Oud Maldegem
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1986, 19de jaargang, nr. 3

OUD MALDEGEM (5)

Zij overleed op 12 oktober 1341 en werd begraven in de kapel van de H. Barbara te Maldegem.  De drie kinderen uit het tweede huwelijk waren: Filips V, die zijn vader als kastelein en heer van Maldegem zou opvolgen; Margareta, vrouw van Diepenbroek en het hof van Ingelmunster, gehuwd met ridder Jan van Baronaige, heer van Mouwe en Herzeeuw; en Yolente, die trouwde met Thomas van Rijsel, weduwnaar van Catharina van Gaver (ibid.).

Filips V van Maldeghem speelde een voorname rol in de geschiedenis van Vlaanderen, in de tijd van Lodewijk van Male, en bewees deze vorst in meer dan een omstandigheid gewichtige diensten.  Dikwijls was hij getuige in de belangrijke akten van dit tijdvak.  Later, met een hoge vertrouwenspost bekleed, moet hij een man van buitengewoon talent zijn geweest, die de gebeurtenissen van zijn tijd aandachtig en scherp rneevolgde.

Maldeghem De Westeindestraat
Eerste gedeelte van de Westeindestraat.
 

De 23ste april 1353 treffen wij hem de eerste maal als getuige aan bij het verdrag nopens het bezitrecht van Vloersberge en Lessen, tussen graaf Lodewijk en de gravin van Henegouw.  In 1356 komt zijn naam in een ander vorstelijk charter en in 1357 werd hij door de graaf van Vlaanderen met de schatting van het jaarlijks inkomen van de stad Antwerpen gelast.  De 10e maart 1358 zien wij hem in laatstgenoemde stad onder de aanwezigen bij het verdrag tussen Hendrik van Vlaanderen en de stad Aalst, en de 4e november van het volgend jaar, nogmaals te Antwerpen, als getuige in een brief van Lodewijk van Male.

Zijn diensten bleven niet onbeloond.  De 12de december 1360 benoemde de vorst hem tot Ruwaard van Vlaanderen, samen met een andere ridder van hoog aanzien, Jan van der Zickelen (Sanderus, "Verheerlijkt Vlaandre", deel I, p. 22).  Volgens L'Espinoy en Sanderus bekwam hij deze hoge onderscheiding een tweede maal op 8 oktober 1363, benevens Willem van Reigersvliet, de heer van Dudzele en Pieter Janssone.

Het jaar daarna ging hij met twee van zijn zonen deelnemen aan de oorlog, die in Bretagne was losgebroken.  Wij zien hem in de veldslag van Auray het zwaard opnemen tot ondersteuning van de rechten van de jonge graaf van Montfort, zoon van Margareta van Vlaanderen, tegen de eisen en aanmatigingen van Karel van Blois (De Potter en Broeckaert, Maldegem, blz. 48-49).

De 13de maart 1364 ontmoeten wij de naam van Filips van Maldeghem in een verzoeningsakte tussen de hertog van Bar en de seneschalk van Henegouw, en de 19de juni 1371 onder de namen van de raadsheren van de graaf van Vlaanderen, ter gelegenheid van een betwisting tussen de abdij van Sint-Michiels te Antwerpen en de heer van Gistel, nopens de erfenis van enige goederen in de omgeving van Zandvliet gelegen.  Het archief van Ieper bevat een drietal charters, waarin de naam van de heer van Maldegem - hoogstwaarschijnlijk Filips V - wordt vernoemd.  Uit dit alles zien wij duidelijk welke invloed hij op de gebeurtenissen van zijn tijd en van zijn vaderland uitoefende en hoe bij hem te rade gegaan werd om de opgerezen moeilijkheden door zijn woord van vrede en verzoening uit de weg te ruimen.

Verder weten wij dat Filips V van Maldeghem op 24 april 1372 een jaarlijkse rente van 7 pond parisis stichtte voor een jaarlijkse mis in de kerk van Harelbeke, ter gedachtenis van hem en van zijn beide echtgenoten Sibilla van Borselen en Maria van Bethune, met uitdeling van dertien tarwebroden aan de behoeftigen van de genoemde stad:
"Philippus, heere van Maldeghem, fondeert jaerlijcx seven ponden parisis tot sijn obiit ende de ghone van Sibile van Borsele ende Marie van Bethune, sijne huysvrouwen, ende het uytdeelen van dertien tarwebrooden aen den aermen, in de kercke van Harelbeke, int jaer ons Heeren 1372" (Charters van het kapittel van Harelbeke, kopie in het bezit van Dr. Wittouck te Hulste in 1868).

Het Westeindeke te Maldegem omstreeks 1940
Het Westeindeke te Maldegem omstreeks 1940.
 

De 2de mei van hetzelfde jaar droeg hij aan de kerk van Harelbeke nog een rente op van 5 pond 19 schellingen 10 penningen en 1 haling parisis 's jaars, bezet op 23 gemet land te Sint-Laureins:
"Philippus, heere van Maldeghem, geeft ten behoeve der kercke van Harelbeke jaerelijcx v p. 19 sch. 10 penen ende éénen halinck, beseth op 23 gemeten lants int ambacht van Maldeghem ende St.-Laureins, den anderen dagh van Mey 1372" (Ibid.).

Het jaar vóór zijn dood huwde één van zijn zonen - Florens - met Margareta van Vlaanderen, natuurlijke dochter van Lodewijk van Male, waarvoor deze vorst hem zijn genegenheid betuigde door aan de jonggehuwden verscheidene erfpanden en goederen in het Land van Waas af te staan.

Filips V van Maldeghem overleed op 14 augustus 1374, na tweemaal getrouwd te zijn geweest: 1) met Sibilla van Borselen, vrouw van Pepegem (alias Pulsegem), dochter van Wulfaard, heer van Zandenburg en van Sibilla van Scoude; 2) met Maria van Bethune, oudste dochter van Matthijs, heer van Lokeren en Hebuterne, weduwe van Walter IV, heer van Hondschote.  Verschillende kinderen werden uit die twee huwelijken geboren.  Daaronder vernoemen wij hier: Catharina van Maldegem, die de heerlijkheid van Pulsegem bekwam en trouwde met Geeraard van Massemen; Elisabeth van Maldegem, die eerst de vrouw werd van Simoen van Aartrijke en, na zijn dood, van Otto van Arkel; Lodewijk van Maldegem, die op 3 mei 1382 in een gevecht tussen de Gentenaars en de Bruggelingen omtrent Assebroek, bij het Beverhoutsveld, sneuvelde; Jan van Maldegem, heer van Aartrijke en Raas, die het hoofd van de tweede tak van Maldegem werd en waarvan er nog afstammelingen rond Brussel bestonden in de 19de eeuw; Filips VI van Maldegem, die verder volgt.

De Marktstraat omstreeks 1940
De Marktstraat omstreeks 1940.
 

Robert en Evarist van Maldeghem, te Elsene bij Brussel, waarvan de geslachtslijst voorkomt in het werk getiteld "La Belgique héraldique" van Ch. Poplimont (tome VIII, blz. 47-53), waren rechtstreekse afstammelingen van Jan van Maldeghem.  De koninklijke brieven van hun bevestiging in de adelstand, als de wettige rechtstreekse nazaten van de oude baanderheren van Maldegem, werden afgeleverd op 21 juni 1859.  De bewijzen van hun afstamming zijn vervat in de "Preuves généalogiques de la maison de Maldeghem", drie zware delen in folio, welke de edele bezitters met de meeste bereidwilligheid aan De Potter en Broeckaert hebben meegedeeld.

Een andere tak van die beroemde familie, eveneens van Jan van Maldeghem, zoon van Filips V afstammend, is in Duitsland gevestigd.  Tot deze tak behoorde Gravin de Lalaing, geboren Gravin van Maldeghem (Maldeghem la Loyale, Mémoires et archives, par Mme la Comtesse de Lalaing, née comtesse de Maldeghem, Bruxelles, 1849).

Filips VI van Maldeghem, oudste zoon van Filips V en van Sibilla van Borselen, trad in 1370 in het huwelijk met Maria van Grimberge, vrouw van Moerzeke, Berlegem, Rode, enz., enige dochter van Geeraard en van Clara van Mirabelle.  Hij nam in 1364 deel aan de veldslag van Auray, in Bretagne, en werd in de oorlog van de Gentenaars tegen Lodewijk van Male, om zijn gehechtheid aan deze vorst, zeer streng gestraft.  Zijn kasteel te Maldegem werd door de opstandelingen in brand gestoken, waarna hij nu eens te Dendermonde, dan weer te Moerzeke verbleef.  Hij overleed de 1ste januari 1389 en werd naast zijn vrouw in de kerk van Maldegem begraven.  Van een zoon van hem kennen wij het grafschrift:
"Hier licht begraven den manhaftighen vroomen heer Philips van Maldeghem, rudder, heere van Maldeghem, Grimbergen, Moerseke, Berleghem, Aedegem ende Leyschoot, sone van Philips ende Marie van Grembergen".

De Noordstraat rond 1927
De Noordstraat omstreeks 1927.
 

Geeraard van Maldeghem, zijn jongste zoon, speelde een voorname rol aan het hof van Jan zonder Vrees en later aan dat van hertog Filips de Goede, alwaar hij de bediening van raadsheer en kamerling vervulde.  Na in 1402 het beleg van Gorcum, in Holland, te hebben bijgewoond en van 1414 tot 1417 baljuw van Dendermonde te zijn geweest, werd hij in dezelfde functie naar Brugge geroepen en in 1421 door de hertog van Burgondië met een gewichtige, staatkundige zending belast.  In het jaar van zijn dood - 1429 - zien wij hem terug in de stad Gorcum, om er in naam van zijn vorst het verdrag tussen Jacoba van Beieren en haar oom te ondertekenen.  Hij is tweemaal getrouwd geweest: de eerste maal met Elisabeth van Hamstede en de tweede maal met Jacoba van Grijspere.

Elisabeth van Maldeghem, de dochter uit het eerste huwelijk, trouwde met Joost van Halewijn, die later met Paschijne Maerschalx huwde, aan wier afstammelingen de heerlijkheid van Maldegem te beurt zou vallen.

Nopens Filips VII van Maldeghem, oudste zoon van Filips VI en de volgende bezitter van de heerlijkheid Maldegem, zijn maar weinig bijzonderheden bekend.  Hij was tegenwoordig bij het groot steekspel te Brugge in 1392 en trad in het huwelijk, eerst met Margareta van Halewijn, dochter van Willem, heer van Uitkerke, en daarna met Margareta van Gistel.  Op 15 januari 1419 droeg hij aan zijn zuster Maria zijn leen ter Dorent, onder Bazele, op en hij werd in het koor van de kerk te Moerzeke, onder een verheven tombe, ter aarde besteld.  Zijn grafschrift luidde:
"Hic jacet inclytus et potens Dominus Philippus Maldeghemius Eques.  Dominus de Maldeghem, Grimberghe, Moerseke, Berlegem, Haeyegem et Leyscote, filius Philippi et Mariae de Grimbergis" (Généalogies et Preuves, N° 78, tom. VII, blz. 411 en 412.  Handschrift berustend in de Heraldieke Kamer te Brussel).

Bij zijn eerste vrouw, Margareta van Halewijn, had hij twee kinderen: Filips VIII van Maldeghem, die hem opvolgde als heer van Maldegem, en Maria, die de echtgenote werd van Wulfrik van Gistel (De Potter en Broeckaert, blz. 51-52. Comtesse de Lalaing).

De Noordstraat naar Nederland toe, omstreeks de eeuwwisseling
De Noordstraat naar Nederland toe, rond 1900.
 

Ook Filips VIII van Maldeghem heeft in de geschiedenis geen duurzame herinneringen nagelaten.  Zoals het merendeel van zijn voorzaten werd hij het slachtoffer van de inlandse beroerten en zag hij zijn eigendommen ten prooi vallen aan de woede van het oproerige volk, in opstand gekomen tegen hertog Filips de Goede en zijn aanhangers.

Daar hij geen kinderen bekomen had uit zijn eerste huwelijk met Isabella van Roye, ging hij - vóór 1439 - een tweede echtverbintenis aan met Geertrui van Rijmerswalle, oudste dochter van Nicolaas-Kervin van Rijmerswalle, ridder, heer van Lodik, Nieustarie, Ierseke en Hierzekerdamme, in ter Goed (Zeeland), en van Geertrui van Gaver, vrouw van Rozendale.  Die tweede vrouw schonk hem één zoon en drie dochters: namelijk Filips IX van Maldeghem, waarover verder wordt gehandeld; Geertrui, jong gestorven; Margareta, vrouw van Moerzeke, Rode en Machelen-bijVilvoorde, voor de tweede maal gehuwd met Francesco Cavalcanti; en Maria, gezeid van Reezinge, overleden te Maldegem op 20 oktober 1493.  Hun vader - Filips VIII - overleed omtrent het jaar 1445 en zijn weduwe hertrouwde in 1449 met Philip van Montmorency (Ibidem).

Filips IX van Maldeghem bekleedt een voorname plaats in de algemene geschiedenis van het land.  Hij was één van de uitstekendste ridders en één van de invloedrijkste mannen van zijn tijd.  Zoals de gravin de Lalaing terecht opmerkt, biedt zijn levensloop ons het toneel van de edelste en grootmoedigste daden; in dit opzicht toonde hij zich een waardig erfgenaam van de schone naam van Maldegem en deed hij zich als het toonbeeld van een volmaakte ridder voor.  Wanneer men echter een blik op zijn privéleven slaat, merkt men feiten op die op zijn persoonlijkheid wel een erg donkere schaduw werpen...

De geschiedschrijvers Meyer en Monstrelet verhalen, hoe Filips IX in 1452 de dappere Simoen de Lalaing uit de handen van de Gentenaars omstreeks Zwevezele redde, om welke moedige daad hij op de dag van de veldslag van Gavere de ridderorde bekwam (Wouters: Histoire des Environs de Bruxelles, tome III, p. 83).

Het kasteel van Resinge van de heer Rotsart de Hertaing
Het kasteel van Resinge van de heer Rotsart de Hertaing.
 

De stad Brugge, waar zijn voorouders zovele gewichtige bedieningen hadden vervuld, koos hem in de jaren tussen 1452 en 1477 verschillende keren tot schepen of tot burgemeester.  Hij maakte deel uit van het gezantschap, door het bestuur van het Brugse Vrije aangesteld, om Karel de Stoute als graaf van Vlaanderen in te huldigen.  Bij de intrede van Karel de Stoute te Gent werd hij door die vorst aangeduid, om samen met andere voorname edelen, door hun bemiddeling het oproerige volk tot bedaren te brengen.  De rekeningen van het Brugse Vrije tonen aan hoe bestendig waakzaam hij was om de belangen van zijn vaderland te dienen en hoe hij, als een van de eersten, steeds bereid was om zijn leven voor zijn geboortegrond op te offeren.  Na de dood van Karel de Stoute zonden de Staten van Vlaanderen hem, met verschillende andere invloedrijke edelen, tot de Franse koning Lodewijk XI, om deze vorst van zijn veroveringsplannen te doen afzien.  Hij was ook één van de rechters door Maria van Burgondië, op aandringen van de Staten aangesteld, om de raadslieden Hugonet en Imbercourt te vonnissen (Van Duyse: Inventaire analytique des chartes de la ville de Gand, blz. 248).

Daaruit blijkt genoegzaam dat hij één van de uitstekendste en invloedrijkste mannen van zijn tijd is geweest.

Vóór 1459 had hij een huwelijk aangegaan met een schone, edele jonkvrouw, namelijk Joanna van Wavrin, enige dochter van Waleram van Berles, ridder, heer van Wavrin, enz., en van Livina van Robaais.  Hij won bij haar slechts één zoon, die vroegtijdig stierf.

Cornelius Gaillard getuigt ergens in zijn aantekeningen, dat er van dit kind in de kerk van Lauwe, tussen Menen en Kortrijk, een herinnering heeft bestaan.  Het was een glasraam, door de Beeldstormers in 1578 vernietigd, en waarop Filips IX van Maldeghem, zijn vrouw Joanna van Wavrin en hun zoontje afgebeeld stonden.  Achter hen stond de bisschop van Sint-Aubert en daarnaast een met broden geladen ezel, die Gaillard - bij misslag - voor een beer had genomen (Mme de Lalaing, Maldeghem la Loyale, p. 123).

Het kasteel Resinge en omgeving
Het kasteel Resinge en omgeving.
 

Filips IX, aldus kinderloos geworden en niet langer verliefd op zijn vrouw, leidde van dan af een ongeregeld leven.  Hij gaf zich aan allerlei uitspattingen over.  Hij vergat zijn plichten als echtgenoot en werd verliefd op een Antwerpse schone weduwe, een echte mannenverslindster.  Het kwam zo ver, dat hij zijn wettige huisvrouw voor goed van zich verstootte en op 21 september 1475 zijn minnares, door een geheim huwelijk, bij zich nam.  De verlaten echtgenote, over deze handelswijze verontwaardigd, aarzelde niet hem bij het geestelijk hof en bij de wereldlijke overheden aan te klagen.  De kamer van het Brugse Vrije, na zich met deze ergerlijke zaak te hebben beziggehouden, wilde eerst en vooral het oordeel van de faculteit van Leuven inwinnen.  Dit had voor gevolg dat het rechtsgeding jaren bleef aanslepen en dat er waarschijnlijk wel nooit een vonnis zal uitgesproken geweest zijn.

Het geestelijk hof deed echter uitspraak in 1484: Filips IX werd uit de schoot van de kerk gebannen en tot het onmiddellijk verlaten van zijn bijzit veroordeeld.  Uiteindelijk schijnt Filips IX dit toch gedaan te hebben; maar de huwelijksbanden waren al te zeer gebroken, om zich nog met zijn echtgenote te kunnen verzoenen...

Het Memorieboek der stad Gent geeft ons te kennen dat dezelfde Filips IX van Maldegem zich zwaar aan deze stad vergrepen had.  In 1483 werd hij veroordeeld om op zijn kosten, aan elk van de vier hoeken van de vismarkt een kolom op te richten, ieder bekroond met een witte leeuw, een banier met de wapens van Oostenrijk, van Burgondië, van Vlaanderen en van Gent in de hoogte houdend.  Cannaert zegt, dat men lange tijd de misdadigers aan deze kolommen te geselen bond.  Daaruit ontstond de uitdrukking, die men in verschillende oude schriften vindt: "yemene in den stoc stellen ter vischmerth".  Dierickx deelt daarover enige bijzonderheden mee, in zijn Mémoires sur la ville de Gand, deel II, blz. 537.  Het is ten onrechte dat Sanderus, in wiens Fasti consulares rerum Gandavensium de tekeningen van deze kolommen voorkomen, hun oprichting aan Simoen Borluut en Jacob de Grutere toeschrijft (De Potter-Broeckaert, blz. 53-54).

Eeuwenoude linden bij het kasteel Resinge
De eeuwenoude linden bij het kasteel Resinge.
 

Wat de reden van die bedoelde veroordeling van Filips IX van Maldegem is geweest, hebben wij nergens kunnen vermeld vinden.

Naarmate hij ouder werd leidde Filips IX van Maldegem alleszins een zeer ongeregeld leven en had op de duur zijn fortuin zodanig verspild, dat hij genoodzaakt werd zich van zijn heerlijke erfgoederen te ontmaken om zijn schulden te betalen.  Op 26 december 1483 droeg hij, bij een geveinsde verkoopakte, zijn heerlijkheid van Maldegem, met het ervan afhangend leengoed te Hallincx, aan Karel van Halewijn op.  Aldus beroofde hij zijn nabestaanden van een erfdeel, dat gedurende meer dan vier eeuwen door zijn voorgangers met eer en luister was bezeten geweest:

"Mher Philippus, ruddere, heere van Maldeghem, vervoocht met Victor Willaert, was onterft by octroye van mynen heeren van der camere van den raede, gheordonneert in Vlanderen, van twee leenen gehouden van der burch van Brugghe, daerof een leengoedt wesende de heerlichede van Maldeghem, metten drie leenen, winnende lande, renten, meerschen, losrenten, velden, visscherien, waranden, mansschepen, 't goet van Reesinghen ende allen anderen hueren rechten ende toebehoorten, van wat conditien zy zyn, niet ghezondert noch vuytghesteken.  Ende voort  t'ander leen es ghenaempt 't goet te Hallincx, groot 48 ghemeten landts letter meer of min, ligghende by de voorseyde heerlichede van Maldeghem, metten manschepen ende andere rechten daeran clevende ende toebehoerende; ende dit alle by  convente van Francois Cavalcantti met joncvrauwe Margueriete van Maldeghem,  oudste zuster ende naerste baerblyckenste hoyr van den zelven M'her Philips,  heere van Maldeghem.  Ende bleven dezelve twee leenen staende in 's heeren handen te joncker Charles van Halewins behoef, wyen hy se uut goede affectien ende minnen, ende omme andere zaecken, hem daertoe purrende ghegheven hadde, vuyt puerer jonsten verbiedende de kerckghebode die men daerof doen zoude.  Bailliu  Nievenhove, mannen G. van der Muelne, Pieter van der Muelne, Voorde, Lys,  Willem Caervoet, Mergaert, Baers"  (Register van de wettelijcke passeringhen van den princelycken hove van der Burch van Brugghe, - December 1478 - Hoymaent 1485).

Oude hoeve op het Vossenhol in Maldegem
Oude hoeve te Maldegem, Vossenhol. Foto R. Tondat, Eeklo.

 
Men moet slechts deze akte van afstand overlezen, om overtuigd te zijn dat de overdracht aan Karel van Halewijn niet uit "goede affectien ende minnen" gebeurde, maar wel "omme andere zaecken hem daertoe purrende" - wij zouden bijna "door afpersing" schrijven.

Trouwens, men dient te weten dat Filips IX van Maldeghem op dit ogenblik bijna stervend was.  Weinige dagen tevoren, op de weg van Moerzeke naar Maldegem, was hij door een zware geraaktheid getroffen.  Hij liet zich daarop naar Brugge dragen, ten huize van de heer van Uitkerke, Karel van Halewijns vader.  En daar is hij op 29 december 1483, tussen 8 en 9 uur' s avonds overleden.  Zodat die overdracht alleszins een duister zaakje geweest is...

De vervreemding van de heerlijkheid kon volgens het toen bestaande recht geen plaats hebben, dan door een ontervingsakte vanwege Filips' zusters.  Nu, Maria van Maldeghem, gezegd van Rezinge, was niet in het volle bezit van haar verstandelijke vermogens en kon niet anders handelen dan door haar voogden.  Karel van Halewijn zelf bevond zich daaronder !  Wat haar zuster Margareta betreft, die met Francesco Cavalcanti gehuwd was, het schijnt dat zij slechts na veel tegenstand en als het ware gedwongen in de verkoop heeft toegestemd, mits de haar aangeboden som van 100 pond, eens betaald, en 80 pond groot jaarlijkse lijfrente.  Die akte draagt de dagtekening van 24 december 1483.

Weverswoning op het Vossenhol in Maldegem
Kleine weverswoning te Maldegem, Vossenhol. Foto R. Tondat, Eeklo.

 
Een kroniekschrijver heeft genoteerd dat Margareta van die beloofde sommen "noyt niet ontfangen en heeft, want zy corts daernaer sterft".  Inderdaad, zij overleed reeds op 14 maart 1484.  Men zegt van verdriet, omdat zij alzo de fortuin van haar voorouders in andere handen had zien verdwijnen...

De 28ste juli 1484 werd er voor burgemeester en schepenen van het Brugse Vrije tot de verdeling van haar goederen tussen Francesco Cavalcanti, haar overlevende man, en Karel van Halewijn, heer van Uitkerke, en Jan van Hogheweghe, als voogden over Margareta's enige zuster, overgegaan.  Francesco Cavalcanti, zoon van Casino Cavalcanti, een Florentijns edelman, behoorde tot een voorname familie, sedert de XIe eeuw in Florentië gevestigd.  Een lid van dit geslacht, Guido Cavalcanti, was bevriend met de beroemde grote dichter Dante Alighieri en was zelf een niet onverdienstelijk dichter.  Francesco Cavalcanti overleed te Brugge de 27ste april 1506 en werd begraven in de O.L. Vrouwekerk te Brugge, alwaar zijn beeltenis nog hing in de 17 de eeuw.

De markt te Maldegem en het «Grand Café» in Maldegem
De markt te Maldegem en het "Grand Café".
 

De begrafenis van Filips IX van Maldeghem geschiedde met een buitengewone luister.  Daar had Karel van Halewijn nog voor gezorgd.  Gravin de Lalaing, in haar werk "Maldeghem, la Loyale", geeft een beschrijving van die uitvaart, die als voorbeeld kan gelden voor de lijkplechtigheden van de voorname edelen in de 15de eeuw:

"Le premier de janvier l484 à une heure après-midy, le corps sorti de la maison dudit 'seigneur d'Uutkerke, fut conduit avec l'ordre qui suit:
"Premièrement fut porté en teste le grand blason de ses armes; puis marchoit, prenant la route vers la porte de Ste Croix, les quatre ordres mendians;

"Puis après, le pasteur avec la clergie de l'èglise parochiale de St. Jacques;

"Après fut mené à main son chevalleger, harnassé de drap noir;

"Puis fut porté son pennon desployé, suivy du grand estandart, aussi déployé, aux plaines armes de Maldeghem l'heaume avec ses hachements de gueulle fourré d'hermine, au timbre de deux escous ou mouillevoiles adossées, yssans d'une couronne d' or à hauts fleurons;

"La cotte d'armes du corps fut porté sur une petite potence;

"L'espée et gantelets;

"Les esperons avec les molettes contremont;

"Après fut mené à main le cheval d'honneur, un beau grison, houssé de velours noir,  pendant jusques à terre;

"Puis suivit le carrin (= de lijkwagen), tout couvert de drap noir, semé de blasons de ses armes, le luseau (= de lijkkist) avec le corps y-dessus, relevé à proportion et couvert longement de velour noir, sur lequel paroissoit une large croix de satin bleu et les blasons des quatre quartiers aux costez, à scavoir Maldeghem, Halewyn, Reymerswaele, Gavere;


"Aux deux costez furent portez 50 flambeaux allumez et armoyéz des blasons de ses "armes;

"Le corps fut convoyé et suivy de plusieurs cavailliers et gentils-hommes à cheval, tous en deuil;

"Sur la fin, le bailly, bourgmestre et eschevins, et tous le magistrat en corps, de Maldeghem, Adegem et St. Laurens, fermoit cette pompe;

"Le peuple accourut en si grande affluence que la cérémonie avoit peine à passer;

"Estant arrivés à Maldeghem, le corps fut reposé et gardé jusques au lendemain, en l'église parochiale de St. Pierre et veillé par le clergé et religieux.

"Le lendemain mardy, 2 du mois, au matin, le convoy funèbre marcha en bel ordre, au service qui fut célébré fort solemnel.  Le choeur et I' église fut tendu de drap noir, armoyé des blasons de ses armes.

"Le corps fut inhumé en la ditte église au devant du grand autel, ou, par testament, il avoit choisy sa sépulture auprès de ses ancêtres".

De Marktstraat in 1938
De Marktstraat in 1938.
 

Joanna van Wavrin was niet op de begrafenis aanwezig.  De ongelukkige verstoten echtgenote en weduwe had intussen haar woonplaats te Rijsel gevestigd, alwaar zij een eenzaam en godvruchtig leven leidde.  In haar ouderdom werd zij door een erge ziekte aangetast, die haar de spraak benam.  Omtrent 1488, op 72-jarige ouderdom, genas zij daarvan volkomen op bijna wonderbare wijze.  Uit dankbaarheid hiervoor stichtte zij in het klooster van de Goede Zusters te Rijsel 16 missen per jaar, waarvoor zij een rente van 16 pond 14 stuivers 9 deniers verzekerde.  Zij gaf eveneens haar geschilderd portret aan dit gesticht en liet daarbij in de kapel van het genoemde klooster een schrift uithangen, met het verhaal van haar "mirakuleuze" genezing.  Het jaar van haar overlijden is niet gekend, maar er bestaan akten die bewijzen dat zij "in 1498 nog in leven was.

Kerk en omgeving in 1935
Kerkzicht en omgeving in 1935.
 

Niet zodra was Margareta van Maldeghem, Filips' oudste zuster, overleden, of twee leden van haar familie beweerden de vervreemde heerlijkheden van Maldegem en Hallinclcx te mogen terugvorderen.  Zij spanden dan ook dadelijk tegen Karel van Halewijn een proces in, maar hadden eerst onder elkander aan te tonen wie er het meeste recht toe had.  Het waren Jan van Silly, heer van Risoit, en Iwein van Ophem.  Beide stamden af van Sibilla van Maldeghem, dochter van Filips VI, die in de echt was getreden met Zeger van Silly, heer van Risoit en Bernissart en zij waren dus verwanten in dezelfde graad.  Doch Iwein van Ophem was ouder dan zijn mededinger en dus werd het geschil bij vonnis van 30 november 1484 in zijn voordeel uitgesproken.

Van dan af bestond het proces slechts tussen Iwein van Ophem en Karel van Halewijn.  Maar het bleef eindeloos aanslepen en geen van beide mocht er een einde zien aan komen.  De oorlogen en inlandse moeilijkheden en misschien ook wel de ingewikkeldheid van het geding zelf waren oorzaak dat het proces door de afstammelingen van de twee partijen moest voortgezet worden.

De Sint-Barbarakerk te Maldegem in 1910
De Sint-Barbarakerk te Maldegem in 1910.
 

De heer van Halewijn had zich intussen niettemin ten volle in zijn recht beschouwd en de heerlijkheden van Maldegem en Hallinckx in zijn naam doen besturen.  Hij werd er op 26 september 1497 in het bezit van gesteld.  Na hem vinden wij zijn zoon, Jan van Halewijn, als heer van Maldegem geboekt in 1501, in de leenboeken van de Burg van Brugge.  Eindelijk, na 42 jaar, werd het vonnis door de Grote Raad van Mechelen uitgesproken, in het voordeel van Jacob van Halewijn.

Het pleit was beslecht: de van Halewijns hadden de aloude baanderheren van Maldegem vervangen !

Vooraleer ons met de familie van Halewijn bezig te houden, willen wij hier nog enkele van de bijzonderste afstammelingen van de heren van Maldegem opnoemen (De Potter-Broeckaert, blz. 55-59):

Theodoor van Maldeghem was abt van Sint-Baafs te Gent in 1251.  Hij was een zeer geleerd en minzaam man.  Hij behandelde met grote zorg de geestelijke en wereldlijke belangen van zijn abdij en wendde zich verschillende keren tot de paus.  Hij overleed op 12 augustus 1262 en werd begraven in het koor van de abdijkerk, omtrent het altaar van de kapel van Sint-Benedictus, die hij zelf had doen herstellen en verfraaien.  Op zijn grafzerk werd het volgende opschrift gebeiteld: ' 'Hic jacet Theodoricus abbas Scti Bavonis qui obiit pridie idus Augusti anno MCCLXII" (Van Lokeren, Histoire de l'abbaye de St. Bavon, tome I, p. 98-102).  Theodoor van Maldeghem was de negentiende prelaat van de beroemde Sint-Baafsabdij.

Hendrik van Maldeghem, zoon van Arnout en van Beatrix van Moorslede, was pastoor van Aardenburg in de 13de eeuw.  Hij komt voor in een charter van graaf Thomas van Savoye uit 1246 (De Potter-Broeckaert, blz. 59).

De Posterijen te Maldegem in 1938
De nieuwe Post te Maldegem in 1938.
 

Jan van Maldeghem, zoon van Filips Ven van Sibilla van Borselen, die wij met zijn vader en zijn broer de veldslag van Auray-in-Bretagne hebben zien bijwonen, wordt door de heraldiekers als het hoofd van de tweede tak van het huis van Maldeghem vernoemd.  Hij overleed op 27 juni 1396 en werd in het koor van de O.L. Vrouwekapel in de kerk te Maldegem bijgezet.  Hij liet uit zijn huwelijk met Hadwig van Borselen, onder andere kinderen, ook drie zonen na, die zich even dapper als hun voorouders gedroegen.  Dirk van Maldeghem - de oudste - was met de graaf van Vlaanderen, Jan zonder Vrees, in de veldslag van Othée in 1408 en bij het beleg van Bourges in het jaar 1411.  Hij won in de slag van Brouwershaven in 1425 zijn riddersporen en werd in 1429 door Filips de Goede tot gouverneur van St.-Denis bij Parijs benoemd.  Terwijl hij deze stad met andere heren onder de gehoorzaamheid van de hertog van Boergondië poogde te houden, kwamen zekere Franse kapiteins haar op een vroege morgen overrompelen en innemen.  De Boergondiërs verweerden zich zo goed zij konden; de kroniek verhaalt dat Dirk van Maldeghem onder het getal van de gevangenen was en dat hij, in het gevecht zwaar gekwetst, korte tijd nadien aan zijn wonden overleed (Despars, Chronyke van Vlaenderen, tome III, p. 312; Sueyro, Annales de Flandre, liv. XVIII, p. 255).

Lionel van Maldeghem, Jans tweede zoon, vergezelde Jan zonder Vrees in 1413 op zijn tocht naar Parijs en werd door deze vorst met de bewaking en bewaring van Compiégne gelast, samen met Hugo van Lannoy en Hector en Filips van Saveuse.  Twee jaar later, in 1415, sneuvelde hij samen met zijn broer Nicolaas van Maldeghem, in de gedenkwaardige slag van Azincourt, die zovele adellijke families van Vlaanderen in de rouw dompelde.

De Stationsstraat in 1910
De Stationsstraat in 1910.
 

De stadsrekening van Ieper over het jaar 1446 vermeldt een Jan van Maldeghem, die namens deze stad, alwaar hij voorzeker in bediening was, een reis naar Engeland ondernam:

"Item meester Janne van Maldeghem van eene voyage by hem ghedaen in Inghelant metten anderen leden, daer hy vachierde iiii xxxvi daghen..... iic x Pond par." (Algemeen Rijksarchief te Brussel).

Roeland van Maldeghem is in de geschiedenis bekend om verschillende krijgstochten met Filips de Goede te hebben bijgewoond, onder andere de vermaarde veldslag van Gavere.  Een van zijn zonen, Dirk van Maldeghem, vond de dood bij het beleg van Nuis in 1474.  Zijn broer, Pieter van Maldeghem, schepen van het Brugse Vrije, overleed in april 1504.  Hij had het ongeluk zijn fortuin in de oorlog, die Vlaanderen tegen Maximiliaan en het leger van keizer Frederik III voerde, te zien verzwinden.

De Stationsstraat in 1927
De Stationsstraat in 1927.
 

Hier zijn wij aan het tijdstip gekomen, waarop de van Maldeghems, na aan het hoofd van de meest begoeden van Vlaanderen te hebben gestaan, stilaan van hun gloriezuil vallen en in de geschiedenis nog slechts als bedienden, in plaats van meesters, te voorschijn treden.  Verscheidene leden van deze familie oefenden in de 16de eeuw een openbare bediening uit te Maldegem, Middelburg, Brugge, enz.

Een Arnoldina van Maldeghem was in 1515 gehuwd met Pieter de Hoyere, cipier in het steen of de heerlijke gevangenis te Maldegem:

"Ic Pieter de Hoyere, als kerkelic voocht ende ghetrouwet hebbende Aernoudine, de dochtere van Roland van Maldeghem, mijne gheselnede, kenne dat zy houdende es den steen van Maldeghem, ligghende ende staende tzelve huus ende steen in de prochie van Maldeghem.  26 Hoymaent 1515".

De afstammelingen van Jan van Maldeghem, de baljuw van Oostburg, zeggen De Potter en Broeckaert, bewoonden lange tijd de gemeente Ruiselede, alwaar zij tot de bijzonderste van dit dorp werden gerekend.  Veel naamdragers Van Maldeghem, thans onder het gewone volk, stammen rechtstreeks van hen af.

(Wordt vervolgd)
Alfons Ryserhove

Separator

Oud Maldegem 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  04-12-2019