat het vande kennisse is van de attestanten, dat den gemelden Dominicus Wauters, sig voor de genoemde bende heeft verborgen en naer hunne bedryvinge t' synen huyse conscentievelyk is gebleven tot opden twaalfsten Brumaire lestleden, als wanneer hy is opgelicht geworden».

«Verclaerende voorders dat den gemelden Wauters altydt erkent is geworden voor Eenen Eerlyken ende neirstigen jongeling op wiens gedrach niet min als op synen civisme en onderdaenigheyd aen de Wetten, niet het alderminste te Seggen en valt».

Verder lezen wij, dat zekeren Van Gent, kapitein der brigands, de kerk had opengebroken en na deze te hebben geplunderd, de kerk opnieuw op slot had gedaan en de sleutel had meegenomen.  De wethouders lieten hierop het slot vernieuwen.

Ook de pastorie van Sleidinge werd beschadigd, aangezien deze sedert geruime tijd door het gemeentebestuur was aangeslagen en als administratiegebouw ingericht.
In een gestencilde schoolbrochure, daterend van het jaar 1951 staat op blz : 12 nog het volgende : «Joannes Maenhout, kerkmeester te Sleidinge, schreef omtrent deze gebeurtenis in zijn notitieboek : item is op den 22e 8bre 1799 alhier aangekomen een menigte van vremd volk dewelke hebben in stukken geslagen het huys van den commissaris, voorgaende de pastorij ende hebben meestal vernietigt de papieren, hebben de clocke allarm geslagen ende met deselve geluyd».

Hormann, commissaris van het kanton Sleidinge bij het Directoire die, zoals hij beweert, ooggetuige was geweest van de rebellie, maakte op verzoek van Villio, administrateur bij het Département der Schelde te Gent, een naamlijst op van al de personen die volgens hem aan de opstand hadden deelgenomen en een tweede lijst van de personen die door de Fransen of door de gendarmen werden gevat en in het tuchthuis te Gent werden opgesloten.

Op deze lijsten komen, voor wat de eerste betreft, 46 personen voor, waarvan het merendeel uit Ertvelde afkomstig waren; 16 hiervan werden ingerekend.

Eekskenstraat 12
Foto R. Tondat, Eeklo, 1964.

Hierna volgen deze twee lijsten :

1. - Naamlijst opgemaakt door de kommissaris van het kanton Sleidinge van de personen die volgens hem aldaar aan de opstand hebben deelgenomen :

Bruno Van Akker : brouwer, woonachtig te Ertvelde, was te paard en gewapend met een geweer en een sabel.  Achter hem marcheerde een onbekende brigand, gewapend met een pistool.
Pieter Rasschaert : mandenvlechter, woonachtig te Ertvelde, gewapend met een geweer.  Eiste onder bedreiging van de veldwachter, Jacques Belaey, schroot voor zijn wapen.
Bernard Van Beveren : dagloner, woonachtig te Ertvelde.
Jean De Lettre : veulensnijder, woonachtig te Ertvelde.  Verplichtte veel inwoners van Sleidinge met de rebellen op te marcheren.
Karel Steenbeke en zijn broeder uit Ertvelde, wijk De Feyne, gewapend met een geweer.
André D'Hooge : van dezelfde wijk, gewapend met een geweer.
Jean Martens : dagloner uit dezelfde wijk, gewapend met een stok.  Zeer verdacht individu.
Pieter (De) Keyser : dagloner uit dezelfde wijk, gewapend met een stuk hout.
Jozef De Sie en zijn broeder, zonen van Pieter De Sie : landbouwers uit dezelfde wijk.

Eekskenstraat 37
Foto R. Tondat, Eeklo, 1964.

Bernard Van De Voorde en zijn broeder, zonen van een landbouwer uit Kluizen, wijk Zandeken.
Muynck : dagloner, wonende dicht bij de pastorij van Kluizen.  Heeft met geweld de wapens afgenomen van de huurhouder van Sleidinge, Everard, en de vensters van diens woning verbrijzeld.
Georges De Pauw : landbouwer uit Waarschoot, wijk Oostmoer, gewapend met een stok.
Petronelle De Pauw : dochter van genoemde Georges.  Heeft de rebellen gevolgd tot Kaprijke.  Spuwde op de politiekommissaris van Sleidinge en heeft hem wrede scheldwoorden toegeslingerd.  Ze riep voortdurend verwijten aan de Republiek en schreeuwde luidkeels : «Kom met ons, 't is voor de religie».
Jean Baptist Foret (Fourret) : schrijnwerker, woonachtig in Waarschoot, wijk oostmoer.  Mishandelde met schoppen de politiekommissaris te Eeklo, omdat deze enkele gewapende personen had aangeklaagd.
Karel Reyniers : zoon van Martin uit Sleidinge, gewapend met een geweer.
Pieter Van Laere : zoon van Georges uit Sleidinge, gewapend met een geweer.
Bernard Van Belle : zoon van Josse, gewapend met een brandijzer dat hij in het gemeentehuis had gestolen.

Langendam 45
Foto R. Tondat, Eeklo, 1964.

Pieter Bruggeman : knecht bij landbouwer Jacques Van De Rostyne te Sleidinge.
Constant : schoenmakersknecht uit Sleidinge.
Jean Baptist Mortier : zoon van Lievin, gewapend met een geweer.
Jean Uytreve : gewoon genoemd Broeder Uytreve, gewapend met een geweer.
François Bauwens : knecht bij Lievin De Coninck, huurhouder te Sleidinge.  Zette de boel op stelten door herhaaldelijk te roepen : «Massacrez... massacrez...».
Charles : knecht bij genoemde De Coninck.  Heeft dezelfde dag heftig geroepen : «Vive l'empereur».  De veldwachters hebben hem verjaagd.
François Teerlynck : jongman van Sleidinge.  Heeft eveneens geroepen : «vive l'empereur» en aldus de rust van de burgers verstoord.
Martin Van Vooren : dagloner uit Sleidinge, gewapend met een geweer.
Ignace De Cok : hovenier uit Sleidinge, gewapend met een sleutel.  Ignace De Baets : dagloner, zoon van Guillaume.
Martin Van Damme : zoon van Pieter uit de Langendam, heeft met geweld de veldwachter Bruggeman van zijn wapen beroofd en is op de 3e brumaire terug gekomen met een trommel.

Polenstraat 100-102
Foto R. Tondat, Eeklo, 1964.

Dominic Wauters : zoon van Guillaume, kleermaker uit Sleidinge, gewapend met een geweer.
Frans Haesendonck : schoenlapper, gevaarlijk individu.
François Roegiers en zijn zuster : uit de wijk Daesdonck, zijn naar Waarschoot gevlucht om volk samen te trommelen, roepende : «dood aan de openbare ambtenaren».
Jan Van De Velde : jongman wonende op Langendonck, gewapend met een stuk hout.  Ging naar Waarschoot met de bedoeling er de kommissaris van het Directoire uit Sleidinge af te ranselen.
Jean Van De Velde : zoon van François, landbouwer te Sleidinge.  Jean De Ruyter en zijn zoon Jean Baptist : landbouwers, gewapend met een geweer.
Jean Baptist Tambuyser : zoon van Guillaume, gewapend met een stok.
Pieter Frans Haeck : linnenwever, bij zijn vader op de wijk De Witte Moere, gewapend met een geweer en twee pistolen.
Laurent De Voet : houthakker, inwonende bij Pieter Frans Haeck voornoemd, gewapend met een geweer.
Bernard De Sloek : zoon van de geneesheer te Sleidinge, beschuldigd van een geweer te hebben gestolen bij de burger Du Feille.
Bernard Kneuvels : landbouwer uit de Schroonhoek, gewapend met een stuk hout.
Jozef Haemerlinck : dagloner uit Sleidinge.
Katharina De Baets : uit Sleidinge.  Bernardine Van Damme : uit Sleidinge.
De knecht van een zekere genaamde Iterbeke van de wijk Daesdonck.
Marie Anna Steene : meid van burger André Martens, landbouwer te Sleidinge.
Jeanne Marie De Clercq.
Katharina Boone : meid bij burger Christoffel Verdegem, landbouwer te Sleidinge.

De meeste aangegeven personen hadden zich plichtig gemaakt aan inbraken in het gemeentehuis en andere partikuliere huizen, waar ze de inwoners overlasten hadden aangedaan.

2. - Naamlijst der personen die werden aangehouden en opgesloten in het tuchthuis te Gent op de 12e brulllaire jaar VII der Franse Republiek, om aktief te hebben deelgenomen aan de opstand die plaats greep binnen de gemeente Sleidinge de 1e en 2e der zelfde maand :

Inwoners van Sleidinge :

Bernard Van Belle : zoon van Josse, is op de 1e brumaire, samen met andere brigands het gemeentehuis binnengedrongen, waar hij zich meester heeft gemaakt van een brandijzer, dat hij op de schouder droeg als een geweer.  Veroordeeld om te hebben deelgenomen aan verschillende inbraken en plunderingen en om verschillende sommen geld gestolen te hebben, waarna hij met de plunderaars is opgetrokken.

Pieter Bruggeman : knecht van landbouwer Van De Roestyne, heeft zich vanaf hun binnenkomen bij de plunderaars gevoegd en met hen het gemeentehuis geplunderd, waarna hij in verschillende huizen geld heeft gestolen en daarna met de brigands is heengegaan.

Martin Van Damme : zoon van Pieter, woonachtig in de wijk Langendam, heeft zich aanstonds bij de brigand's gevoegd en wordt ervan beschuldigd het geweer van de veldwachter te hebben afgenomen.  Heeft deelgenomen aan verscheidene plunderingen en veel brave burgers bedreigd met slagen en met de dood.  Hij is met de brigands afgetrokken maar 's anderendaags terug gekomen met een kist op de rug die hem door de soldaten werd afgenomen.

Dominik Wauters : zoon van Willem, kleermaker, gewapend met een geweer, heeft zich bij de plunderaars gevoegd en is met hen vertrokken.

Witte Moer 22
Foto R. Tondat, Eeklo, 1964.

François Haesendonck : schoenmaker, aangehouden in de nacht van 30 vendimaire op 1 brumaire door de officier van politie.  Verlost door de brigands begaf hij zich met hen naar het gemeentehuis waar hij de kommissaris van het Directoire bedreigingen toestuurde.  Een man van het slechtste gedrag.

Jean Van De Velde : jongman wonende op Langendonck, gewapend met een stok, is met de brigands vertrokken.  Heeft zich van zijn wapen bediend om op de kommissaris van Sleidinge te slaan die te Waarschoot aanwezig was.

Jean Baptist De Ruyter, zoon van Jean, landbouwer, gewapend met een grote stok.  Heeft zich bij de brigands gevoegd en is met hen vertrokken.  Beticht van geweld tegen de openbare macht.

Jean De Ruyter : vader van genoemde Jean, landbouwer, wonende op de Witte Moer.  Heeft zich bij de stukmakers gevoegd en is met hen vertrokken naar Waarschoot.

Jacques Claeys : zoon van Pieter, landbouwer, gewapend met een geweer.  Heeft zich bij de brigands gevoegd en is met hen vertrokken.  Wordt ervan beticht de kommissaris van het kanton te hebben opgezocht om hem overlasten aan te doen.

Jozef Haemerlinck : dagloner.

Bernardine Van Damme : dochter van Pieter, beschuldigd van inbraak en plundering in het gemeentehuis.

Marie Anna Steene : meid bij burger André Martens, landbouwer, beticht van jongelingen te hebben aangezet om met de brigands op te trekken.  Ze heeft ook meegedaan aan de plunderingen die in 't kanton plaats hadden op de 16 messidor jaar V.

Witte Moer 39
Foto R. Tondat, Eeklo, 1964.

Inwoners van Ertvelde, kanton Assenede

Pieter Raenschaert : mandenmaker, is met de bende aangekomen, gewapend met een geweer.  Is in het huis van de kommissaris binnengedrongen om hem schroot voor zijn geweer te vragen.

Bernard Van Beveren : dagloner, is in het gemeentehuis binnengedrongen en wordt aangezien als de onder-chef der brigands.  Beticht van aan de troebelen te hebben deelgenomen.

Karel Steenbeke en zijn broeder : wonende op de wijk De Veene te Ertvelde, gewapend met een geweer.  Met de brigands in dit kanton aangekomen en beticht van jongelingen te hebben verplicht van met de plunderaars op te trekken.

Jan Martens : dagloner, wonende te Ertvelde op de wijk De Veene, gewapend met een grote stok.  Aangekomen met de brigands heeft hij zich plichtig gemaakt aan overlasten en inbraken in verschillende huizen.  Zeer gevaarlijk individu, tot alles bekwaam.

Ingevolge smeekbrieven en goede rapporten, werden verscheidene personen na weinige dagen vrij gelaten, wat niet in de smaak viel van de kommissaris, zoals blijkt uit de volgende paragrafen in zijn brieven aan de administrateur van het département.

«De feiten», aldus de kommissaris, «die verscheidene personen ter ontlasting van de beschuldigden aanbrengen, stroken geenszins met de waarheid, want het is te begrijpen dat niemand van de gemeente zich zoekt te bezondigen aan wat ze noemen, vuilpraat en valse beschuldigingen.  Het gedrag van diegenen die werden vrij gelaten is gedurende de troebelen lang niet onbesproken geweest en de beschuldigingen die ik in mijn naamlijst heb opgesomd zijn echt, daar ik er zelf ooggetuige van was en er zelfs het slachtoffer van geworden ben.  Mocht u de hen ten laste gelegde feiten vals of onvoldoende achten, dan ben ik bereid er andere en zwaardere te citeren».

De 22e brumaire vaardigde het gemeentebestuur van Sleidinge een dekreet uit, waarbij aan de inwoners verzocht werd de papieren die als gevolg van de troebelen in hun bezit waren gekomen, binnen de 24 uur op de sekretarie af te geven en dit op straf van strenge sancties.

Het liep te Sleidinge blijkbaar niet zo goed af als te Zomergem.  In het notitieboekje van Joannes Maenhout lezen wij verder : "Item is op den 24 8bre 1799 alhier in het huys gedood door de Franschen, Jan Baptist Bral en is oock gedood Pieter Joannes Steenbeke, Lieven Eeckhoute, Lieven Van de Voorde, welke drij eerst 's avonds ten 10 uren te samen met den waegen naer het kerckhof gevoert en begraven». (M. Ryckaert, op cit.).

Bij rekwest van de burgerlijke rechtbank van het Departement van de Somme werden op 19 messidor jaar VII (= 7 juli 1799) de inwoners van Sleidinge, Waarschoot en Zomergem veroordeeld tot het betalen van een zware geldboete.  Daarmee zouden de slachtoffers van de onlusten worden vergoed en de aangerichte schade hersteld.  Voor Sleidinge bedroeg de boete 55.289,19 fr., waarvan 2.029,35 fr. te vergoeden aan de inwoners van Waarschoot, 2.964,29 fr. aan deze van Sleidinge zelf, 6.116,41 fr. aan deze van Eeklo, 39.782,61 fr. aan deze van Axel en Sas-van-Gent en ten slotte nog 4.400,27 fr. voor algemene onkosten.

Waarschoot moest in totaal 45.217,43 fr. betalen en Zomergem kwam er van af met 5.899,33 fr.  Van al de gemeenten uit het Departement van de Schelde (= Oost-Vlaanderen), die door dit harde rekwest werden getroffen, stonden Sleidinge en Waarschoot bovenaan op de lijst (M. Ryckaert, ibid.).

(Slot volgt).
Alf. Ryserhove.

Separator

Oud Sleidinge 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  30-07-2019