Oud Sleidinge
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1978, 11ste jaargang, nr. 1

OUD SLEIDINGE

Sleidinge is een van de mooiste kerkdorpen uit het Meetjesland.  Wij zeggen wel "kerk­dorp", want ook deze grote en bloeiende gemeente verloor haar zelfstan­digheid bij de fusies van 1 januari 1977 en maakt sindsdien deel uit van het grond­gebied Evergem.

Sleidinge ligt op tien kilometer ten noordwesten van Gent, op de verbindingsweg van deze stad met Watervliet.  Vóór de fusies werd Sleidinge ten noorden begrensd door de gemeenten Lembeke en Oosteeklo, ten oosten door Ertvelde met het voormalige Kluizen, ten zuiden door de moeder­parochie Evergem en ten westen door Lovendegem en Waarschoot.

De Potter en Broeckaert geven in 1865 enkele naturlijke begrenzingen aan: Sleidinge paalt ten noorden aan de "Burchtgravenstroom", aan de zijde van Lembeke en Oosteeklo; ten oosten aan de Vlet- of Vlietgracht, die de gemeente Ertvelde en Kluizen scheidt; ten zuiden aan het "Sleidingsch vaardeken", dat ze van Evergem scheidt, en aan "de Leede"...

Sleidinge heeft een oppervlakte van 2074 ha en is zeer vlak van bodem; men stelt er amper een niveauverschil van 5 tot 9 meter vast, boven de zeespiegel te Oostende.  Het dorp is als één lichtjes hellend vlak dat van het westen (gemiddeld 7 m hoog) zacht naar het oosten daalt (6 m), met enkele lagere plaatsen in Wittemoer, Putten, Holeinde, achterland van de Langedam en centrum van de Holbeek, om in de Heffink - aan de samenloop van Brakeleiken en Langebeek (thans Sleins Vaardeken) - te dalen tot 5 meter.

De kerkdorpel te Sleidinge ligt op een hoogte van 7,48 m; de hoogste gronden, in de Molenstraat, rondom de plaats waar eenmaal de oude Lovendonkmolen stond, verheffen zich tot 9 meter.

De Sint-Joriskerk te Sleidinge omstreeks 1936.
Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove, Knesselare.

Sleidinge is nu feitelijk teruggekeerd tot Evergem, waaruit het eertijds ontstond.  Op zondag 7 september 1975 bracht het Heemkundig Genootschap van het Meetjesland een bezoek aan Sleidinge en hield er een historische speurtocht.  Bij die gelegenheid gaf voorzitter De Vos Achiel, aan de hand van de toponiemen, een hoogst interessant overzicht van de gemeente; hij leerde wat de oude plaatsnamen ons vertellen en wij laten hem hier aan het woord:

Sleidinge is ontstaan uit een aanvankelijk bebost en woest gedeelte van Evergem, waarmee het nog tot omstreeks het midden van de 13e eeuw was verbonden.  De noordelijke en zuidelijke grenzen lagen respectievelijk vervat tussen twee grensbeken: de Oostwatergang - later genaamd de Burggravenstroom - en de Lange Beek, het latere Sleins Vaardeken.  Ongeveer middenin liep de Holbeke (±1380 Olbeke), later de Lede en het Brakeleiken genaamd.

Sleidinge was overigens een uitgesproken lage en moerassige streek.

Daarvan getuigen de oorspronkelijke schoot-namen (spits toelopende stukken grond, opduikend uit moerassig gebied): Bukschoot (1383: Bucschoot), Hertschoot (1223: Hertscote) en ook de donk-namen (eveneens hoogten opduikend uit drassige grond): Varendonk (1383: Varendonc), Daasdonk (1397: ter Daesdonc), Rommeldonk (1406: Rotmaerdonc), Berendonk (1418: Beerendonc), Lovendonk (1418: Lovendonc), Smaldonk (1445: Smaeldonc).

Langs de bovengenoemde waterlopen strekten zich alluviale meersgebieden uit: in het noorden van de Lange Beek, de Sompel (1418: Somple) en de Hoofden (1462: hoofde) en ook de meersen van de Heffink (1390-1420: Eyfinc).

Bij de noordelijke grens met Lembeke, die werd afgebakend door de Burggravenstroom, lag het belangrijke meersgebied van de Langemate (1277: Langhemate).

Daarnaast treft men ook nog belangrijke moergebieden aan: ten westen aansluitend bij de moeren van Waarschoot en Eeklo, bevond zich de Wittemoer (1418: Wittemoer) en veel meer oostwaarts, aansluitend bij de heide van Oosteeklo, de Moerbrug (1445: Moerbrugghe).  Deze laatste gaf toegang tot een uitgestrekt moergebied aan Sleinse zijde: de Moerkens (1591: Moerkens).

De Sint-Joriskerk in 1908.
Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove, Knesselare.

De gehele westzijde van Sleidinge kreeg de benaming Broek (1366: Brouc) en vormde een zeer uitgestrekt moerassig gebied, dat doorliep tot Lovendegem; broek betekent trouwens moeras.  Zelfs de oudste straat van Sleidinge - de as van de kerk naar het westen - heette in de middeleeuwse bronnen: de Westvoorde(straat) (± 1280: Westvorde), wat er eens te meer op wijst dat een gebied van moeilijk begaanbare, moerassige plaatsen diende te worden doortrokken.  Een voorde was namelijk een min of meer doorwaadbare plaats in een beek of moeras.  De benaming van de aangrenzende Lange Dam (1289: langhe Damme) wijst in dezelfde richting.

Oorspronkelijk woeste gronden sloten aan bij het uitgestrekt heidegebied van Lembeke-Oosteeklo.  Zij werden kortweg Woestijn genoemd, in de betekenis van woestenij (1418: woestine), soms ook Ollend (1445: hollende), ofwel Veld, dit laatste dan in tegenstelling tot de kouters, de akkers en de reeds bebouwde gedeelten.  Zo troffen wij ten oosten van het dorp het Oostveld aan (1400: Oostvelt) en in het afgelegen noordoosten de Veldhoek (1418: Velthouc).

Binnenzicht van de kerk te Sleidinge in 1901.
Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove, Knesselare.

Bosnamen zijn betrekkelijk zeldzaam, wat erop wijst dat Sleidinge, met later een aanzienlijke bebossing, oorspronkelijk een moer- en heidegebied was.  Van de belangrijke oude gehuchtnamen is er slechts één waarin een boomnaam zit verscholen: het Eeksken (1572: Heecxkene).

Wanneer wij de oude gehuchtnaam de Berrent (1336: Berrent) aanzien als de plaats waar ooit bomen zijn verbrand om de grond vruchtbaarder te maken en Lichtelare (1443: Lichtelare) als een open plek in het bos, dan hebben wij ook hier met oude bosvegetaties te doen.

Een belangrijke bosnaam is eveneens de Kwade Bras (1516: Quabraes) en, veel recenter, de Abeelbos (1692: den Abeelbosch).  (A. De Vos).

De Potter en Broeckaert vermelden nog: in 1445 een Huubusch, in 1650 een Meybosch en een Boomenbosch, in 1700 een Terlyncx Bosch en in 1770 de Haegbosschen.  Maar dit zijn allemaal kleinere percelen of aanplantingen van jongere datum.

De eigenlijke ontginningsgeschiedenis van Sleidinge vangt aan met de ontsluiting door vier parallelle wegen (richting zuid-noord) van dat in de 13e eeuw nog woest gebied.

Wordt voortgezet.

Separator

Oud Sleidinge 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  17-07-2019