Chronologie van Eeklose gebeurtenissen vanaf de Belgische onafhankelijkheid
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1985, 18de jaargang, nr. 3

CHRONOLOGIE  VAN  EEKLOSE  GEBEURTENISSEN
VANAF  DE  BELGISCHE  ONAFHANKELIJKHEID

— 1841 —

De duerte der levensmiddelen en het voortdurend gebrek aen werk zijn de oorzaek dat het getal behoeftigen nog dagelijks aengroeit...  Toen de Eeklose armmeesters het jaar 1841 zo samenvatten en met nadruk vermeldden dat reeds 7,3% van de ingezetenen op de bedelingslijst stonden, dacht men het absoluut dieptepunt bereikt te hebben.

EVOLUTIE VAN HET BEHOEFTIGENPROBLEEM TE EEKLO
Jaar Aantal ondersteunde
behoeftigen
Aandeel op de
totale bevolking (%)
Uitgaven Wel-
dadigheidsbureel
1836 438 5,0  7312,10 Fr.
1837 606 6,8  8855,50 Fr.
1838 576 6,4  8876,66 Fr.
1839 576 6,4 10450,09 Fr.
1840 627 6,9 12076,75 Fr.
1841 664 7,3 -

Niets was minder waar !  In wezen bevond men zich pas aan het begin van een periode die werd gekenmerkt door een tot nog toe ongekend pauperisme, een armoedeverschijnsel, dat gelukkig tot heden geen waargave kende.
Ontegensprekelijk waren het de dagloners, spinsters en wevers die het zwaarst door de crisis werden getroffen.
In 1840 zorgden deze drie groepen alleen reeds voor 81,7% van alle ondersteunden.

AANTAL ONDERSTEUNDEN NAAR BEROEPSACTIVITEIT
Jaar dag-
loners
spin-
sters
we-
vers
kleer-
makers
schoen-
makers
spinders
droog-
scheerders
metser-
dienders
timmer-
lieden
schrijn-
werkers
diverse
ambachten
bejaarden
gebrekkigen
1939 140 217 103 1 24 5 6 10 17 53
1940 159 221 133 1 9 6 6 10 22 60

Toen men naar de mogelijke oorzaken van dit stijgend pauperisme peilde kon men geen andere factoren inroepen dan het "gebrek aan werk".
Waren in 1839, 102 en het jaar daarop 144 werklieden ingevolge werkloosheid op de bedelingslijst gekomen, voor 1841 scheen deze aanwas nog groter te zijn.
En toch wou het stadsbestuur, met deze cijfers voor ogen, snoeien in het budget van het Weldadigheidsbureel !
De gewone subsidie van 10.500 fr. door het Armbestuur gevraagd, werd door burgemeester Stroo en schepen Temmerman fel aangevochten. Een verbolgen Doctor Maroy verliet zelfs de zaal toen het tweetal de begroting van het Armbestuur vastgesteld op 13.309,49 fr., wou bekrimpen.  Uiteindelijk werd voor 3.228 fr. afgeroomd.
Raadslid Bruno Martens stond er evenwel op dat in de notulen zou worden opgenomen dat hij "tegen de genomen resolutie heeft gestemd"... wat ook gebeurde.

02.01.1841: Vraag van onderluitenant van de gendarmerie te Ieper, F. Kiekens om een attest dat hij op 2 februari 1831 te Eeklo "de arrestatie heeft gedaen van den Colonel Ernest Gregoire".
Burgemeester Stroo, die destijds bij het gebeuren nauw betrokken was, zou volgend schrijven afleveren:
  Je soussigné Charles François Stroo, Bourgmestre de la ville d' Eecloo, province de la flandre orientale, déclare et certifie que le 2 février 1800 trente un, vers les trois heures et demie de relevée est venu à mon domicile le nommé Kiekens François alors Maréchal de logis de la Brigade de Gendarmerie stationnée en cette ville, accompagné du sieur Vrombaut François commissaire de police: décèdé depuis: m'invitant à les accompagnes à l'hôtel de la Cigogne ou l'ex Colonel Ernest Grégoire s'était réfugié après son échaffourée de Gand, à l'effet de Coopérer à son arrestation a fin de le soustraire aux fareurs d'une population extrêmement exaspirée et pour éviter les excès dans ces violentes commotions; J'ai accompagné les dits Kiekens et Vrombaut à l'hôtel de la cigogne, et là; pendant que moi je calmai le peuple, les dits Kiekens et le commissaire de police ont opéré l'arrestation de Grégoire.
Ces particularités sont non seulement très vraies, mais encore à la connaissance de plusieurs témoins occulaires, et enfin connues de toutes la ville; Enfoi de quoi, J'ai donné le présent certificat pour renseignement.
    ondt.
C.F. Stroo, zoon.

Vrij vertaald komt het er op neer dat burgemeester Stroo de feiten bevestigt.  Op 2 februari 1831 omstreeks 15.30 uur kwamen Kiekens, kwartiermeester bij de gendarmerie gekazerneerd te Eeklo en politiecommissaris Vrombaut de burgemeester thuis opzoeken.  Samen begaf het drietal zich naar hotel de Ooievaar op de Markt waar Kolonel Grégoire toevlucht had genomen na zijn mislukte machtsgreep te Gent.
De aanwezigheid van burgemeester Stroo bleek wenselijk om de kolonel tegen de woedende menigte te beschermen.  Terwijl Stroo, voor het hotel, de gemoederen bedaarde gingen Kiekens en Vrombaut tot de arrestatie over.
Een gebeuren dat, volgens burgemeester Stroo, verschillende ingezetenen nog kunnen bevestigen.
Op 5 januari ontving de stad een tweede schrijven van Kiekens.  Ditmaal om te bevestigen dat hij tevens "de compagnie van de kapitein Jauquart, sterk 146 mannen heeft ontwapend...".  Gezien het voornoemde attest reeds was verzonden, werd aan dit schrijven geen gevolg gegeven.

16.01.1841: Antoine Goethals, bierbrouwer, benoemd als lid van het Weldadigheidsbureel in vervanging van Engel Steyaert.

06.02.1841: De maatschappij van Rhetorica, met haar 85 leden waaronder 26 werkende, hoopte te Eeklo "un concours litteraire dramatique" te organiseren.  De goede naam en faam van de maatschappij bleken echter onvoldoende om een overheidssubsidie vrij te krijgen, zodat voorzitter B(runo) Martens en secretaris Willems genoodzaakt werden hun grootse plannen tijdelijk op te bergen.

13.02.1841: Het provinciaal Landbouwfonds wenste met het oog op een financiële vergoeding die landbouwers te kennen wier veestapel in de periode 1839-1840 getroffen was door de Kipziekte (een gevolg van het kalveren).
Voor Eeklo waren dit:
Jan Baptist Versyp, 1 koe, gestorven april 1839.
Karel Gabriel, 1 koe, gestorven 7 juni 1839.
Antone Goethals, 1 koe, gestorven 27 november 1839.
Charles Standaert, 1 koe, gestorven mei 1840.

24.02.1841: Heden verscheen een weinig humane provinciale circulaire die pleitte om alle behoeftige vreemdelingen die in de godshuizen verbleven of steun van het Weldadigheidsbureel ontvingen over de grens te zetten.  Voor zover ons bekend werd te Eeklo geen gevolg gegeven aan dit verzoek.

03.03.1841: Nadat de stads reeds op 28 november 1840 was gemachtigd een lening van 20.000 fr. uit te schrijven, dit integraal zou besteed worden aan de verdere opbouw van het College, bleef het een tijdje stil rond dit project.  Gebrek aan belangstelling bleek oorzaak te zijn !  De bouwverplichtingen tegenover het bisdom drukten echter zwaar op het stadsbestuur.  Een weinig kapitaalkrachtige stadskas en de eerste successen van de inrichting zetten de beleidsmensen aan een tweede poging te ondernemen.  Ditmaal kende de inschrijving heel wat meer bijval.  Vrij vlug werden de 200 actiën van elk 100 fr. aan de man gebracht.  Het feit dat de uitgeschreven lening gewaarborgd werd door het stadspatrimonium deed het vertrouwen toenemen.  Tegen een rente van 5% zou het kapitaal zeker binnen de 20 jaar worden afgelost.
Op 17 maart besloot de raad de uitbreiding van het College en de bouw van een woning voor het lerarenkorps dan ook aan te vatten.

03.03.1841: Het brood, een van de hoofdbestanddelen in het voedingspakket van de toenmalige mens, was vanouds door de overheid degelijk gereglementeerd.  Het nieuwe bewind, waarschijnlijk te zwaar belast in deze beginfase, had deze niet onbelangrijke factor enigszins verwaarloosd waardoor, in het bijzonder bij de bakkers misnoegdheid was ontstaan.
Zoals steeds vonden deze dat ze te weinig werden betaald voor hun brood, waarvan de prijs nog steeds volgens het besluit van 25 januari 1826 werd bepaald.
Het essentieel verschil zat hem in de bereiding van het Menagiebrood (huishoudbrood).  Verandering in de levenswijze van de volksmens noodzaakte de Eeklose bakkers een hoeveelheid zemelen uit het tarwemeel te verwijderen, waardoor uiteraard minder brood uit een hectoliter meel, zijnde de maatstaf voor de prijsbepaling, kon worden vervaardigd.  Dienaangaande verzochten de bakkers om een proefbakking op basis van de huidige normen.
Van overheidswege drong men aan op een behandeling die niet alleen de belangen van de bakkers en broodslijters, maar ook deze van de verbruiker naar billijkheid behartigde.  Besloten werd zo snel mogelijk over te gaan tot een proefbakking, vooral op de broodsoorten in de stad gebruikt.  In afwachting mocht van donderdag 29 april af de meerprijs van 1 frank de hectoliter in het brood doorgerekend worden.

09.03.1841: Drie gendarmen Fidel Libert, Clement Calant en Dominique de Pauw hadden proces verbaal opgemaakt tegen herbergier Bernard de Nys voor het onwettig verkopen van sterke dranken.  De gevorderde boete, een overtreding op artikel 8 van de wet van 18 maart 1838 nopens de clandestiene drankverkoop was zeker niet mals.
Om een druppelken in 't zwart te verkopen werd een boete gevraagd van 100 frank.

17.03.1841: In voorgaande chronologie, data 9 december 1837 en 22 september 1838, zagen we hoe Eeklo alles in het werk stelde om het oude stadswapen te behouden.  Als bewijsmateriaal had de stad naast de beschrijving van het wapen zijnde eenen zilveren Schild met eenen zwarten klimmenden Leeuw, ter linker en ter regter zyde een eik tak gekruist van onder in het midden van den schild, ook een afdruk van een koperplaat uit 1674 bijgevoegd.
Nu bleken er tussen beide verschillen te bestaan welke de goedkeuring afremden.  Laatstgenoemde Leeuw bezat klauwen en een dito rode uitstekende tong, details die op de eerste tekening ontbraken !  Het was nu aan de stad om uit te maken welke afbeelding de juiste was.  Blijkbaar waren heel wat opzoekingen nodig vooraleer men tot een vergelijk kwam.  Van de bestaande afbeeldingen werd uiteindelijk geopteerd voor de oudst bekende illustratie, namelijk deze welke voorkwam op de kaart van Pieter Pourbus, anno 1571 die als volgt werd omschreven:
"Ces armoiries étant: d'argent chargé de rameaux de chêne avec glandes en sinople à un ècusson d'or chargé d'un Lion de sable, grimpant, lampassé et yeux de gueules".

Bij Koninklijk Besluit van 29 augustuso1842 kreeg Eeklo dan uiteindelijk zijn stadswapen.De officiële versie luidde:

  d'argent, à un rimceau de chêne
de sinople, glandé de même et
posé en orle, autour de l'écusson
de Flandre.

27.03.1841: Bij ministerieel besluit van 10 maart 1841 was aan Frederic van Acker een concessie verleend om elke dinsdag een postwagendienst tussen Eeklo en Brugge in te leggen.  De prijzen voor de 3.30 uur durende rit waren als volgt bepaald:

  voor reizigers 2,50 fr.
reiswaar per 100 kg. 4 fr.
waardepapieren per 1000 fr. 3,50 fr.

Op 5 april 1841 kreeg hij tevens de toelating om dagelijks, uitgezonderd op dinsdag, een lijn te openen tussen Eeklo en Aalter.  Met de aanleg van de Tieltsesteenweg verwachtte men een toenemende handelsactiviteit met zuidelijk Vlaanderen.

  (vervolgt)
Erik De Smet

Separator

Chronologie van Eeklose gebeurtenissen
1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  03-12-2019