De eerste Trein in Bassevelde
The Meetjesland in the north of East-Flanders, Belgium

De Eerste trein te Bassevelde

DRUKKERIJ PANIS
BASSEVELDE



Nooit Volleerd logo

      INLEIDING.

Toen in 1835 de eerste trein van Brussel naar Mechelen stoomde kon niemand vermoeden dat deze nieuwe uitvinding hier in België, een zodanige uitbreiding zou nemen.  Toch is dit zo, want heden ten dage bezit ons land het dichtste spoorwegnet van de wereld.

Onmiddellijk had men bij ons begrepen dat zulk vervoermiddel niet alleen nuttig en gemakkelijk kon zijn doch tevens bijna onbegrensde mogelijkheden voor handel en nijverheid opende.  Vooral het Vlaamse land zou er uitstekend mede gediend zijn.  Bij een rede uitgesproken in de Kamer op 4 December 1847, verklaarde de heer Rogier, Minister van Binnenlandse Zaken, onomwonden: «Vlaanderen heeft zijn landbouw, die tot een hoge graad van volmaaktheid gebracht werd, het heeft een nijverheid van ouds beroemd, en die, mits een goede regeling, tot volle leven kan gebracht worden, het heeft eindelijk de zee, open voor iedereen...».  En verder getuigt hij nog: «Ik geloof dat de kwaal van Vlaanderen gedeeltelijk bestaat in zijn staat van afzondering en dat meer en gemakkelijker betrekkingen tussen het centrum van het land en Vlaanderen zeer grote resultaten zouden hebben voor de Vlaamse bevolking».

Tot nog toe mochten deze betrekkingen eerder pover genoemd worden, om de eenvoudige reden dat de toestand der wegen deze niet toelieten.  Het grootste deel der straten bestond inderdaad uit aardewegen, die in de Zomer stoffig en moeilijk bereidbaar waren en 's Winters als echte modderpoelen nog meer moeilijkheden veroorzaakten.  Vandaar dan ook dat de nieuwe verkeersmogelijkheid: «de ijzeren weg» over het algemeen met open armen werd begroet.  Alleen onze eenvoudige buitenmensen hadden aanvankelijk niet veel vertrouwen in het «ijzeren paard dat wolken en vuur uitbraakte» en bekeken het slechts van op eerbiedwaardige afstand, doch ook hierin kwam weldra verandering.

      PLANNEN EN BESPREKINGEN.

Rond 1865 begint men hier volop te spreken over de aanleg van een ijzeren weg van Antwerpen over Zelzate naar Eeklo.  Op dat ogenblik bestonden reeds de spoorwegen van Gent naar Eeklo en Brugge, en de lijn Gent-Zelzate-Terneuzen.  Bij Koninklijk Besluit van 31 Mei 1866 had Assenede verkregen, dat het mocht verbonden worden met Zelzate door een spoorweg en het had daartoe een som van 70.000 fr. geleend aan het Gemeentekrediet.  Dit voorbeeld werkte aanstekelijk op de omliggende gemeenten en toen op 2 Maart 1867 de concessie voor de lijn Eeklo-Antwerpen werd verleend aan de heer Frederik De Perre, ingenieur te Brussel, had deze heer heel wat last met respectievelijke gemeentebesturen.

Voor wat onze streek aangaat bestonden de plannen van deze spoorlijn hierin : Van Zelzate in rechte lijn over het grondgebied van Ertvelde, Oosteeklo en Lembeke naar Eeklo.

Het station van Oosteeklo komt alzo op ongeveer 1800 meter ten Zuiden van het dorp te liggen.  Ten einde deze werken te kunnen uitvoeren schrijft de Maatschappij, die daarmede belast is, een lening uit en verzoekt de gemeenten waar de ijzeren weg zal passeren, daarvan obligatiën te kopen.  Oosteeklo wordt aldus gevraagd met de som van 47.500 fr. te willen steunen, doch onze buren zijn daartoe niet geneigd.

Daarop verandert de heer De Perre zijn project, zodanig dat het station van Oosteeklo op 500 meter ten Zuiden van de kerk wordt gelegd, op het land genaamd «de Bommels».  En dan komt heel plots de reaktie, doch uit een onverwachte hoek.  In de gemeenteraadszitting van 26 Februari 1868 besluit Bassevelde, de som van 60.000 fr. te ontlenen aan het Gemeentekrediet om daarmede obligatiën te kopen van de spoorwegmaatschappij, op één voorwaarde nochtans: er moet een station komen op 200 tot 300 meter ten Zuiden van de dorpskom.  Nauwelijks enkele dagen later op 4 Maart 1868 besteedt men te Kaprijke 45.000 fr. aan hetzelfde doel, maar op dezelfde voorwaarde als Bassevelde.
Noodgedwongen brengt de ingenieur nieuwe wijzigingen aan de plannen, en dit onder de volgende vorm: van Zelzate over Assenede (Hendeken), Bassevelde (Kraaigem), Kaprijke (Kromme Veldstraat), Lembeke (Ketsebroek) naar Eeklo.

Wanneer men daarover hoort te Ertvelde en Oosteeklo gaan hun de ogen open, doch te laat.  Ertvelde beweert niet uitgenodigd te zijn door de betrokken maatschappij en men hult er zich in een hooghartig stilzwijgen.  Te Oosteeklo echter lamenteert men: «dat het van het hoogste belang is voor  onze gemeente dat den ontworpen ijzeren weg eene regte linie volgde die alzoo bij onze deur passeert» en besluit in de raadszitting van 12 Maart een som van 50.000 fr. ter beschikking van de maatschappij te stellen op voorwaarde dat er een station komt op een afstand van 500 tot 600 meter van het dorp.

Anderzijds is men in Lembeke helemaal niet genegen om enig geld te verschieten zodat voor wat de steungelden aangaat het pleit vrijwel beslecht mag genoemd worden.

Te Boekhoute waar men tot dan toe nog niets beslist had aangaande deze kwestie, begint men zich bij het vernemen van deze toestand, eveneens te roeren en men betreurt het dat dit dorp in een staat van afzondering gelaten wordt.

Ze doen dan ook het volgende voorstel: het spoor komend van Kaprijke, ten noorden van Bassevelde leggen, bij Sint Annamolen en «vervolgens met eene kleine kromte» naar Assenede laten afbuigen.  Zo zou het station niet al te ver van het dorp van Boekhoute komen te liggen.

Ten slotte is men het ook te Lembeke, op aanstoken van Oosteeklo, eens geworden, om 50.000 fr. obligaties te nemen van de spoorweg doch eveneens op voorwaarde dat er een station komt 500 m. ten Zuiden van het dorp.

De gemeenteraad en de inwoners van Bassevelde verontrusten zich intussen niet over al hetgeen verteld wordt en verklaren zich onmiddellijk akkoord wanneer men van het nieuwe plan verneemt om de standplaats die oorspronkelijk in Kraaigem moest liggen over te brengen in de nabijheid van Sint Annamolen.  Zoveel verschil maakt dit ten slotte ook niet uit.

Bij overeenkomst aangegaan op 24 Juni 1868 werden de heren Masson en Piessens aannemers verklaard van de werken aan de spoorweg Eeklo-Antwerpen.  Men rekende daaraan te kunnen beginnen rond 1 October 1868.  Voor de aanleg van deze eerste sectie werden de burelen te Bassevelde gevestigd.

Op 2 Augustus van hetzelfde jaar kondigt de «Gazette van Eeklo» aan: «Wij zijn gemachtigd aan te kondigen dat het plan van de ijzerenweg Eekloo-Antwerpen eindelijk is goedgekeurd.  De richting van Eecloo over Lembeke, Caprijke, Bassevelde, Bouchaute en Zelzate is bepaaldelijk aangenomen.  De statie van Eecloo komt in de statie der ijzerenwegen Eecloo-Gent en Eecloo-Brugge; die van Caprijke-Lembeke in den Willemshoek, degene van Bassevelde tusschen Ste Anna-Molen en het dorp, en de statie van Bouchaute komt op 't gehucht Reiken.»

Onmiddellijk na deze officiële bekendmaking besluit de gemeenteraad van Boekhoute, in zitting van 6 Augustus 1868, voor een som van 30.000 fr. aan obligaties te kopen van de nieuwe spoorweg, op voorwaarde dat er een station zal geplaatst worden op 500 tot 800 meter van het dorp ten Zuiden van de kerk.  De gemeenteraad wilde blijkbaar niet ontgocheld worden en speelde zeker, door voorwaarden te stellen die reeds vervuld waren.

Intussen is men het echter te Brussel nog altijd niet helemaal eens geworden aangaande de definitief te volgen richting van het spoor.  Uit Oosteeklo waar men deze zaak zeer nauwkeurig gade slaat komt dan ook het volgende bericht:
«De twist is gemakkelijk te beslissen: men legge de linie Eecloo-Antwerpen over Oost-Eecloo en Ertvelde en alle geschil houdt op.  Immers de eerste richting van de ontworpen linie wees Oost-Eecloo en Ertvelde aan de ministerieele goedkeuring en het koninklijk besluit tot concessie hebben deze richting bekrachtigd.  Eerst later zijn de gemeenten Caprijke, Bassevelde en Bouchaute hiertegen opgekomen; door de belofte van onderstandsgelden hebben deze aan de concessie het besluit doen opvatten de richting Oost-Eecloo-Ertvelde te verlaten om de linie langs Caprijke, enz. over te brengen.

Onze belangen zijn hierdoor miskend...»

Ook in Kaprijke is men niet helemaal tevreden met de voorgenomen plannen, doch daar betreft het vooral de ligging van het station, waarover de meningen nogal verschillend zijn.  Op zekere morgen ontvangen de voornaamste ingezetenen zelfs een drukwerk waarvan de opsteller onbekend is en dat als titel draagt: «Maetschappij van Buertijzerenwegen in België.  Berigt aen de inwooners van Caprijke nopens de daer te stellen statie in deze gemeente.»  Het bevat hoofdzakelijk richtlijnen en plannen bestemd voor de vroede vaderen van deze gemeente.  Deze berusten op niets meer dan de oprichting van een standplaats, midden op het Plein te Kaprijke.

      DE WERKZAAMHEDEN.

Op 31 October 1868 wordt eindelijk bij ministeriële uitspraak bevestigd dat de lijn wel degelijk over Boekhoute, Bassevelde, enz. moet lopen.  Onmiddellijk worden de intussen reeds begonnen werkzaamheden weer opgenomen en met verdubbelde ijver voortgezet.  In de overeenkomst was immers aangenomen dat de lijn binnen de drie jaar moest aangelegd zijn en de begindatum van deze termijn was 2 Maart 1867.  Op 19 November daaropvolgend komt uit Boekhoute reeds het bericht dat men «bezig is met het spoor van den ijzeren weg te trekken.  Nog deze week wordt de bouwplaats der statie aangewezen.»

Ondertussen echter gebeurt ook het eerste onvermijdelijke ongeluk.  Het verhaal daarvan nemen we over uit de «Gazette van Eecloo» van 7 Maart 1869.  "Zondag l.l. 28 Februari, heeft er tot Assenede op de in aanleg zijnde spoorbaan een ijselijk ongeluk plaats gehad.

Na vespertijd vermaakten zich eenige kinderen, jongens en meisjes, met op een riggel-wagentje de baan op en neder te rijden.  Halfwege den Poel kwam de zeventienjarige Sofia Hautekeete het wagentje te gemoet, en wilde er zoo maar op springen om mede te rijden.  Zij stortte er echter weder af, viel achterover op den rechter riggel, en de wielen van 't wagentje reden haar schuins over de borst.  Op dat gezicht namen al de kinderen schreeuwend de vlucht, andere persoonen kwamen ter hulp toegeloopen.  't Was te laat.  Zij zagen hoe het meisje zich nog eens op de knieën rechtte; zij hoorden haar «Och heere» kermen, en dan zakte zij weder ten gronde om niet meer op te staan.  Het bloed vloeide haar uit mond en neus.

Men plaatste haar op een wagentje om haar naar huis te brengen.  Reeds aan de dichtbij zijnde statie ontmoette men den heer Dr. Kops die in aller haast toegesneld kwam.  Helaas, deze heer kon alleen bestatigen dat de dood schier oogenblikkelijk was geweest: door den geweldigen schok was haar hert geborsten.  Onmogelijk is het de droefheid te schetsen der angstig toegesnelde ouders.

't Is eene wel droeve les van voorzichtigheid voor die talrijke groote en kleine kinderen, welke sedert een tiental dagen elke verpoozing van den arbeid aan de spoorbaan te baat nemen om zich dat in den schijn zoo onnoozel vermaak te verschaffen.  Er kwamen zelfs moeders die met hunne kinderen deelen...  Is het te verwonderen dat de kinderen er op verzot geraakten ?»

Op 10 Mei 1869 wordt het gedeelte van de spoorbaan tussen Zelzate en Assenede voor het vervoer van reizigers en koopwaren geopend.  Dit gebeurde zonder de minste plechtigheid.  Aanvankelijk reden er  drie treinen van Zelzate naar Assenede en terug namelijk 's morgens, rond de middag en 's avonds.  Te Boekhoute werkt men intussen vlijtig verder terwijl men te Kaprijke tijdelijk heeft moeten staken met het werk omdat zich daar moeilijkheden voordoen met de onteigening van de gronden.  In Juni van hetzelfde jaar reeds begint men ook op het grondgebied van Bassevelde met de voorbereidende werkzaamheden terwijl er hier op 12 October een eerste plechtigheid plaats grijpt.

«Heden om 5 uur namiddag is alhier door het Collegie van Burgemeester en Schepenen benevens het raadslid Cattoor, oud 89 jaren, de eerste steen gelegd der statie alhier langs den ijzeren weg van Eedoo naar Antwerpen.  De plechtigheid had plaats ten aanwezen van den Heer Fr. de Perre, concessionnaris van den spoorweg Eecloo-Antwerpen, den heer Braukman, ingenieur der maatschappij tot exploitatie van belgische spoorwegen, de heeren aannemers Masson, Pissens, enz.

De heer Burgemeester van Bassevelde opende de plechtigheid met eene welgepaste aanspraak, waarin hij bijzonderlijk wees op het schoone vooruitzicht welke zij aan deze gemeente beloofde.  Ofschoon de feestelijkheid gansch onvoorbereid was ingetreden, toch, zoals altijd, was onze verdienstelijke harmonie op haren post om die met eenige fraaie muziekstukken op te luisteren.  Bijgewoond door een talrijke volksmenigte, liep de plechtigheid telks genoegen af.

De heren aannemers der lijn verdienen allen lof over den spoed dien zij bijzetten om deze streek in verband te brengen met het binnenland.» (G.v.E.)  Het terrein waarop het station gebouwd werd, was in 1867 door de gemeente aangekocht voor een som van 415 fr. en bestemd om er een school voor meisjes op te bouwen.  Bij beslissing, stonden ze het in 1869 echter af aan de spoorwegmaatschappij.

Niettegenstaande de Wintermaanden blijven de werken goed vooruit gaan en op 13 Januari 1870 wordt de spoorweg voleindigd op het grondgebied van onze gemeente.  Nu nog de aansluiting met Eeklo.

Op 19 Mei daaropvolgend rijdt dan eindelijk de eerste trein van Assenede naar Kaprijke.  Het geldt natuurlijk nog niet als de definitieve opening maar enkel en alleen bij wijze van proef.  In de dagbladen lezen we daaromtrent volgend verslag:

«Bassevelde, 20 Mei - Gister werd het spoor tusschen Assenede en Caprijcke voor de eerste maal door een stoomwagen bereden; de wagen werd geleid door eenen ingenieur van de algemeene exploitatiemaatschappij; op een bijzonderen trein, door een bediende van die maatschappij ingericht, bevonden zich de heer concessionnaris Frederik De Pene, vergezeld door de heer en bedienden der maatschappij, door de heeren aannemers Masson en hun gevolg, benevens eenige liefhebbers uit Assenede.

De trein bleef aan elke statie staan om er de plaatselijke notabiliteiten op te nemen.  Alzoo was te Bouchaute het gemeentebestuur vertegenwoordigd door den zoon van den heer burgemeester, door een der heeren schepenen, enz.  De heer Le Jeune, van Bouchaute, vergezelde het gemeentebestuur.  Te Bassevelde werd het gezelschap vermeerderd door den heer burgemeester en veel van zijn bestuurlingen.  Men kwam rond 3 uur toe te Caprijcke alwaar de heer burgemeester en de gemeenteraad, de heer notaris Taelman en andere notabelen de bezoekers ontvingen onder het spelen van het muziek en het geschut van het Kanon.

Vergeten wij er niet bij te voegen, dat eenige dames het schoone van 't feest volmaakten.  In elke statie was een klein buffet gesteld en ook in elke werd de eerewijn aangeboden.

Langs weerszijden werden heildronken uitgebracht aan de gemeentebesturen, aan de verschillige besturen van den ijzeren weg en aan de leden van het gezelschap.

De trein vertrok uit Caprijcke naar Assenede terug en liet langs zijnen weg de aangenaamste herinnering van dit feest achter» (G.v.E.).

Allerlei omstandigheden vertragen de opening van de spoorlijn voor een regelmatig vervoer, alhoewel men intussen niet gewacht heeft om allerlei plannen te maken.  Zo werd o.a. de bouw van twee suikerfabrieken bestudeerd, waarvan een aan het station te Boekhoute en een te Kaprijke.  Enige kapitalisten uit de streek waren daaromtrent reeds vergaderd geweest.

In November wordt de spoorbaan tijdelijk geopend tussen Bassevelde en Assenede om te voorzien in het vervoer der suikerbieten en in Mei van het volgend jaar pas voor alle vervoer.

Bassevelde wil deze gebeurtenis niet ongevierd laten voorbijgaan en zet een feest op touw dat drie dagen  moet duren en waar niet op de kosten gezien wordt.  In de gemeenteraadszitting van 28 Mei 1870 wordt inderdaad besloten: «De Raad ingezien de te geven volksfeesten ter gelegenheid der gedeeltelijke opening en inhuldiging van den ijzeren weg Eecloo-Antwerpen verklaart eenparig buiten de som van 500 fr. in de begrooting van het loopende jaar, ter dier oorzaak gebracht nog eene bijdrage van 200 francs toe te staan...».  Het spreekt van zelf dat het programma luisterrijk mag genoemd worden.

...........................................................

Openingsfeesten des Yzeren - Wegs

te Bassevelde.
Zondag 18 Juni 1871

Om 3 ure luisterrijk FESTIVAL gegeven door de Harmonie van Bassevelde met medewerking van 12 muziekmaatschappijën.
Om 5 ure opstijging van 2 LUCHTBALLONS
Om 8 ure algemeene VERLICHTING
Om 9 ure GROOT VUURWERK door den heer Ricard uit Brussel
Om 10 ure FAKKELTOCHT, leidende de muziekmaatschappijën naar het statieplein

Twee bijzondere avondtreinen

Maandag 19 Juni

Om 2 ure VOLKSSPELEN
Om 3 ure RINGSTEKING te paard, 4 prijzen (waarde 100 francs) 2 medalies.  Inleg 1 franc.

Dinsdag 20 Juni

Om 4 ure CONCERT in het muzieklokaal

Woensdag 21 Juni

KONING- en PRIJSSCHIETING (waarde 80 francs)

Zondag 25 Juni

GROOTE GAAISCHIETING.  Vooruit 200 francs, verdeeld op 5 oppervogels, inleg 12, terug 10. Twee vrije pelotons van 4 man, een volgens loting.  Inleg in het Gemeentehuis.

...........................................................

Over het festival  zelf kunnen we een uitgebreid  verslag lezen in de weekbladen.

"Zondag hebben wij het festival te Bassevelde bijgewoond.  Lang was de trein rijtuigen die ons overstoomde, en elk rijtuig zat opgepropt met reizigers.  Met genoegen stippen wij aan, dat Eecloo een ruim contingent bezoekers aan onze gebuurgemeente heeft geleverd.  Bassevelde stond in feest.  De Boom van Vrijheid zelf getuigde ervan: zijne kruin was met de nationale vlag bekroond; maar daar tegenover rees het sierlijk kiosk op, en hier wapperden de belgische en de nederlandsche drijkleur zusterlijk nevens elkander.

Welhaast echter vestigde de stoet onze aandacht.  't Waren de deelnemende maatschappijën, Ertvelde, Watervliet, Zelzate (zang), Caprijcke, Biervliet, Gent-brugge, Gent (Hoop en Moed), Wachtebeke, Assenede, Zelzate (fanfaren), Evergem en Ledeberg, welke voorbijtrokken.

Op dit oogenblik vooral leverde Bassevelde een schoonen aanblik op.

In den stoet bewonderde men de rijke standaards, met medaliën beladen en boven aller hoofden oprijzend.  Ook de schitterend raode en blauwe uniformen der fanfaristen van Gentbrugge en Ledeberg streelden het oog.  De ruime dorpplaats krielde van volk; en onder het loofrijk geboomte, dat aan het regelmatig gebouwde dorp een zoo lustig en zoo schilderachtig aanzien schenkt, onder de vlaggen, en de wimpels, en vooral onder de pralende juni-zon, scheen alles samen te werken om op Bassevelde dien kermisstempel te drukken welke het onderscheid is van onze vlaamsche landfeesten.

Op het kiosk werden de deelnemende genootschappen verwelkomd en de eerwijn aangeboden.  Het was de heer Van de Wattijne, burgemeester van Bassevelde, die met zijne gewone vriendelijkheid deze plechtpleging vervulde.  Wij waren zoo gelukkig zijne gemoedelijke, meermaals met bravos onderbrokene toespraak te kunnen aanteekenen.

«Ik wensch u allen welkom, zegde de achtbare Magistraat.  Als tolk van het gemeentebestuur wordt U door mij in naam der inwoners van Bassevelde dank gezegd voor de eer hun bewezen met dit feest, hetwelk wij een gemeente­feest noemen, door uwe tegenwoordigheid te vereeren en door uwe kunst op te luisteren.

Reeds voorleden jaar hoopten wij de opening des spoorwegs aldus in te wijden.  Met spijt hebben wij, oningezien de voltrekking daarvan, maanden en maanden zien verloopen, zonder uit die bron van vooruitgang nut te kunnen trekken.  Thans zijn ons aller wenschen vervuld.

Over twaalf jaren, op dezen dag, vierden wij de inhuldiging van den steenweg die onze gemeente verbond aan een net van steenwegen, in gemeen­schap met onze voorname steden en het aangename Zeeland.

Ja, getrokken werden wij alsdan uit zand en slijk.  Wie zou destijds gedacht hebben, dat wij eens die verbinding zouden bekomen bij middel van eenen ijzeren weg?  Nu, dit is toch zoo.  Over het nut daarvan uitweiden ware overbodig, elkeen beseft thans dat zulks den handel doet bloeien en het bijgevolg eene zaak van algemeen nut is.

Zooals wij toen ter gelegenheid der opening eens steenwegs een eere­metaal schonken, zullen wij nogmaals, tot vereeuwiging en aandenken van de inhul­diging des spoorwegs, de eer hebben aan elke deel­nemende maat­schappij een verguld eere­metaal uit te reiken.

Dat dit feest overigens strekken moge tot verbroe­dering van ons allen.  In deze hoop bieden wij U, Mijnheeren, volgens oudvaderlijk gebruik den eerewijn aan».  (G.v.E.)

Met reden mocht men dus de plechtigheid als volledig gelukt beschouwen, doch toen de feest­commissie naderhand haar onkosten ging samentellen was er een tekort van 247,47 fr.
 



De Koninklijke Harmonie Ste-Cecilia van Bassevelde



To the top of this page
All about Bassevelde
Our MeetjeslandTable of ContentsFind something in this Meetjesland website

MijnPlatteland homepage
MijnPlatteLand.com

Most recent update :  22-04-2021
Copyright Notice (c) 2021





Aalter
Adegem
Assenede
Balgerhoeke
Bassevelde
Bellem
Belzele
Bentille
Boekhoute
Donk
Doornzele
Eeklo
Ertvelde
Evergem
Hansbeke
Kaprijke
Kerkbrugge-Langerbrugge
Kleit
Kluizen
Knesselare
Landegem
Lembeke
Lotenhulle
Lovendegem
Maldegem
Merendree
Middelburg
Nevele
Oosteeklo
Oostwinkel
Overslag
Poeke
Poesele
Rieme
Ronsele
Sleidinge
St.-Jan-in-Eremo
St.-Kruis-Winkel
St.-Laureins
St.-Margriete
St.-Maria-Aalter
Ursel
Vinderhoute
Vosselare
Waarschoot
Wachtebeke
Waterland-Oudeman
Watervliet
Wippelgem
Zelzate
Zomergem