Oud Zomergem (4)
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1986, 19de jaargang, nr. 4

Dorpsplaats en kerk in 1927
Dorpsplaats en kerk in 1927.

OUD ZOMERGEM (4)

ROND HET DORP.

Op het oude, eigenlijke dorpspleintje staat een monumentale waterpomp, op dezelfde plaats waar vroeger de gemeenschappelijke waterput of "de fonteyne" stond.  Opgetrokken in 1863, is zij versierd met het borstbeeld van Maarten Steyaert, gezegd "Primus", omdat hij overal in alle klassen en tot in de Alma Mater te Leuven toe steeds de eerste was.

Maarten Steyaert werd te Zomergem geboren, op de wijk Hoetsel, uit een voornaam boerengeslacht, de 16 april 1647.  Hij behaalde te Leuven de titel van doctor in de godgeleerdheid, werd er rector magnificus en doceerde verschillende vakken.  Hij kende veel talen, schreef Latijnse en Nederlandse gedichten, alsook talrijke theologische studies en verhandelingen.  Hij was aangeduid voor de bisschopsstoel van Roermond, toen hij op 17 april 1701 te Leuven overleed, slechts 54 jaar oud.  De hoeve waar hij werd geboren (nu: hof Van Hecke), zullen wij verder op onze tocht door Zomergem nog ontmoeten.

De huizen rondom dit oude dorpsplein dagtekenen alle slechts van omstreeks 1880 en werden door de toenmalige patriciërs van de gemeente gebouwd.

Nog geen honderd meter verder in de Dekenijstraat, bemerken wij rechts de oude pastorie, gebouwd in 1773, door pastoor Jacob Vergauwen, die voorheen pastoor van Knesselare was.  In de "waaier" boven de ingangsdeur zien wij nog zijn dooreengevlochten initialen: "J.V.".  De dekenij, nu geklasseerd als monument, is een mooi en fors gebouw, met voorhof en aanhankelijkheden, waaronder wij nog de oude paardestallen bemerken.  Binnenin is het huis niet zo merkwaardig.  Het doet koud en killig aan door zijn grote, hoge plaatsen en zijn blauwstenen bevloering.

Dorpspomp en Primus Steyaert monument rond 1908
Dorpspomp en Primus Steyaert omstreeks 1908.
 

Nu gaan wij voort langs de Dekenijstraat, om een eindje verder links de Zandstraat in te slaan.  Juist vooraan in deze straat bevindt zich rechts de vroegere leerlooierij van de Familie Van Poucke, opgericht in 1902 en stilgelegd in 1935.  Men bemerkt op de voorgrond nog een drietal looiputten en de drinkbak voor de paarden.  Bovenaan het gebouw zien we nog de katrol, langswaar de huiden eertijds werden opgetrokken.  Leerlooierijen zijn hier zeer zeldzaam geworden.  Te Knesselare is er nog een in volle werking, namelijk deze van ere-burgemeester Devreese.

Wij volgen nu de Zandstraat, laten de nieuwgebouwde Rijksschool en het kerkhof links liggen, komen dan bij de leegstaande Zuivelfabriek Sint-Marie op de oude Heirweg Gent-Brugge, die wij eerst links opgaan, in de richting van de Dreef.  Even voorbij de nieuwe tuinwijk bereiken wij een scherpe bocht in de weg; hier, rechts van ons, vlak tegenover de Dreef en de kerk, bevond zich eenmaal het oud kasteel van de heren van Zomergem.  Het werd in de loop van de l8de eeuw door de Montmorency's volledig gesloopt en heeft geen enkel litteken meer nagelaten.  De voornaamste afbraakmaterialen werden toen naar Bellem overgebracht.

De Kloefkapperstraat in 1903
De Kloefkapperstraat in 1903.
 

Het is hier ook wel de plaats om iets mee te delen over de oude dorpsstructuur van Zomergem.  De voornaamste straat was deze Dreef, rechtstreekse verbinding van het kasteel met de kerk.  In verschillende dorpen noemt zo een dreef zelfs nog altijd de Kasteeldreef, b.v. te Lovendegem.

Zomergem heeft zich ontwikkeld rond de kerk, langs deze Dreef en langs de oude Heirweg, die, van Ursel komend, een klein eindje de grens tussen Oostwinkel en Zomergem volgde, om over Rijvers en de tegenwoodige Kerkstraat naar Zomergem-dorp te lopen, waar hij samenviel, bij de kerk, met de handelsweg door de dorpskernen.
Deze laatste baan, de Gentweg, kwam van Knesselare en Ursel, over Nekke, de Guido Gezelle- en Alfons Sifferstraat, naar het pleintje met de "fonteyne" en heeft mede de dorpsaanleg van Zomergem bepaald.

De Dreef te Zomergem in 1901
De Dreef te Zomergem in 1901.
 

Beide verenigde "Gentwegen" liepen verder over de Dreef en het Motje, via Lovendegem, Vinderhoute en Mariakerke tot aan de Brugse Poort te Gent.  Ook het samenvallen van deze twee "Gentwegen" bij de kerk, wijst op de hoge oudheid van Zomergem.

Kan de benaming "Motje" niet in verband staan met het vroegere feodale kasteel ?  Vergeten wij niet, dat gans het landschap hier gewijzigd is geworden door het graven van het Schipdonkkanaal en door de hevige beschieting in beide wereldoorlogen.

DE RONDOM, SCHAUBROECK, TER MEERS.

Terugkerend langs de oude Heirweg Gent-Brugge, stappen wij aan het Motje over de brug van het Schipdonkkanaal.  Wij komen spoedig aan een kruiskapel en slaan daar de Korteboekenstraat in, tot bij de herberg "De Rondom".  Deze herberg, hoewel helemaal doodgerestaureerd, dagtekent uit het midden van de l8de eeuw.  Op de "Rondom" daartegenover was de plaats waar er vierschaar gehouden werd voor de heerlijkheid van Schaubroeck, waarvan wij straks nog de foncierhoeve zullen zien.  "De Rondom" is een oude benaming.

Nu slaan we links af en komen in het lagere, drassige gebied van Zomergem, met zijn donken, moeren, meersen en broeken (ettingen), maar ook met zijn goede gronden.

Kasteel Meirlare in 1902
Het Kasteel Meirlare in 1902.
 

Wij gaan door "Landdonk (= Lange donk, een lange en zandige opduiking in een moerassig gebied) naar de wijk Meerlare en komen voorbij de oude hoeve «'t Goed ter Meers», die wij op de linkerzijde nog in haar omwallingen zien liggen, doch waarvan de huidige gebouwen ons niets merkwaardigs meer bieden.  Een ander "Goed ter Meers" lag onder Woestijne, bij Hoetsel.

Kort rechtsaf draaiend bereiken wij nu het "Goed van Schaubroeck".  Deze hoeve, reeds in de 15de eeuw vermeld, heeft maar weinig van haar feodaal karakter bewaard.  Zij was de schutshoeve van de gelijknamige heerlijkheid, die oorspronkelijk zou hebben toebehoord aan een familie van dezelfde naam.  In 1534 was zij 75 gemet groot en was in het bezit van Mr. Charles Claeyssone, raadsheer, ontvanger-generaal van de subventiën van Vlaanderen.  Pachter ervan was toen Jan van der Sluus (een bekende naam uit deze streek, geëvolueerd tot van der Sluys en Versluys).

Tot vóór enkele tientallen jaren was de hoeve nog geheel omwald en droegen alle gebouwen een strodak, wat een enig-mooie aanblik bood.  Links naast de hoeve, palend aan de Schaubroeckstraat, ligt de ietwat hogerverheven mote, waar volgens de legende, die nu nog sterk voortleeft onder de oude boeren van Zomergem, het Spookkasteel zou verzonken zijn.  Het is trouwens door deze legende, of liever door dit Spookkasteel, dat Karel-Lodewijk Ledeganck geïnspireerd werd voor zijn fantastisch heldendicht "Het Burgslot van Zomergem".  Tegenover de mote, aan de overzijde van de weg, lag tot vóór enkele jaren nog de beruchte "Duivelsput", die alle voorbijgangers, vooral bij winteravond, vrees inboezemde.  Deze put werd later met het huisvuil van een gemeentelijk stort opgevuld.  (M. Ryckaert en A. Ryserhove: Te Zomergem op bezoek, 10 augustus 1969, blz. 6-11).

De Schipdonkse Vaart en de brug het Motje, vóór de W.O. I
De Schipdonkse Vaart en de brug het Motje, vóór de Eerste Wereldoorlog.
 

DE LIEVE, BEKE, RAPENBURG.

Een weinig verder komen wij aan de "Gentse Lieve", daar waar het Schaubroeckleiken erin uitmondt.  De Lieve was een natuurlijke waterloop, "Becca" genaamd, reeds vroegtijdig door de Gentenaars gekanaliseerd, en die haar naam aan het gehucht Beke gaf.  Het Schaubroeckleiken vindt zijn oorsprong in de "Huysegaever" te Langeboeken en loopt juist achter het goed Schaubroeck, waaraan het zijn naam ontleend heeft.
Hier, bij de uitmonding van dat leiken, stond de aloude molen van Beke of "Snouckaerts Meulen", genoemd naar de eigenaar, Maarten Snouckaert senior, heer van Zomergem, Beke, enz. (1562-1569).  Van het molencomplex blijft thans enkel nog het oude rosmolenkot over.

Het koor van de kerk te Zomergem op 29 mei 1919
Het koor van de vernielde kerk te Zomergem op 29 mei 1919.
 

De kerk van Beke, pas gebouwd in de jaren 1930- '39, is niet merkwaardig; het is een van die kerken die men als heemkundige niet bezoekt.  Wij stappen dus te Beke de Lievebrug over (nog een derde oude Gentweg, die over Eeklo van Brugge naar Gent liep), slaan onmiddellijk links en weer aanstonds rechts af, langs een schilderachtig veldstraatje, het Bos-, Wenemaers- of Rapenburgstraatje genoemd, dat de grens vormt tussen Zomergem en Waarschoot, en gaan naar de middeleeuwse hoeve «'t Goed van Rapenburg».

Vooraan in het straatje bemerken wij rechts - dus op Waarschoot - het aloude "Wenemaersgoed", vroeger eigendom van het Willem Wenemaershospitaal te Gent.  Daarom werd het straatje waarin we ons nu bevinden ook wel eens" Spitael- = Hospitaelstraetjen" geheten.

Het goed van Rapenburg, reeds in de l3de eeuw vermeld, moet werkelijk wel eens een burg, een toevluchtsoord voor de omgeving, in tijden van gevaar, geweest zijn.
De monumentale ingangspoort en de resten van de omwalling wijzen daarop.  Rapenburg is misschien een persoonsnaam geweest, of een verbastering van "Ravenburg"?

De puinen van de kerk te Zomergem in oktober 1918
De puinen van de kerk te Zomergem in oktober 1918.
 

De indrukwekkende inrijpoort lijkt ons te dateren van het begin van de 17de eeuw.  Tot vóór enkele jaren was gans het gebouwencomplex nog met stro bedekt en enkel toegankelijk langs de poort, gezien heel het bebouwde gedeelte omgeven was door brede wallingen, wat aan het geheel een gevoel van veilige geborgenheid en rust schonk.  Ver van de bewoonde buurtschap Beke en van het dorp Waarschoot, midden drassige weiden en uitgestrekte velden met enorme vergezichten, rijst het stoere goed van Rapenburg hier aIs het ware nog midden een zee van rust en stilte.  Het is in bezit van de familie d'Ursel, uit Heks, in Limburg en is een bedrijf van 57 ha., een der grootste van de streek.  De bewoners, de familie Verschelde, zijn fier op hun hoeve en ontvangen graag iemand die even komt kijken; zij trachten ook zo goed mogelijk de gebouwen in hun oorspronkelijke toestand te bewaren.

In de zijgevel lezen wij "Het Hof van Rapenburch, 1721".  Wellicht werd het woonhuis, met zijn sobere voorgevel, in dat jaar vernieuwd.  In de achtergevel, doch helemaal verscholen achter een bijgebouwtje, zit de goedbewaarde wapensteen van de familie de Draeck, met het jaartal 1700.  De barons de Draeck waren heren van Ronsele en bezaten veel goederen, o.a. te Knesselare.

Deze hoeve was een vrij bezit, dat van geen enkele heerlijkheid afhing, of wellicht rechtstreeks van de graaf zelf, vermits zij in de jaren 1400-1500 vlas- en lijnwaadtienden schuldig was aan de baljuw van Gent.  In elk geval behoorde zij in de 15de eeuw toe aan de Gentse patriciërsfamilie van Ravenscoet (Ravensgoed, Ravensburg ?...), verwant met de Borluuts, meermalen grafelijke ambtenaren.  Het Goed van Rapenburg had toen een oppervlakte van 43 bunder winnende land (= 57 ha.) + 5 gemet meers (2 ha.) + 1 bunder bos (1,5 ha.).  Het werd in 1412 verhuurd voor 5 pond 8 schellingen groot + 3 steen (= 3 x 3,5 kg.) vlas.

Vernielde huizen op het dorp te Zomergem in oktober 1918
Vernielde huizen op het dorp te Zomergem (oktober 1918).
 

KRUISSTRAAT, DURMEN, SCHIPDONK.

Wij keren terug tot over Bekebrug en slaan enkele tientallen meter verder de straat rechts in - de Bekestraat - voorbij het kruis van Beke, dat slechts van het einde van de vorige eeuw dateert.  Langs de Langeboekenstraat (= lange beukenstraat) komen we naar het gehucht Kruisstraat toe.  Kruisstraat was vroeger een heerlijkheid, afhangend van de baronie van Lovendegem.  Ongeveer halfweg de Langeboekenstraat zien wij links twee mooie, kleine boomtroepen; die vormen de "Huysegaever", waarin het gezegde Schaubroeckleiken ontspringt.  Verderop ligt Roost, waar een andere waterloop haar bron vindt, nl. de Bouckense Beke, die langs het Veldeken of Bullare eveneens haar weg zoekt naar de Lieve.

Na een blik op de "wevershuisjes" bij Kruisstraat, dwarsen wij de Oude Gentweg.  Opgelet, hier !  Een zeer gevaarlijk kruispunt, waar reeds heel wat dodelijke ongelukken gebeurden !

Wij trekken rechtdoor de Moerstraat in, waarvan de naam ons herinnert aan vroegere turfwinning, rechts van deze weg, voorbij de eerste hoeven.  Nu komen we door een gebied gekenmerkt door vele watertoponiemen, in de richting van Durmen toe.  Wij verlaten weldra de heerlijkheid van Kruisstraat en komen op die van Overdam, uiterst rechts van ons gelegen.  Zij had slechts een oppervlakte van ongeveer 7 gemet en hoorde in 1346 toe aan een zekere Ingelram Hauweels.

Aan de kapel van Durmen gekomen, een neogothisch gebouw uit 1880, dat evenwel werd opgetrokken op de plaats waar reeds in 1600 een "Capelle" vermeld wordt, en dat nu nog gebruikt wordt, om er de "rozenkrans" te bidden wanneer in die buurt of wijk iemand "over aarde ligt", wagen wij even een slippertje om op het gehucht
"Durmen" (hof Adolf Bert) de vierkante duiventil uit de 17de eeuw te gaan bekijken.  Zij vertoont een zadeldak, maar vermoedelijk werden de trapgeveltjes afgebroken, zodat zij er nu eerder bouwvallig uitziet.

Puinen te Zomergem in oktober 1918
Puinen te Zomergem achter de huizen (oktober 1918).
 

De duivetoren staat in het midden van de boomgaard, zoals op "Spildoorn" te Bellem.  In de puntgevel zijn twee gedrukte korfbogen boven elkaar, elk voorzien van een vooruitspringende stenen loopplaat.  De bovenste laat vijf en de onderste zeven vlieggaten voor de duiven zien, naar het oosten georiënteerd.  Naar het schijnt was de rechterzijkant vroeger langs buiten van een stenen trap voorzien.

Wij kennen geen naam voor deze hoeve.  Duiveketen waren een teken van een zekere voornaamheid en welstand.

Bij de duiventil, doch aan de overkant van de straat, bevindt zich het netjes onderhouden Durmenkruis, opgericht in 1882.

Nu keren wij op onze stappen terug, maar gaan aan de kapel rechtdoor, langs een mooi baantje, tot aan Durmenburg, gebouwd even na 1950.  Hier bereiken wij de grens Zomergem-Merendree, gevormd door de Brugse vaart.

Wij steken de brug niet over, maar volgen rechts het kanaal tot aan het "Sas", waar het Kanaal van Schipdonk onder de Brugse Vaart wordt gestuwd, opdat het rootwater dat het afleidingskanaal te Deinze uit de Leie ontvangt, de steden Brugge en Oostende niet zou verpesten.  En van verpesten gesproken: Gaan we maar even onze "geciviliseerde" wateren bekijken en... ruiken, daar waar de beide kanalen elkaar dwarsen !  Wij worden tegenwoordig letterlijk vergiftigd en hoeven ons zeker niet te verbazen over het uitsterven van alle waterfauna.  Waar is de tijd van de verpachte visserij en van de talloze vijvers, plassen en savoren !

(Wordt voortgezet).
Alfons Ryserhove.

Separator

Oud Zomergem 1 - 2 - 3 - 4

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  04-12-2019