Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1974, 7de jaargang, nr. 4

VERBRAND IN KOKEND BIER

Op donderdag, 11 september 1704, was Jacobus Keppens aan het werk in de brouwerij van Jan Spittael op de Markt te Eeklo.  Hij was eigenlijk schoenmaker van beroep, maar wanneer daar gebrouwd werd kwam Keppens ook een handje toesteken.  Jacobus was reeds de dinsdag begonnen met alle voorbereidingen — in die tijd duurde het dagen vooraleer de «brouwte» af was — en de donderdag tussen vijf en zes uur 's avonds ging «het cleen bier» reeds in de brouwketel.  Het is dan dat daar een niet alledaags ongeval gebeurde: de brouwersknecht werd zwaar verbrand toen hij door het deksel van de brouwketel schoot en met de onderste ledematen in het kokend brouwsel terecht kwam.

Onze Wet was er rap bij en nog dezelfde avond gingen de Schepenen Christoffel Lampaert en Pieter Pauwels het slachtoffer in zijn woning verhoren (1).

Jacobus Keppens verklaarde dat hij «op dijssendach lestleden wesende den IXen september 1704 heeft beginnen te brauwen ten huijse ende brauwerije vanden voornoemden Jan Spittael, ende dat hij op hedent, sijnde inden voornoemden brauwketel het cleen bier, den selven ketel hebbende gheheet met daeronder vier te stocken, ende oversulcx siedende, is ghegaen bovent opden voornoemden ketel ten eijnde van het voornoemde cleen bier wesende inde selve ketel te stellen opden back, tuijghende voorts dat hij deposant alsdan is gheschoten ende ghevallen door den scheel ofte decksel vanden voornoemden ketel in het ghemelde siedende cleen bier soodaenich dat 's deposants lichaem voor een groot deel daerdoor is verbrant...».

De wethouders waren waarlijk vooruitziende en in de verklaring van Keppens werd ook opgenomen, dat «niemant aldaer en heeft bij nochte present gheweest» en ook dat «hij van selfs ende sonder iemants hulpe is ghecommen uut den ghemelden siedenden ketel ende ghegaen al lamenteerende ende schreeuwende naer den huijse vanden voorseijden Jan Spittael».  Dit was goed gezien van de onderzoekende schepenen want het was mogelijk dat later — wanneer niemand meer kon spreken — allerlei verhaaltjes de ronde zouden doen en met die verklaring van Keppens zelf werden alle discussie's en insinuatie's op voorhand uitgesloten.

Baas Jan Spittael, brouwer en herbergier, werd natuurlijk ondervraagd en die zei dat hij in zijn woning aan het schrijven was toen het ongeval gebeurde.  Op het geroep was hij zijn hof opgelopen waar zijn knecht reeds aangestrompeld kwam. «Coben, wat isser dan ?» had hij gevraagd aan zijn knecht, die geantwoord had: «Baes, ick hebbe door den ketel ghesoncken».  Kobus was in de brouwerswoning binnengeleid geworden, waar Spittael dan vastgesteld had dat «de beenen en billen waeren verbrant.»   Spittael wist ook nog te zeggen dat men Keppens dan had «gheleijt in eene mande koetse» en dat de gewonde zo vertransporteerd was geworden naar zijn eigen woning.

De op het hulpgeroep toegesnelde Jan van den Broecke werd ook een verklaring afgenomen.  Vanden Broecke zei o.a. «alswanneer hij deposant heeft uutghedaen eenen schoen ende een causse van den selven Jacobus Keppens mitsgaeders oock sijne broeck, ende alsdan ghesien dat tselve been alsmede de billen vanden selven Keppens van achter tot boven toe verbrant waeren ende het vel was toe gherompelt...»

De toestand van Jacobus Keppens die er aanvankelijk nog niet zo slecht aan toe was — hij was nog in staat «liggende te bedde» zijn afgelegde verklaring te tekenen — evolueerde ongunstig want vier dagen later, op 15 september, bezweek hij aan zijn opgelopen verwondingen.  De man moet die dagen helse pijnen hebben doorstaan.

De Wet gaf aan Dr. Claudius vander Sluijs en chirurgijn Charles Goossens opdracht een autopsie uit te voeren en het attest dat zij afleverden luidt als volgt:

«Wij onderschreven Mr Claudius vander Sluijs licentiaet inde medecijnen ende Mr Chaerels Goossens sireurgijn inde selve medecijnen Attesteren voor waerachtig dat opden XVe 7bre 1704 bij ordre van dheer Versele Ballui der Stede ende Vrijhede van Eecloo ende tsijnen presentie oock van Burghmeestere en Schepenen der voornoemde Stede thebben ghevisiteert het doode lichaem van Judocus Keppens twelcke wij hebben bevonden verbrand van ande hielen tot aen sijn schaemelheijt waeruijt is ghecauseert de doodt.  In teecken der waerheijt hebben wij desen verclaert ende onderteeckent om te vallideren naer rechte ons toorconden desen XV 7bre 1704.
w.g. Claudius vander Sluijs.         w.g. Charel Goossens.» (2)

De ongelukkige Koben Keppens was ongeveer achtenveertig jaar oud toen hij overleed (3).  Hij was dus omstreeks 1656 geboren.  Te Eeklo vonden wij geen doopakte.  Jacobus Keppens was er wel op 2 augustus 1704 gehuwd met Livina Jacoba de Pau (4).  Hij was dus nog maar anderhalve maand getrouwd toen hij stierf. Het is mogelijk dat hij voordien reeds elders was gehuwd en dat hij, als weduwnaar, met Livina trouwde.

Livina de Pau schonk op 1 juni 1705 het leven aan een zoontje dat evenals zijn vader de voornaam Jacobus kreeg. (5)

Het huis en de brouwerij van Jan Spittael (° ca 1664) waren gelegen op de oosthoek Markt-Collegestraat, waar hij ook de herberg «de drij Connijnghen» open hield.  Het hoekhuis heeft vandaag nog die naam.  Het is daar dat Jacobus Keppens verongelukte.

Spittael had dit eigendom in 1695 gekocht van zijn stiefvader Jan Verbrugge en van zijn moeder Cornelia de Roo.

Brouwer Spittael was een veelzijdig man.  Hij brouwde niet alleen, maar speelde in de jaren 1690-1695 ook nu en dan voor chirurgijn (heelmeester).  In 1690-1692 was hij «Collecteur» van de Ommestellingen (belastingen).  Zeer gegoed als hij was, trad hij ook op als geldschieter bij het stadsbestuur.  Hij overleed te Eeklo op 11 juni 1709. (6)

W. HAMERLYNCK.

__________________________

(1) SAE-1375/3. Informatie dd. 11.9.1704. Terug naar de tekst
(2) SAE-1399/3. lijkschouwingen (minuten). Terug naar de tekst
(3) «Jacobus Keppens fs Joos out ontrent achtenveertich Jaeren, schoenmaecker ende hem gheneirende met te brauwen...».  SAE-1375/3.
-15a septembris anni 1704 obijt Jacobus Keppens maritus livine Jacobe de pau, sepultus est 17a
-in cemiterio inter occidentem ct septemtrionem.» SAE-177, fo 3442. Overl.Reg. Terug naar de tekst
(4) SAE-167, fo 3834. Huw. Reg. Terug naar de tekst
(5) «1a Juny 1705 baptisatus est sub conditione Jacobus fs legitimus posthumus Jacobi Keppens et Livina de pau conjugum. Susceptores cle sacro fonte Judocus Keppens et Cornelia de pau natus est, ut asserebat Livina Temmerman, hodie circa tertiam post meridiem.» SAE-151, fo 2595. Doopreg. Terug naar de tekst
(6) SAE-1023, fo 1. Staat van Goed Jan Spittael cid. 3.7.1710. Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MijnPlatteland homepage
MijnPlatteLand.com

Meest recente bijwerking :  21-04-2021
Copyright Notice (c) 2022