Oud Zomergem
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1986, 19de jaargang, nr. 3

De tuin van het klooster in 1924
Binnenzicht in de tuin van het klooster in 1924.
 

OUD ZOMERGEM (3)

Ambacht van Zomergem. - In Zomergem, Waarschoot, Oostwinkel en enige andere gemeenten daaromtrent hadden de Graven van Vlaanderen aanzienlijke grondbezittingen, die voor het beheer tot een ambacht verenigd werden.  Reeds in het jaar 1235 ontstond er een geschil tussen de gravin Joanna van Constantinopel en Boudewijn van der Meersch, of van der Weiden (= de Pratis, van Praat), ridder, aan wie de heerlijkheid van Zomergem in die tijd toebehoorde, omtrent de aanstelling van een grafelijke beambte, tot handhaving van haar rechten in de justitievergaderingen.  Bij een charter, te Kortrijk in mei 1235 gegeven, weigerde de voornoemde ridder de grafelijke ambtenaar rechtszittingen of pleitdagen, waar men de schuldigen tot een boete verwees, te Zomergem te laten houden.  Hij beweerde dat zulks een recht was, dat hem alléén toebehoorde, maar erkende dat de gravin er een baljuw mocht aanstellen (Charters van de Rekenkamer te Rijsel, n° 633).

Het ambacht Zomergem was alleszins van zeer hoge ouderdom.  Zekere voorrechten wijzen op een quasi-zelfstandigheid van het ambacht.

In het midden van de 14de eeuwen waarschijnlijk al vroeger, werd aan de grafelijke ambtenaar een schepenbank toegevoegd, die er toen ook - een "souvereine vrye waerhede", of onderzoek over de misdaden en overtredingen, mocht houden (De Potter-Broeckaert, blz. 21-22).

De heer Maurice Ryckaert schreef een uitgebreid artikel over Zomergem, zijn heerlijkheden en hun heren, dat verscheen in "Appeltjes van het Meetjesland", nr. VI-1954, blz. 67-164.  Daarin kan men talrijke bijzonderheden vinden, om het kluwen van de Zomergemse feodaliteit te ontwarren.  Wij verwijzen onze lezers die meer gegevens wensen dan ook naar dit artikel.

Somergem Kloefkapperstraat
De Kloefkappersrraat te Zomergem in 1924.
 

Baljuws van de kasselrij van de Oudburg in het Ambacht van Zomergem.

  Gijzelbrecht Serjacobs ....
  Frans van Wybrouck 1407
  Jan de Stoppelare 1414 - 1435
  Libeer de Stoppelare 1435 - 1453
  Jan de Stoppelare 1453 - 1467
  Hector de Stoppelare 1467 - 1477
  Lieven de Zac 1477 - 1479
  Jan de Fourmelles 1479 - 1481
  Jan du Bois 1481 - 1485
  Willem de Fourmelles 1485 - 1486
  Frans van Coppenhole 1488 - 1489
  Joos Triest 1492 - 1494
  Willem St.-Jacopshuus 1494 - 1495
  Pieter Snellaert 1495 - 1501
  Lieven de Halsemberghe 1501 - 1510
  Joos Duquesne 1510 - 1513
  Lieven de Halsemberghe 1513 - 1516
  Joos de Grutere 1516 - 1517
  Jan de Stoppelare 1517 - 1520
  Joos de Grutere 1520 - 1522
  Daneel de Stappelare 1522 - 1526
  Joos de Grutere 1526 - 1527
  Daneel de Stoppelare 1527 - 1539
  Philips de Vriendt 1540 - 1541
  Joris Rockelfing 1541 - 1558
  Jacob Adomo 1558 - 1559
  Lieven de Sicleers 1559 - 1573
  Hendrik Stercke 1574 - 1579
  Karel de Grutere 1579 - 1583
  Hendrik Stercke 1585 - 1593
  Denis de Bevere 1593 - 1605
  Joris della Faille 1605 - 1608
  Karel van den Heede 1609 - 1612
  Joris della Faille 1613 - 1642
  Jan-Baptist della Faille 1642 - 1686
  Max.-Nicolaas della Faille 1686 - 1691
  Ferdinand della Faille 1691 - 1706
  Max.-Antoon Rijm 1707 - 1708
  Jozef della Faille 1708 - 1710
  Filips-Frans Sersanders 1710 - 1722
  Hubert-Frans Sersanders 1722 - 1736
  Leonard-Mathias van der Noot 1736 - 1754
  Jan WaIckiers 1754 - 1758
  Hubert-Frans Pierre 1758 - 1774
  Jan-Philip Vilain XIIII 1774 - 1778
  K.-Constant-Frans Van der Straeten 1778 - 1783

Het Hoeksken vóór de Eerste Wereldoorlog
Blik op het Hoeksken vóór de Eerste Wereldoorlog.
 

HET DORPSPLEIN TE ZOMERGEM.

Wij werpen nu een blik op het statige Gemeentehuis en het Dorpsplein.  Het Gemeentehuis werd slechts in 1923 opgetrokken, in een soort Vlaamse neo-gothiek en komt er fraai en majestueus voor.  Het is het werk van de bekende bouwmeester Vaerewijck uit Gent.  Het domineert werkelijk het plein en de omgeving; met zijn vele waterluiken doet het vrij landelijk aan.  In 1940 door een paar obussen in de voorgevel getroffen, werd het spoedig in zijn oorspronkelijke toestand hersteld.

Het vroegere Gemeentehuis stond achter het koor van de kerk, ongeveer op de plaats waar nu de Garage Dekemel is, Markt 13.  Vlak ernaast liep het verdwenen Schoolstraatje.  Daar stond trouwens ook, van in oude tijden, de herberg "De Swaene", die als wethuis diende.

Het Dorpsplein waarop wij ons hier bevinden is niet de vroegere "Plaetse" van Zomergem; hier was het nog weiland en stonden er enkele huizen, vóór de Eerste Wereldoorlog.  In 1918 werd Zomergem half verwoest, veel huizen van het dorp lagen in puin en zo kon men naderhand de nieuwe toestand scheppen.

Bloemisterijen te Zomergem rond 1900
Bloemisterijen te Zomergem omstreeks de eeuwwisseling.
 

De oude "Plaetse" bevindt zich een weinig verderop, waar de pomp staat met het borstbeeld van Primus Steyaert en waar we straks even naartoe wandelen.  Vooraf brengen we echter een bezoek aan de merkwaardige gothische hallekerk Sint-Martinus, hier vlak vóór ons.

Oud huisje te Zomergem-Motje in augustus 1977
Oud huisje te Zomergem-Motje in augustus 1977. Foto Alfons De Muynck, Ursel.

 
DE SINT-MARTINUSKERK TE ZOMERGEM.

Het oorspronkelijk gebouw dateerde uit de 13de eeuwen was zuiver Romaans met een zware middentoren.  De vier steunpijlers van de toren zijn nog uit die tijd en werden opgetrokken in Doornikse arduin, zoals wij binnen het gebouw nog kunnen zien.  In de 15de eeuw werd de kerk vergroot en herbouwd, maar daarvan is er weinig of niets overgebleven.

Zoals de kerk zich thans aan ons vertoont, zowel binnen als buiten, dagtekent zij grotendeels uit het midden van de 18de eeuw (1753), behalve dan de achterste twee meter, met de hoofdingang, die bij de vergroting in 1812 werden bijgebouwd, wat nog zeer goed zichtbaar is aan de aard van de gebruikte materialen.  In de voorgevel bemerken wij twee nieuwe beelden in zandsteen, nl. dat van Sint-Maarten, de patroonheilige, en dat van Sint-Jan-de-Doper.  Deze beelden vervangen twee gelijkaardige die reeds in 1918, bij de beschieting, werden vernield en die dagtekenden uit 1812.  Van deze gothische hallekerk is de toren veruit het belangrijkste deel van het gebouw.  Hij is 200 voet hoog en zeer zwaar.  Mooi en stoer doen de twee rijen spitsboogversieringen aan.  In 1918 door de Duitsers gedynamiteerd en in 1922 terug opgebouwd, werden kerk en torenspits in mei 1940 opnieuw zwaar geteisterd, gedurende de gevechten aan het Schipdonkkanaal.  In 1954 werd de torenspits nogmaals heropgericht.

Oud huisje nabij de brug van het Motje in 1977
Oud huisje nabij de brug van het Motje in 1977. Foto Alfons De Muynck, Ursel.


De ouderdom van de oorspronkelijke kerk en toren (13de eeuw) stelt ons in de gelegenheid hier een kleine parenthesis te openen omtrent de ouderdom van de parochie en haar structuur.  Zomergem was een "moederparochie", d.w.z. een oorspronkelijke, primitieve parochie, waaruit in latere tijden jongere dochterparochies afgesplitst werden.  Uit het oude Zomergem ontstonden aldus Lovendegem (zelfde patroonheilige), Waarschoot, Ronsele en Oostwinkel.  Vóór 1559 ressorteerde Zomergem onder het bisdom Doornik, aartsdiakonaat en dekenij Gent; na 1559 onder het bisdom Gent, onder de dekenij Evergem tot 1801, datum van het Concordaat; daarna onder Nevele tot in 1917, toen Zomergem zelf dekenij werd.

Laten wij nu tot de kerk terugkeren en even naar binnen gaan.  Aan werkelijk oud meubilair is het gebouw niet rijk meer.  Zeer merkwaardig is nochtans de preekstoel, die als een kunstwerk mag worden beschouwd.  Hij is in 1868 vervaardigd door de Antwerpse beeldhouwer De Cuyper.  De afbeelding onder het klankbord stelt het tafereel voor, waarbij Christus de halve mantel teruggeeft, die Sint-Maarten eens aan een arme bedelaar had weggeschonken.  Het klankbord wordt geschraagd door
bazuinblazende engelen en bovenop het bord staan de beelden van Mozes, Joannes-de-Doper en David.

De biechtstoelen zijn afkomstig uit de abdij van Drongen en dagtekenen uit omstreeks het midden van de 18de eeuw.  Ook het oude orgel kwam uit de abdij van Drongen, maar in 1956 werd het door een nieuw vervangen.  De doopvont is uit 1858 en werd meermaals verfraaid.

De kerk te Zomergem met het oud gemeentehuis in 1909
De kerk te Zomergem met het oud gemeentehuis in 1909.
 

De communiebank dagtekent uit de 19de eeuw.  Achteraan in de kerk staan er twee levensgrote eikehouten beelden, de H. Jozef en de H. Anna voorstellend; zij werden in 1862 door Pieter De Cock, uit Gent, gebeeldhouwd.  De twee zijaltaren in wit marmer werden geplaatst in 1856 door dezelfde De Cock en Wittevronghel.

Onder de kerksieraden treft men verder een kleine koperen kandelaar aan, uit de XV de eeuw, een massief zilveren processiekruis, zeer fraai van bewerking, waarop te lezen staat: "Gejont door de jongmans van Sommerghem, den 23 Mei 1754" en een massief zilveren lamp, dezelfde dag geschonken aan de kerk, "Gejont door de jonge dochters".

De gemeenteplaats te Zomergem in 1903
De gemeenteplaats te Zomergem in 1903.
 

De mooie en kleurrijke glasramen werden alle geplaatst tussen 1935 en 1940 en zijn giften van voorname lieden, of werden aangekocht met de opbrengst van kollekten.  Gelukkig werden zij gedurende de oorlogsjaren uit de ramen weggenomen en te Gent in verzekerde bewaring gebracht.

Volgens De Potter en Broeckaert prijkte er eertijds op het hoogaltaar een kopie van Rubens' Aanbidding der Wijzen, die door de kenners zeer hoog geacht werd.  Men trof er een wapenschild op aan, met de spreuk: Surge et ambula, een bewijs dat het schilderij wellicht van een gift voortkwam.  De schildering van het koor, in 1854 door Jan de Vriendt, uit Gent, uitgevoerd, was zeer net.  In 1820 was het koor nog in waterverf geschilderd.

In een bundel grafschriften van Van der Straeten (tweede helft van de 17 de eeuw), door De Potter-Broeckaert vermeld, zien wij dat er in die tijd achter het hoofdaltaar een geschilderd venster was, geschonken door de heer van Boergondië, heer van Zomergem, Lovendegem, enz...  Hetzelfde bundel deelt het opschrift mee van een zerk, die in de vontkapel naast het koor was gebeiteld, op een hoge marmeren grafstede, de rustplaats van de heerlijke familie van Zomergem.  Ziehier dit opschrift:

"Hier light mijnheere Philips van Masseme, heer van Somerghem, die starf anno 1414, St-Nicasius dagh.
Hier light begraven Joncvrouw Beatrix van Blaesvelt, vrouwe van Somerghem, mijns Philips van Masseme wijf was, die starf anno 1432, den 27 Maerte.
Hier light Lodewijk van Masseme, haerlieder kindt was.  Bidt voor haerlieder zielen".

De meisjesschool in de Dreef in 1903
De meisjesschool in de Dreef in 1903.
 

Op de zerk waren de beeltenissen van deze drie personen gebeiteld.  De heer van Zomergem en zijn kind met harnas, wapenrok, krijgsbanier, enz.; rondom waren er veertien wapenschilden afgebeeld.

Over de vroegere kerkgebruiken zijn er maar weinige inlichtingen.  De kerkrekening uit 1781 laat zien dat hier, zoals op vele andere plaatsen in Vlaanderen, een hondeslager was aangesteld, om de honden uit de kerk te jagen:
"Item nogh betaelt aen Joos Leersnijder de somme van 1 pond 13 sch. 4 grooten, over een jaer dienst by hem gedaen int weiren van de honden uit de kercke".

De Kleitstraat te Zomergem in 1903
De Kleitstraat te Zomergem in 1903.
 

In de tijd van De Castillon, dit is in het begin van de 18de eeuw, waren er te Zomergem een pastoor, een onderpastoor en een koster.  De benoeming van de pastoor behoorde aan het Kapittel van Doornik, dat gezamenlijk met hem, met de kapelaan van Ter Piete en enige wereldlijke personen, hier de tienden ontving.  De pastoor bewoonde een huis, dat met een wekelijkse mis ter ere van het H. Sakrament belast was.  Hij zamelde, boven zijn aandeel in de tienden, ook al de offeranden in.  De onderpastoor was geheel ten laste van de pastoor.  Buiten de gewone toelagen, genoot de koster nog het recht van een jaarlijkse omhaling van graan en eieren, en als orgelist jaarlijks van de gemeente tien pond groot, tot onderhoud en verzorging van het torenuurwerk.  Er waren toen 2200 communicanten te Zomergem (in 1686: 1900).

De tienden van het Kapittel te Doornik werden in 1678 door Jan Rootsaert, baljuw van Bellem, voor 580 pond groot gepacht.

(Wordt voortgezet)
Alfons Ryserhove.

Separator

Oud Zomergem 1 - 2 - 3 - 4

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  04-12-2019