Chronologie van Eeklose gebeurtenissen vanaf de Belgische onafhankelijkheid
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1980, 13de jaargang, nr. 1

CHRONOLOGIE VAN
EEKLOSE GEBEURTENISSEN VANAF DE
BELGISCHE ONAFHANKELIJKHEID - 1-

Vooraleer de geciteerde chronologie te laten aanvangen, beschouwen we het als wenselijk enige verklaring te geven rond ons opzet.

Meermaals werden we op het stadsarchief te Eeklo gekonfronteerd met stukken die gebeurtenissen verhalen, waarvan we bij onszelf moeten bekennen dat ze ons onbekend waren, of die we althans in een totaal verkeerd tijdskader terugplaatsten.

Meestal gaat het evenwel om losse vermeldingen die op zichzelf te weinig inhoud bieden om er een afzonderlijke bijdrage aan te wijden.  Vandaar ook dat ze dikwijls in de vergetelhoek blijven.

Om nu deze "kleine" feitjes, qua tekstweergave wel te verstaan, ook wereldkundig te maken, hebben we precies deze bijdrage geschreven.

Onmiddellijk rees de vraag: waar laten we deze chronologie een aanvang nemen ?  Waren we in eerste instantie geneigd van start te gaan in 1403, zijnde de aanvangdatum van de oudst bewaarde stadsrekeningen, dan toch hebben we na veel aarzelen van die idee afgezien.

Zeker niet uit praktische overweging, want deze oude rekeningen bevatten een massa aan pittoreske gegevens, waaruit we ongetwijfeld jaren zouden kunnen putten.  Ofschoon we onszelf graag bezondigen aan een streven naar "zo oud mogelijk", hebben we voor eenmaal onze lusten onderdrukt om nu eens een periode te behandelen die heel wat dichter bij ons ligt, maar daarom zeker niet minder interessant zou overkomen...  Integendeel !

Ten onrechte werden tot op heden de moderne tijden door de heemkundigen te stief­moeder­lijk behandeld.  Het is ook deels uit schuld­gevoel tegenover onze leden, dat we nu een schuchtere poging in die richting hebben ondernomen om stapsgewijze die lacune te helpen aanvullen.

Wat leek er nu beter om de reeks van start te laten gaan dan het prille begin van een nieuwe natie ?

België bestaat weldra 150 jaar.  Een nog jonge staat dus, die evenwel reeds gekon­fron­teerd werd met alle plagen van de wereld !

Het kende een woelig en dubieus begin.  Het viel ten prooi aan een radikale verfran­sings­politiek, die ook hier zijn sporen naliet.

Een snelle, misschien te snelle industriële revolutie verstoorde het levenspatroon van de gewone man.  Gevestigde waarden, die het leven van onze voorouders uitmaakten, kwamen op de helling te staan.

Hun levensvoorwaarden veranderden ongetwijfeld, maar verbeterden daarom zeker niet.  In tegendeel: armoede teisterde Europa en niet het minst onze streken, die de grootste emigratie uit de wereldgeschiedenis op gang bracht.  Van oorlogen, met al de nefaste gevolgen van dien werden we allerminst gevrijwaard.

Al deze gebeurtenissen lieten, zoals we over verschillende bijdragen zullen zien, hetzij in differente proporties, ook te Eeklo hun sporen na.

Na deze summiere inleiding keren we terug naar de rumoerige dagen half 1830.  Het is evident dat onze eerste bijdrage nagenoeg volledig in het teken van de onaf­hanke­lijkheids­strijd zal staan.

De passieve houding van de Eeklonaars in deze strijd, laat ons 'vermoeden dat de omwenteling niet zo geestdriftig onthaald werd als men ons steeds wil voorhouden.
 

- 1830 –

29.8.1830: Eind augustus bereikten Eeklo de eerste officiële berichten nopens enig verzet tegen het Hollands bewind.
In een schrijven liet de gouverneur van Oost-Vlaanderen weten dat de verspreidde geruchten, als dat er te Gent onlusten hadden plaatsgegrepen, totaal vals waren.  Toch bevatte de tekst enige passages die de onrust binnen Gent verraadden.  Zo hadden Gentse orangisten zich bij het militair garnizoen aangesloten om de handhaving van de rust binnen de stad te helpen verzekeren.
Hoewel te Eeklo nog alles zijn normaal verloop kende, liet het college zeven van dergelijke brieven in de stad ophangen.  Burgemeester Joseph D'Huyvetter en de schepenen Servaas Bouckaert en Charles Emmanuel Toebast oordeelden het nog niet nodig te Eeklo een burgerwacht in het leven te roepen.
05.09.1830: Amper een week later was de toestand te Eeklo wel enigszins gewijzigd.  Aan de bevelhebber van de brigade Marechaussees, gekazerneerd te Eeklo, werd gevraagd "om eene bestendige en verdubbelde waakzaamheid uit te oefenen".
Van 19 tot 24 uur bleef het college bestendig op het stadhuis aanwezig, om desgevallend maatregelen te treffen.
06.09.1830: De orangisten onder leiding van burgemeester D'Huyvetter, bevreesd dat de repressies van de patriotten ook naar Eeklo zouden overslaan, opteerden uiteindelijk toch voor de oprichting van een burgerwacht.  Inderhaast werd een voorlopig zes-punten-reglement samengesteld.
Grosso modo bepaalde het dat de burgerwacht zou bestaan uit 120 van de "voornaamste" ingezetenen, waarvan 1/3 dagelijks dienst zou doen van 22 tot 4 uur.  De bevoorrading zou geschieden door de stad.  Hun werking stond totaal los van deze der stedelijke politie.  Bij onvoorziene omstandigheden zou de wacht door het luiden van het stadhuisklokje in zijn totaliteit worden opgeroepen.
04.09.1830: De politiecommissaris meldde dat "in deze stad eene volkomene rust heerscht", de ambachtslui waren aan het werk en er was niet de minste beweging waar te nemen.  Hij achtte het zelfs niet nodig een burgerwacht op te richten.  Wel adviseerde hij de lijsten toch in gereedheid te brengen.
07.09.1830: Het schepencollege deelde geenszins de mening van de commissaris.  Op 5 september drukte het nogmaals zijn onrust uit over de evolutie van de recente gebeurtenissen in het land.  Twee dagen later besloot men dan toch een burgerwacht in het leven te roepen.  Minimaal 150 stadsgenoten zouden over 10 groepen worden verdeeld, waarvan dagelijks 15 man van 21 tot 3 uur de dienst moesten verzekeren.
08.09.1830: Logeerden te Eeklo 102 soldaten waaronder 35 grenadiers, 24 huzaren en 43 man van het bataljon transport.
13.09.1830: Overnachtten hier nogmaals 21 miliciens van het bataljon Jagers, geleid door een sergeant van de infanterie.
13.09.1830: Om 19u45 was hier enig tumult ontstaan, toen enkele jongelui tussen de 13 en 16 jaar, anderhalf uur lang lawaaierig door de stad trokken.
18.09.1830: Besloten werd de tien afdelingen van de burgerwacht samen te stellen uit 20 wachten en twee officieren.
In dezelfde vergadering werd ook de lijst van de officieren kenbaar gemaakt.
afdeling:     1° officier   2° officier
  Dauwe Engel Van Hoorebeke Ferdinand
  Vervier Karel Stroo Karel
  Van der Weenen Pieter De Clercq Benedictus
  Euerard Ferdinand Martens Bruno
  Vermast Antone Bovijn August
  Van Doosselaere Karel Standaert Jan Baptist
  Rijffranck Seraphin Aernaut Angelus
  Van de Poele Pieter Van Waesberghe Louis
  Misseghers Francies Rijffranck Pieter
10°   Cornelis Jan Baptist Van Hoorebeke Bernard
21.09.1830: Om de bisschop toe te laten het vormsel uit te reiken in alle sereniteit, werden door het college speciale maatregelen getroffen om de openbare rust te vrijwaren.
08.10.1830: Verscheen een decreet van het Voorlopig Bewind, waarbij de notabelen werden samengeroepen om een burgemeester, schepenen en gemeenteraadsleden te kiezen.  De verkiezingsstrijd te Eeklo ontwikkelde zich rond de orangist D'Huyvetter en Karel Stroo, de voorman van de patriotten.
09.10.1830: Ofschoon men hier reeds aan een patriottisch bestuur ging denken, waren de schermutselingen in onze gewesten nog aan gang.  Dat de Hollanders niet alleen de wapens hanteerden om het verzet het hoofd te bieden, maar ook de natuurelementen ter hulp riepen, getuigt een schrijven van P.J.A. Hanssens, sluismeester van de watering" te Aardenburg.
" Zoo het schijnt zijn de hollandsche troepen voornemens van de zeedijken der diomede, sophia en Ardenburgsche haven door te graven ook die van bakkersdam en verderop de linie ten eijnde de polders onderwater te zetten en de belgen te beletten van verder het land van Cadzg,nd in te dringen.  Ik heb de zeesluijs gesloten en alles gereed om in dat geval een dam voor de sluijs te schieten tot het beletten der doorspoeling en uijt vrees dat de sluijs den zwaren vloed niet zoude kunnen afstaen...".
Het bestuur van de Slependammewatering vreesde zelfs dat bij een eventuele doorbraak van de sluis, St-Laureins zwaar geteisterd zou worden, doordat de barmen van de Eeklose watergang onvoldoende sterk geacht werden om de krachtige vloed te weren.
09.10.1830: De Eeklose marktkramers overhandigden een petitie aan de wet om het marktgeld af te schaffen.  Ze argumenteerden dat wegens het sluiten van de Hollandse grens, de wekelijkse handel zeker tot de helft was teruggelopen.  Besloten werd dienaangaande een kommissie op te richten.
14.10.1830: Laatste zitting van het orangistisch schepencollege.
27.10.1830: Tweehonderd en twee stemgerechtigden verkozen één burgemeester, twee schepenen en negen gemeenteraadsleden.  Burgemeester werd Karel Stroo, schepen Bruno Martens en Jacobus Joannes de Schepper en de negen raadsleden waren Angelus Antonius Aernaut, Pieter Remery, Antonius Vermast, Jan Baptist van Daele, Joseph van Wassenhave, Augustin de Clercq, Charles van Doosselaere, Francies Sierens en Francies Roegiers.
27.10.1830: Het oude stadsbestuur werd door de notabelen van het stadhuis verdreven.
28.10.1830: Op de eerste zitting van het nieuw bestuur werd met eenparigheid van stemmen besloten het ambt uit te oefenen "zonder genot van eenig geldelijke belooning...".
De normaal toegekende bezoldiging zou elk lid vrij mogen benutten, "het zij om gebruijkt te worden voor de "behoeften van de armen en werklieden, het zij tot aenmoeding van weldadige en nuttige inrichtingen".
31.10.1830: Daar er bij een treffen tussen de Belgische en Hollandse eenheden steeds "verscheijde geblesseerden" achterbleven werd de stad verzocht om medische bijstand te verlenen.  Deze inbreng moest bestaan in het verzamelen van "lijnne banden en pluk" die op het stadhuis ter beschikking moesten blijven van de Eeklose geneesheer Maroy.
31.10.1830: Vanouds beschouwde men paardendiefstal als een der zwaarste vergrijpen.  De dief werd uitermate streng gestraft en niets werd onverlet gelaten om het gestolene aan de rechtmatige eigenaar terug te bezorgen.  Zo ook was het schijnbaar nog in 1830 !
Op 31 oktober had onze burgerwacht drie paarden aangeslagen waarvan men sterke vermoedens had dat deze te Aardenburg of omgeving gestolen waren.  Niettegenstaande de grenssluiting werd het signalement toch uitgewisseld.  Het betrof:
  - een ruin paard, zeem met een bles voor het hoofd, lange staart, oud omtrent 14 jaren, hoog 5 voet.  Men zegt dat dees paard behoort aan zekeren van de Putte, voerman.
  - ruin paard, haar bruin, bles voor het hoofd, oud 12 jaar, hoog 4 voet, langen staart.
  - zwarte merrie, kleine blesse, oud omtrent 8 jaren, hoog 5 1/2 voet, zonder hoefijzers.
13.11.1830: Met algemene goedkeuring van de raad, mocht Philip Francies Rodrigos, de vroegere stadssecretaris, zijn funktie verder uitoefenen.
13.11.1830: Rond de openstaande betrekking van stadsontvanger ontstond wel enige diskussie.  Door de raad werden als mogelijke kandidaten Leo Aernaut, Benedictus de Clercq en Ferdinand van Hoorebeke aan de gouverneur voorgedragen.
13.11.1830: Op 31 oktober had de 25-jarige Joannes van Gelder, gehuwd met Joanna Theresia Cassiers, wever en natuurlijk kind van Isabella van Gelder Eeklo verlaten met bestemming St-Kruis (Nederland).  Sindsdien was zijn familie zonder enig nieuws van hem.  Aan de burgemeester van Aardenburg, waarmee de Eeklose wet goede relaties onderhield, werd een persoonsbeschrijving overgemaakt met het doel de vermiste op te sporen.  Joannes was vertrokken in "eene blauwe veste en broek, een wit afgewasschen gilet, aengezigt bleek, hair blond, neus kort en dik".  In een schrijven van 29 november liet de Aardenburgse burgervader weten dat Joannes door de Hollanders was aangehouden en zich nu in hechtenis bevond te Middelburg.
01.12.1830: De geringe aktiviteiten op de donderdagse marktdag noodzaakten de pachters van de stadsrechten om kwijting te vragen.  Lehoucq Louis, pachter van het "plaets en meetregt der graenen op de markt" verzocht om een korting van 1100 gulden op zijn pachtsom van 6005 gulden.  Op 30 december werd hem een kwijting toegestaan van 500 gulden.
Jan Baptist Kloeckaert, pachter van de rechten "op de visch markt, rondreijzende kooplieden en op de bessemmerkt" vroeg een kwijtschelding van 1/4 maar kreeg slechts 1/12, zijnde 29 gulden.
01.12.1830: De conciërgewoning van het stadhuis (onderbouw) werd andermaal verpacht aan Joannes Baptist Rodrigos.
06.12.1830: Verscheidene Eeklose kooplieden en kramers dienden een rekwest in om de tarieven van de plaats- en meetrechten op de granen te wijzigen en totale vrijstelling te verlenen voor het plaatsen van kramen.
Door de kommissie belast met het onderzoek van de marktproblemen werd een driepuntenreglement uitgevaardigd.
20.12.1830: Daar het voornoemde reglement nogal eenzijdig gesteld was ten gunste van de Eeklose kooplieden, werd het door de gouverneur afgewezen omdat het een prerogatief zou scheppen wat strijdig is met de bestaande wetgeving.
20.12.1830: Leo Aernaut, verbolgen omdat hij als eerste kandidaat voor het ambt van stadsontvanger zich uiteindelijk toch de ontvangerij zag ontglippen ten voordele van Ferdinand van Hoorebeke, derde kandidaat, verlaagde zich tot achterbakse praktijken.  Volgens het reglement van 6 augustus 1824 was de wedde van de ontvanger vastgesteld op 4% van de ontvangst op de eerste 10.000 gulden en 1% op de meerontvangst.  Aernaut deed voorstellen om het ambt uit te oefenen tegen 1,5% op de totaalontvangst.  Hoewel de stad geneigd was het voorstel in overweging te nemen werd het door de gouverneur resoluut in de grond geboord.
21.12.1830: Aannemer Pieter Wastiaux laat weten dat alle materialen ter plaatse zijn om de bestratingswerken van de Moerstraat aan te vatten.
22.12.1830: De burgerwacht werd gehuisvest in de woning aan de westzijde van het stadhuis, in 1639 opgetrokken door Anthone de Smet.
29.12.1830: Negatief advies van de gouverneur om enige wijziging aan te brengen in het reglement op de wekelijkse donderdagmarkt.  De stadsrechten zouden, om het rendement te verhogen, nu halfjaarlijks verpacht worden.
29.12.1830: Burgemeester Stroo legt een nieuw ontwerpreglement voor tot oppuntstelling van de Eeklose burgerwacht.  Na "rijp" overleg van elk artikel werd het door de raad bekrachtigd.  Samengevat zag het er als volgt uit:
  art. 1 "Alle" ingezetenen zullen opgeroepen worden uitgezonderd deze welke "door hunnen ouderdom, krachten of middelen van bestaen" belet worden.  Van een exakte leeflijdsgrens is geen sprake.
  art. 2 Vrijstelling zal worden verleend aan: zieken, gewettigd afwezigen en openbare ambtenaren gedurende hun mandaat.
  art. 3 Plaatsvervangers worden niet aangenomen.
  art. 4 De burgerwacht zal bestaan uit 10 afdelingen, elk met twee officieren en minimaal 40 manschappen.  De supervisie zal gebeuren door een kommandant, die samen met zijn officieren zal benoemd worden door de magistraat.
  art. 5 Dagelijks zal minstens, dit alnaargelang de noodzakelijkhied, één afdeling gedurende 24 uur van dienst zijn.
  art. 6 Bij opeising van meerdere afdelingen, zal de oudste officier het bevel waarnemen.
  art. 7 De wapens zullen van stadswege ter beschikking worden gesteld.
  art. 8 Leden van de burgerwacht die op enig verzuim van hun plicht betrapt worden krijgen een boete van 50 cent tot 2 gulden.  Diegene die weigeren de boete binnen de 24 uur te voldoen zullen verschijnen voor een raad die gemachtigd is arreststraffen uit te spreken gaande tot drie dagen.
  art. 9 De raad zal bestaan uit de kommandant, die tevens zal fungeren als voorzitter; drie officieren en drie wachten.  Deze laatsten worden in overleg tussen de kommandant en de stadsoverheid benoemd.
  art. 10 De boeten worden gestort in de kas van het bureel van weldadigheid.
  art. 11 De overtreders die hun boeten binnen de 24 uur voldaan hebben en daarvan bewijs leveren, worden van elke blaam gezuiverd.

Alhoewel in mindere mate, werden de gebeurte­nissen van 1831 toch nog grotendeels gedomineerd door de tegen­stelling orangist-patriot... maar daar­over meer in onze volgende bijdrage.

Erik De Smet

Separator

Chronologie van Eeklose gebeurtenissen
1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  05-08-2019